Uitgezonden tot vrede
Jezus zeide wederom tot hen: vrede zij ulieden. Gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft, zend Ik ook ulieden. (Joh. 20 : 21-23)
De Heere Jezus Christus is Zijn ongelovige en vrezende discipelen verschenen met Zijn vredegroet: Vrede zij ulieden. Daarna toonde Hij Zijn handen en Zijn zijde. Hij liet zien dat de vredegroet ook het schenken van vrede inhoudt. De vrede was door Hem verdiend op Golgotha. Dan zijn de discipelen verblijd.
Opnieuw spreekt Jezus Zijn vredegroet uit. Vrezenden en ongelovigen zijn hardleers. Wij hebben steeds herhalingsonderwijs nodig. Dat dat ook bij de discipelen nodig is, blijkt wel uit het vervolg. Ook een week later als Thomas er bij is, zitten de deuren weer op slot. U moet in de Bijbel maar eens nagaan hoe vaak de Heere de zaken herhaalt. Hoe vaak moet Jezus niet zeggen dat Hij gaat lijden en sterven? Beschamend vaak. En wat is het resultaat? Zijn vrede is dan ook enkel genadegave van Zijn kant.
Vrede! Waar de God des vredes de grote aanzetter tot de oorlog tegen Hem met haast onder Zijn voeten verplettert. Dan wordt het: de Heere geve u Zijn vrede. Dan gaat Zijn aangezicht in gunst over ons lichten en wordt het vrede. Hij ziet dan een zondaar aan door het bloed van Christus.
Vrede! Maar het is niet alleen herhalingsonderwijs voor harleerse discipelen. De discipelen staan hier niet alleen voor zich zelf, zij hebben ook als geroepen discipelen hun Meester in de steek gelaten en als discipelen niet geloofd. Hun ambt is in het geding. Als een ambtsdrager in zonde valt komt dat hard aan. De naam des Heeren wordt er door gelasterd. Deze tweede vredegroet is bedoeld als herstel in het ambt, vergeving ook voor hun ambtelijke zonden. Hij wil deze slechte ambtsdragers toch weer in Zijn dienst nemen. Het is tegelijk een les voor mensen die altijd maar zitten te kijken naar de fouten en de zonden van de ambtsdragers der gemeente.
Pasen heeft alles met de ambten te maken. De opstanding is niet alleen het fundament van een christelijk leven (door Zijn opstanding is er de wandel in nieuwigheid des levens), maar ook het fundament voor de ambten. De discipelen ontvangen persoonlijk de vrede Gods, opdat zij niet waar zij anderen prediken zelf verwerpelijk zouden zijn, maar zij ontvangen die vrede ook om te kunnen werken.
Wat is er niet een ambtelijke vrede nodig tegen alle laster tegen God en Zijn Kerk? Wat is er niet een vrede nodig om te kunnen blijven zaaien waar soms geen oogst gezien wordt? Wat is er niet een vrede nodig om, als er wel vrucht is, niet hoogmoedig te worden? Wat is er niet een vrede nodig bij alle vrees in het ambtelijk werk? Wat is dan ook niet de voorbede van de gemeente hard nodig voor haar ambtsdragers!
Wat heeft ieder dan deze vrede niet hard nodig. Een christen draagt het ambt der gelovige. Wat is er niet een vrede nodig om te kunnen getuigen en om ons niet te onttrekken aan onze verantwoordelijkheid in en voor de gemeente waarin wij leven.
De discipelen werden in het ambt hersteld. Zoals de Vader Christus zond, zo zond Hij nu hen. Hij is de grote Gezondene des Vaders. Hij deed de wil des Vaders in een wereld verloren in zonde en schuld. In dat woord 'gezonden' gaat heel de liefde van de Vader voor ons open, evenals in het woord 'gekomen' heel de liefde van de Zoon openbloeit. En een gezondene doet niets anders dan de zender wil. Hij was gezonden om als maar te roepen: Adam, waar zijt gij? Gezonden om weglopers na te lopen en te troosten.
Zó zend Ik u. Omdat de Vader Mij zond, kan ik ook nu u zenden. De verkondiging van het Evangelie en de ambten zijn vrucht van het gezonden zijn van de Zoon door de Vader. Christus gaat naar de hemel maar Hij laat op de aarde Zijn werk doorgaan.
