De komst van het Koninkrijk en de maatschappij
De verwachting van het rijk
Pleidooien voor maatschappijvernieuwing
Op welke wijze is de prediking van de komst van Gods Koninkrijk betrokken op de maatschappij en haar problemen? Deze vraag roept in onze tijd een zee van publicaties op. Onder 'maatschappij' verstaan we dan het geheel van verhoudingen, waarbinnen mensen, al dan niet in groepen, leven. Niet alleen de gezinsverhoudingen, de sociale vragen, de gezagsrelaties vallen hier onder, maar ook 't vraagstuk van oorlog en vrede, de verhouding tussen rijke en arme landen enz. Ieder is het er wel over eens, dat deze maatschappij onvolkomen is. Maar, zo zeggen velen, ze is veranderbaar. De eis tot radicale vernieuwing is een voor ieder dringend gebod. Op de grote conferentie van Uppsala in 1968 werd heel duidelijk verband gelegd tussen de komst van Gods Rijk en de vernieuwing van de wereld. In Christus is God onze wereld met al haar structuren binnen gekomen en heeft de overwinning op alle overheden en machten behaald. Zijn koninkrijk komt met zijn oordeel en genade. Daarom behoren de christenen vooraan te staan in de strijd om maatschappijvernieuwing'. Vanuit de verwachting van het Rijk mag er niet de verleiding zijn de gevestigde orde te herstellen of in stand te houden, maar moeten juist christenen aandringen op revolutionaire veranderingen. Tegen de achtergrond van deze gedachtengangen heeft men in de jaren na Uppsala een theologie van de revolutie ontworpen, of van de transformatie van de samenleving, waarbij de revolutie positief werd gewaardeerd en soms in het uiterste geval geweld gerechtvaardigd werd geacht, als het positief gericht was op de vernieuwing van de wereld. In het spoor van deze theologie komen we bij velen een politieke prediking tegen, waarin de bijbelse begrippen als opstanding, wedergeboorte, verzoening, vernieuwing een politieke, maatschappijcritische vulling krijgen. Terwijl ook het kerkbegrip dien-overeenkomstig werd aangepast: een kritische kerk, die partijganger der armen is, koplopers van de maatschappelijke vernieuwingsbeweging. Het zijn maar enkele aanduidingen, die ik hier geef. Ik moge verder verwijzen naar de vele publicaties over en de vaak uitstekende samenvattingen van de maatschappijkritische theologie. Wat betreft de gedachtengang van de revolutietheologie wil ik vooral noemen het boek van dr. G. de Ru, De verleiding der revolutie, uitgegeven bij Kok in Kampen in de serie Theologie en Gemeente. In het kader van dit artikel zou ik inzake het verband tussen Koninkrijk Gods en maatschappij enkele opmerkingen willen maken.
Geen nieuw geluid
Allereerst moeten we constateren dat de zoeven genoemde geluiden niet nieuw zijn. Ook in vroeger eeuwen werd de verwachting van het Koninkrijk Gods betrokken op de vernieuwing van de maatschappij. In de vorige eeuw waren het de religieussocialen, zoals Kutter en Ragaz die opriepen tot verlossing van de wereld en het egoïsme van christenen die bedacht waren op eigen zaligheid hekelden. Verwant aan hen waren in Noord-Amerika de aanhangers van het zgn. Social-Gospel, die de beginselen van het Koninkrijk zoals gerechtigheid, vrede, broederschap wilden realiseren in de samenleving. Prof. dr. G. J. Heering schrijft in een uitstekend Overzicht over deze stroming: 'Het Evangelie van het Koninkrijk en het sociale evangelie zijn bij hen een’.
