Onder Pontius Pilatus
In de apostolische geloofbelijdenis komen twee namen van personen voor. De eerste is die van Maria, de maagd Maria, de moeder des Heeren.
Daarmee onthult deze vroeg-christelijke belijdenis het wonder, het mysterie van de geboorte van Christus, de geboorte uit de Heilige Geest.
De tweede naam is die van Pontius Pilatus! Die geleden heeft onder Pontius Pilatus! Sommigen willen de komma anders geplaatst zien: Die geleden heeft, (en) onder Pontius Pilatüs is gekruistigd, gestorven en begraven. Bij het einde, in de omgeving van het kruis kreeg Christus immers pas met Pontius Pilatus te maken. Op zichzelf is dat het belangrijkste niet. De Heidelbergse Catechismus zegt, dat Christus aan lichaam en ziel, maar inzonderheid aan het eind van zijn leven, de toorn van God tegen de zonde van het ganse menselijke geslacht heeft gedragen. Op het einde, onder Pontius Pilatus balt zich het lijden samen, in de veroordeling hoewel hij onschuldig was, maar schuldig gemaakt; op het kruis, waar Hij hing als een gevloekte, tot een vloek geworden voor schuldigen.
Waarom Pilatus
Het is merkwaardig, dat de apostolische geloofsbelijdenis wèl Pilatus noemt en niet Herodes of Kajafas of het Joodse volk. Dit lijden van de Zoon van God voltrok zich toch in Israël en de overpriesters en de schriftgeleerden en de Hogepriester Kajafas zijn er druk bij in de weer geweest. En toch: die geleden heeft onder Pontius Pilatus! Pilatus was een heiden, géén Jood. Al blijft er de niet klein te krijgen roep van het volk: Zijn bloed kome over ons en onze kinderen, toch breekt het Apostolicum heen door de grenzen van het Joodse volk, door deze heiden Pilatus te noemen. Daar kan iets in zitten van de gedachte: 't en zijn Joden niet alleen Heer Jesu, die u kruisten! Pilatus is iemand uit de volkeren en onder hèm is het geschied.
Pilatus vertegenwoordigde verder het recht, het onkreukbare romeinse recht. En juist hier is het mysterie het grootst. Er is een aanklacht van oproerigheid. Maar Pilatus komt tot de conclusie: Ik vind geen schuld in deze mens. Calvijn zegt daarvan: had hij bevonden dat Christus enigermate de maatschappelijke orde van zaken getracht had om te keren, hij zou geen ogenblik geaarzeld hebben Hem onverwijld ter dood te veroordelen.
Me dunkt — dit tussen twee haakjes — dat allen, die in deze tijd Jezus zien als de voorman van de revolutie, de omverwerper van de maatschappelijke orde, zich dit aan kunnen trekken. Pilatus vond geen schuld.
Christus zweeg intussen op alle ingebrachte beschuldigingen. Hij moest eerst door deze vertegenwoordiger van het onkreukbare Romeinse recht vrijgesproken worden, opdat — aldus Calvijn — 'men daaruit bepaaldelijk zou kunnen besluiten, dat Hij om anderer schuld veroordeeld werd, en niet om zijn eigene'. Dat is ook hier weer het geheimenis, het menselijk onverklaarbare. Hij in onze plaats!
Pilatus zei weliswaar onschuldig te zijn aan het bloed van deze Rechtvaardige, maar intussen volgt de geseling, de doornenkroon, en tenslotte geeft hij 'in het gevoel zijner onmacht om de volksbeweging te bedwingen aan het onzinnig geschreeuw toe, en verloochent zijn waardigheid als rechter'. (Calvijn). En het opschrift boven het kruis werd — zijn beschuldiging! — deze is de Koning der Joden. Koning was Hij, van hemel en van aarde. En deze Koning van hemel en aarde, die ook de rechter van hemel en aarde was, liet zich door een wereldlijk rechter ter dood veroordelen vanwege de ingebrachte beschuldiging aangaande Zijn koningschap. Hier is het één en al paradox. Wat mensen ten kwade dachten en waaraan zij dan ook schuldig staan heeft God ten goede gedacht. Zo kwam er verzoening. Mensen als Pilatus en het volk, Kafajas en Herodes waren verantwoordelijk vóór en schuldig aan het lijden, dat over Christus kwam. Maar het gebeurde alles om onze zonden, om daarvoor ook verzoening te brengen. Hier ligt het mysterie van het heil. Bij dit alles heeft Jezus gezwegen: Hij wilde veroordeeld worden.
Pilatus representant
Pilatus vertegenwoordigde echter niet alleen een rechtsorde, hij vertegenwoordigde óók de wereldlijke overheid. Hij zat daar namens de Romeinse Keizer, in wie alle macht over de toenmalige wereld samengebald lag. Deze wereldlijke overheid oefende macht over Christus, aan Wie gegeven was alle macht in de hemel en op de aarde. Pilatus zou geen macht over Jezus hebben gehad als deze hem niet van boven gegeven was. Ook hier weer de paradox. De koning van hemel en aarde liet zich stellen onder diegene, die zijn macht alleen van Hèm te danken had. Nooit had Christus zelf de opstand tegen de keizer gepreekt (integendeel: geef de keizer wat des keizers is én Gode wat van God is). En nu, nu Hij zelf als een onschuldige onder de wereldlijke overheid doorging zweeg Hij. Hij gaf de overheid macht om die tégen Hem te misbruiken. Die als Hij leed niet dreigde! 'In het vonnis van de rechter — aldus prof. Van Ruler — wordt het offer door de priester gebracht.'
