Door Hem alleen!
Want zonder Mij kunt gij niets doen. Joh. 15:5b.
Hoe ontroerend, tracht de Heere Jezus Zichzelf onder de voeten van de discipelen te schuiven in de tijd dat Hij Zich voorbereidt op de gevangenneming, die veroordeling en de kruisdood. Het treft ons toch dat hij de gedachten, de harten en de zinnen van de Zijnen zo sterk naar Zich toe trekt. 'Ik ben gekomen', 'nu is de Zoon des mensen verheerlijkt', 'zonder Mij kunt gij niets doen'. Discipelen, het gaat om Mij alleen! Wat zijn jullie zonder Mij? Wat kunnen jullie zonder Mij beginnen? Met deze woorden raakt de Heere Jezus een mens wel op zijn zwakste plek: zijn eigenwaarde. Immers, waar is de mens al niet toe in staat? Zorgvuldig kweken we een leven lang aan onze zelfstandigheid, aan ons zelfvertrouwen. Je bent dan geslaagd in onze maatschappij, als je zelf je weg wel weet te vinden en niemand nodig hebt. De Heere Jezus prikt met deze tekstwoorden in onze zelfverzekerdheid en ... inderdaad, deze blijkt slechts een luchtbel te zijn. Wat een heilzaam woord is het dan, als Hij de zondaar van zichzelf tracht af te brengen. Het ware toch te wensen dat iedereen de psalmdichter met het hart kon nazeggen: De mens mag de naam van ijdelheid wel dragen; Zijn tijd is kort, en al zijn levensdagen, Hoe groot, hoe sterk hij op deez' aarde zij, Gaan snel, gelijk een schaduwe voorbij. (Ps. 144 : 2) ’Zonder Mij, discipelen, wordt het niets met jullie'. Om hen dat goed in te scherpen gebruikt Christus hier het voorbeeld van de wijnstok en de ranken. 'Ik ben de ware Wijnstok, Mijn Vader is de Landman en gij de ranken'. De rank die geen vrucht draagt, wordt weggenomen en in het vuur geworpen; opruimen die nutteloze dingen. Maar de ranken die vrucht dragen worden gereinigd van kleine nutteloze scheutjes, opdat er meer vrucht gevonden zal worden. Bij het reinigen wordt alles weggesneden wat een goede ontwikkeling van de vrucht in de weg staat. Reinigen is absoluut nodig. Gelijk past Christus nu het beeld toe: 'gij zijt rein om het Woord, dat Ik tot u gesproken heb’. Judas is er niet meer bij. Hij is een afgesneden rank. Geen vrucht tot in der eeuwigheid! Huiveringwekkend, voor eeuwig te moeten omkomen en zo dicht bij het Woord geleefd te hebben. Judas, Judas, hoe kon het zover komen? ' Weet u, Judas kon zijn eigen weg wel vinden. Hij kon heel best buiten Christus. De eer van de Vader lag hem niet na aan het hart. Om de onmisbare leiding van de Heilige Geest was hij niet verlegen. Alle rank, welke geen vrucht draagt, afgesneden. Zonder Mij, gij niets. Was er in uw leven al het gedurige gebed om het ontdekkende licht van de Heilige Geest? Heeft de Geest u al ontdekt aan uw levenseind? Welke vrucht levert dat levenseind op? Hoe zal de oogst zijn? Wat rijk als u eenmaal uit des Heeren mond mag horen, dat uw leven vruchten der bekering heeft gedragen. De Heere zal het u dan zeggen: uw vrucht is uit Mij gevonden. Ons hart zal het dan beamen: zonder Christus, kon ik niets doen. Het was: door Hem alleen! Van nature zijn we niet rein, van ons zelf vragen we ook niet om het reinigende Woord van Christus. Wij bezitten dat reinigende Woord ook niet, het is van Hem en het blijft van Hem. We mogen wel keer op keer bidden of Hij door Zijn Woord en Geest tot ons spreken wil, opdat we gereinigd worden, vrijgesproken worden door het Woord der verzoening. Wat spreekt de Heere dan, hoe wordt een zondaar die geschikt is voor de hel, tot een kind van God, geschikt voor de hemel? Door dit woord: zonder Mij kunt gij niets doen! Zonder Christus zijn we missers, mislukten, geschikt om weggesnoeid te worden. Zonder Hem komt naar voren wat we geworden zijn door de zonde. De Heere zet het hele mensdom op zijn plaats, plaats nummer nul, niets. Hij laat de mens in zijn onmacht zien, in zijn