De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Opstanding en heiliging

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Opstanding en heiliging

8 minuten leestijd

Op het eerste gezicht schijnt er weinig verband te bestaan tussen opstanding en heiliging. Wel worden in de bijbel opstanding en rechtvaardiging in één adem genoemd: Welke (Christus) overgeleverd is om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking (Rom. 4:25). De Heidelbergse Catechismus leert ons ook dat het eerste nut van Christus' opstanding is' dat Hij 'de dood heeft overwonnen opdat. Hij ons de gerechtigheid die Hij door Zijn dood ons verworven had, kon deelachtig maken.

Rechtvaardiging en heiliging

Toch is Christus niet alleen tot rechtvaardigheid, maar ook tot heiligheid gegeven. Hij is een volkomen Zaligmaker en Hij maakt ook volkomen zalig.

Dit is een stuk, dat niet alleen zwaar is om te verstaan, maar ook moeilijk om te beleven. Wij willen nog wel erkennen dat we niet zalig kunnen worden uit de werken der wet, en dat we de gerechtigheid van Christus nodig hebben om gered te worden van de dood. Maar we denken wel, of handelen althans, alsof we nu de heiliging van ons leven zelf wel tot stand kunnen brengen. In de praktijk betekent dat, dat we wel de gerechtigheid van het Evangelie zouden willen hebben, maar dat we voor de heiliging onze toevlucht weer zouden willen nemen tot de wet.

Gerechtigheid en heiligheid zijn echter beide verworven door Christus en worden ook beide ons deel doordat Christus' ver­ diensten ons worden toegerekend. God schenkt ons niet alleen Zijn volkomen gerechtigheid, maar ook Zijn volkomen heiligheid. En die heiligheid wordt ons zelfs niet alleen toegerekend, maar ook innerlijk meegedeeld door de wederbarende en vernieuwende werking van de Heilige Geest, zodat wij hoe langer hoe meer het Beeld van Christus gelijkvormig worden. Wanneer in de Catechismus de vraag aan de orde komt waarom wij nog goede werken moeten doen, dan luidt het antwoord: Daarom, dat Christus, nadat Hij ons met Zijn bloed gekocht en vrijgemaakt heeft, ons ook door Zijn Heilige Geest tot Zijn evenbeeld vernieuwt, opdat wij met ons ganse leven Gode dankbaarheid voor al Zijn weldaden bewijzen. En dat noemt dezelfde Catechismus in Zondag 17 ook als tweede nut van Christus' opstanding, 'dat wij door Zijn kracht worden opgewekt tot een nieuw leven'.

Uit de dood in het leven

Wij worden door Zijn kracht opgewekt tot een nieuw leven. Een nieuw leven. Dat wil zeggen dat er ook een oud leven is. Dat oude leven is het leven van Adam. Dat leven is de naam van leven eigenlijk niet waard. Dat is levend sterven. Een levend begraven zijn. We hebben geen oor voor het Woord des levens.

Op een begraafplaats kun je staan roepen, staan schreeuwen... Maar er is niet één dode die erop reageert. Er is geen stem of opmerking. 'Alzo' zegt Job, 'ligt de mens neder en staat niet op. Totdat de hemelen niet meer zijn zullen ze niet opwaken of uit hun slaap opgewekt worden...' (Job 14:12)

Is het ook zo met geestelijk doden? Nee, nog erger!, Want doden op het kerkhof kunnen niet horen. Maar doden in hun vervreemding van God willen niet horen. Onze doodstaat is geen lot, maar schuld. We zijn niet passief dood, we zijn vijandig dood. Horende doof, zegt de bijbel, en ziende blind.

Totdat — en dat is het onverklaarbare, dat is tegelijk de dwaasheid van de prediking — totdat we horen de stem van de Zoon van God. Tot geestelijk doden, die niet horen kunnen en niet horen willen, komt de stem van de Zoon van God: Ontwaakt gij die slaapt en staat op uit de doden en Christus zal over u lichten'. En die stem heeft effect, die mist z'n uitwerking niet. Doden zullen horen de stem van de Zoon van God en die haar gehoord hebben zullen leven (Joh. 5 : 25).

Dat is de wedergeboorte, waarvan de Dordtse Leerregels zo schoon zeggen dat het is een gans bovennatuurlijke, zeer krachtige, en tegelijk zeer zoete, wonderbare, verborgen en onuitsprekelijke werking, die in haar kracht niet minder is dan de schepping of de levendmaking uit de doden (Hfdst. III/IV, 12).

Opgewekt zijn — opgewekt worden

Nu zegt de Catechismus niet dat we door de kracht van Christus opgewekt zijn tot een nieuw leven, maar opgewekt worden. Dat neemt uiteraard niet weg dat het eerste óók waar is. Door de wedergeboorte gaan we over uit de dood in het leven. We noemen dat ook wel de eerste bekering. Wanneer er — overigens terecht — gezegd wordt dat we niet één keer, maar iedere keer opnieuw bekeerd moeten wordn, dan mag dat niet gezegd worden om de noodzaak van de eerste bekering te verdoezelen. Maar we mogen evenmin zeggen: 'eens bekeerd - altijd bekeerd' om daarmee de noodzaak van de tweede bekering ter discussie te stellen.

