De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een offerande van lof

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een offerande van lof

8 minuten leestijd

Laat ons door Hem altijd Gode opofferen een offerande des lofs, dat is, de vrucht der lippen, die Zijn Naam belijden. Hebreeën 13 : 15.

In vele gemeenten leggen dezer dagen jongeren of ouderen belijdenis van het geloof af. Soms na veel aarzelingen, soms ook welbewust en met grote warmte. Belijdenis doen is belijdenis doen van God. Niet dat Hij er is of bestaat maar dat Hij mijn God is. Van Hem is mijn heil, mijn hulp, Hij is mijn toevlucht!

De Hebreeënbrief is geschreven aan een gemeente, die haar belijdenis heeft waargemaakt door bloed en tranen heen. Ze heeft middenin verdrukking en vervolging stand gehouden. Maar nu dreigen er intern gevaren, de weerstand verslapt, de moed zinkt in. Een brief aan een moedeloze, twijfelende gemeente dus. Waar is de uitweg in deze situatie? Is er wel een ontsnapping mogelijk? Wat dacht u? Christus is de overste Leidsman en Voleinder des geloofs! Nee, Hij is geen soort inspirator, die het moreel van Zijn gemeente een beetje opvijzelt. Hij is de Priester en het offer tegelijk. Zijn bloed is de kracht van Zijn Gemeente. En daar worden de Hebreeën naar verwezen en daar zijn zij op aangewezen! Het offer van Christus heeft kracht en doet kracht, ook in de moeiten, die ondervonden worden. En ... van Christus zijn. Hem toebehoren, betekent ook: 'zo laat ons dan tot Hem uitgaan buiten de legerplaats. Zijn smaadheid dragende'. Wie van Christus is, woont niet in luilekkerland, maar loopt in 't strijdperk van dit leven! Daar moet het gebeuren, daar kan het gebeuren: een offerande van lof aan God opofferen. Het leven, hoe benard en bevochten ook, is alleen leefbaar in de lof des Heeren. Dat is namelijk het echte leven, paradijs-leven. Het lofoffer is een instelling van het Oude Verbond. De brief aan de Hebreeën draagt de geur van het Oude Testament aan zich. Eén ding vooral is van dit oude lofoffer vermeldenswaard: het was een onbloedig offer. Bij alle andere vloeide bloed. Tot het bloed van hét Lam vloeide! Totdat over Golgotha de grote stem klonk: 'Het is volbracht. Sindsdien hebben de offers afgedaan. Behalve dan dit offer. Het blijft zelfs eeuwig. Het blijft dan ook in het Nieuwe Verbond bestaan. Ook nu hét Lam geslacht is. Juist omdat het Lam geslacht is! Een offerande des lofs, omdat Jezus, opdat Hij door Zijn eigen bloed het volk zou heiligen, buiten de poort geleden heeft. In Zijn eigen bloed is de offerande des lofs gefundeerd. Wie van dat bloed belijdenis doet, als voor hem of haar gevloeid, staat daarmee in het hart van de Schrift. Buiten dat volmaakte offer om is er geen lofoffer mogelijk. Buiten het leven uit Christus, resteren er alleen maar treurliederen en klaagzangen. Met de belijdenis dat u het van Christus alleen verwacht, wordt u trouwens een buitenstaander. Komt u in het nauw. De wereld verdraagt het ten diepste niet dat u dit lofoffer tot God door Christus opzendt. Zoals Jezus buiten de poort werd geworpen, zo overkomt het u ook. Door dat u zich verliest aan Christus wordt u een vreemdeling(e) op de aarde, ondervindt u het dat u door veel verdrukkingen heen in gaat in het Koninkrijk. U wordt een pelgrim en gaat een andere taal spreken en een ander lied zingen. De lof van God gaat u vervullen. Dat merkt de buitenwacht. De offerdienst van het Oude Verbond heeft dus zijn tijd gehad. Misschien waren er onder de Hebreeën wel, die nog aan de schaduwendienst vast hielden. Daartegen gaat de schrijver van deze brief in. Alleen het offer van Christus. Daarop moet de gemeente zich concentreren. Dat heeft allen kracht en geldigheid. Laat daarop ook onze belijdenis zich richten! Niet het offer, dat ik breng, niet de tranen, die ik pleng. Gij, Heere Jezus alleen kunt mij redden! Dan gaat er een streep door uw eigen ik, dan wordt uw vlees gekruisigd. Daar ontvalt u alle hoop op eigen werken en verdiensten. Daar en dan wordt Hij de enige, de volkomene. Dan wordt u op de genade van Christus alléén geworpen. En dat maakt nu juist de weg vrij voor een hartelijke en, vrijmoedige belijdenis, voor een oprecht lofoffer aan God.

