De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Belijdt gij te geloven...?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Belijdt gij te geloven...?

11 minuten leestijd

Inleiding

Het is de laatste jaren een goed gebruik geworden om in de week voorafgaande aan de Palmzondag in ons orgaan aandacht te schenken aan de openbare belijdenis des geloofs. Het is immers in het leven van veel jongeren en ouderen een ingrijpende zaak om in het midden van de gemeente door hun ja-woord te worden opgenomen in de kring van hen die Christus belijden mogen als hun Zaligmaker. Alleen, wie zich er toe zet zo'n artikel te schrijven, vraagt zich wel in gemoede af: wat voor nieuwe gezichtspunten kan ik nog naar voren brengen? Er is onder ons al zoveel waardevols over geschreven. Ik denk aan het boekje 'Licht over uw pad' van wijlen ds. J. van Sliedregt en aan het meer recentere boek van ds. C. van der Wal 'Amen en beamen'. Beide scribenten schrijven daarin zeer verhelderend en pastoraal over de openbare belijdenis des geloof s. En u mag van mij niet verwachten aan dit geschrevene nog veel nieuwe gezichtspunten toe te voegen. Veel van wat hieronder staat, zal een herhalen zijn van wat reeds werd geschreven. We doen het in de geest van Paulus: 'Dezelfde dingen aan u te schrijven, is mij niet verdrietig en het is u zeker'. Werd er vorig jaar geschreven naar aanleiding van de tweede belijdenisvraag, we zullen nu een toelichting pogen te ge­ ven bij de eerste vraag. Deze luidt: 'Belijdt gij te geloven in God de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde en in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere en in de Heilige Geest? '

Belijden

Belijdt gij...? Wat is dat: belijden? We varen het veiligst als we de koers aanhouden die het bijbelse woord wil aangeven. Belijden wil in de Schrift allereerst zeggen: toezeggen, beloven. Het wordt gebruikt in de gruwelijke geschiedenis van Herodus en Johannes de Doper. Op Herodes' verjaardag danst Herodias temidden van de gasten. Dat behaagt Herodes zozeer dat hij haar onder ede belooft te geven wat ze ook zou eisen. Ze vraagt dan om het hoofd van Johannes de Doper. En omdat Herodus dat heeft beloofd, kan hij er niet meer onder uit, al zou hij het willen. Hij zit aan zijn gegeven belofte vast. In deze zelfde geest komt het woord ook voor in de rede van Stefanus, als hij zegt: Als nu de tijd der belofte, die God aan Abraham gezworen had, genaakte, wies het volk...'. God vervult Zijn belofte, komt Zijn Woord aan Abraham na, omdat Hij er aan vast zit door Zijn gegeven Woord. Vervolgens betekent het oorspronkelijk woord voor 'belijden': toegeven, instemmen. Het wordt gezegd van de aartsvaders: ze hebben beleden dat ze gasten en vreemdelingen op de aarde waren', Hebr. 11 : 13. Wie aan hen vroeg: wie bent u eigenlijk. Wat doet u hier in Kanaan? Die kreeg ten antwoord: we zijn hier slechts gasten. Dus, belijden wil hier zeggen: openlijk voor je mening uitkomen en dat ook in de daad van het leven laten zien zodat anderen er op attent worden gemaakt en er naar gaan vragen.

In de derde plaats wil het woord 'belijden' zeggen: bekennen, ergens staan en dat ook uitspreken. Ik denk aan Johannes de Doper aan wie men vroeg: Wie zijt gij? Waarop hij zegt en belijdt: Ik ben de Christus niet. Het is hier dus: vrijuit zeggen, verklaren, zich openlijk ergens voor of voor iemand uitspreken.

Tenslotte kan het ook betekenen: prijzen. Het wijst op de offerande des lofs en dat is de vrucht van de lippen die Gods Naam belijden. Belijden is lof zeggen, eer geven aan God. Al deze betekenissen van het bijbelse woord 'belijden' zitten verweven in het belijdenis-doen van de lidmaten der gemeente.

