Gemeenschappelijke Gereformeerde ethiek?
Conferentie COGG
Op de jaarlijkse conferentie van het Contact Orgaan voor de Gereformeerde Gezindte, waarop ongeveer 80 deelnemers uit verschillende gereformeerde denominaties aanwezig waren, werd uitgebreid gehandeld over de gereformeerde ethiek (zedenleer). De Vrijgemaakt Gereformeerde prof. J. Douma leidde het onderwerp in. Hij wees erop, dat de productiviteit ten aanzien van de ethiek in gereformeerde kringen in deze eeuw achter bleef bij de studie van de dogmatiek. Dat betekende echter geen onzekerheid, want vanuit een overtuigde dogmatische positiekeuze volgde een even besliste levenswandel. Maar thans vindt er in christelijke kring een aardverschuiving plaats. In allerlei theologieën van deze tijd staat een bepaalde ethiek centraal en daarnaar wordt de dogmatiek afgemeten. Waar is alleen wat zich waar maakt.
Daarom gaat de moderne ethiek — zoals we die ook vinden bij mannen als Kuitert en Rothuizen, uit van een andere wortel dan de echt gereformeerde ethiek. Hier staan tegenover elkaar denken vanuit de mens en denken vanuit God, rechtvaardiging uit de werken en rechtvaardiging door het geloof, wetenschap aangaande de toekomst tegenover bijbelse toekomstverwachting. De oude gereformeerde ethiek gaat uit van een antithese, een tegenstelling tussen kerk en wereld, maar de nieuwe ethiek zoekt naar een synthese (samenvoeging). Wie van antithese nog durft spreken wordt beticht van ketterij. Intussen kan de moderne ethiek op geen enkele wijze meer waar maken waarom ze nog nodig is. Want wat onderscheidt haar nog van puur wereldse interpretaties van de mens en zijn toekomst, ten aanzien van de normen, waaraan de mens onderhevig is? Het christelijke wordt tegenover de wereld vrijwel uitsluitend zo 'waar' gemaakt dat men voortdurend verklaart, dat de kerk bijna steeds heeft gefaald.
Ingaande op wat het kenmerkende van de gereformeerde ethiek moet zijn, wil deze haar plaats behouden en de modeverschijnselen van deze tijd overleven, stelde Douma, dat daartoe behoort de vreugde (het is volbracht. Joh. 19 : 30; zij zijn geschied, Openb. 21 : 6), de bescheidenheid (op de wijze van het mosterdzaad en het zuurdeeg voltrekt zich het handelen van de christen), de ongedeeldheid van het leven (er is maar één wet met twee tafels, één rijk van God met twee regimenten, kerk en wereld, één ethiek met persoonlijke en sociale aspecten) en tenslotte de openheid, waarmee prof. Douma bedoelde, dat het Woord van God bewaren iets anders is dan de bestaande orde verdedigen. Ethiek moet ingaan op de vragen van de tijd.
Bescheidenheid-schuld
Ik ga niet alle vragen en opmerkingen weergeven, die op het referaat volgden. Dat zou te veel ruimte vergen, want de bespreking was zeer gevarieerd en geanimeerd. Een paar hoofdlijnen wil ik echter aangeven.
Wanneer prof. Douma voor besscheidenheid in de doordenking van de ethische vragen pleitte dan bedoelde hij vooral een afbakening te geven naar de kant van een zeker triumfalisme, dat in de vooroorlogse jaren het christelijk organisatiewezen kenmerkte. Hoe dankbaar prof. Douma ook was voor de arbeid van Kuyper en voor organisaties op het terrein van politiek en school, daar was toch wel eens een tendens van gearriveerd zijn, van triumfalisme en ook van groepsdenken. Thans moeten we veel meer persoonlijk onze houding bepalen in de wirwar van vragen.
Professor van Genderen merkte in dit verband op, dat triumfalisme fout is maar dat er wel sprake kan zijn van goede triumfantelijkheid. Hij wees op het mosterdzaad, dat een boom wordt, en het zuurdeeg dat het héle deeg doorzuurt.
Professor dr. C. Graafland wilde wel spreken van bescheidenheid maar sprak ook van schuld. Als we thans bij de puinhopen staan van wat werd opgebouwd in ethisch opzicht, dan ligt daarin ook een oordeel Gods. Had de stem van Kohlbrugge, die voor Kuyper een correctie betekende, niet méér gehonoreerd moeten worden, als deze zo met klem wees op de rechtvaardiging van de goddeloze en het pelgrim zijn?
Bunyan
Wat dit pelgrim-zijn betreft, daarvan had prof. Douma gezegd, dat op de wijze waarop John Bunyan dit stelde in zijn christenreis de wereldmij ding toch wel erg dicht bij lag, 'n tendens die ook in de theologie van dr. W. Aalders aanwezig zou zijn. Waarop prof. Graafland stelde, dat bij Calvijn elementen als kruisdragen, zelfverloochening, overdenking van het toekomende leven en zelfs verachting van het aardse leven toch wel heel duidelijk meespeelden in zijn visie op het handelen en leven van de christen. Het vreemdelingschap is niet alleen een kwestie van anders in de wereld staan dan de mensen van de wereld maar ook van niet tot de wereld behoren: ons burgerschap is in de hemelen!
