Onze plaats in de oecumene
In de nota Positie en Beleid, die vorig jaar door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond is uitgegeven, komt ook een paragraaf voor over de oecumene. Gezegd wordt: 'We voelen ons oecumenisch verbonden met allen, in eigen kerk en daarbuiten, die uit dezelfde belijdenis der Reformatie leven, ook al zijn er verschillen van secundaire aard'. In de nadere uitwerking wordt dan gezegd, dat we op plaatselijk en landelijk vlak graag de contacten bevorderen tussen de gereformeerde denominaties, zowel uit de kerken van de Afscheiding als van de Doleantie, als uit onze eigen kerk. 'We menen zelfs als Hervormden naar de kant van de broeders uit Afscheiding en Doleantie een ereschuld te hebben, waarom wij vanuit onze kerk de oecumene naar rechts krachtig moeten bevorderen'.
De redacteur van het blad Wapenveld, de heer H. A. Abma, voorzag dezer dagen, in een commentaar op deze paragraaf van de beleidsnota, de passage over het krachtig bevorderen van de oecumene 'naar rechts' van een bepaalde exegese. Gezegd wordt: 'Uit de omgeving van het citaat valt op te maken dat de rechterflank van de Gereformeerde Gezindte bedoeld is. Dan komt het COGG niet in aanmerking, want daar schittert het merendeel van de bedoelde kerken door afwezigheid'.
De Wapenveld-redacteur geeft dan een nadere toespitsing door te wijzen op verbanden als de Vereniging ter bevordering van de zondagsrust en de zondagsheiliging en de Gereformeerde Bijbel Stichting waar de leidslieden uit die rechterflank elkaar zouden vinden en die daar dan intussen blijk geven van een onwelwillende houding ten opzichte van de Hervormd Gereformeerden.
Is deze exegese juist? Graag wil ik daarop ingaan, terwijl het commentaar van de redacteur van Wapenveld ook aanleiding geeft de passage uit de beleidsnota nader toe te lichten.
Rechts en links
De omgeving van de passage in de beleidsnota geeft géén aanleiding tot de exegese van de redacteur van Wapenveld. Concreet wordt in de beleidsnota namelijk omschreven tegen welke oecumene we bezwaar maken, namelijk tegen de oecumene zoals die in ons land gestalte krijgt binnen de Raad van Kerken, en internationaal binnen de Wereldraad, een oecumene waarin vaak een theologie overheerst. die zich zó op de wereld geworpen heeft, dat van een geseculariseerde theologie gesproken moet worden, waarin geloven per consequentie synoniem is met bevrijdend handelen. En heel concreet wordt gezegd, dat we niets liever zouden zien dan dat de Hervormde Kerk de band met de Wereldraad van Kerken verbrak.
Gezien het feit dat onze kerk in haar oecumenische verbanden meer links dan rechts is georiënteerd — om deze belaste woorden maar te gebruiken — is in de nota van 't hoofdbestuur gepleit voor oecumene 'naar rechts', bedoeld naar allen die zich gebonden weten aan en leven uit de belijdenis der Reformatie. Dan kan men moeilijk aan het concretiseren gaan en precies aangeven welke kerken en groepen daar nu wel precies onder vallen. Dwars door de verschillende kerken heen lopen immers soms al de scheidslijnen. Het gaat om het Woord en de belijdenis van de kerk als herkenningspunten en dan zal de praktijk wel uitwijzen waar de ontmoetingen in de eenheid van geloof en belijden plaats (kunnen) vinden.
Wanneer de redacteur van Wapenveld dan wel gaat concretiseren en zegt dat het COGG kennelijk niet in aanmerking komt en kerken of groepen, die de schrijver uitsluitend gegroepeerd ziet rondom bepaalde organisaties wèl, dan is dat een karikatuur van wat de beleidsnota realiter stelde en geeft hij dunkt me van alle gereformeerde denominaties buiten de Hervormde Kerk ook een karikatuur.
Ik ga in dit verband geen oratio pro domo (pleidooi voor eigen huis) houden maar wil (in antwoord op de vraag waar die oecumene naar rechts dan wél gestalte krijgt) wijzen op het feit dat èn het voluit participeren van de Gereformeerde Bond in het COGG, èn het voluit betrokken geweest zijn in de zaak van het Getuigenis, èn de opzet van de Gereformeerde Sociale Akademie (het initiatief lag bij de GB) èn de organisatie van bepaalde conferenties de laatste jaren de exegese logenstraft, die Wapenveld nu geeft en waaruit de suggestie naar voren springt als zouden we een soort gereformeerde blikvernauwing voorstaan.