De aarde is des Heeren
In de tweede plaats kunnen we zeggen dat deze aandacht voor de maatschappelijke vragen, en de zorg om de leefbaarheid van de wereld dikwijls sympathiek aandoen en verstaanbaar zijn. Ook wie de revolutietheologie afwijst als 'n gevaarlijke verleiding, zal niet blind kunnen zijn voor het onrecht in de wereld, voor verwording en corruptie. Het is dan ook bepaald niet waar, dat verzet tegen de revolutietheologie zou voortkomen uit onverschilligheid voor de nood van de wereld. Een christen staat immers van Godswege in deze wereld. En juist wie belijdt dat de mens tot alle boosheid geneigd is, zal oog moeten hebben voor de diep ingrijpende verwording van het leven op allerlei terrein door de macht van de zonde. En dat temeer, waar Gods Koninkrijk komt in deze wereld. Die wereld is niet van de duivel, maar Van God (Ps. 24 : 1). En hoezeer de boze zich ook opwerpt als vorst van deze wereld, in Christus' komst en werk gaat God het verloren terrein herwinnen. 'Alzo lief heeft God de wereld gehad... 'De akker waarop het zaad van het Evangelie gestrooid wordt is de wereld. En de worsteling van Christus met de satan heeft maar niet slechts de mensenziel tot inzet, maar de koninkrijken der wereld (Matth. 4:8; 28 : 18). Zij, die door Christus vrijgemaakt zijn van de boeien van de zondeslavernij, zijn bevrijd om Hem te dienen en in alle sectoren van het leven Zijn Koningschap te belijden. De gemeente heeft een Heer, die het alleen voor het zeggen heeft (Gollwitzer). Daarom is er opdracht tot levensheiliging op alle terreinen van het leven. En de geschiedenis van de zending b.v. laat ons zien hoe de prediking van Christus heerschappij ook in allerlei maatschappelijke situaties een omwenteling heeft gebracht. De natuur werd ontgoddelijkt en de aarde werd teruggegeven aan de mens om daarin bezig te zijn. De staat werd van zijn goddelijke stralenkrans ontdaan. Het evangelie bracht verandering in sociale verhoudingen, in de werksituatie, in zake vragen van huwelijk-en gezinsleven. De kracht van het Evangelie werkte door als een zuurdeeg en deed menigmaal zijn invloed gelden ook buiten de directe kring van de christelijke gemeente, in culturen en samenlevingen. We mogen die verbanden niet ontkennen. Het Koninkrijk van God gaat over alle dingen. Daarom heeft de kerk ook de taak overheden en volken op te roepen tot de gerechtigheid van het Koninkrijk. Daarom pleiten we niet voor een politieke prediking, maar mogen we wel steeds erop bedacht zijn, waar de politieke consequenties van de bijbelse oproep tot levensheiliging gelegen zijn. Als Christus' gemeente leeft bij het Woord is ze gedurig spelbreker en stoorzender. Maar niet op de vlakke manier van revolutie theologen. Ik bedoel het veeleer in de zin van Handelingen 17, waar van, de christenen gezegd wordt dat het mensen zijn die de wereld in opschudding brengen. Ze beweren immers dat er in plaats van de keizer een andere Koning is: Jezus (Handelingen 17:7). Met dat woord heeft de christelijke gemeente ook in 1975 ernst te maken.
Jezus en de sociale vragen
In de 3e plaats wijzen we erop dat zij die vanuit de heerschappij van Christus oproepen tot revolutie tegen al het bestaande, de Bijbel niet aan hun kant hebben. De Duitse Nieuwtestamenticus, Heinz-Dietrich Wendland heeft erop geattendeerd dat Jezus geen ethisch hervormer of revolutionair is geweest. De prediking van het komende Rijk betekent b.v. niet de ontbinding van het huwelijk of het gezin in deze wereld. Christus verwijst ons met nadruk naar het gebod van God, de Schepper en Heere der wereld. Ten aanzien van de overheid heeft Jezus geen partij gekozen voor de joodse verzetsbeweging. In deze wereld heeft de overheid een taak. 'Geeft dan de keizer wat des keizers is en Gode wat Gods is' (Luc. 20 : 25; zie ook Rom. 13 : 1-7; 1 Petr. 2 : 13-17), Men moet wel een vertekend beeld geven van de Schriftgegevens als men Jezus wil maken tot promotor van een messiaanse revolutie tegen de ordeningen van de samenleving. Met dr. de Ru zouden we willen zeggen: Jezus wijst de wereld als norm voor ons handelen af. Die norm is de wil van God. Jezus aanvaardt de wereld als ruimte van menselijk handelen. De houding van de Heere ten, opzichte van het natuurlijk leven en de aardse structuren is positief, gefundeerd in het geloof in de schepping en onderhouding der wereld door God, de Schepper, die ook de Vader is van hen die het Rijk binnengaan. En we zien bij Paulus in Rom. 13 en 1 Cor. 7 hetzelfde. Dus toch heiligverklaring van het bestaande? Dus toch het pleidooi voor een maatschappelijk conservatisme? Dus toch blinde gehoorzaamheid aan de bestaande structuren? Zeer beslist niet! Structuren en instellingen kunnen worden tot afgoden. Bezitsverhoudingen kunnen onder invloed van de boze komen. De overheid kan demonische trekken aannemen (Openb. 13). Daarom gaat er vanuit het Evangelie altijd weer een kritische toetsing uit: Zijn ze inderdaad dienstbaar aan de bedoelingen van de Heere God? Daarom worden ze in het licht van het Evangelie van het Rijk in hun betrekkelijk karakter gezien. Maar dat is wat anders dan ze te beschouwen als een noodzakelijk kwaad.
