Een apocalyptische tijd
Onze tijd is boordevol spanning, dreiging en onzekerheid. Maar ook boordevol ideologieën en nieuwe religieuze verschijnselen. De revolutiegedachte heeft ontelbaar velen in de wurggreep en de verloedering grijpt allerwege om zich heen. Dagelijks worden we geïndoctrineerd door de massamedia, zodat het kritisch oordeel vaak wordt afgestompt. We ondergaan de hersenspoeling van de politieke commentatoren, of van vaak onvolwassen nieuws-makers en nieuws-beoordelaars als of het vanzelf sprekend is. Er is vrijwel geen omroep in ons land — om maar één voorbeeld te noemen — die niet de gebeurtenissen, die zich momenteel in Vietnam voltrekken, zó interpreteert, dat de communisten brave broeders zijn en de vluchtelingen slachtoffers van verkeerde voorlichting, of zélf corrupt. De media worden in grote lijnen beheerst door mensen van wie 'rood' alles mag. Rode machthebbers, of het hier of elders is, kunnen bij voorbaat rekenen op steun of welwillende interpretatie. En wie niet rood is wordt zwart gemaakt en gebroken, zoals dat heet. En zo voltrekt zich de revolutie zonder wapens, met moreel geweld. Zitten in de ontwikkelingen van dit moment apocalyptische trekken, trekken die ons getekend worden in de Openbaring van Johannes? We weten, dat we leven in het laatst van de dagen, namelijk de dagen tussen Pinksteren en Wederkomst. En die tijd heeft — de Bijbel zegt het ons — apocalyptische trekken. Maar daarin zit ook een verheviging. Als Christus de voleinding van de wereld tekent en spreekt over het opstaan van valse Christussen, van oorlogen en rampen, dan spreekt hij ook over een 'beginsel der smarten'. (Mt. 24:8) Naarmate de tijd voortgaat worden de symptomen van de eindtijd heviger, intensiever.
De gemeente zal wéten wat het is om smaad te dragen om de Naam van Christus. Maar de gemeente zal ook gewapend moeten zijn, om de onderscheiding der geesten te kunnen beoefenen. Want velen zullen ook worden verleid (Mt. 24:5). In de strijd der geesten, die zich voltrekt, hebben we wapenen nodig. De enige goede wapenrusting is die van Efeze 6. Maar we moeten daarbij worden gescherpt om de ontwikkelingen in de tijd, waarin we leven, te verstaan, om de tekenen van de tijd te ontlerkennen. Ik wil in dit artikel in kort bestek ingaan op een drietal boeken, die in de strijd der geesten, die gaande is, uiterst actueel zijn.
Signalen van de eindtijd?
De heer J. A. E. Vermaat schreef een boek getiteld: Signalen van de eindtijd? Een dergelijke titel kan afschrikken. Is hier iemand aan het woord, die precies weet hoe de toekomst zich voltrekt en in dromerijen, schwarmereien vervalt? De kracht van het boek van Vermaat ligt in de geweldige informatie, die het geeft ten aanzien van eigentijdse verschijnselen, die zich wereldwijd aan het verbreiden zijn en die juist door hun wereldwijde karakter tekenend zijn vóór deze tijd.
De schrijver gaat in op het wereldvoedselvraagstuk, de grondstoffenschaarste, de bewapeningswedloop in dit atoomtijdperk, de rapporten van de club van Rome, waarin de totale ondergang van het men selijk bestaan door overbevolking, voedselschaarste en milieubederf wordt voorspeld. We krijgen verder in dit boek een overzicht van het kwaad van de abortus, dat zich als een olievlek over de wereld uitbreidt en ook onder christenen steeds meer als acceptabel wordt beschouwd. Zeer gedocumenteerd wordt in dit boek ook gehandeld over de opgang van de ervaringsreligies, de oosterse godsdiensten met mystieke ervaringen, de drugs, het satanisme, de popmuziek, de sensitivitytraining en de yoga, de 'Jezus-people' met hun Jezus als de Superstar, de Guru Mahara Ji, die zich als een God presenteert en zich beroept op Jes. 11 : 6 '... en een klein jongske zal ze drijven', en die inmiddels zes miljoen volgelingen heeft.