Bovendien had de Wapenveld-redacteur ook heel andere samenwerkingsverbanden kunnen noemen, waar die oecumene naar rechts op een goede wijze gestalte krijgt. Hij had positief kunnen wijzen op de Scholengemeenschap Guido de Bres in Rotterdam, op de pedagogische academie de Driestar, op de V.G.S.O., op het orgaan Onderling Kontakt (waar de heer Abma zelf ook bij betrokken is), op Koers, op Theologia Reformata.
Voorbeelden van loyale en goede samenwerking. Ik doe hier uiteraard óók een greep maar stel deze greep dan toch graag even naast de selectie die de heer Abma geeft en waaruit hij dan nogal vergaande conclusies trekt en redeneert in de trant van: zo zijn ze (allemaal) wat betreft de visie op de Hervormd Gereformeerden.
De woorden rechts en links zijn niet geschikt om aan te duiden in welke kaders men de samenwerking zoekt omdat ieder bij die woorden eigen positie als uitgangspunt neemt en van daaruit beoordeelt wat rechts en links is en dan links altijd afwijst. Gebruiken we toch de uitdrukking 'oecumene naar rechts' dan willen we dat minder zien vanuit eigen positie dan vanuit de oecumenische positie van de Hervormde Kerk, waarin het zoeken naar samenwerking met wat gereformeerd is in de zin van de confessie nagenoeg ontbreekt, en de samenwerking hoofdzakelijk plaats vindt met Lutheranen, Remonstranten e.d.
De koninklijke weg
In de vorige eeuw verscheen een brochure met de titel 'Noch rechts, noch links maar de koninklijke weg'. Me dunkt dat we deze titel ook maar in gedachten moeten houden als het gaat om samenwerking van kerken en groeperingen. De koninklijke weg, dat is de weg van de Koning, de weg van het Woord, de weg van het belijden in de zin van het Woord. Op die weg is er verscheidenheid, ook tussen de kerken. Maar op die weg vinden allen elkaar als het goed is die de verschijning van de Heere Jezus Christus hebben lief gekregen. Waar de Schrift onvoorwaardelijk als norm voor het ganse leven van mens en samenleving wordt aanvaard, daar ligt de roeping tot het beoefenen van gemeenschap en het gezamenlijk op|; rekken in de tijd waarin we staan. In een tijd waarin het kraakt aan alle kanten en de onttakeling, de verwording, de ontkerstening allerwege om zich heen grijpen ligt er de roeping om samen de weg van het Woord te gaan. Dan past geen kerkelijk enghartigheid, hoezeer men ook bewust een eigen kerkelijke koers wil gaan. Maar dan mag en moet er iets zijn van de blijdschap in het herkennen van hetzelfde geloof en belijden wanneer er het contact is met broeders uit andere kerken. Wanneer hier het samen-kerkzijn, het samen deel hebben aan het lichaam van Christus, ondanks de kerkelijke gebrokenheid, niet enige gestalte kan krijgen, dan wordt het uitzicht op de triumferende kerk waar dit wèl het geval zal zijn wel zeer bepaald verduisterd. Eenmaal vindt toch de vereniging plaats van allen, die waarachtig tot het Lichaam van Christus behoren. Zouden we ons dan hier al niet oefenen in die gemeenschap?
We weten daarbij intussen ook wel dat het niet aangaat om zo maar fusies tussen kerken tot stand te brengen. Maar samenwerking is het minste dat gebeuren kan. Om elkanders lasten te dragen, een goed getuigenis te geven naar buiten, naar de wereld, maar bovenal om samen te dienen in de strijd der geesten die gaande is. En daarin heeft al wat gereformeerd is schouder aan schouder te staan.
Er zijn gelukkig de laatste jaren samenwerkingsverbanden gekomen, waarin mensen uit verschillende kerken elkaar vonden en herkenden in de eenheid van belijden, met het aanvaarden van elkaars eigenheden, eigenaardigheden, hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Zo'n samenwerking zal alleen verantwoord zijn wanneer er een gemeenschappelijk akkoord van belijden is en alleen vruchtbaar wanneer niemand heersen wil maar wanneer samen dienen het grondmotief is.
Wat ons betreft: de kolommen van ons blad staan ook open voor anderen, die in een tijdsgewricht als het onze dingen te zeggen hebben die van belang zijn en die opkomen uit het Woord en de belijdenis van de kerk. Zo mag die oecumene 'naar rechts' ook nog een keer geoefend worden. Om terug te komen op het stuk in Wapenveld, dan wil ik herinneren aan bijdragen van de hoogleraren Velema en Veenhof in ons blad, om maar twee namen te noemen, en aan de bijdragen rondom 'Tien keer gereformeerd'.