Nog niet
Een vierde opmerking: Christus heerst temidden van zijn vijanden. De overwinning op de machten is in principe behaald. Maar de machten maken zich toch nog breed. De duivel gaat rond als een briesende leeuw (vgl. 1 Petr. 5 : 7; Openb. 12 : 10vv; Ef. 6 : 10-20). In die spanning leeft de christelijke gemeente. Wat betekent dat? Het betekent dat we moeten bedenken, dat deze wereld het Koninkrijk niet is. Zeker, de overwinning komt. Maar dan niet door onze inspanning, door wat wij er van waarmaken. Maar door Christus werk. Daar mag de hoop op gericht zijn, Die hoop kan niet betekenen dat we de vrede, de verzoening, de liefde van dit Rijk nu zomaar zonder meer toepassen op de structuren van deze wereld. Tegen een dergelijke doperse visie is terecht steeds weer verzet aangetekend. De structuren en ordeningen zijn niet eigenwettelijk, maar ze zijn wel het kader dat God ons in Zijn goedheid geeft om in deze geschonden wereld dé rechtsorde te handhaven. En wie dus met een beroep op de Bergrede de rechtsorde van staat, politie of gezag, wil omverwerpen, miskent de goedheid Gods, die in het werk der verlossing deze orde bewaart. In een verlengende maatschappij kunnen we dit beschermend schild niet missen. Wie in naam van de toekomst (welke? ) zich verzet tegen het bestaande, vergeet dat Hij Die zijn Rijk doet komen, tevens de Schepper en de Onderhouder is. De Bijbel aanvaardt dan ook instanties als de overheid in zijn voorlopige, door God aangegeven positie. De christelijke gemeente kan niet meegaan met hen die b.v. de overheid verabsoluteren, maar evenmin met hen die uit zucht naar revolutie zich negatief er tegenover opstellen. Christenen zullen de overheid als dienares Gods respecteren, maar haar ook op dit dienares-zijn mogen aanspreken. Ons grote bezwaar tegen veel maatschappijkritische theologie is dat zij in een onbijbels optimisme blind is voor de macht van het kwaad in deze wereld. Datzelfde optimisme leidt hen er dan toe vergaande samenwerking te bepleiten met marxisten, humanisten en atheïsten om het messiaanse rijk te verwezenlijken. Christenen zullen uiteraard het contact met allerlei groepen in de samenleving niet kunnen en mogen ontlopen. Samenwerking kan er zijn waar doel en methode dat mogelijk maken. Maar de samenwerking heeft haar grens. Christenen zullen juist waarlijk dienstbaar zijn, waar ze vanuit het Evangelie een eigen geluid durven laten horen. Men kan niet zeggen: Overal waar verwachting is voor onze wereld, werkt het Woord. Er is een duivelse verwachting van de toekomst, geïnspireerd door hoogmoed en egoïsme. Het gaat om de verwachting die gefundeerd is in Jezus Christus en Zijn werk. En die verwachting staat niet los van het weten dat waarachtige vernieuwing daar begint, waar zondaren tot bekering komen en vernieuwd worden door Jezus Christus, door Zijn offer, door Zijn Geest. Die verwachting doet ons niet werkeloos zijn. Het is onmogelijk dat wie door het geloof een onderdaan is van het Koninkrijk, niet zal voortbrengen de tekenen van het Rijk. Maar het zijn gebroken tekenen! En onze beste werken zijn — ook in het sociale vlak — met zonde bevlekt. Alle roem is ook hier uitgesloten. Daarom staat ons leven in deze gebrokenheid in de spanning van de verwachting en zien wij uit naar de komst van Hem, Die de Heere, onze gerechtigheid is. Juist deze wetenschap zal ons er voor moeten behoeden onze ethisch-politieke beslissingen, onze daden op het maatschappelijke vlak, te verabsoluteren.
Utrecht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's