Om te beginnen is het een toezeggen, een beloven, je onder ede verbinden. Maar laten we dat wel verstaan. Dat toezeggen, dat beloven van ons komt niet zomaar uit de lucht vallen. Is geen opwelling van ons gemoed. Daar is wat aan vooraf gegaan in ons leven. De belofte van God, de toezegging van de Heere was er eerst. In Zijn heilig Evangelie. Die belofte werd betekend en verzegeld aan ons voorhoofd in de Heilige Doop. Die belofte werd ons verklaard en nader uitgelegd in de prediking, in de catechese, in de opvoeding op de zondagschool en de christelijke school enz. Ze werd ons na aan het hart gelegd. En God betuigde het telkens opnieuw geen lust te hebben in onze dood, maar in onze bekering en in ons leven. Daartoe werd ons Christus, Gods eniggeboren Zoon verkondigd als de enige en volkomen Zaligmaker. En God beloofde ons in Christus afwassing en vergeving der zonden. Hij beloofde ons door de Heilige Geest de toeeigening van al de heilsweldaden in Christus. Belijden is nu: deze God erkennen als een Waarmaker van Zijn Woord. Hem betrouwbaar achten. Je aan Hem en Zijn dienst verbinden omdat Hij Zich eerst aan ons verbond. Ons ja-woord is een antwoord op Zijn Woord. Dat antwoord geven we onder ede. Daar verbinden we ons toe voor het hele leven. Met het besef in het hart: wij kunnen die toezegging niet waarmaken. Maar zo wij ontrouw zijn. Hij blijft getrouw.

Belijden is verder ook: openlijk voor je mening uitkomen. Het is openbaar je geloof belijden. Ieder kan het horen. Ieder mag het ook horen. Wat? Wel, dat de God van onze Doop, de God van het Woord onze God is. Maar dan blijft het niet bij die ene keer dat we vooraan in de kerk staan. Maar dan volgt daar een belijdend leven op. Zoals vroeger weleens werd gezegd: we versieren onze belijdenis met een godvruchtige levenswandel. Het zal aan ons te zien moeten zijn, aan ons te horen moeten zijn. Wiens ik ben. Wie ik ook dien. Dat belijdende leven is een getuigend leven. Het zal anderen jaloers maken. Belijden gaat dus steeds door. Op de belijdeniszondag wordt dan ook terecht weleens gezegd: welkom in de strijd. Strijd, ja, want tegen dat belijden komt alles op. Ons eigen verdorven hart. De wereld die in het boze ligt. De listige verleidingen van de duivel. Ze pogen allen ons ons ja-woord te doen vergeten. En te komen tot het tegenovergestelde van belijden: verloochenen.

vervolg op pag. 141

Belijden is ook: openlijk uitspreken waar je staat. Openlijk kiezen voor iets of voor iemand. We spreken openlijk uit dat de Heere God is. De God van onze vaderen is ook onze God. We doen openlijk de keuze voor God en Zijn dienst. Dat mag iedereen weten en iedereen horen. Ze mogen ons daar later ook aan houden. Maar wie recht kiest voor de Heere, die zegt de zonde en de wereld: vaarwel. Ruth liet Moab achter zich en kreeg Bethlehem vóór zich.

Tenslotte is belijden ook: prijzen. God prijzen. Van Ruler heeft eens gezegd: de kerk zingt Gods lof op de aarde. In dat koor scharen we ons. We kunnen misschien nog niet zo meekomen met dat lied. We gaan een beetje achter aan staan. Maar we houden de dirigent goed in het oog. En lettend op hem, luisterend naar zijn adviezen gaan we het leren: God prijzen.

Belijdt gij te geloven....? Welk geloof wordt bedoeld? Het geloof dat de Schrift bedoelt. En dat is het ware geloof, het levend geloof. Het geloof dat ontspringt aan het Woord en de vrucht is van de Heilige Geest. Is dat niet te hoog gegrepen? Mag je dat van de catechisanten eisen? We hebben te bedenken dat de Heere dat van ons eist. En de troost is: wat Hij eist, wil Hij ook schenken door Zijn Woord en Geest. Ik sta daar niet hoog op te geven van mezelf of van mijn ervaringen of van mijn inzichten. Maar ik geef hoog op van de Koning der Kerk. Ik belijd Zijn genade. Voor zondaren. Van hen ben ik de voornaamste. Ik heb niets. Maar Hij heeft alles. En Hij wil dat ook schenken. Niet alleen aan anderen. Maar ook mij. Dat geloof belijd ik. Ik sta wel. Maar met mijn hart val ik aan Zijn voeten. Ik geloof, maar kom mijn ongelovigheid te hulp. Ik ben een en al verwondering over zoveel schenkende liefde in Christus. En dat voor mij die van kindsaf God niet heeft gezocht en niet heeft gediend. Maar, o wonder. Hij zocht mij. Hij kwam om mij te dienen en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen.