Gezondenen. Wij worden Gods advocaat. Dat is even wat! Zie de ambtsdragers van uw gemeente er maar eens op aan. Zij komen niet op voor eigen eer, maar voor Gods eer.
God zendt, al gaat het bij ons naar de orde der kerk heen door middel van de verkiezing of benoeming der gemeente. Om het op de dag der bevestiging te horen: door de gemeente en mitsdien door God geroepen.
God zendt. Wij hebben als gemeenten de heilige taak en roeping te zorgen dat dat zenden Gods door kan gaan. Zijn er onder ons mannen vol van de Heilige Geest en met goed getuigenis van de gemeente en van hen die buiten staan?
Wij kunnen dat zenden door doen gaan door ons te onderwerpen aan 't op zicht en de vermaning van de ambtsdragers. Ook door onze gaven te geven voor het werk der zending en de voortgang van de dienst des Heeren in eigen gemeente. Het geven van ons geld in de dienst des Heeren brengt de hoogste rente op. Beproef het maar en u zult het zien.
Zend Ik ulieden... Zelfs Thomas die er niet bij is en twijfelt, wordt niet uitgesloten. Want het gaat in deze dienst niet om de persoon, maar om het ambt, om het gezonden zijn door de Vader en het van Hem getuigen.
Als Hij dit gezegd had, bies Hij op hen en zeide tot hen: Ontvangt de Heilige Geest. De Heilige Geest wordt in Zijn werk wel vergeleken met de wind. Denk maar aan Hand. 2. De ambtsdragers hebben deze Geest nodig om hen te leiden in alle waarheid. Hij past altijd opnieuw de vrede Gods persoonlijk en ambtelijk toe aan het hart.
Ontvangt. Ja, want wat is er in het Koninkrijk van God dat wij niet ontvangen. Dat wil ook zeggen: het is te krijgen om niet. En hier wordt verzekerd dat het Woord Gods door zal gaan tot het einde toe. Of de kerk nu ondergronds zal voortleven of bovengronds, dat doet er niet toe.
Hiermee is 't dagelijks levensvoedsel van de kerk van Christus gewaarborgd. Want ik heb het Woord nodig iedere keer opnieuw, nog meer dan mijn dagelijks eten. Zo gij iemands zonden vergeeft. Niemand kan de zonden vergeven dan God alleen. Die macht ontving ook de Gezondene des Vaders. En Hij geeft het weer door aan de discipelen en aan al de ambtsdragers.
Die macht wordt uitgeoefend in de verkondiging van het heilig Evangelie. Het hart van het Evangelie is immers de vergeving van zonden.
Zonden. Wat een woord. De Bijbel heeft er vele woorden voor om de vreselijke macht en werkelijkheid ervan onder woorden te brengen. Zonde! Wij zijn één brok zonden. Wij zijn zondaar en doen zonden. Wij missen ons levensdoel. Wij zijn weglopers uit het Vaderhuis.
Nu vergeeft de Héere. Hij gedenkt er niet meer aan. Het bloed van Christus reinigt van alle zonden. God komt er nooit meer op terug. Hij ziet alleen het bloed. En waar het bloed is, daar is de voorbijgang. Hij vergeeft. Die vergeving wordt uitgeoefend nu in de dienst des Woords waar de Heere Zijn gemeente vergadert rondom het Woord en waar de ambten bijeen zijn. Hij heeft ons de bediening der verzoening gegeven. Die verzoening wordt uitgereikt waar gebeden wordt van Christuswege alsof God door ons bade. Wij bidden u: laat u met God verzoenen. En daar wordt de vergeving uitgedeeld. Want het geloof is uit het gehoor. De prediking stelt een mens tot zondaar. En stelt een rijke Christus voor. Daar gaat het 'vrede zij ulieden' betekenis krijgen. En zegt Jezus:
Wie u hoort, hoort Mij. Zo gij iemands zonden houdt... Dat is de andere kant. Wie niet gelooft, is al veroordeeld. Als wij in ongeloof voortleven, wordt ons verkondigd dat wij door dat zelfde woord hoe langer hoe meer verhard worden. En deze verkondigde veroordeling is Gods oordeel.
Daarom: Zo gij Zijn stem heden hoort, gelooft Zijn heil-en troostrijk woord; verhardt u niet, maar laat u leiden.
Sommelsdijk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's