De dood gedood
De laatste vijand die te niet gedaan wordt, is de dood. (1 Cor. 15:26)
De gemeente van Corinthe was een gemeente met vele problemen. De wereld trok aan alle kant aan de christelijke gemeente. En de wereld en de zonde vindt in het mensenhart een willig bondgenoot. Wat een onenigheid was er niet onder broeders van hetzelfde huis? Er waren zelfs scheuringen en soms zat men dronken aan het Avondmaal,
Ook in de leer waren velen niet gebleven bij het Evangelie dat Paulus verkondigd had. Sommigen zeiden dat er geen opstanding was. Daar gaat Paulus in hoofdstuk 15 op in. Paulus knoopt in dit hoofdstuk de opstanding van Christus en van de Zijnen aan elkaar. Christus is opgestaan! Dat is een zeker pand van onze zalige opstanding, mag Zijn gemeente belijden. Wie het een ontkent, raakt ook het andere kwijt en omgekeerd. Wij zullen opstaan als Hij wederkomt. Tot die tijd heeft een christen een strijdend leven en blijft ook de eeuwenlange strijd tussen God en satan.
God heeft vijanden. Als samenvatting en grootste van alle vijanden wordt in het verband van 1 Cor. 15 de dood genoemd. Wat heeft de dood al niet uitgericht? ! Hij verwoest alles.
En omdat hij een vijand van God is, is hij ook onze vijand. Dat weten wij, zeggen wij missschien wel eens wat te gemakkelijk. Wat een kerkhoven! En hoevelen zijn er ook deze winter niet gestorven! Wat een lijden in ziekenhuizen! Op onze huizen staat soms 'Linquenda' (dat is: wat verlaten moet worden!).
Maar kent u zo deze vijand wel echt? Dit is alleen wat wij uiterlijk van hem zien. Er is veel meer. Hij is er om onze zonde. Wij hebben hem zelf binnen gehaald. 'Ten dage als gij daarvan eet, zult gij de dood sterven'. Paulus schrijft: 'De bezoldiging der zonde is de dood'. Dat is het erge. De zonde stelt alles wel mooi voor, maar het einde... Laten wij dat nooit vergeten.
En de dood is een drievoudige dood: lichamelijk, geestelijk en eeuwig.
Hij pakt aan met drie handen tegelijk. Vergis u niet en verkijk u niet op hem. Hij is een vijand. Daarom moeten wij hem echt niet tot een vriend maken. Dat gebeurt zo vaak zo gemakkelijk. 'Het is je lot', zegt men dan. Alsof hij op één lijn staat met geboren worden, trouwen...
Een ander zegt: 'Hij heeft een mooie leeftijd bereikt'. Op een graf staat soms 'Rust zacht'. Men probeert in onze tijd de dood hoe langer hoe meer buiten het leven te duwen. Maar de Heere Jezus weende bij het graf van Lazarus.
Hij is een vijand. Hij is zó Gods vijand dat de Zoon van God er-door in onder moest gaan. De poorten der hel gingen achter Hem dicht.
Hij is soms ook nog een vijand van Gods kinderen. Al mogen zij weten dat de dood voor hen geen straf meer is, maar een doorgang tot het eeuwige leven. Maar het is voor het vlees wel een donkere doorgang. Hij is een vijand voor hen, als zij meer zien op zichzelf dan op Christus, Die meegaat ook in het dal van de dood. Maar zal Hij Die levensgenade gaf ook stervensgenade geven?
Maar de Heere geeft niet alleen stervensgenade als overwinning op de dood. Aan de dood zelf komt een einde, zegt Paulus. Hij wordt te niet gedaan. Dat doet Christus na Zijn hemelvaart. Hij moet (de Goddelijke wil over Hem, als Middelaar) als Koning heersen, totdat alle vijanden onder Gods voeten liggen. Hij is ook nu geen werkeloze Middelaar. Hij is aan Gods rechterhand. Hij bidt en Hij strijdt. Strijdend is Hij bezig alle vijanden onder de voeten van Zijn Vader te leggen. Dat is het oosterse beeld van de totale onderwerping. De dood zal niet meer zijn. Hij wordt geworpen in de poel des vuurs.
Dat betekent niet dat de dood er niet meer is. Hij is er als de tweede dood. Dat is de hel. Maar voor hen die Christus liefhebben, is hij er niet meer.
Teniet gedaan. Met Pasen overwon de Levensvorst de dood. Hij is door de dood heengegaan. Hij heeft de dood zijn hart uitgerukt. Nu brengt Hij het leven en de vrede en de gerechtigheid aan. 'Wees gegroet', 'vrees niet', zo klinkt het. De dood heeft niet meer het laatste woord in het leven van Gods kinderen. Boven het open graf uit mag klinken: 'Wie in Mij gelooft, zal leven al ware hij ook gestorven'.
Maar ook na Pasen moeten wij nog sterven. Dat is de vreselijke ernst van de zonde. Al weten Gods kinderen dat de dood voor hen van karakter veranderd is.
De laatste vijand... Dat is ook een deel van de ergenis van het Evangelie. Wij hadden hier misschien 'de eerste' geschreven. Maar God weet wat goed is. 'Geen vader sloeg met groter mededogen...'. Dat staat juist in die psalm die spreekt van de kortheid van ons leven.
De laatste. Als wij straks mogen opstaan, zijn alle andere vijanden dan ook weg: satan, ziekte, zorg, lichaamskwalen, twijfel, ongeloof... Maar ook: de ongelovigen zijn weg. Want in het nieuw Jeruzalem zal niet inkomen iets dat ontreinigt en gruwelijk doet. Dat is de waarschuwing bij deze tekst van troost. Dit is het Evangelie dat Paulus ons verkondigt heeft. Hij mag tot de gemeente van Corinthe zeggen: dat gij ook aangenomen hebt. Zo wordt een mens in de aanvechting bemoedigd. Ook in een tijd dat zovelen afvallen en een andere leer leren dan de Schrift verkondigt.
Hebt u het al als Evangelie aangenomen? Dan zingen wij het Paulus na:
'...alsdan zal het woord geschieden dat geschreven is: de dood is verslonden tot overwinning. Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning? '
Sommelsdijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's