onkunde. De wereld ligt in gebrokenheid, het mensdom wordt meegesleurd in die gebrokenheid. Maar... temidden van de wereld zonder Hem, is toch de Wijnstok geplant, staat het Kruis van Christus. Mij, het gaat om Mij. Een mens kan overal zonder, met heel weinig kan hij in leven blijven. Alleen, een mens kan niet zonder Christus. Zouden we hier uiterst voorzichtig, vervuld met ontzag, toch niet mogen vragen of de Heere Jezus niet te hoog van Zichzelf opgeeft. Hij zegt: zonder Mij. Zijn de discipelen dan straks niet zonder Hem, als Hij bij de gevangenneming zegt: 'Ik ben het, laat deze mensen heengaan'. Maakt de Heere Jezus Zelf geen scheiding, zodat ze zonder Hem verder moeten? Zal het straks bij Pilatus en op Golgotha niet hetzelfde zijn? Bij de Kruisiging, bij de Dood, bij het Graf? Zonder Hem? Horen wij ook niet de vragen van rond om, of misschien wel van ons eigen hart: 'zijn we niet zonder God, zonder Christus, zonder Heilige Geest? ' Is het "zonder Hem" zijn niet de oorzaak van deze verschrikkelijke tijd en van intens moeilijke situatie van de kerk? We zouden het soms willen uitschreeuwen: Heere Jezus wat bedoelt u toch met dit woord: zonder Mij kunt gij niets doen!
Dan zou het antwoord klinken: het gaat om het geloof, om het allerheiligst geloof in Mij. Dan stokt ons vragen, dan weten we het weer: in de wereld zult gij verdrukking hebben. Zo hij kon, zou de duivel zelfs de uitverkorenen Gods verleiden; Hij kan echter niet, want ze zijn van Hem. Gezaligd door Zijn vergevende liefde gewassen in Zijn Bloed. Om alles wat buiten Christus is tot bekering te brengen, spreekt hij: zonder Mij kunt gij niets doen. Alles wat in ons leven buiten Hem is, kan niet bestaan. Nu blijkt in ons leven alles buiten Hem te zijn, ons rest dus het oordeel. Inderdaad, ware het niet dat Gods machtige genadewoord over deze wereld heeft geklonken: 'zie op Mij, gij alle einden der aarde en wordt behouden'. Op Mij, op God, op de Heiland der wereld. Daar groeit het geloof, waar de rank de levenssappen van de wijnstok indrinkt. Door het geloof schenkt Christus kracht, doet Hij de rank groeien en vrucht dragen. Nee, de Heiland spreekt zeker niet te hoog van Zichzelf, het is alleen Zijn uiterst bewogen liefde, welke Hem zo op Zichzelf doet wijzen. Straks komt de grote beproeving, hoe zal het dan het mensdom vergaan? We weten niet wat er komen zal, hoe het zal zijn. De Heere roept ons toe, dat het door de noden heen naar Zijn Koninkrijk gaat. Met Hem zijn we meer dan overwinnaars. We zijn niet aan ons zelf overgeleverd. We behoeven niet op ons zelf te staan, een rank op zichzelf verdort. Onze eigenwaarde doet ons niet overwinnen, zij doet ons verdorren omdat we niet in Christus zijn geplant. De waarde van Christus is voldoende. Zonder Hem, kunnen we niets en hebben we niets. Echter, God wil ons mét Christus alles schenken. In Hem ligt, als in schatkamer, Gods heil besloten. Daarom staat in deze tekst het woordje 'Mij', zo centraal. We komen immers alleen maar van onszelf af door Hem, door het geloof. in Hem. 'Gij zijt rein door het Woord', het woord dat snoeit, dat snijdt, maar dat ook inplant door de Heilige Geest. Zonder Christus, kunnen we niets, dat moeten we weten. Want het moet heen naar: ik vermag alle dingen door Christus, Die mij krachten geeft. Tussen deze beide teksten ligt het werk van de Heilige Geest. Moge u dan bedenken dat we na Pasen leven, zelfs na de Hemelvaartsdag, ja zelfs na die Pinksterdag waarop de Heere heeft gezegd: 'Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees'. Die Geest is nabij de mens, die aan het eind is van eigen krachten en het zeggen mag 'ontneem mij alles, maar schenk mij Christus, want in Zijn gemeenschap kiemt het leven’.
(Amsterdam)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's