Honderdduizenden mensen van de ene op de andere dag zonder ruggespraak ’Hervormd-af’ laten worden?
Ds. T. van ’t Veld besprak probleem ’geboorteleden’
Mijn hoofdbezwaar is, dat volgens dit voorstel per kerkordewijziging zomaar beslist wordt over enige honderdduizenden mensen, die van de ene op de andere dag dan 'hervormd-af' zouden worden. En dat zonder dat hen er iets over gevraagd is. Dit is toch wel een crue vorm van tuchtoefening, aldus ds. T. van 't Veld uit Ede, tijdens een rede op de jaarvergadering van de hervormde Bond voor inwendige zending op gereformeerde grondslag (IZB), die zaterdag j.l. te Utrecht gehouden werd.
Hij duidde op het voorstel, dat in de novembervergadering 1974 van de hervormde synode aan de orde was geweest. De synode heeft toen geen uitspraak gedaan. Het rapport, waarin een voorstel tot wijziging van de kerkorde op dit punt vervat was, zal eerst uitvoerig in de kerk aan de orde moeten komen.
Vingeroefening
In een onlangs aan de kerkeraden gezonden brief, die het rapport en een samenvatting van de discussies ter synode vergezelde, hebben praeses en scriba van de generale synode er nadrukkelijk op gewezen, dat het bovengenoemd voorstel slechts 'een vinger-oefening' is, die bedoeld is om de strekking van het rapport meer concreet te maken.
Normaal wordt, wanneer er ooit iemand buiten de gemeenschap van de christelijke kerk gestoten wordt, er eerst een aantal gesprekken met hem gevoerd, en terecht. Maar mogen we dan zomaar duizenden medemensen afschrijven zonder dat ze het zelf weten? En zonder dat hen om een keuze gevraagd wordt? Zomaar massaal?, vroeg ds. Van 't Veld zich af. Bovendien achtte hij het ook onbillijk: Er zijn geboorteleden, die — ondanks het feit dat ze niet gedoopt zijn — toch serieus op zoek zijn naar een houvast in hun leven.
Ook praktisch lost het hoegenaamd niets op, om de geboorteleden niet meer als lid te rekenen. De kerk kan wel bepalingen maken, maar de praktijk is: zolang men bij de burgerlijke stand genoteerd blijft als 'N.H.', blijft men in de hervormde administratie. De kaartenbakken blijven dus hoegenaamd even vol. Dat is ook nog om een andere reden zo: we kennen in onze kerk de vorm van gezinsregistratie. Zolang nog één gezinslid dooplid is, zou toch het hele gezin in de kaartenbak blijven.
Conclusie: Het is evangelisatorisch gezien niet verantwoord om zomaar een hele groep, ongehoord, af te boeken. En praktisch gezien is er ook een uitnemender weg.
We krijgen in de toekomst — juist ook in het evangelisatiewerk — steeds méér te maken met het vraagstuk van de geboorteleden. Daar moeten we echt op rekenen, aldus ds. Van 't Veld, die enige punten noemde: men laat minder dan vroeger zijn kind dopen uit gewoonte. Dit betekent dat er een groter aantal geboorteleden gaat komen.
Anderzijds geven de mensen ook steeds gemakkelijker op: godsdienst 'geen'. Dit geeft inderdaad wat vermindering van geboorteleden. Maar erg is, dat deze medemensen gemakkelijk uit het oog verloren worden, ook voor het evangelisatiewerk.
De noodzaak van een verantwoorde 'sanering' van de administratie zal zich in de gemeenten steeds meer doen voelen. Juist als gevolg van evangelisatiewerk komt er een moment, dat de mensen gevraagd mogen en moeten worden om een keuze. Onder hen zal uiteraard een hoog percentage geboorteleden zijn.
Er is een regeling in de maak, waarbij niet-meelevende gezinnen passief geregistreerd kunnen worden Dit betekent dat het eigenlijk 'slapende leden' zijn. Ze staan alleen maar geregistreerd op één centraal adres (b.v. bij de SMRA in Delft), maar hun naam komt niet meer voor in de plaatselijke kaartenbak. Welk een omvang dit kan aannemen, blijkt in Rotterdam-Zuid, waar men al met dit systeem werkt. Tweederde deel - van de hervormde gemeente daar is passief geregistreerd. Onder hen uiteraard ook tienduizenden geboorteleden. Wanneer dit systeem ook in andere gemeenten komt (voor de SMRA-gemeenten is dit waarschijnlijk 1977) dienen we wel bijzonder op onze hoede te zijn: de kerkeraad zal een beleidsbeslissing moeten nemen, óf men in de eigen gemeente gebruik gaat maken van déze passieve registratie en welke kriteria men daarbij hanteert.
Tenminste eens per jaar zullen alle passief geregistreerden toch weer benaderd moeten worden.
Tenslotte, zei ds. Van 't Veld, komt het mij voor dat we er niet vreemd van moeten opkijken, als te eniger tijd de overheid niet meer toestaat dat de godsdienstige aanduiding 'N.H.' aan de kerk wordt doorgegeven. (Dit is een strikt persoonlijke mening, maar ik vrees dat we dié kant opgaan). Als dat nu zou gebeuren, dan zou met name de administratie van de geboorteleden een puinhoop worden. Zij staan immers in geen enkel doop-of lidmatenboek, en met name geboorteleden zullen zelf niet gauw aan de kerk opgeven als ze gaan verhuizen of als er een baby komt.
Amputatie van de hele groep geboorteleden biedt, aldus ds. Van 't Veld, geen oplossing. Immers het hele lichaam is ziek. Ook van doopleden en lidmaten zal — na een geduldig en trouw pastoraat — een keuze gevraagd moeten worden.
Vijf geneesmiddelen
Wat dan? Er is de uitnemender weg: de liefde, zei de spreker, die, nu de amputatie niet wenselijk is, vijf geneesmiddelen wilde voorschrijven: het medicijn van het Woord: evangelisatiewerk tegen de klippen op.
een verantwoorde sanering: we mogen echter nooit beginnen met een uitschrijf formulier. Dat is pas de laatste fase: pas nadat je evangelisatorisch alles gedaan hebt wat je kunt, mag je vragen om een keuze. En in deze sanering zullen we dan niet alleen geboorteleden, maar ook doopleden en lidmaten moeten betrekken.
Wanneer de mogelijkheid komt om de kaartenbak te verdelen in een actief en passief bestand, zal dit met grote zorgvuldigheid moeten gebeuren. Men mag nooit als groep passief geregistreerd worden: b.v. de geboorteleden. Maar dit zal steeds per gezin moeten geschieden, na persoonlijke bezoeken. Dan zullen er geboorteleden met vreugde gehouden worden in het actieve bestand, en lidmaten helaas passief, moeten worden geregistreerd. Waarbij dan direct de vraag komt: wat doen we met de passief geregistreerden?
Na gewezen te hebben op het nut van een goede administratie en organisatie, beëindigde ds. Van 't Veld zijn rede met te zeggen, dat het meelevende deel van de gemeente (vooral ook in voorbede en prediking) meer bewust gemaakt zal moeten worden van de opdracht: 'Zending in Nederland ook uw roeping'.
(Hervormd Persbureau)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's