De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vrede ondanks gesloten deuren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrede ondanks gesloten deuren

9 minuten leestijd

Als het dan avond was op die eerste dag der week en als de deuren gesloten waren, kwam Jezus en zeide tot hen: vrede zij ulieden! (Joh. 20 : 19 en 20)

De verzen 19 t.m. 23 van Johannes 20 zijn minder bekend dan het gedeelte dat voorafgaat (de verschijning aan Maria Magdalena) of wat volgt (Jezus en Thomas). Maar het Evangelie wat uit dit gedeelte tot ons komt, is niet minder groot.

Het was avond. Wat is er op de eerste dag van de herschepping niet veel gebeurd. Wat heeft hèt Licht niet een duisternis moeten overwinnen. Wat een ongeloof was er niet en is er nog bij de discipelen.

Het was avond. Maar ook dan werkt de Heere Jezus Christus. Zeg maar nooit: de Heere heeft voor mij geen tijd.

Het is de avond van de eerste dag der week. Zonder dat wij er een gebod van de Heere voor aantreffen is voortaan de eerste dag der week, de zondag, de dag voor de dienst des Heeren. Dat is een afdoende antwoord ook aan de sekten die terug willen naar de zaterdag. De zondag is door de opstanding van Christus tot de dag van de verlusting in Gods werk geworden. Als wij dat bij de zondag voorop stellen, dan zijn de vragen over wat wel en niet mag op de zondag al voor een groot deel verdwenen. Er is geen verlusting in Gods werk als u de zondag doorbrengt op het sportveld, voor uw TV-toestel of de kerkdienst verslaapt.

De discipelen hebben de deuren gesloten uit vrees voor de Joden. Met Joden bedoelt de Evangelist Johannes zo goed als steeds de Jezus-vijandige Joden. De discipelen zijn immers zelf ook Joden.

De vrees heeft de overhand. Zolang er zonde is, is er vrees. En zolang er ongeloof is. Bij Marcus en Lucas horen we iets over de gemoedsstemming van de discipelen. Zij geloven Maria Magdalena niet, de woorden van de vrouwen zijn hun als ijdel geklap, zij treuren en wenen.

Vrees door ongeloof en zonde. Wat is die er niet veel. Vrees om uit te komen voor Jezus' naam. Terwijl juist het getuigen de zekerheid geeft in eigen leven. Wat een vrees is er soms niet voor de dood. Terwijl Hij zegt: Wie in Mij gelooft, zal leven al ware hij ook gestorven. Wat een vrees is er niet voor de toekomst. Terwijl Christus de rol met de raadsbesluiten Gods in Zijn hand heeft. Wat een vrees is er niet voor de toekomst van de kerk. Terwijl Hij zegt: Ik ben met u al de dagen. Wat een vrees is er niet of wij Christus wel echt kennen.

Vrees en onvrede door het niet blijven bij Jezus' woorden. Want zie eens wat een blijdschap er bij de discipelen is als Jezus hen toegesproken heeft en wat voor een zekerheid er straks is met Pinksteren. Door de vrees hebben zij de deuren op slot gedaan. In de vrees houden wij ons soms voor: probeer er maar niet aan te denken. Maar achter gesloten deuren wordt de onrust hoe langer hoe groter. Want God laat al onze pogingen op niets uitlopen.

De discipelen zijn bijeen. Dat is het geloof in hun ongeloof. Bij de gevangeneming van Jezus zijn zij allen gevlucht. Nu zijn zij weer samen omdat Jezus hen samen trekt.

Ongeloof en geloof. Maar wie zal hier de discipelen gaan beschuldigen? Pasen leert een ieder zich zelf te beschuldigen om zijn onwil en onmacht om te geloven. En Pasen is het wonder dat Jezus er is voor zulke mensen.

Dan komt Jezus. Want Jezus' werk is altijd 'komen'. Altijd weer. Ik kom, o God, om Uw wil te doen. Hij is gekomen om het verlorene te zoeken. Straks komt Hij weer.

Hun ongeloof weerhoudt Jezus niet, hun twijfel en hun vrees ook niet. Jezus laat Zich in Zijn komen door niets weerhouden. Gelukkig maar! Dat is even Evangelie voor een arm mens! Hij komt terwijl de deuren gesloten zijn. Hij is niet meer aan aardse beperkingen gebonden sinds Zijn opstanding. Hij is ook vandaag door niets tegen te houden.

Hij zeide tot hen: Vrede zij ulieden! Dat is de gewone Joodse groet. Maar nu heeft hij in Jezus' mond een bijzondere betekenis. Let maar op wat volgt: Als Hij dit (n.l. de groet) gezegd had, toonde Hij hun Zijn handen. Aan Zijn vrede ligt Zijn kruis ten grondslag.

Vrede! Een wens die wij niet waar kunnen maken. Maar Jezus kan dat wel en doet dat ook. Mijn vrede geef Ik u, Mijn vrede laat Ik u. Hij geeft vrede die geen einde heeft. Hij predikt de God des vredes. Een God Die de oorlog die wij tegen Hem voeren van Zijn kant te niet maakt. Hij zond Zijn Zoon in onze onvrede. Daarom gaat deze vrede ons verstand te boven.

Vrede zij ulieden! Ja, u ongelovige discipelen die verteerd worden door verdriet. Ja, verloochenaar Petrus. Vrede voor ongelovigen en twijfelaars.