Les van de geschiedenis
Van belang acht ik het boek van Vermaat vooral daarom, dat hij een doorkijk geeft naar Hitlers Derde Rijk en laat zien de 'religieuze' gedrevenheid van het Nationaal Socialisme, met Hitler, die zich bewust was van zijn 'roeping' om als messias-verlosser aan het Germaanse ras zijn heilsleer te verkondigen. Het Nationaal Socialisme was dan ook — terwijl het een anti-christelijke demonische ideologie was — doordrenkt met religieus-christelijke bewoordingen (Voorzienigheid, Almachtige, profeet, belijdenis etc). Vermaat trekt dan parallellen met ontwikkelingen thans, waarin eveneens buitenbijbelse ideologieën (zoals 't marxisme) verpakt worden in bijbelse bewoordingen, die dan echter een totaal andere leiding gaan krijgen. Zit daarin niet het 'verleidende', waardoor velen, die de Christennaam dragen, worden meegevoerd met die ideologieën. Heeft zó Hitler het Duitse volk ook niet in zijn greep gekregen? Treffend vond ik een citaat van William L. Shirer: 'Zij, die zich het verleden niet herinneren, zijn gedoemd het opnieuw te beleven'.
Zo waarschuwt dit boek met name tegen net als het nationaal-socialisme, een pseudo-godsdienst, die anti-christelijk is. De boeken van Solschenizyn liegen er niet het communisme. Het communisme is, om. Die schrijver besteedt ook aandacht aan de Wereldraad, die met name in de zestiger jaren de accenten verlegd heeft van 'eenheid der kerken' naar 'eenheid der mensen' en steeds meer die kant opgegaan is van een politiek evangelie. Hadden we in de Hitler-periode te maken met het Nationaal Socialisme, thans doemt het internationaal socialisme op.
De Bijbel
Het is dringend nodig om de eigentijdse ontwikkelingen te zien in het licht van de Schrift. Tenslotte liggen er in de Schrift de profetieën aangaande de eindtijd: erdrukking, honger, oorlog, rampen. En hoewel Vermaat zich zelf wel iedere keer in de rede valt, door te wijzen op het gevaar va duiding van de profetie (het kan immers héél anders vervuld worden dan nu waarschijnlijk lijkt), legt hij toch de vinger bij sprekende gedeelten uit de Schrift, bijvoorbeeld waar over honger gesproken wordt (Openb. 6 : 7, 8) of over het geloven van de leugen (2 Thess. 2 : , 9—12).
De openbaring van Johannes stelt toch de dingen, 'die haast geschieden moeten' aan de orde! Wanneer de secten dit boek op onverantwoorde wijze in hun beschouwingen betrekken, mogen wij, uit angst daarvoor, dit bijbelboek, met z'n profetisch perspectief, niet laten liggen, zo min als 1 Thess. 2 en Mt. 24.
Prof. dr. C. Graafland zei over de wetteloosheid (1 Thess. 2): 'Ook de kerken zullen door deze macht worden overspoeld; zij zullen ontaarden in centra van antichristelijke godsdienst. In de tijd van de grote afval zullen de kinderen Gods de mond worden gesnoerd en bespottelijk worden gemaakt'. En spreekt de Schrift ook niet over het niet kunnen kopen of verkopen dan alleen wanneer men het merkteken van het beest draagt? Een apocalyptische tijd vraagt om het ernstig nemen van de profetie aangaande de eindtijd.
Vermaats boek acht ik daarom belangrijk omdat het een zeer gefundeerd inzicht geeft (met boeiende citaten) in de eigentijdse verschijnselen en tegelijk de bijbelse profetie aangaande het einde ernstig neemt. Soms concludeert en duidt hij 'te stellig en te voorbarig, soms is hij te ongenuanceerd; over Wurmbrand met name had hij kritischer (bijbels-kritischer) moeten spreken, en de behandeling van het vraagstuk Israël is te oppervlakkig. Maar inzicht in wat er in de wereld gebeurt gééft het.
