Moderne literatuur in christelijk perspectief
Een belangrijk initiatief
Het Christelijk Lektuur Centrum te 's-Gravenhage heeft een belangrijk initiatief genomen: informatie bieden over literatuur van Nederlandse schrijvers uit de laatste decennia. Onder redaktie van drs. K. de Jong Ozn. e.a. verscheen eind 1974 de bundel Uitgelezen Reakties op boeken. In een voorwoord zegt de redaktie dat ze niet alleen mikt op iedere belangstellende in de moderne Nederlandse letterkunde, maar vooral ook op de leerlingen van het voortgezet onderwijs, die een keus moeten maken voor hun eindexamen Nederlandse letterkunde.
De redaktie is ervan uitgegaan dat literatuur niet waardevrij is. Dit betekent: een literair werk heeft behalve een vorm ook een bepaalde inhoud. Het heeft een boodschap, er zijn ideeën in neergelegd en deze ideeën zijn onlosmakelijk verbonden met de levensbeschouwing van de auteur. Daarom heeft de redaktie aan elke medewerker gevraagd 'het besproken werk van een waarde-oordeel te voorzien, door het te plaatsen in christelijk perspectief'.
Juist omdat 'Uitgelezen' een hulpmiddel bedoelt te zijn voor de leerlingen van het voortgezet onderwijs en omdat gepoogd is de behandelde werken in christelijk perspectief te plaatsen, volgt hier een bespreking van deze bundel. Immers: vergeleken met 10 a 20 jaar geleden volgen thans veel meer jongeren uit onze gezinnen het voortgezet onderwijs, waar ze in aanraking komen met de (moderne) literatuur. Niet alleen door de moderne communicatiemiddelen zoals radio en t.v. maar evenzeer door het onderwijs worden de gezinnen opengebroken. En kennismaken met de moderne literatuur betekent doorgaans in aanraking komen met een wereld die haaks staat op de christelijke levensbeschouwing.
In de bundel worden werken behandeld — geplaatst tegen de levensbeschouwelijke achtergrond — van de volgende twaalf auteurs: W. Barnard, Belcampo, Hugo Claus, Marnix Gijsen, Jacques Hamelink, W. F. Hermans, Anton Koolhaas, Willem de Mérode, Coert Poort, Maria Rosseels, Gabriel Smit, Jos Vandeloo, Jacoba M. Vreugdenhil, Helma Wolf-Catz.
Waardering
Het belang van de bundel acht ik allereerst hierin gelegen dat de samenstellers een principeel uitgangspunt hebben gekozen: literatuur is niet waardevrij. Deze stellingname is van groot gewicht omdat ook het onderwijs van de christelijke school niet waardevrij mag zijn. De bijbelse waarden en normen dienen immers in de christelijke school gestalte te krijgen. Een docent zal zijn christelijke overtuiging nooit mogen reserveren voor één dag in de week: de zondag! Zijn werken en handelen op school zal juist van die overtuiging doortrokken moeten zijn.
Het chr. onderwijs is de laatste jaren hevig in discussie. Wat is het wezenlijke van de chr. school? Waaraan is deze te herkennen? Het is mijn mening dat een chr. school onder meer herkenbaar is aan de inhoud en de vormgeving van het literatuuronderwijs. Met name op dit punt zal deze school kleur moeten bekennen. Dit betekent niet dat de moderne literatuur op de chr. school wordt doodgezwegen. In de moderne literatuur immers vinden we vele aspecten terug van de maatschappij waarin we leven. De kunstenaar, die scherp ziet, bezit het vermogen de samenleving te doorlichten en op treffende wijze te beschrijven.
Het is geen prettige wereld die de meeste auteurs van na 1945 ons voorschotelen. Veelal is het een wereld vol troosteloosheid, onzekerheid en walging. We ontmoeten soms ontmenselijkte mensen, mensen die tot beestmensen verworden zijn, mensen wier leven zich op dierlijk niveau afspeelt. Ons wordt een leven getekend dat vrijwel zinloos is, zonder uitzicht, met alleen de zekerheid van de dood die komt. In zo'n wereld is God volledig afgeschreven. Hermans b.v. laat de hoofdpersoon in een van zijn boeken zeggen: Waarom een God? Waarom het ingewikkeld te maken met een wezen dat niemand ooit gezien heeft? God is een woord dat niets betekent'.
Ondanks dit alles geloof ik dat de chr. school de moderne literatuur niet mag doodzwijgen. Ik dacht dat tot het wezen van de chr. school niet behoort 't negeren, maar wél het kritisch benaderen en scherp analyseren va nallerlei verschijnselen in onze samenleving, dit alles in confrontatie met de boodschap van Gods Woord. De moderne literatuur kan — onder goede leiding — een hulpmiddel zijn om de leerlingen te brengen tot die doordringende analyse, die scherpe doorlichting van onze maatschappij. Uiteraard zal de leraar voor zijn behandeling wel een zekere selectie toepassen. Iemand heeft het eens ongeveer zo gezegd: Ik heb geen zin dagenlang met een klas bij pruttelende, stinkende potten te zitten; ik heb geen zin dagenlang een kadaver te laten koken!