Vrede! Jezus spreekt geen woord van verwijt. Dat betekent niet dat Hij het ongeloof goedkeurt. Later heeft Hij, lezen wij bij Marcus, hun hun ongeloof en hardigheid des harten verweten. Maar Hij zegt alles op Zijn tijd. Hij lokt soms om later te bestraffen. Soms bestraft Hij om ons tot Hem te nodigen.

Dan toont Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. Hij geeft bij het Woord een teken. Zij zijn nauwelijks van de verwondering bekomen of zij mogen ook nog zien. Hier kent de verwondering over Zijn genade geen grenzen. Mijn God, daarom zal ik U eeuwig loven omdat Gij het hebt gedaan.

Hij maakt hen opmerkzaam op Zijn handen en Zijn zijde. Kijk eens hier, zegt Hij. Ik ben het Zelf. Hier komt Mijn vrede vandaan. Het is echte vrede. Hier geeft Hij onderwijs in de zekerheid van de vrede. Hier geeft Hij onderwijs in de zekerheid van het geloof. Hij begon eenmaal Zijn discipelen te tonen, te onderwijzen, dat Hij lijden moest. Hij gaat er mee door ook nu Hij geleden heeft. Dan is een mens nooit te oud of te jong om te leren.

Hij toonde hun Zijn handen... Die waren vol liefde in het aanraken van zieken en onreinen. Die waren genageld aan het kruis tenslotte, bloedend. Zijn zijde is doorstoken. Gelooft u nu dat in die handpalmen namen gegraveerd staan, juist van die mensen die zeggen: de Heere heeft mij vergeten en mij verlaten? Gelooft u nu dat door die handen het welbehagen des Heeren gelukkiglijk voortgaat?

Zijn handen en Zijn zijde. Dat is: ook de verhoogde Heiland is een Lam staande als geslacht. Ook nu is Hij Middelaar en wil Hij de tekenen van Zijn vernedering blijven dragen tot troost van de Zijnen. Zijn handen en Zijn zijde. Het zijn de tekenen van Zijn liefde. Hij is ingedaald in onze vijandschap. Zelfs van Hem als dode kon men niet afblijven. Zijn zijde is toen doorstoken.

Zo heeft Hij vrede verworven. Aan het recht van God heeft Hij voldaan. Deze tekenen laten zien dat God Rechter is. Maar Hij is van alle rechtsvervolging ontslagen en in Hem de Zijnen.

Hij toonde hun... Misschien zegt u: Ik zou dat ook vandaag wel eens willen zien. Dan zou ik geloven. Maar denk aan wat de Heere Jezus een week later tegen Thomas zegt. Ik zou het ook wel eens willen zien. Maar vergeet niet dat Christus hier Zijn handen en Zijn zijde moet laten zien om ons verschrikkelijke ongeloof.

En laat Hij Zich dan niet zien? Zijn de sacramenten van Doop en Avondmaal anders dan wat Hij hier doet? Betekenen zij niet Zijn verbroken lichaam en Zijn vergoten bloed? Opdat Hij ons door het gebruik daarvan de belofte des Evangelies des te beter te verstaan zou geven en verzegelen. Gebruikt u ze? U blijft toch niet weg uit de kerk als ze bediend worden? Wat krijgen de sacramenten een diepe inhoud als wij ze zetten naast deze woorden van Christus.

Vrede door die doorboorde handen. Johannes de Doper zei eenmaal dat in die hand een wan en een bijl was. Dat wil zeggen: eigengemaakte vrede is doodgavaarlijk. Daarin komt u om. Dan zult u straks te laat zien in wie u gestoken hebt. Voor de discipelen was het genoeg. De Heere weet een zondaar wel op de knieën te krijgen. Wat zal het tegen ons getuigen als wij aan Jezus' woorden en tekenen niet genoeg hebben.

De discipelen werden verblijd. Hier ziet u waar de echte blijdschap is: bij het kruis, bij Jezus' wonden. Daar wordt geweend niet over Hem en Zijn wonden maar over ons en onze zonden.

Blijdschap om wonden! Daar gruwt de wereld van. Wie heeft er nu blijdschap aan door zondags tweemaal naar de kerk te gaan? En toch: daar wordt de ware blijdschap geboren. Blijdschap uit Zijn bloed en wonden! Blijdschap uit Zijn scheiden bij de hemelvaart. Blijdschap ook als wij voor Hem mogen lijden.

Blijdschap! Zou die er immers niet zijn als de Heere tot een zondaar zegt: Vrede zij ulieden! Dan weten wij ook tegelijk waar zoveel niet echte blijdschap vandaan komt.

Zij waren verblijd toen zij de Heere zó zagen. Zondags ziet u Hem zo in de verkondiging van het Woord en door de week als u de Bijbel leest in uw gezin of voor u zelf. Herodes was ook verblijd toen Hij Jezus zag. Het suste Zijn geweten. Het was niet de opgestane Johannes de Doper. Wat is een mens vaak niet vals verblijd als hij zijn geraakte geweten maar sussen kan en rustig doorleven!

Tenslotte: Thomas was er niet, staat er in vers 24. Dat heeft hem een week van twijfel en ongeloof bezorgd. Wat een waarschuwing. Jezus verschijnt in Zijn verzoenend bloed waar de gemeente vergaderd is!

Daarom: Heden zo gij Zijn stem hoort in troost, waarschuwing en onderwijs, verhardt uw hart niet, maar laat u leiden.

Sommelsdijk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Vrede ondanks gesloten deuren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 april 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's