Drs. K. Exalto vroeg zich af of wij wel in staat zijn om Bunyan te begrijpen als we bedenken dat hij zijn christenreis in de gevangenis geschreven heeft. Maar juist daarin — en dat onderscheidt dr. W. Aalders in onze tijd héél scherp — zou Bunyan wel eens uiterst actueel kunnen worden, omdat het wel eens zou kunnen zijn, dat wij in de toekomst het christenzijn ook met de gevangenis moeten betalen. Als we dan de vreemdelingschap zo sterk beklemtonen betekent dat dan opeens dat we minder sterk bij de tijd betrokken zijn? Bunyan heeft behalve zijn christenreis ook de christinnereis geschreven. Dan gaat het hele gezin mee naar Jeruzalem. En na het tweede huwelijk mag ook de tweede vrouw mee. Dat staat toch wel midden in het leven.
Vreugde
De vraag kwam óók aan de orde of bij de ethiek behalve de vreugde niet (allereerst) de wet of de eer van God centraal moest staan. Prof. Douma vond dat geen tegenstelling. In de ethiek is de wet de regel van de dankbaarheid: Ik ben de Heere uw God, die u uit Egypte uitgeleid heb. De eer van God, de wet en de vreugde om de verlossing grijpen ineen. Waarop prof. Graafland repliceerde, dat het in de ge meente niet alleen gaat om het verlost zijn maar ook om het verlost worden. Men kan te vanzelfsprekend van het verlost zijn, de vreugde, uitgaan.
De Schrift
Telkens kwam naar voren, dat de Schrift bij de doordenking van de ethiek centraal moet staan. Maar als dat gezegd is beginnen de moeilijkheden vaak pas. Want met eenzelfde beroep op de Schrift liggen er in de Gereformeerde Gezindte toch wel verschillende lijnen. Men denke aan de zondagsheiliging, gebruik van de communicatiemedia.
Onzerzijds is opgemerkt, dat we allen het gevaar lopen heel selectief met de Schrift om te gaan. In de eerste plaats zijn we in de gereformeerde gezindte misschien geneigd de vragen van de microethiek (het persoonlijke leven rakende) hoger aan te slaan dan die van de macroethiek (de samenleving rakende)., Maar als dr. G. Th. ter Schegget in een boekje getiteld Klassenstrijd en staking, zich baseert op het jubeljaar, waarin ook het land moest rusten, om een hele marxistische filosofie over staking, revolutie en maatschappijkritiek op te bouwen, komt de vraag wèl op ons af wat wij met deze Schriftgegevens over het jubeljaar, met het rusten van het land, dan wèl doen. Liggen hier toch geen aanwijzingen voor het omgaan met de schepping?
Men kan dan wel zeggen — of handelen in ieder geval zo — dat deze gegevens van de Schrift tot de schaduwendienst behoren. Maar anderzijds is er wel weer beroep op gegevens in de eerste bijbelboeken ten aanzien van het dragen van mannenkleren door vrouwen om de lange broek voor meisjes af te keuren, waarbij intussen de gegevens omtrent tweeërlei zaad op een akker en een kleed van tweeërlei stof, dat er direct bij staat, blijven liggen. En wat het Nieuwe Testament betreft: wegen de gegevens over persoonlijke ethische vragen daarin vaak niet zwaarder dan wat we b.v. in Jacobus lezen over uitbuiting e.d.! Prof. Douma onderstreepte, dat we de totale Schrift moeten laten spreken niet alleen ten aanzien van het persoonlijke maar ook ten aanzien van het collectieve.
Het jubeljaar heeft ons dan ook nu ten aanzien van de sociale ethiek veel te zeggen. Dr. R. H. Bremmer stelde, dat in iedere tijd andere vragen liggen. De Schrift is op de vragen van de tijd, van élke tijd, betrokken. Zo is in verschillende tijden antwoord op actuele vragen uit de Schrift gevonden. Wat het sociale betreft wees dr. Bremmer er in dat verband nog op, dat Smytegelt in zijn tijd de slavernij veroordeeld heeft toen bijna niemand dit deed.
Perspectief
Het onderwerp van prof. Douma was: Gereformeerde ethiek, fiasco of perspectief? Een boeiend referaat en een boeiende discussie. Wat het perspectief betreft bleef één aspect wat op de achtergrond, namelijk de sterk ontkerstende situatie, waarin effectuering van een sociale ethiek wel meer en meer problematisch schijnt te gaan worden. Hoe zullen we als christenen in de samenleving staan als de erkenning van het Woord op geen enkel begrip meer rekenen kan? Ethiek en martelaarschap — drs. Exalto wees daar al even op — konden wel eens sterk met elkaar gaan samenhangen. Maar op zo'n situatie grijpen we niet vooruit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's