De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

... En de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

... En de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen

6 minuten leestijd

Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt, en God is in Hem verheerlijkt. Joh. 13:31b.

Wanneer in de eerste christen gemeente tijdens de kerkdienst het gebed des Heeren gebeden werd, herhaalde de gemeente bijna juichend: van U het Koninkrijk en de kracht en de heerhjkheid, in der eeuwigheid, amen.

Zo sprak de gemeente dan uit dat het laatste woord uiteindelijk, aan God zou zijn. Het was als een hartstochtelijke belijdenis, midden in de nood van de wrede vervolgingen: ondanks alles, is de heerlijkheid, tot in eeuwigheid, aan God!

Is het slot van het gebed des Heeren ook vandaag nog waar? We zijn gemakkelijk geneigd, dat wat in de eerste christengemeente gebeurde, te omgeven met een waas van geestelijke romantiek. 'O ja, dat gebeurde toen, geweldig'. Maar de tijden zijn nu heel anders'. Vaak wordt mij oprecht gevraagd of wij als kerk, niet proberen een illusie levend te houden: 'ik geloof wel dat u het goed bedoelt, maar meent u het nu echt, als u zegt, dat God deze wereld vasthoudt, en dat Christus wederkomt om te oordelen? ’

Wie durft er na dergelijke, eerlijk gemeende vragen, nog te zeggen: van God is de heerlijkheid, nu en in der eeuwigheid? Moeten we dan maar zwijgen, omdat de nacht is gedaald?

Weer wijst de Heilige Geest, door Gods Woord ons de weg. En Jezus zeide: 'nu is de Zoon des mensen verheerlijkt'. Aan dit woord van de Heere Jezus gaat vooraf: en het was nacht. Judas was ontmaskerd als de verrader van de Heiland, de bete van het brood was hem gegeven, de satan was in hem gevaren en hij ging uit, de nacht in. De duivel zou nog proberen het in zonde gevallen mensdom, de Verlosser te ontnemen. Maar in deze nacht, gevallen tot in de diepte van mensenharten, straalt het licht der heerlijkheid van Christus. 

Nu, juist nu, in de nacht waarin de zonde, de Zondeloze onuitsprekelijk zou doen lijden, wordt de verheerlijking van de Zondeloze openbaar.

In de nacht van deze tijd is het geloof van Gods kerk niet verdwenen. Dat geloof verdwijnt nóóit. Omdat het niet rust in de praatjes van deze of gene mens, maar omdat 't geloof rust in Christus. In Hem, Die heeft geleden, is gestorven, is opgestaan, zit aan de rechterhand Van de Vader en wederkomen zal. Het geloof in deze Heiland kan geen illusie zijn, omdat Hij het Zelf zo duur bevochten heeft en het Zelf door de Heilige Geest weg schenkt. In de nacht waarin Hij verraden werd, valt Hij niet en verdwijnt. Neen, nu wordt Hij verheerlijkt met een heerlijkheid welke duren zal tot in alle eeuwigheid.

Wat een tegenstelling: nacht van Gethsemané en verheerlijking. Nog zo'n tegenstelling is, wanneer de Heere aan het kruis hangt, waar de smart door de ziel snijdt en de schaterlach van de spot snerpt en Hij spreekt over het paradijs.

Vergist Hij Zich dan niet? Neen, want Hij ziet de eenheid van lijden en glorie. Hij wendt Zijn oog niet af van de voorgestelde vreugde, Kruis en Kroon zijn één.

Duwen wij niet, huiverend, het kruis van ons af. Als de slagen van het leven komen, als de vreugde uit je weggeperst wordt, danken wij dan de Heere voor het kruis? Wat kan een kruis in ons leven, ons juist uitdrijven tot Hem, Die het Kruis heeft verdragen. De Heilige Geest kan het ons door een kruis doen weten, dat we hier geen blijvende stad hebben, dat we ons oog hebben te richten op de verheerlijkte Christus. Wat een zalige troost voor een mens in de moeite van het leven dat de Heere Jezus Zijn heerlijkheid zoekt in de nacht van de zonde der mensen.

Hij is gekomen als Zoon des mensen. Hij is gekomen om in de dienst aan Zijn Vader en in de dienst aan de mensen Zijn heerlijkheid te zoeken. De bruid, zwart van de zonde zingt het Hooglied, maar de Bruidegom is blank van zuiverheid. Deze Blanke is gekomen om de zwarte zonde weg te dragen door Zijn Bloed. Hij breekt de nacht der zonde met de macht van Zijn Bloed.

De heerlijkheid van Christus ligt niet in succes en aanzien. Zijn heerlijkheid ligt in de dienst aan de zo brutaal geroofde  eer van de Vader. Zijn heerlijkheid ligt in de dienst aan de verloren zondaar, om hem te verlossen uit de boeien van de dood.

Waarin ligt uw heerlijkheid? Wat staat bij u boven aan? De dienst aan Hem, Die uw ziel lief heeft? Zelfs onze verlangens zijn zo in zonde, dat ons verlangen naar heerlijkheid zo aards gericht kan zijn. Zouden wij dat verlangen vervuld willen zien door veel lijden heen?

De heerlijkheid van de Heere Jezus wórdt in het lijden, wórdt in het dienen ten dode, in het liefhebben van een volk dat naar Hem niet vraagt. De verheerlijking van de Heiland is sieraad. Zijn schoonheid is Zijn lijden en Zijn kruis én Zijn overwinning. De duivel steekt zijn klauw uit naar dat sieraad, maar juist door die pogingen heen is het sieraad versterkt in schittering en heerlijkheid. De Heere verlangde niet Zijn leven veilig te stellen. Hij verlangde Zichzelf te geven tot een losprijs voor velen.

Nu, Judas doe je werk, de teerling is geworpen. De mijlpaal is bereikt. Door lijden tot heerlijkheid. De Zoon des mensen is verheerlijkt en.... God is in Hem verheerlijkt.

In Christus is God verheerlijkt. Het grote onrecht dat God is aangedaan door de zondeval, is door Christus hersteld in recht. Het gaat de Heere Jezus om Zijn Vader en 't gaat de Vader om.... zondaars, om u, om mij.

Psalm acht noemt de mens, de kroon op de schepping. Wanneer God nu deze verloren kroon gaat herscheppen, op de plaats teruggaat brengen, gaat Gods heerlijkheid schitteren.

Inderdaad, Hij heeft gedacht aan Zijn genade, inderdaad. Hij heeft Zijn trouw nooit gekrenkt. De heerlijkheid des Heeren begint te dagen in de nacht van het lijden van Christus. Zo buigt zich de Kerstnacht over tot de lijdensnacht. Maar de laatste nacht is heerlijker en rijker dan de eerste.

Straks openbaart zich Gods heerlijkheid ten volle, als de bazuin zal klinken. Dan zal de lofprijzing uit der verlosten monden juichend ten hemel rijzen:

van U is de heerlijkheid,

in der eeuwigheid. Amen.

Amsterdam 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

... En de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's