De verleiding der Revolutie
Wie intussen een theologisch meer diepgravend antwoord wil hebben op de Theologie van de Revolutie leze het boek van dr. G. de Ru: De verleiding der revolutie. Hierboven stelde ik al, dat er in onze tijd een omduiding van woorden plaats vindt, zó dat ideologieën van onze tijd een (quasi) christelijke vulling krijgen. Tegenwoordig behoren — aldus dr. De Ru, — kennelijk niet meer bij elkaar 'ongeloof en revolutie' (Groen van Prinsterer). Maar geloof en revolutie! Dr. De Ru merkt op, dat bij alle maatschappij kritische theologen de indruk gewettigd is dat de hele bijbelse erfenis moet worden weggezuiverd. Hij neemt ons dan mee over het veld van de moderne theologie en geeft aan de hand van fabelachtig veel bijbelmateriaal een antwoord op de ketterij van hèt politiek messianisme.
In dit boek gaat werkelijk de Schrift open. Men heeft de neiging om bladzijden lang te citeren. 'De maatschappij kritiek der profeten is grotendeels oordeelsaankondiging, wee-roep, beschuldiging, aanzegging van het onontkoombaar gericht Gods! De profeten waren nu eenmaal met al hun krasse en striemende taal, geen rebellerende 'partijgangers der armen' maar Jahwe's oordeelsboden'. Zo zou meer te noemen zijn.
Het is verbijsterend tot welke exegeses van bijbelgedeelten moderne theologen komen. De Ru zegt, dat de verkondiging van Jezus precies in haar tegendeel wordt veranderd. Jezus wordt gezien als de voorman van de revolutie, maar De Ru zegt dat Hij: 'hoewel de Zoon was, de gehoorzaamheid heeft geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden'. 'Jezus had betere dingen te verkondigen dan maatschappelijke reorganisatie en structuele herordening; tegen groter kwaad te vechten dan tegen materiële armoede en uitbuiting. Hij is God-met-ons, om onzentwil arm geworden, namelijk om onze eigenlijke armoede ons leven buiten God, ons dood-zijn door de misdaden te bevechten.
Wie het boek van dr. De Ru leest, wordt bemoedigd, bijbels bemoedigd! In de stroom van revolutie .literatuur is het een weldaad deze zuivere bijbelse stem te mogen vernemen. Naast een boek als van Vermaat, die verschijnselen signaleert (voor een breed publiek), hebben we dit boek hard nodig om de dwalingen van de tijd vanuit de Schrift te weerstaan. Opdat we niet verleid worden! Terwijl dr. De Ru toch — bij alle afwijzing van de politieke theologie — duidelijk de roeping van de christen in de staat beklemtoont. De staat is geroepen het recht te beschermen, de chaos en de anarchie tegen te gaan, hulp te verlenen bij het verrichten van goede werken (Rom. 3), waartoe de christen ook als staatsburger geroepen is. Daar is vanuit de Schrift de bewogenheid om heel de mens (mét ziel en lichaam). Maar de staat kan ook het beeld van het beest (Openb. 13) krijgen, zodat dit totale heil - van de mens bedreigd wordt en de staat tegenspeler van Christus, handlanger van de machten wordt. Daartegen protest aan te tekenen komt voort uit bewogenheid om het heil van de mens. Ook van de staat zegt de Schrift wat betreft de eindtijd profetisch ernstige dingen. Zou de greep van de revolutie op allerlei terrein — met gedogen of legaliseren van staatswege — niet de trekken van het beest hebben? Wanneer de huidige revolutie theologie zo gericht is op aards recht in politiek verband dan blijken we zo ver uit de buurt van de Schrift te zijn — De Ru wijst daar met ernst en klem van redenen op — dat het christendom in zijn tegendeel verandert en zelf de ruimte schept voor chaos en ontwrichting.
Man en vrouw in een revolutionaire tijd
De titel hierboven is van het laatste boek van dr. W. Aalders. Wanneer één instelling aangevreten wordt door de permanente revolutie, die gaande is, dan is het wel het huwelijk. Welk een enorme ontwrichting is er op dit terrein niet gaande. In de stad Amsterdam alléén al worden door de rechtbank per week 60 echtscheidingen uitgesproken, zo lezen we in dit boek. Wat dit betreft merkt dr. Aalders op, mag wel in ernst, herinnerd worden aan het feit, dat het huwelijk niet alleen een zaak is van twee mensen maar dat ook de Heere God er mee te maken heeft. Als Christus de Hem toekomende plaats in het huwelijk krijgt, wie durft dan nog over scheiding te spreken?
Een goed ding is, dat dr. Aalders uitgebreid handelt over de ongehuwden, daarbij ingaand op de reële problemen die daar liggen.
