De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Zending in het licht van het Koninkrijk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Zending in het licht van het Koninkrijk

De verwachting van het rijk

9 minuten leestijd

In het vorige artikel in deze serie zagen we dat aan de gemeente het heil van Gods Koninkrijk in beginsel geschonken is. Wie dit zegt, krijgt vaak als tegenwerping te horen: 'U vervalt in een egocentrische consumentenhouding. Waar blijft de zendingsroeping? ’

2 Koningen 7

Nu is voor ieder christen het gevaar van egocentrisme levensgroot. In 2 Koningen 7 lees ik van vier melaatsen die in de verwarringen van de oorlog tussen Israel en Syrië het slachtoffer van de honger dreigen te worden. Totdat ze op een zeker moment het kamp van de Syriërs verlaten aantreffen en een overvloed van voedsel vinden, waar ze gretig op aanvallen. Dan ineens komen ze tot bezinning. 'Wij doen niet goed; deze dag is een dag van blijde boodschap en wij zwijgen' zeggen ze tot elkaar. Hoewel hier als zodanig met geen woord over de zending gerept wordt, is er terecht telkens weer aan deze geschiedenis herinnerd om de kerk te wijzen op de zendingsroeping. De schok van de bezinning: Wij doen niet goed.... wij mogen niet zwijgen', heeft in de geschiedenis van de kerk steeds weer stimulerend gewerkt. U kent wellicht de bekende zinsnede: gered om te redden! Dat is een bijbelse gedachte. De barmhartigheid die de Heere ons om Jezus' wil bewijst, moet ons aansporen met het evangelie uit te gaan tot de ander (vgl. Mc. 6 : 34; 1 Petr. 2 : 9).

Al lijkt het ons wat overtrokken te zeggen: de kerk is er uitsluitend voor de wereld, we mogen wel zeggen: de kerk is gesteld in de wereld om in woord en daad te getuigen van het heil des Heeren. De gemeente is het zout der aarde, het licht der wereld, een stad op een berg (Matth. 5 : 13-16).

Het zendingsbevel

Juist de komst van Gods Koninkrijk, de verwachting van deze heerschappij vormen een krachtig motief voor de zendingsroeping. We denken dan vooral aan het slot van het evangelie naar Mattheus (28 : 18-20), waar de verhoogde Heere zijn leerlingen uitzendt om alle volkeren tot zijn discipelen te maken, hen te dopen in de Naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes, hen te leren onderhouden al wat Christus gebiedt.

Tot discipel maken, dopen, leren onderhouden. Kernwoorden voor de zendingstaak. En de roeping wordt omringd door de proclamatie, dat aan Christus alle macht gegeven is in hemel en op aarde, en de belofte: Zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld. Deze proclamatie vormt het enig afdoende antwoord op vragen als: Waar halen jullie christenen het recht vandaan andere volken je overtuiging op te dringen?

Wie zo'n vraag zou willen beantwoorden van uit een westers of kerkelijk meerderwaardigheidsbesef, loopt vast. Maar het gaat niet om onze overtuiging. Maar om het evangelie van Hem, Die alle macht heeft en Die alle volkeren laat roepen tot gehoorzaamheid aan Hem.

In Filippenzen 2:9-11 lezen we dat God Jezus Christus uitermate verhoogd heeft; Hem de Naam boven alle naam geschonken, opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen die in de hemel en die op de aarde en onder de aarde zijn. Ja, dat alle tong zou komen tot de belijdenis: Jezus is Heere! En dat tot eer van God. Die belijdenis vormde de kracht van de jonge, christelijke gemeente in de wereld van het romeinse keizerrijk. Juist, omdat zij zo diep doordrongen waren van de allesomvattende Heerschappij van Jezus Christus hebben zij heel die wereld, van hoog tot laag opgeroepen zich te bekeren, bij de goden en heren vandaan, tot de erkenning van de heerschappij van Christus.

Zending en wederkomst

En dan is er nog iets wat de zendingsroeping stimuleerde. Dat is de verwachting van Christus' tweede komst, in heerlijkheid. In Mattheus 24 : 14 lezen we immers dat het evangelie van het Koninkrijk in de gehele wereld gepredikt zal worden, tot een getuigenis voor alle volkeren en dan zal het einde komen. De wereldgeschiedenis wordt dus niet bepaald door de groten der aarde, maar door de Heere, Die zijn gemeente roept tot deze Koninkrijksarbeid. En de bede: Uw Koninkrijk kome vormde een geweldige drijfveer tot zendingsarbeid. In de geschiedenis van de zending zien we dan ook steeds weer die twee samengaan: zending en verwachting. Verflauwde de verwachting, dan taande ook het zendingsbesef. Was de deur open naar de Heere toe, dan was de deur ook open naar de wereld (Openb. 3 : 7 vv).

De tijd tussen Pasen en de wederkomst wordt door die zendingsroeping bepaald. We zien dat uit de gelijkenis van de ponden (Luc. 19 : 11 vv). Als de mensen menen dat het Koninkrijk openbaar wordt, vertelt de Heere Jezus het verhaal van die knechten, die elk een pond toevertrouwd krijgen met de opdracht:  Drijf handel totdat de heer terugkomt. Wij mogen het pond van het Evangelie niet begraven. We hebben er werkzaam mee te zijn, totdat de Heere komt.

De wanden van de geschiedenis worden uiteengehouden door de zending. Omdat de gemeente het eigendom is van haar Heere en Koning is zij zendingsgemeente. God betrekt haar in zijn heilshandelen tussen de opstanding en de wederkomst. Koning Jezus gaat uit als de Ruiter op het witte paard (Openb. 6 : 2; 19 : 13).