Trouwens, het is beide onmogelijk. Er is geen leven zonder wedergeboorte, er is ook geen wedergeboorte zonder leven. Het is onmogelijk het leven van Christus te leven zonder vernieuwing van het hart. Maar het is evenzeer onmogelijk Christus te zijn ingeplant en geen vruchten der dankbaarheid voort te brengen.

Met Christus opgewekt zijn betekent dus voortdurend met Christus opgewekt worden. Het is een misverstand te menen dat we bij de eerste bekering de eindstreep behaald hebben, dat we 'er zijn'. Integendeel' we staan aan het begin, we gaan de strijd van het nieuwe leven strijden. Elke dag weer sterven aan onszelf. Elke dag weer het leven buiten onszelf in Christus zoeken.

Kohlbrügge zegt: 'Het nieuwe leven nu ligt in Christus, zodat men het niet ziet. En is het oude leven ook voor het oog des geloofs weg, het is nochthans aanwezig en wil het nieuwe leven boven het hoofd groeien en verstikken. En dat gelukt maar al te zeer, want we zijn nu eenmaal door het zichtbare gans en al gevangen genomen. Zo kan het niet anders of een mens, al heeft hij ook het nieuwe leven ontvangen, zou toch door het oude leven overweldigd worden, zou omkomen en het nieuwe leven verliezen, indien niet de Heere Jezus zo machtig was om voortdurend niet alleen het nieuwe leven te onderhouden, maar ook voortdurend als uit de dood te voorschijn te roepen' (De eenvoudige Heidelberger, Zondag 17).

Door Zijn kracht

Deze zinsnede willen we graag nog even onderstrepen. We worden door Zijn kracht opgewekt tot een nieuw leven. Evenmin als we uit onszelf kunnen opstaan uit ons zondegraf kunnen we ook in eigen kracht het nieuwe leven leven. Toen Paulus op de weg naar Damascus het levendmakende woord van Christus had gehoord: 'Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij? ' was hij uit de dood overgegaan in het leven. Maar jaren later schrijft hij nog in zijn Fill, brief: 'Opdat ik Hem kenna en de kracht van Zijn opstanding'. Door die kracht moest hij nog telkens opnieuw worden opgewekt.

Christus Zelf heeft daarvoor het beeld gebruikt van de wijnstok en de ranken. De rank kan niets doen als ze niet in de wijnstok blijft. De kracht van de wijnstok openbaart zich in de ranken. Zónder Hem, Die de ware Wijnstok is, zijn de ranken dood. Zonder Hem kunnen we niets doen. In het begin denken we dat wel... Wanneer het levendmakende Woord van Christus zeggenschap gekregen heeft in ons leven, dan willen we niets anders dan leven tot eer van de Heere. Dan denken we dat we dat leven zelf in stand kunnen houden. We zullen alles anders, alles beter gaan doen. We zullen de strijd aanbinden tegen de zonde. We zullen het kwaad in ons leven uitroeien, met wortel en tak. We zullen dit doen en dat nalaten. Maar het blijkt al spoedig dat we onszelf schromelijk hebben overschat. Dat we in onszelf niet één ogenblik kunnen bestaan. Dat kan weleens benauwend zijn. Als zelfs de allerheiligsten nog maar een klein beginsel van de gehoorzaamheid hebben, hoe klein moet dan mijn beginsel wel zijn... Of is dat beginsel er misschien niet eens?

En juist dan krijg ik Hem weer nodig. 'Heere, maak mij levend om Uws Naams wil'. Dan ga ik steeds meer verstaan wat het betekent: 'Christus, Die ons leven is...'

En dan blijkt ook dat dat leven wel kan kwijnen, inzinken, dor en doods lijken, maar dat het toch niet kan sterven. Het is net als met planten in de winter. Het vriest en het sneeuwt en we denken: Die planten zijn dood. Maar als het weer voorjaar wordt en de zon gaat schijnen, dan blijken ze toch te leven! Ze konden zichzelf niet in leven houden, maar Hij vernieuwt het gelaat van het aardrijk. Zo wordt ook dat nieuwe leven door Hem in stand gehouden. Het kan niet sterven omdat het in Christus verborgen is. En het wordt telkens opnieuw opgewekt door Zijn kracht.

Die kracht openbaart Hij in de bediening van Zijn Woord, door de werking van de Heilige Geest. Daarom is het van levensbelang dat we bij dat Woord en uit dat Woord leven. We worden erdoor opgewekt tot verootmoediging om ons weer voor de Heere te vernederen. Tot gehoorzaamheid om te doen wat welbehaaglijk is voor Hem. Tot gewilligheid om in Zijn wegen te wandelen, om het kruis te dragen achter Hem.

En zó worden, we meer en meer Zijn Beeld gelijk. Eén plant met Hem in de gelijkmaking van Zijn dood. Eén plant met Hem in de gelijkmaking van Zijn opstanding.

En zo gaan we door Zijn kracht ook steeds meer zoeken de dingen die boven zijn waar Christus is, zittend aan de rechterhand Gods. Dat is het opstandingsleven, dat nu nog met Hem verborgen is, maar dat eenmaal met Hem geopenbaard zal worden in heerlijkheid.

Ridderkerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1975

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Opstanding en heiliging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1975

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's