Bevrijding en chaos
Het slot van het boek handelt eigenlijk pas expliciet over de revolutionaire tijd, waarin we leven. Dr. Aalders herinnert aan de bevrijding. Wie had in de oorlog niet gezondigd tegen gerechtigheid en barmhartigheid? 'Daarom ervoeren wij de bevrijding tegenover allen, die gevallen of vermoord waren, als onverdiende en verbeurde genade Gods'. Aalders spreekt dan van een herontdekking van het grote goed van de vrijheid. 'De Bijbel had de ziel van ons volk in het verleden te diep aangeraakt, dan dat zij de goddeloosheid, wreedheid en tyrannic van het nationaal-socialistische heidendom verdragen kon. Een ware en karaktervolle Nederlander kan geen antisemiet zijn: hij dient de 'God van Abraham, Izaak en Jacob. Een ware en karaktervolle Nederlander kan geen Führer volgen; hij kent maar één, Leidsman ter zaligheid: Jezus Christus'.
Maar inmiddels staan we nu voor de vraag: is er nog toekomst? Is de situatie thans niet nog véél verlammender en uitzichtlozer dan in 1940-1945? Staan wij als volk aan de vooravond van een totale anarchie? De democratie (een nuttige en nodige vorm van politiek, waarin vrijheid van volk en enkeling tot haar recht komt) is in de vernieling gekomen, omdat een profetisch-geïnspireerde elite ontbreekt, die als zuurdesem in de democratie werkt.
Moeten we het niet zó zeggen, dat als de democratie niet theocratisch genormeerd wordt de ontbinding ervan in principe gegeven is? Dan zegt prof. dr. A. A. van Ruler, dat we nog wel theocratisch leven kunnen, óók al worden'we niet theocra tisch geregeerd. Maar dat betekent dan ook — en daar val ik dr. Aalders bij — 'kiezen de nieuwe en smalle weg van enkelingen in de navolging van Hem, die buiten de poort en buiten de lege plaats geleden heeft'. Groen van Prinsterer zei aan het eind van zijn leven: 'Ik ben een vreemdeling geworden in mijn eigen volk'. Zal niet ieder die theocratisch leven wil dat in ons huidig bestel ervaren?
Onderscheiding der geesten
Een prachtig hoofdstuk wijdt dr. Aalders aan de onderscheiding der geesten, nadat hij eerst geschreven heeft over de utopie (het droombeeld) van de huidige dwepers en radicalen (de politieke idealisten, die het heil hier en nu zoeken), waarbij met name Calvijn en Groen van Prinsterer worden aangehaald omdat zij tegen de revolutie het evangelie stelden. Bij het onderscheiden der geesten herinnert dr. Aalders aan Galaten 1, waarin het gaat over leidslieden, die de gemeente in verwarring brengen door het evangelie te verdraaien en aan 2 Cor. 11, waarin het gaat over Satan, die zich voordoet als een engel des lichts en over dienaren, die zich voordoen als leraars der gerechtigheid. In de tijd van de afval zullen er bedriegelijke tekenen en krachten en wonderen zijn. Zitten we daar niet midden in?
Ik eindig met het volgende citaat, waarin dr. Aalders spreekt over de veranderings dynamiek in de kerk:
'Het 'nieuwe' in al die 'vernieuwingen' is daarom een geestelijke omslag, die aan de bijbelse, geestelijke woorden als 'God, eeuwigheid, hemel, schepping, verlossing, zonde, verzoening, genade, gerechtigheid, vergeving, geloof, hoop' hun fundamentele gerichtheid op 'de hemelse gewesten en toekomende eeuwen' (Ef. 2 : 6, 7) ontneemt en ze verbastert en ontwijdt door ze te verbinden met de dynamiek van het moderne, revolutionaire toekomstdenken, dat 'werkzaam is in de zonen der ongerechtigheid' (Ef. 2:2).
Dr. W. Aalders: Man en vrouw in een revolutionaire tijd; uitgave J. N. Voorhoeve, Den Haag, 197 pag. Dr. G. de Ru: De verleiding der revolutie; uitgave J. H. Kok B.V., 143 pagina's ƒ 12, 50.
J. A. E. Vermaat: Signalen van de eindtijd? uitgave De Banier B.V., Utrecht, 271 pagina's, ƒ 22, 50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's