Beginnende bij Jeruzalem

Hoewel we dit niet breed kunnen uitwerken, willen we er toch niet aan voorbijgaan dat de zendingsopdracht dicht bij huis begint: Bij Jeruzalem. We denken aan Ps. 122: Het gebed om de vrede voor Jeruzalem.

En de apostelen handhaven steeds de volgorde: Eerst naar de synagoge. Want het evangelie is een kracht Gods tot behoud, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek. En Paulus bepaalt ons er in Rom. 9-11 bij dat het binnengaan van de volheid der heidenen in Gods Koninkrijk zijn terugwerking op Israël heeft. De zending heeft met het gesprek met Israel alles te maken. Dat kan; juist vanwege de boodschap van de gekruisigde Christus geen vrijblijvend gesprek zijn. Maar als het goed is, een wervend gesprek, opdat Israel zijn Messias mag leren kennen.

Kerk en wereld

Zending in het licht van Koninkrijk —r een geweldige stimulans. Maar het is wel zaak, dat we de accenten niet verkeerd leggen.

In de nieuwere theologie, vooral onder Barthiaanse invloed, wordt de verhoging van Christus tot Heere over alle dingen, vaak uitgelegd in die zin, dat ten diepste heel de wereld deelt in het heil. Het enige verschil tussen de gemeente en de wereld zou dan zijn, dat de gemeente weet van haar behoud en dat de wereld, zonder dat zij het weet, gered is. De zending dient dan om dit de wereld bewust te maken. De kerk wordt dan gezien als gemeenschap van mensen die nu al delen in het heil en daarom model staan voor de gehele wereld die eenmaal behouden wordt. De kerk is een proefpolder van het Rijk, dat zo wijd is als de wereld.

Vandaar dat vanuit deze gedachtenwereld felle kritiek kwam toen het Getuigenis in overeenstemming met de Schrift en de kerkelijke traditie sprak van de kerk als de ark des behouds in de oordelen die over de wereld gaan. Ark des behouds, vanwege het evangelie.

We moeten de consequenties van het bovengenoemde niet uit het oog verliezen. De optimistische visie op de wereld leidt meermalen tot een waardering van de wereldgodsdiensten als secundaire heilswegen tot God. Atheïsten en humanisten, heidenen en marxisten, mogen we, zo zegt men wel, vanuit de overmacht van Gods heilswil zien als 'anonyme christenen'. Daarom ruimte voor de dialoog in plaats van het getuigenis en de oproep tot bekering. Daarom het gesprek met de Mohammedanen, die men maar niet zomaar als heidenen mag karakteriseren. De wereldgodsdiensten bevatten onvermoede rijkdommen, zegt men. Christus, de Heere van allen, spreekt daarin tot ons. Wij menen toch dat op deze wijze geen recht gedaan wordt aan de Bijbel.

Zeker, Christus is Heere der wereld. Maar Hij heerst temidden van Zijn vijanden. Daar is de heerschappij van de Boze, de macht van het ongeloof. Daar is vervreemding, duisternis, vijandschap. Van huis uit leeft de mens zonder hoop, zonder God.

Wij mogen Gods bemoeienis met het heidendom niet ontkennen (Rom. 1; Hand. 14:17vv) maar die openbaring Gods maakt juist, dat geen mens te verontschuldigen is. En de apostelen hebben daarom de dialoog altijd, weer doen uitlopen op de oproep tot bekering (Hand. 17 : 30, 31).

Zending is voor alle dingen: prediking met bevel van bekering en geloof. In de enkele jaren geleden gepubliceerde Frankfurter verklaring, wordt gezegd: De aanhangers van andere godsdiensten en wereldbeschouwingen kunnen aan het heil in Christus slechts deel krijgen, doordat zij zich van hun vroegere bindingen en valse verwachtingen laten bevrijden om door geloof en doop in het lichaam van Christus ingelijfd te worden.

Dat is een bijbels geluid. En daarmee neemt deze verklaring stelling tegen een modernistische visie op de zending, waarbij de prediking verlaagd wordt tot een mededeling van een stand van zaken en waarbij dienstbetoon en ontwikkelingswerk de plaats van het getuigenis dreigen in te nemen.

De kerk staat in deze wereld, zonder van die wereld te zijn. Zeker, wij belijden een Heere die totaal en radicaal verlost naar lichaam en ziel. Daarom gaan in de zendingsarbeid woord en dienstbetoon hand in hand. Maar het betekent geen verzwakking van de opdracht: Maakt alle volkeren tot mijn discipelen! Dat is meer dan verheldering. Om te delen in het heil moet de mens, elk mens in de weg van geloof en bekering leerling van de Heere Jezus worden.

Deze boodschap zullen we alleen maar kunnen brengen in grote ootmoed en bescheidenheid. Want de gemeente zelf is gered uit de vervreemding en de vijandschap. In die zin is er solidariteit met de wereld. Solidariteit in de schuld, de vervreemding. Maar nogmaals: gered om te redden.

En waar we zo ernst maken met de roeping, in gehoorzaamheid en geloof, daar mogen we weten van een perspectief. De ongelofelijke zekerheid van de zending is dat Jezus Christus heerst. Hem is gegeven alle macht. Wat een rustpunt! Zendingsgeschiedenis is ook bemoedigende lectuur. Het is het verhaal van weerstanden aan 's mensen kant, van onze nederlagen, maar van Christus' overwinningen. Want het evangelie gaat voort. Christus overwint en Hij heeft nog nooit een nederlaag geleden. Daarom mag er gesproken worden met vrijmoedigheid, onverminderd (Hand. 28 : 31).

(Utrecht)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Zending in het licht van het Koninkrijk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's