De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In hoc signo...

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In hoc signo...

9 minuten leestijd

Situatie

Wat betekenen deze vreemde woorden boven dit artikel afgedrukt? De kenner van de kerkgeschiedenis heeft ze in gedachten reeds aangevuld. In hoc signo vinces — in dit teken zult gij overwinnen! Het is het woord dat eenmaal Constantijn de Grote rondom een lichtend kruis in de lucht zag. Maar het is nodig u de historie in uw herinnering terug te roepen. Wij gaan daartoe terug naar de 3e eeuw na Christus. De kerk heeft zich zeer snel uitgebreid. Dat was geen resultaat van georganiseerde zendingsarbeid, maar ging haast ongemerkt. De christenen moesten in hun omgeving wel opvallen. Niet alleen door hun besliste afwijzing van de heersende heidense godsdienst, maar vooral door hun zedelijk leven, hun liefde tot elkander en hun moedige verachting van de dood. Dat wekte eerbied en de wil tot aansluiting.

Groeiende kerk

De groeiende kerk betekende tegelijk een groeiend politiek probleem. Het massale Romeinse rijk neigde naar de ondergang. Het vormde immers noch nationaal, noch cultureel een eenheid. Het dreigde uit elkaar te vallen, wanneer geen bovenpolitieke godsdienstige macht alle burgers samenbond. Nu was er zeker wel de keizersverering, één algemene staatsgodsdienst. Maar — de kerk vormde een staat in de staat. Zij trad op met de aanspraak, dat zij alleen de ware God kende en aanbad. Zij weigerde zich in de algemene staatsgodsdienst te laten inschakelen. En dat nu werd steeds moeilijker voor de Romeinse heersers te verwerken. Zij kregen veel te doen met de hachelijke toestand van het rijk. Er was een proces van innerlijke ontbinding aan de gang. Wij zouden daarover veel kunnen schrijven. Het zou zelfs een grondige vergelijking kunnen aanbieden voor onze huidige levensproblematiek. Maar dat is het doel van ons artikel thans niet. De keizers van het Romeinse rijk waren met vele andere leidslieden van mening, dat ondanks hun goede wil, toch de toorn der goden bleef rusten over hun grondgebeid. De enige verklaring hiervoor scheen het feit, dat een grote en hecht georganiseerde groep bur­gers hardnekkig weigerde de voorgeschreven offers te brengen. Er schenen nu maar twee mogelijkheden te zijn: of gelijkschakeling óf vernietiging der kerk. Haar onverdraagzaamheid en aanspraak op absoluutheid moest gebroken worden. Dat is het doel geweest van de vervolgingen sinds keizer Decius. En inderdaad — met ongekende felheid brak de woede tegen de kerk los. Maar het opmerkelijke is, dat zovelen ondanks ondraaglijke martelingen trouw bleven aan Christus. De vervolging is gestrand op de trouw, waarmee Christus Zijn gemeente bewaarde in alle druk. Integendeel — het bloed der martelaren werd het zaad der kerk. Er bleek steeds duidelijker, dat twee wegen openbleven. Of de staat vernietigt de kerk óf hij wordt een christelijke staat.

Keerpunt

Het is het inzicht van Constantijn de Grote geweest, waardoor kerk en staat een nieuwe toekomst ontvingen. Deze keizer was in 312 na Chr. gewikkeld in een geschil over de heerschappij over het Romeinse wereldrijk. Hij versloeg zijn mededinger Maxentius bij Rome en werd daardoor heerser over het west-romeinse rijk. Kort daarop wist zijn zwager Licinus de macht over het oosten aan zich te trekken. Beiden vaardigden in 313 het besluit van Milaan uit, waarbij de kerk onbeperkte vrijheid van godsdienst ontving en zelfs de teruggave of vergoeding van het afgenomen bezit. Dit besluit had wereldhistorische betekenis. Officiële vrijheid had de kerk nog nooit gehad. Van nu af gaat de staat in de onoverwinbare kerk de garantie voor zijn eigen bestaan zoeken. Hij wil de kerk als het bindend cement zien voor een teloorgaande samenleving.