Verenigt de Heilige Geest u door het geloof zo met Christus, dan komt dat ook uit naar buiten toe. Het is te zien, het is ook te horen. Christus blijft in de Zijnen niet werkeloos. En de Heilige Geest verheerlijkt Hem, ook in het getuigenis dat Hij u laat afleggen van Zijn bloed en genade. Laat ons dan door Hem altijd Gode opofferen een offerande des lofs, dat is de vrucht der lippen, die Zijn Naam belijden. God heeft ons een andere manier van offeren nagelaten: zo zullen wij betalen de varren onzer lippen (Calvijn). U wordt daartoe geroepen. Daar staat u dan, wellicht zit u ermee? Lippen, die Zijn Naam belijden? Het is u haast teveel. Kan ik dat, mag ik dat? Hoe moet dat? Allerlei vragen en bezwaren rijzen als bergen op. Heere, wat kan ik geven voor mijn woorden? Ze klinken me zo hol. En mijn lippen? Ze zijn besmet door de zonde. Ze hebben het al lang verleerd om Uw lof te zingen en Uw Naam te belijden. Sla ik Uw Woord op dan vliegt het mij in mijn gezicht, hun keel is een geopend graf, met hun tongen plegen zij bedrog, slangenvenijn is onder hun lippen, welker mond vol is van vervloeking. Wie dat van zichzelf kent en ontdekt, zou de belijdenis van de Naam van God op de lippen besterven.

Maar... er staat: 'door Hem!'. Door Christus. Wij kunnen God niet aanroepen en Zijn Naam groot maken dan door de Middelaar (Calvijn). De vrijmoedigheid om Gods Naam te belijden ligt in Christus. Hij heiligt uw lippen. Hij, in Wiens mond geen bedrog geweest is. Hij, Die sprak als Hij spreken moest en zweeg wanneer Hij moest zwijgen. Hij is een verzoening voor al onze zonden. Niettemin: het hoge woord moet eruit. Heere, ik ben een man van onreine lippen. Ook dat moet u belijden. Maar Jesaja's lippen werden aangeraakt met een kool van het altaar der verzoening. Laat U mijn tong en mond en 's harten diepste grond toch welbehaaglijk wezen! Is dat uw gebed? Zie op Christus. Hij wil uw lippen aanraken met Zijn verzoenende bloed. Dan komt de lof over uw lippen. Dan is uw tong als de pen van een vaardige schrijver. Dierbare Christus, genade is op Uw lippen uitgestort. Spreek mij Uw genade toe. Doe mij Uw genadewoord horen. Dan zal ik Uw Naam loven, eeuwig en altoos. Op Hem blijft u aangewezen. Zonder Hem kunt u het rechte woord tot God niet spreken. Hij geeft nu uw gebeden en dankzeggingen een ingang in het Vaderhart. Zo bedient Hij Zijn Priesterambt en vertoont Hij Zich voor Gods Aangezicht in uw naam. Van harte een steeds diepere inleiding toegewenst in de kracht en de vrucht van Zijn offer. Blijft in Hem als een rank in de wijnstok. Dan blijven de vruchten niet uit. Ook niet de vrucht der lippen. Laat uw hart vol zijn van Hem, gegarandeerd, uw mond loopt er van over! Zijn Naam belijden. In de tijd van de Hebreeën kon je dat je leven kosten. Hebt u dat erbij in berekend? Getuigen en martelaar zijn, zijn verwante woorden en zaken. Een discipel is niet méér dan zijn Heer. Verdrukkingen blijven niet uit, hetzij uitwendig of inwendig. Maar volhardt bij de goede belijdenis, zoals uw Heere de goede belijdenis beleden heeft voor vele getuigen! Belijden betekent naar de grondtekst eigenlijk: hetzelfde zeggen. Belijden is hetzelfde zeggen als wat God zegt. Nazeggen wat Hij voorzegt. Heere, ik spreek u na, omdat ik er diep van overtuigd ben dat Uw Woord de waarheid is. Bovenal: God heeft u Zijn Naam voorgezegd. Hij brengt u door uw belijdenis bij uw doop terug. Heere, hoe was Uw Naam ook al weer? Ik zal zijn, Die Ik zijn zal! Ik ben de Getrouwe. Wat Ik begin, laat Ik nooit meer varen. Dat is hét fundament onder onze belijdenis. En wanneer u bidt: 'verlaat niet wat Uw Hand begon, o. Levensbron, wil bijstand zenden', weet dan dat dit gebed God als een lofoffer in de oren klinkt. Dan maakt Hij uw jawoord vast. Vast in Zijn trouwe liefde in Christus.

Altijd. Ja, dat staat er ook. Laat ons altijd... Wat zitten we soms verstrikt en muurvast, wat laten we menigmaal het hoofd hangen. Hoe vaak zinkt ons de moed in de schoenen. En dan... altijd? Hoe kan dat? Wel, door Hem! Ook als de golven van nood en verdriet over ons heen gaan, ook als er geen weg meer schijnt te zijn. Want: ... als Hij de lofzang gezongen had, ging Hij uit naar de olijfberg, de donkerte van lijden en dood tegemoet! Dan is er een volk dat Zijn Naam belijdt en zingt, zelfs door de tranen heen, als ziende de Onzienlijke:

’k Zal Zijn lof, zelfs in de nacht, zingen, daar ik Hem verwacht!

Wekerom

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een offerande van lof

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's