Voor de kerk van alle tijden
Vraagt men naar de betekenis van de belijdenis 'geleden onder Pontius Pilatus' voor de kerk van alle tijden, dan ligt daarin het plaatsvervangende. Hij stond in onze plaats terecht. Die geen zonde gekend had werd zonde voor ons gemaakt.
Maar daarin ligt ook een afschaduwing van wat de kerk door de eeuwen heen te wachten heeft. De discipel is niet meer dan zijn heer. De kerk is in vele gevallen over het geheel van de wereld kerk onder het kruis geweest. Het bloed van de martelaren mag dan het zaad van de kerk geweest zijn — dat is het wonderlijke van Gods werken — maar het bloed van drie martelaren heeft toch ook maar het lijden van de kerk uitgemaakt. En dat lijden vond plaats onder de wereldlijke overheid, waarvan Pontius Pilatus een representant is geweest. Tot voor koningen en overheden toe is door Christenen de Naam van God beleden. Daar moest beleden worden: Christus alleen is Kurios, Christus (alleen) is Heere. Men heeft die belijdenis met de dood moeten bekopen, maar die belijdenis is dan ook gedaan met het oog op Hem, die Zelf onder Pontius Pilatus geleden heeft. En dan leert de kerkgeschiedenis, dat velen zó, door het lijden heen, de vreugde hebben gekend om terwille van de Naam van Christus smaad te moeten lijden.
Ook nu actueel
Ook nu is er de kerk onder het kruis, die terwille van Christus' naam smaad moet lijden. In dit nummer van ons blad staan berichten uit Hongarije, Tsjechoslowakije en Rusland, waaruit blijkt wat christenzijn in die landen lijden betekent. Mevr. Vins, moeder van de tot 10 jaar om zijn geloof veroordeelde ir. Vins in Rusland, schrijft in een paasgroet, dat naar de wil des Heeren christenen in haar land de hoogtijdagen van Pasen van jaar tot jaar in droefenis en vervolging beleven. Maar ze zegt ook: 'Wij weten, dat dit onze weg is, wij die Jezus' voetstappn drukke'. Door alles heen ligt daarbij de lofzang, het loflied op de Opgestane en het zich gedragen weten door de kracht van Zijn opstanding.
In het Westen maken velen van de Opstanding opstand: een program van revolutie. En doen we dat niet dan nog is er gekrakeel genoeg over de vraag wie toch wel de meeste zal zijn in Gods Koninkrijk, de meeste in de zin van de meest rechtzinnige, de meest getrouwe, de meest actieve of de meest ingeleide.
Maar er zijn duizenden christenen, die onder het juk van Pontius Pilatus doorgaan, en slechts de vraag onder ogen hebben te zien, wie het meeste is in het lijden. Zouden we niet met hen meelijden en dan ook meebidden?
De toekomst
Velen houden het hart vast voor de toekomst. Brengt de toekomst de christenen in het Westen ook het lijden, dat nu miljoenen in andere delen van de wereld ondergaan? In feite is niets anders voorzegd dan dat we door grote verdrukking ingaan in Gods Koninkrijk. Kerk onder het vaandel van de vrijheid is een luxe, die velen niet hebben gekend of kennen. Kerk onder het kruis schijnt mede te behoren tot de wet van het stervend tarwegraan. Wat voor Christus gold geldt voor de Zijnen, al mag er wèl intense dankbaarheid , zijn wanneer God meer ruimte geeft om te ademen dan we verdiend hebben. De vrijheid in een samenleving is een genadegave van God.
Het kenmerk van de theocratie — heeft eens iemand gezegd — zal in de toekomst zijn, dat weer tot voor koningen en overheden toe zal moeten worden beleden, dat Christus Heere en Koning is en dat men de belijdenis met de dood zal moeten bekopen. De voetstappen van Christus zullen moeten worden gedrukt. Maar bij dit alles is er de triumf van Pasen. Christus overwon de dood, nadat Hij op het kruis de machten al had overwonnen door ze te schande te maken, ze openlijk ten toon te stellen, ook de anti-christelijke (overheids)machten van de toekomst. Daarom kunnen de Zijnen gerust zijn. Hij zal hen in 'die ure' geven wat ze nodig hebben om belijdend en getuigend te spreken. Hij zweeg voor Pontius Pilatus op alle beschuldigingen. Maar (want) Koning is Hij, niet alleen van de Joden maar van Zijn schepping, van de ganse aarde. Stond Hij eenmaal voor de aardse rechter, - eenmaal staan alle aardse rechters voor Hem en dan oordeelt Hij billijk en rechtvaardig. Hij oordeelt ook, dat wil zeggen hij spreekt vrij, al diegenen die onder de overheden en de machten hebben geleden maar voor wie Hij al plaatsvervangend onder Pontius Pilatus heeft gestaan.
De Heere is waarlijk opgestaan. Daarin bewees Hij Koning te zijn. Voor alle eeuwen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1975
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1975
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's