Hoe kwam Constantijn tot deze plotselinge wending in de staatspolitiek? Het verhaal bij de geschiedschrijver Eusebius luidt, dat hij vlak voor de slag met Maxentius een lichtend kruis in de lucht zag met daaromheen de woorden: overwin in dit teken! De waarheid van het verhaal is zeer te betwijfelen. Sommigen hebben Constantijn gezien als een uitnemend diplomaat, die van de gelegenheid gebruik maakte, toen de kansen keerden. Hij was een berekenend politicus, die de kerk gebruikte als een pion in zijn schaakspel. Toch wijzen de feiten in een andere richting. Constantijn is in 312 een overtuigd Christen geworden. Hij kwam uit een christelijk gezin, met eigen ogen zag hij de onoverwinnelijkheid van de God der christenen. Aan deze God schreef hij zijn militaire successen toe. Hij was met een sterk voorzienigheidsgeloof en roepingsbewustzijn vervuld. Wel is ook zeer veel op zijn leven aan te merken, het is waar — maar zijn daad heeft voor de kerk verstrekkende betekenis gehad. Voortaan zou het kruis niet meer in een hoek worden geplant, op een beschermde binnenplaats. Het kruis mocht nu in het openbare leven worden verkondigd. Deze vrijheid heeft de kerk weliswaar veel van haar innerlijke zuiverheid ontnomen, omdat ook heidenen toevloeden ter wille van de eer — maar de prediking der kerk triomfeerde er door als nooit tevoren.

Kruiskracht

Wij kunnen uit deze geschiedenis veel-leren voor onze tegenwoordige eeuw. Wij leven nog steeds in dit Constantijnse tijdperk van de openbare vrijheid voor het Evangelie in West-Europa. Eerst de laatste jaren laten ons verschijnselen zien, die de vraag wettigen of deze periode misschien aan het aflopen is en de vrije kerk weer de verdrukte kerk zal worden. Hoe het zij, de kerk zal nooit aan kracht winnen door zich aan te passen. Dat heeft ons steeds bedreigd. De geschiedenis van onze eigen kerk bijvoorbeeld toont ons vooral na de oorlog hoe ze ene na de andere mode heeft nagevolgd. Ze begon aanvankelijk met de apostolaatstheologie; daarop volgde de oecumenische periode; en thans beleven wij de revolutietheologie. Wat is nu het gevolg geweest van deze imitatie? Leeglopen van de kerk als nooit tevoren. De kracht van een kerk ligt uiteindelijk daarin, of en in hoeverre zij de moed heeft om niet-populair te wezen. Een kerk die met de wereld op goede voet wil staan, die bijvoorbeeld haar verkondiging naar de resulaten van de wetenschap aanpast, wordt steeds heimelijk veracht. Wanneer de kerk toe geeft in haar prediking aan een moderne wereldbeschouwing, aan het wetenschappelijke wereldbeeld, allerlei politieke programma's, nationalistische instincten, burgerlijke zekerheden en sociaal radicalisme valt ze onherroepelijk aan demonische verleiding ten prooi. Het zou de moeite waard zijn historisch eens na te gaan welke bekoringen ons daarin al hebben bedreigd. De verzoekingen wisselen ieder moment van naam. Zelfs in het kleinste dorp is er het gevaar aan de een of andere dorpsleider ten offer te vallen of zich te doen vleien met de gemeente gunst. Hierdoor geschiedt in wezen bedekking van het kruis van Christus. Het wordt verijdeld. Paulus wist heel goed, dat hij in Corinthe niet met wijsheid komt, maar eenvoudig met het kruis van Christus. Niet uitgelezen woorden of schitterende wijsheid, maar de harde tijding van het kruis wil God hun voorgehouden zien. Deze weg belooft ook voor heden alleen heil en leven. Want daar waar Christus' kruis aan de gemeente wordt voorgehouden, wordt de gemeente verzameld tot het eeuwige leven. De Joden en de Grieken verwerpen wel het kruis. De Joden, omdat zij tekenen begeren als bewijs van Jezus' goddelijke zending en het kruis in hun ogen daarvan het tegendeel is. De Grieken, omdat het kruis niet aan de normen van hun menselijke wijsheid beantwoordt, maar daarnaar beoordeeld dwaasheid is. De christen daarentegen vindt in het kruis van Jezus Christus juist zijn grootste rijkdom. Hij ervaart het als de kracht en de wijsheid Gods. Hij weet zich van God er door gered en verlicht. Het is zijn enige roem.