Ik kan me goed vinden in het principiële uitgangspunt van de redactie van 'Uitgelezen'. Door de literatuur als 'niet waardevrij' te beschouwen, spreekt zij uit, dat niet alleen naar het hoe — de vorm — gekeken moet worden, maar ook naar het wat — de inhoud. Anders gezegd: naast een esthetische dient een ethische benadering plaats te vinden. Bij een esthetische benadering hanteren we de begrippen 'mooi' en 'lelijk' en letten dan bijvoorbeeld op woordkeus, beeldspraak, zinsbouw, tekening van de personen en de opbouw van het verhaal. Als we een ethische benadering toepassen, gebruiken we de begrippen 'goed' en 'kwaad'. Nu richten we onze aandacht op de strekking van het werk, de boodschap, de levensbeschouwing die de basis vormt van het geheel. Hier vindt de confrontatie plaats met de christelijke levensbeschouwing: 'goed' en 'kwaad' kunnen voor een christen alleen maar een bijbelse vulling bezitten.
Behalve voor bovengenoemde stellingname ben ik dankbaar voor het feit dat in de bundel een aantal christelijke auteurs is behandeld, zoals W. Barnard, Willem de Mérode en Jacoba M. Vreugdenhil. De protestants-christelijke letterkunde van na 1880 dreigt in het voortgezet onderwijs geheel van tafel geveegd te worden. Treffend vond ik de opmerking in de beschouwing over Willem de Mérode, dat in een bekend en veelgebruikt letterkundeboek 'de naam Willem de Mérode niet voorkomt'. Dit is tekenend. Ook in dit opzicht kan 'Uitgelezen' een belangrijke funktie vervullen. Namelijk duidelijk maken dat er ook na 1880 een prot.chr. stroming in onze letterkunde aanwezig is.
Kritiek
Mijn waardering moet helaas gepaard gaan met kritiek. Allereerst vind ik enkele studies niet duidelijk genoeg.
De medewerkers was immers gevraagd 'het besproken werk van een waarde-oordeel te voorzien door het te plaatsen in christelijk perspectief'. Aan de hand van de behandelde werken had de levensbeschouwing van de auteurs soms scherper en duidelijker geanalyseerd kunnen worden. Ik constateer in bepaalde gevallen — o.a. de studies over Hamelink en Koolhaas — te veel vaagheid en te weinig confrontatie met het christelijk geloof. Juist met het oog op het lezerspubliek — leerlingen bij het voortgezet onderwijs — had onduidelijkheid vermeden moeten worden.
Grote bezwaren heb ik tegen de studie over Marnix Gijsen door dr. A. J. Jelsma. In deze beschouwing laat Jelsma uitkomen dat Gijsen een grote deernis heeft t.a.v. de lijdende mens. Terecht. Maar dan begint de ontsporing. Jelsma noemt de humaniteit van Gijsen een bijbels humanisme. Hij meent dat Gijsen niet zo zeer de boodschap van de kerk aanvalt en eindigt zijn studie met de zin: Misschien bidt hij?
Als ik dit lees wrijf ik mijn ogen uit. Dit is onjuiste voorlichting. Hier wordt gesuggereerd dat een pure humanist in feite dichtbij het christendom staat. En waar wordt dit op gebaseerd? Op de medemenselijkheid van Gijsen! Ik proef hier het grote gevaar van het horizontalisme in kerk en prediking dat thans zijn honderdduizenden verslaat.
Gijsen zélf maakt er geen geheim van hoe hij staat tegenover het christelijk geloof. Zelf noemt hij zich een heiden, blijkens een lezing van hem die in 1971 gepubliceerd is: Biecht van een heiden. Eén citaat hieruit: ’... de opvatting dat de mensheid verlost is door de menswording van Christus... scheen mij toe als een absurditeit. Hoe kan men, zo vroeg ik me af en dat doe ik nog, beweren dat het heil der wereld moest afhangen van de geboorte van een kind zoals ieder ander...’
Wanneer ik dit citaat leg naast het betoog van Jelsma, dan vind ik diens suggererende wijze van schrijven onbegrijpelijk en bovendien misleidend. Er is een diepe kloof tussen een christen en de humanist Gijsen; Gijsen wijst ook de kernwaarheden van het christendom pertinent af. Jammer, dat die kloof door Jelsma niet wordt gesignaleerd.
Slotoordeel
Al is de bundel 'Uitgelezen' als geheel niet geslaagd, ik ben toch blij met de verschijning ervan. Er is een groot tekort aan studies die literatuur niet alleen esthetisch maar ook ethisch benaderen. Ik hoop dat er een vervolgbundel zal komen waarin vaagheden en onjuistheden, zoals hierboven aangestipt, vermeden worden. Een bundel waarin hetzelfde uitgangspunt een nóg betere realisering vindt.
Ede
*) Uitgelezen. Reakties op boeken. Uitgave van het Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum. 's-Gravenhage 1974. Ing. ƒ 10, 90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's