De kerk en het werk
De Hervormde Synode heeft zich twee weken geleden bezig gehouden met vragen rond het bedrijfsleven en bepaalde ontwikkelingen daarin, die de kerk ter harte moeten gaan. Het rapport stelt, dat het klimaat in de industrie bepaald wordt door b.v. planning en efficiency en dat andere groepen in de samenleving de industriële methoden zijn gaan overnemen (bijvoorbeeld de ombouw van boerenbedrijven tot 'bio-industrie' met massale fokkerij van braadkuikens en varkens). Mensen worden bij dit alles gewaardeerd naar wat zij presteren. Het moderne industriële leven heeft intussen grote invloed in de samenleving door het telkens weer introduceren van nieuwe artikelen met als gevolg daarvan consumptiedrang. Bezitsdrang en hebzucht worden gestimuleerd door de moderne vormen van reclame. Grote eisen stelt intussen de moderne samenleving, wat het bedrijfsleven betreft, aan het gezinsleven, door b.v. ploegendienst en onregelmatige werktijden. 'Medici en psychologen wijzen op de sterk nadelige gevolgen voor het gezinsleven door deze vorm van arbeid.' Het rapport vraagt zich af welke mensbeschouwing aan deze geïndustrialiseerde samenleving nog ten grondslag ligt en stelt daarbij de vraag of alles wat gemaakt moet worden en of alle technischindustriële produktiemethoden menselijk verantwoord zijn. Men wijst op de schaduwzijde van de groei-economie. Er zijn wel industriepredikanten, die vanuit de kerken op directe wijze bezig zijn met de vragen, die hier liggen, en met pastoraat in het bedrijfsleven onder diegenen die door het moderne industriële leven vervreemden van hun bestemming en ontworteld raken (soms ook heel concreet door verhuizing van een agrarisch naar een industrieel gebied). Maar het rapport wijst er op dat ook de kerkeraden aandacht moeten geven aan de mens in zijn werksituatie. 'Begonnen kan worden met aandacht geven aan arbeidsvraagstukken in het huisbezoek en binnen het overige pastoraat.'
Afhankelijkheid
In het rapport staat te lezen, dat in een agrarische maatschappij de mens grotendeels afhankelijk is van de natuur maar in een geïndustrialiseerde samenleving speelt de natuur geen ingrijpende rol meer. 'Dit laatste — aldus het rapport — heeft een ander gevoel van afhankelijkheid doen ontstaan, die met name gevolgen heeft voor de inhoud van de verkondiging van het evangelie.' Terecht heeft ds. J. Vroegindeweij (Emmeloord) er op de synode op gewezen, dat we zowel in de agrarische sector als in de industrie onze afhankelijkheid van God hebben te beleven. Daarom moeten de biddag en de dankdag juist, ook wat betreft alle arbeid, er zijn en positief gewaardeerd worden. Dat heeft niets te maken met natuurlijke theologie (het rapport gebruikte die uitdrukking namelijk). Ook maakte ds. Vroegindeweij bezwaar tegen het pleidooi, dat in het rapport gevoerd werd voor gespreks-en actiegroepen rondom het huidige industriepastoraat, groepen die daarin gemeentevormend zouden zijn. Het rapport spreekt van een nieuwe vorm van kerk-zijn, die zo ontstaat in de industriële samenleving. Ds. Vroegindeweij wees erop, dat met dergelijke groepen — waarvan overigens ook niet kerkelijke mensen zouden deelnemen — het gevaar groot is, dat ze een eigen leven gaan leiden. We moeten de industrieproblemen — hoe die ook van een eigen aard kunnen zijn — niet los zien van andere pastorale vragen.
Ter doordenking
Zo legde dit rapport vragen bloot terwijl het ook zelf vragen opriep. Maar het was een goede zaak, dat de synode zich met de vragen rondom de arbeid en van de mens in het arbeidsproces bezig hield. Ik wil de vinger nog eens leggen bij de noodzaak om ook bij het huisbezoek de vragen van de arbeid aan de orde te stellen. Al te gemakkelijk blijven deze vragen soms liggen omdat het gesprek over de geestelijke dingen moet gaan. Welnu het geestelijke is primair maar dat staat niet los van het leven van elke dag, ook niet van de arbeid. En juist in het arbeidsproces hebben de mensen vaak hun problemen, soms ook hun geestelijke problemen. Voeg daarbij de toenemende werkloosheid en arbeidstijdverkorting. Welke spanningen kunnen daardoor niet ontstaan bij de werknemers en in hun gezinnen. Daar ligt een pastorale verantwoordelijkheid, op het huisbezoek en zelfs daarbuiten. Een tweede zaak die de aandacht vraagt is wel de continuarbeid met daardoor de zondagsarbeid. Deze problematiek is complex. Ik dacht, dat het gevaar aanwezig is, dat we hier de problematiek uitsluitend zien in de bedrijven, de fabrieken, terwijl deze problematiek er evenzeer gekomen is op de moderne boeren-en tuindersbedrijven met apparatuur, die continu werkt en ook 's zondags bediend wordt. Dreigt hier niet het gevaar, dat het in de agrarische sector als natuurlijk wordt aanvaard omdat het met de natuur (producten) te maken heeft? Dat is dan toch een drogredenering, omdat hier niet het welzijn van het dier centraal staat maar evenzeer de consumptie(drang) en de economie van het bedrijf als dat ook in de fabrieken het geval is. Ik stip de dingen hier maar aan maar ik geloof dat het goed is ons op deze dingen te bezinnen omdat aan de ene kant de dingen vanzelfsprekend worden afgewezen en aan de andere kant vanzelfsprekend aanvaard. Maar het Woord van God gaat over het hele (bedrijfs) leven en niet over een deel ervan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's