Levensweg

Dit kruis stempelt ook ons leven. Het heeft een absolute breuk geslagen tussen al wat van de wereld is en wat van Christus is. Daarom kunnen wij niet meer mee met de gang van deze eeuw noch met die van elke eeuw, waarin de mensenglorie hoogtij viert. In het kruis overwinnen wij alleen. Dat betekent, dat koning Christus overwint. Van hieruit heeft ons voorgeslacht gestreden. Van dat gezichtspunt uit hebben zij, onze voorvaderen, het leven bezien. En, hoewel de accenten veranderd zijn, de grondstroming is hetzelfde gebleven. Het woord des kruises alleen geeft victorie in de misère van deze tijd. Dat geeft vooreerst een weids uitzicht over de regering en de staat. Wij hebben dringend nodig leidslieden die Gods eer bedoelen en die geestelijke meerderheid boven het volk bezitten. Niet leidslieden die zo wat op hetzelfde lage peil staan, die de zonden en het ongeloof niet bestraffen, die niet opheffen tot hoger standpunt, maar aan de platvloerse gedachtengang en aan de neigingen der mensen in het gevlei komen. Maar dat betekent niet anders dan: het kruis! ,

Dat schenkt voorts perspectief voor het gezinsleven. Wij leven in een gezagscrisis. Alle zekerheden wankelen. Het komt ons voor, dat menigeen de wanhoop nabij is wanneer hij moet leiding geven aan de zijnen. Nochtans: het Woord Gods heeft ook beloften in deze. Wie in eenvoudige vreze Gods vraagt naar de wil des Heeren wordt niet alleen gelaten, 't Woord heeft ook een samenbindende kracht. Het bindt ook in onze tijd vaders en moeders en kinderen aan elkander. Omdat het ons bindt aan de God der geslachten, die souverein door de eeuwen wandelt. Ge kunt het op de keper beschouwd in de gemeente van Christus nog zien.

En tenslotte — het geeft visie voor ons persoonlijk leven. Daar schuilt één van de grootste noden van onze tijd. Wij hebben zo'n grote behoefte aan geheiligde persoonlijkheden. De massamens zien we alle dagen rondom ons. Hij ziet blauw vanwege de televisie, die in één dreun de richting van zijn leven bepaalt. Hij denkt en doet alles eender. Maar wat is een ge­heiligde persoonlijkheid? Dat is de mens Gods, die het kruis van Christus op zich neemt en Hem nadraagt. Het is de mens des Woords, die een vaste en stille gang gaat.

Vast — naar de regel van Christus, naar Zijn Woord en getuigenis.

Stil — naar het gebod van Christus. Daarvoor is wel allereerst dringend geboden een evangelische zelftucht. Maar daarnaast een diepe kennis van het Woord. Dat betekent geenszins dat zulke persoonlijkheden in de wereld zonderlingen zouden wezen, omdat zij alles anders doen. Neen, zij zijn anders, omdat ze uit een ander waarde-oordeel leven. Wat is dat dan voor een waarde-oordeel? Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Dezulken dragen dé overwinning weg. Omdat hun Heere heeft overwonnen. Het is het geheim van het kruis.

(Huizen)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1975

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

In hoc signo...

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1975

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's