Zouden we in de oecumenische samenwerking niet een geweldige vooruitgang boeken als we de onbevangenheid hebben om in de bijdragen in de kerkelijke bladen zo af en toe eens de eigen kerkelijke grens te doorbreken en daardoor ook uiting te geven aan ons oprechte verlangen om samen als gereformeerde belijders in deze tijd te staan? Of, zouden we niet veel meer bijeen moeten komen op de wijze als predikanten bijeenkomen op de Leicester predikanten conferentie?
Klakkeloos?
Het Wapenveld artikel geeft intussen, hoe kritisch dit ook uitvalt, aanleiding tot nadere toelichting op een bepaald punt. Het bepleiten van samenwerking 'naar rechts' betekent niet een klakkeloos aanvaarden van alles wat rechts héét.
Ten eerste is het zo, dat mensen elkaar nogal eens vinden in een gezamenlijk verweer tegen een bepaalde ontwikkeling zonder dat ze in wat ze positief bedoelen het samen zouden kunnen vinden. Samenwerking alleen terwille van de afweer is vruchteloos. Samenwerking kan alleen vruchtbaar zijn vanuit een samen-bezield zijn, een samen gevoed worden uit dezelfde bron. De bron van het Woord.
In de tweede plaats betekent oecumene naar rechts niet alle aberraties op de koop toe nemen. Wanneer we zeggen dat we als Hervormde Kerk een ereschuld hebben aan Afscheiding en Doleantie dan bedoelen we dat ten principale: onze kerk staat mede schuldig aan de scheidingen van de vorige eeuw, omdat de heilige leer des Heeren niet onverkort hoog werd gehouden in onze kerk. Maar als we dit zeggen dan nemen we de aberraties, die er ook in de kringen van Afscheiding en Doleatie zijn gekomen, niet op de koop toe, of ze nu links uitvallen of rechts. Wie de ontwikkeling in de Gereformeerde Kerken ziet — losweking van het belijden — staat niet te trappelen om alles wat kerkelijk gereformeerd heet positief tegemoet te treden. En datzelfde geldt voor aberraties ter rechter zijde.
In de derde plaats: liefde moet van twee kanten komen. Men kan moeilijk samenwerking beoefenen of gemeenschap beleven met diegenen, die zelf óf geen prijs stellen op die samenwerking, of gemeenschapsbeleving, óf — zo ze er wèl prijs op stellen — dit alleen doen uit het motief er zelf beter van te worden of in ieder geval een overheersende positie in te nemen.
Een voorbeeld: een nieuwe school wordt gesticht, uitgaande van mensen van een bepaald kerkgenootschap. Alléén zal men het niet kunnen redden. Men zoekt dus samenwerking met anderen, maar eigen meerderheid in het bestuur moet worden gegarandeerd want de koers moet veilig worden gesteld. Op deze basis, die door achterdocht en onderling wantrouwen gekenmerkt wordt, is eerlijke samenwerking immers niet mogelijk.
Onze eigen plaats
Om dan nog eenmaal op onze eigen plaats in de oecumene-naar-rechts terug te komen, we dienen wel te beseffen dat onze kerkelijke positie daarin door bepaalde kerken sterk aangevochten wordt. Het blad De Reformatie, spreekbuis van de Vrijgemaakte Gereformeerden, laat niet na erop te wijzen dat we ongehoorzaam zijn aan onze roeping. Gereformeerd zijn in de zin van de belijdenis en tegelijk aan de Hervormde Kerk vast houden is onmogelijk. Bij de opening van de Gereformeerde Sociale Academie te Ede was er een uitvoerige brief van de Vrijgemaakt Gereformeerde Sociale Academie te Zwolle met een uiteenzetting, dat men niet aanwezig kon zijn omdat de samenwerkende kerken met de kerk-vraag en de oplossing daarvan geen ernst maakten. Zulke dingen doen zich herhaaldelijk voor. Het zal ons niet verhinderen om de goede ethische en dogmatische studiën, die er uit Vrijgemaakt Gereformeerde kring verschijnen positief en met blijdschap te ontvangen. Maar samenwerking naar rechts is hier in feite onmogelijk. Wie alles op de kaart van eigen kerk en (daarin) van eigen gelijk wil zetten gooit de deur voor samenwerking dicht.
