De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

In Dienst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Dienst

6 minuten leestijd

Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven door Jezus Christus, onze Heere. (Rom. 6 : 23)

Romeinen 6 is het hoofdstuk van het leven en sterven met Christus. Het wordt ons afgebeeld in de doop (zie vers 4). Ons tekstvers is de samenvatting van het gehele hoofdstuk.

De mens wordt in ons vers voorgesteld als een soldaat in dienst, die ook bezoldiging, soldij, ontvangt. Dat is een bekend beeld in de Bijbel. Een zondaar wordt immers een vijand van God genoemd, die wapenen der ongerechtigheid draagt. Een christen wordt opgewekt aan te doen de gehele wapenrusting Gods en zich zelf te stellen Gode tot wapenen der gerechtigheid (vers 13).

Van nature is de mens in dienst bij generaal 'zonde', 'doelmisser'. De mens bedoelt buiten Christus om altijd zich zelf. Er is ook sprake van het dienen van de 'ongerechtigheid'. Wij nemen het niet dat God ons Zijn recht voorschrijft. Er is ook sprake van de dienst der 'onreinheid'. Wie geeft immers een reine uit 'n onreine? Door één mens is de zonde in de wereld gekomen en die zonde is door gegaan tot alle mensen. Daarom behoeft u onder generaal 'zonde' niet voor de keuring. Niemand wordt afgekeurd voor deze dienst. Iedereen is bij hem bij voorbaat goedgekeurd van zijn allereerste levensbegin af aan. In-de-wereld-komen is hetzelfde als in-de-zonde-komen.

Daarom is het dienen van de zonde in de zonde blijven leven. Dat is het levenselement van de wereld. Wij zijn één brok zonde van huis uit. De zonde beheerst ons (vers 12). Als u daarom nog niet weet wat zonde is, verraadt dat alleen maar een ontstellend gebrek aan zelfkennis. Dat is nu de mens buiten Christus. Niemand behoeft hier zich zelf te verheffen. En ook een gerechtvaardigd zondaar moet altijd weer opnieuw dit horen om klein te blijven. Er zijn nette zondaren, verborgen zondaren, openbare zondaren, orthodoxe zondaren, onverschillige zondaren. Zij hebben dit gemeen, dat zij zondaar zijn.

De zonde betaalt als een 'goede' generaal soldij uit. Dat hoort bij elkaar: zonde en soldij, in de zonde leven en de dood. Het woord hier gebruikt voor de bezoldiging duidt aan het levensonderhoud van een Romeinse soldaat. Ziet u, hoe leugenachtig de zonde is? Hij belooft levensonderhoud en hij geeft de dood. Hij laat ons alleen, juist als wij onmogelijk alleen kunnen staan, nl. in het gericht van God. Laat u zich toch niets wijs maken. Alles buiten Christus betaalt alleen de dood uit.

Bezoldigingen, staat er eigenlijk. ledere keer weer en altoos door hetzelfde loon, betekent dat. Naast zijn levensonderhoud kreeg de Romeinse soldaat nog toeslagen. Maar wat is er naast deze sodij nog te verwachten? Wat voor verwachting mag er zijn voor een leven in de zonde? Wat voor verwachting mag er zijn voor een leven buiten de kerk, buiten de dienst van God? Lees eens wat er staat in vers 21. De bezoldiging der zonde is dood, staat er letterlijk. Er staat niet 'de dood', maar 'dood'. Altijd is er enkel en alleen maar dood. Met alle voorboden die er bij horen: moeite, verdriet, onrust, onverschilligheid, elkaar veroordelen, onbekeerlijkheid.

Een hopeloze toestand!

Maar..., staat er! Van ons uit moest er een punt staan en een punt blijven staan. God zet een komma en door de prediking en het toepassende werk van de Heilige Geest komt die komma ook in ons leven te staan.

Maar... Dat slaat al ons denken stuk, ons vrome denken en ons onverschillige denken.

Maar God... Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij ...

Er was geen redden meer aan. Er was ook geen vragen naar. Maar Hij! Dat is genade!

Het is genade dat een mens naar God gaat vragen. Het is genade dat een mens de punt gaat zien door de prediking. Daarom is het niet onverschillig waar u bent zondags. Op het sportveld en aan het strand leert u zondags die punt en ook die komma niet zien.

Maar de genadegift... Dat is Gods geven. Maar het kan ook alleen maar door genade. Genade is geen sta-in-de-weg om zalig te worden evenmin als de verkiezing dat is. Het is juist de enige mogelijkheid.

Gods genadegift. Die is er niet los van Christus. Er staat letterlijk: in Jezus Christus. De genade is er door het lijden en sterven van Christus. Aan het geven van de genade gaat het geven van Zijn Zoon vooraf. Hij geeft Zijn Zoon in Bethlehem, aan het kruis en tot in de dood. En de Zoon gaf Zich Zelf. Hij kreeg de bezoldigingen tot de kas uitgeput was. Zo heeft Hij de dood gedood en de zonde uitgeschud. Hij heeft het handschrift van onze zonde dat tegen ons getuigde aan het kruis geslagen. Toen konden de zonde en de dood Hem niet langer in dienst houden. Zo verwierf Hij het eeuwige leven door alle doden te sterven. Maar niet voor Zich Zelf. In Hem gingen 'wij' (u ook? ) met Hem in de dood en stonden 'wij' (u ook? ) met Hem op.

Is het ook al genadegift voor u? Paulus stelt het zo algemeen mogelijk als hij spreekt over dé bezoldiging en dé genadegift.

Is het al uw genadegift geworden? Het kan. Er is nog een gift: de Heilige Geest. Hij deelt de weldaden van Christus uit aan hen die het Woord der veroordeling horen en die leren zien wat voor dienst hun dienst eigenlijk is. Zij zeggen: Wat moet ik doen? En het antwoord is: Er staat een komma. Gelooft in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden.

De dienst aan Christus geeft het eeuwige leven. Het eeuwige leven staat tegenover al de dodigheid en doodsheid van ons leven. Deze uitbetaling gaat eeuwig door. Het is een eeuwig leven van genade. Ik behoef er tot in eeuwigheid niet meer voor te werken. En het blijft ook als het lichaam sterven gaat.

Het eeuwige leven is er nu al. Straks is het er in volkomenheid. Wat geen oog gezien heeft en in geen mensenhart is opgeklommen, heeft God bereid voor hen die Hem liefhebben. Dat is nog veel meer dan in-de-hemel-komen.

Maar hier begint het al. Wie in Mij gelooft, hééft het eeuwig leven. Christus wordt ons levenselement. Waar ik eerder een hekel aan had, doe ik nu met genoegen. En omgekeerd. Het eeuwige leven is het leven waar Romeinen 8 van spreekt. Christus beheerst ons. Wij zijn bij Hem in dienst. Dat is de ware vrijheid. Deze vrijheid durft nee te zeggen tegen de zonde.

Dat geeft hier al een wandel in nieuwigheid des levens. Want genade leidt altijd tot een leven aan de hand van God. Deze belofte (hij staat op ons voorhoofd sinds onze Doop) sterkt ook in al de doodsheid van ons bestaan. Deze gift blijft. Gods geschenk blijft ook als het door eigen schuld om ons heen donker wordt.

Maar de genadegift Gods... Mijn genade is u genoeg! Nu roem ik in vrije gunst alleen.

Onze Heere, staat er nog. Let op dat 'onze'. Het kan voor een ieder. Maar in de beleving wordt het 'onze'. Bij wie bent u in dienst?

Sommelsdijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

In Dienst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's