Belijdt gij te geloven in...? Let wel, dat er niet staat: geloven aan, maar geloven in. Dat veronderstelt een relatie. Geloven aan is vaag, onpersoonlijk. Maar geloven in is levend en warm. Dat doet me roemen in God. God, ook mij? Hoe kan het? Hoe kan het? Hoe is het mogelijk? En toch is het waar. Eeuwig waar.

Belijdt gij te geloven in God, de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde? Dat wil zeggen: ik geloof niet maar dat er een God bestaat. Maar die God is de Oorsprong van mijn leven. Dat leven is door mij verzondigd vanaf mijn geboorte. Maar door Gods genade, door middel van Zijn Woord en Geest heb ik dat leren zien. God mijn Schepper heb ik verlaten en de rug toegekeerd. Maar die God is in Christus tot mij gekomen. Die God belijd ik. Omdat ik Hem heb Ieren kennen in Zijn Woord. En door Hem te belijden, zweer ik al mijn afgoden af. Dat zijn geen goden. Alleen de God van het Woord is God. En deze God wil nu om Christus wil mijn God en mijn Vader zijn. Dat wonder van genade wil Hij mij schenken in de weg van wedergeboorte en geloof. Tot Hem ga ik uit met mijn verzondigde bestaan. Hij zal mij niet verstoten, hoe rechtvaardig dat overigens ook zou zijn. En van die God verwacht ik het ook mijn hele verdere leven. Hij is de Almachtige God. Aan Hem onderwierp ik mij met lichaam en ziel, voor tijd en eeuwigheid.

En belijdt gij te geloven in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere? Ook daar mag ik 'ja' op zeggen. Maar niet omdat ik dat mezelf heb aangepraat of heb laten aanpraten. Alleen omdat God in Christus tot me is gekomen. Ik sta voor Gods aangezicht als een doodschuldige zondaar die geen leven in zichzelf heeft. Maar die het leven zoekt buiten zichzelf in de Heere Jezus Christus. God heeft de hemel, die gesloten was om mijn zonden, geopend. Hij heeft alles gegeven. Zijn eniggeboren Zoon. Deze Christus kwam tot me in de Doop, in het heilig Evangelie. Door de Heilige Geest in mijn hart. Hij heeft mijn hart veroverd. En doet mijn tong nu belijden dat Jezus is de Heere. Hij heeft het voor het zeggen gekregen, in mijn leven. Daarom heet Hij: Heere. Ja zelfs: mijn Heere! Ik heb mijn belijdenis aan Hem te danken. Hij heeft de goede belijdenis beleden voor Pontius Pilatus. Daarom mag ik, als vrucht van Zijn genade, mijn geloof in Hem belijden. Die Heiland wil ik volgen in leven en in sterven. Hem wil ik toebehoren. Hem wil ik mijn leven wijden. En om Zijnentwil ook tegen de zonde en de duivel strijden.

En belijdt gij te geloven in de Heilige Geest? Ook dat. Want zonder Hem stond ik hier niet. Had ik nooit van God gehoord. Was Christus mij onbekend gebleven. Stond ik niet in een kerk. Was er geen gemeente om me heen. Alles komt van Hem die Heere is en levend maakt. Belijden is een vrucht van de Heilige Geest. En zo word ik in mijn belijden niet op mezelf teruggeworpen maar op die God die mijn voorgeslacht droeg. En die op de golven van dat voorgeslacht Zijn Naam ook mij bekend maakte. Die ervoor zorgde dat Zijn Woord mij werd verkondigd. Dat mijn hart voor de dienst van God werd ingewonnen. En dat ik hier sta, met knikkende knieën, maar nochtans met een volvaardig gemoed. Hier sta ik, ik kan niet anders.

U wil ik belijden: God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest! Maak mij getrouw. Bewaar me voor verloochening van Uw Naam. Houdt Gij mijn beide handen met kracht omvat. In mij is geen kracht. Ik ben tot hinken en tot zinken elk ogenblik geneigd. Maar Gij zijt de getrouwe. Dat betuig ik. Daar kom in voor uit. Voor Uw aangezicht sta ik. U prijs ik. En ik wil samenstemmen met uw ganse kerk.

Door heel Uw Kerk wordt steeds, daar boven, hier beneden in strijd en zegepraal uw grote Naam beleden. Ook door mij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Belijdt gij te geloven...?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's