Een ander voorbeeld: in de Wachter Sions worden herhaaldelijk de Hervormd Gereformeerden op de korrel genomen, zoals trouwens alle gereformeerde denominaties. Ik besef zeer wel dat oecumenische samenwerking met déze nazaten van de Afscheiding vrijwel uitgesloten is. Het zal ons niet mogen verhinderen te blijven speuren naar autenthiek gereformeerd leven ook in die kring al maakt de inhoud van de Wachter Sions, waar men noch Calvijn, noch Luther, noch de breedte en diepte van de gereformeerde belijdenis, noch de geestelijke allure van de mannen der Afscheiding als De Cock, Scholte en Brummelkamp in terug vindt, dat wel heel erg moeilijk. En er zijn vanuit en rondom deze kerkelijke kring een aantal organisaties ontstaan die dezelfde geest ademen. Maar daarmee zijn toch bepaald niet alle nazaten van de Afscheiding te typeren, zoals de heer Abma in feite doet.
Op het Reformatorisch Dagblad waaraan de heer Abma het grootste deel van zijn artikel wijdt ga ik in dit verband niet in. Bij al het goede dat deze krant biedt kan niet worden ontkend dat de Hervormd Gereforrneerden nogal eens bejegeningen ten deel zijn gevallen die tot kritische gereserveerdheid in Hervormd Gereformeerde kring aanleiding geven. (Selektie bij boekbesprekingen, persoverzichten en kommentaren daarover). Daarop ingaan zou echter betekenen de hele ontwikkeling bij de christelijke pers, met name bij 't dagblad Trouw onder ogen te zien. Dat is in dit kader niet gewenst.
Het is verder zo — de praktijk leert dat duidelijk — dat Hervormden in bepaald afgescheiden kringen alleen acceptabel zijn wanneer ze ook in de eigen kerk en in de keuze van allerlei organisaties een separatistische koers willen gaan. Welnu, die koers willen we niet gaan. We willen als gereformeerden midden in de kerk staan die ons lief is met alle pijn die het met zich meebrengt. Ieder, die in deze kerk ambtsdrager is, heeft middels de handen van deze kerk zijn ambt ontvangen en is geroepen die kerk te dienen. Dat er ambtsdragers, voorgangers ook, zijn die buiten de Hervormde Kerk geen kans kregen en toen gebruik maakten van de ruimere mogelijkheden in de Hervormde Kerk maar dan tevens hun afgescheiden leven voortzetten en zich van deze kerk als geheel niets aantrekken, is een zaak die te denken geeft. Maar zó zien in feite velen buiten de Hervormde Kerk onze roeping. Aan de rand leven, met één been erbuiten. De oecumenische samenwerking die er dan nog met Hervormden mogelijk is wordt bepaald door de vraag of men wel voldoende afgescheiden denkt.
Het afgescheiden zijn van de afgescheidenen zal óns niet verhinderen hen kerkelijk en geestelijk ernstig te nemen. Het Hervormd zijn van de Hervormd Gereformeerden mag in beide aspecten aanspraak maken op eerlijke aanvaarding door anderen.
Tweeledig
Onze houding in de 'oecumene' is een tweeledige, dat beseffen we zeer wel. We zijn enerzijds voluit Hervormd in kerkelijke zin. en anderzijds voelen we ons verbonden met allen die gereformeerd willen zijn in de Hervormde Kerk en daarbuiten. En dan is het bepaald zo, dat de eenheid van geloof en en belijden vaak sterker wordt gevoeld met anderen dan met broeders van het eigen huis. Dan geldt wat Hoedemaker eens zei op de vraag bij zijn afscheid van de Confessionele Vereniging:
'Ik wens met Gods volk te leven en te sterven en heb niet nodig mijzelf één ogenblik te bedenken wanneer men mij vraagt: Hier hebt ge de beschaafde, methodistische, met de tijd meegaande christen en daarnaast een bekrompen, onhebbelijk, ouderwets, met vele vooroordelen bezet, maar toch innig vroom man, type van een afgescheidene uit de dagen van 1834, tot wien van beiden gaat uw hart uit? Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en ik behoor ongetwijfeld bij de man die het verdacht vindt dat ik de waarheid, waarom het ons beiden te doen is, anders uitdruk dan hij dit van zijn jeugd af gewend is geweest'.
Maar dat neemt niet weg dat we in de Hervormde Kerk de wacht op Sions muren hebben te betrekken. Met het gezicht naar rechts, naar al wat gereformeerd is, dat wel, maar niet minder met het gezicht naar het geheel van onze kerk. Misschien mag dit dan een verduidelijking zijn voor de redacteur van Wapenveld en anderen inzake wat in de beleidsnota slechts kort kon worden aangegeven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's