Heengaan
En zo wanneer Ik heen zat gegaan zijn en u plaats zal bereid hebben... Johannes 14 vs 3a.
Hemelvaart! Een vreemd en wat verwaarloosd feest. Of helemaal geen feest, alleen maar een groot vraagteken? Wij vieren het heil des Heeren als een feitelijk heil. Moet het feit zich niet gewonnen geven aan de overmacht van het ongeloof? We zitten immers met vragen. Wat is hemelvaart? Zoiets als ruimtevaart. Nee, heel iets anders! Onze God is toch in de hemel. Hoog verheven en... ver weg. God? De hemel. Wij meten het leven in zijn lengte. Zo lang leven er gemiddeld en zo ver zijn we nog lang niet, wie weet, op den langer duur...
Wij meten het in zijn breedte. We hebben graag wat armslag. Nu, de meesten hebben het breder dan vroeger en sommigen laten het heel breed hangen. Steeds langer en steeds breder. Lengte maal breedte is oppervlakte. Steeds oppervlakkiger! De diepte ontbreekt er aan. Een schip zonder diepgang; wat planken waarop we ronddobberen, zolang ze niet uiteen vallen. Koers zetten is er niet meer bij.
Ik kan ook zeggen: Gebrek aan hoogte. Het leven reikt niet hoog meer omdat het zich niet uitstrekt tot God. Daarom is het zo laag bij de grond, zo leeg. Want lengte maal breedte maal hoogte is inhoud.
Nu, hoogte en God horen bij elkaar. Wie Hem uitschakelt houdt zich op de vlakte, al gaat hij op zijn tenen staan. Pas wanneer God meedoet krijgt het leven diepgang en óp vaart. Misschien helpt dit u, om de betekenis van hemelvaart te verstaan, althans te vermoeden. Het gaat niet over een avontuurlijke tocht door de lucht, weet ik waarheen. Het gaat om het verkeer tussen God en de mensen, het gaat om hemel en aarde verenigd te saam. In de naam: Jezus.
In de tekst is Jezus aan het woord. Zijn discipelen zitten stil naar hem te luisteren, wel wat ontdaan over Zijn woorden, in verwarring gebracht. Jezus gaat hen verlaten; Hij gaat heen. Hij spreekt een afscheidswoord; het feest schijnt een afscheidsfeest en dat is vaak iets droefgeestigs. Inderdaad: heengaan. Zo wanneer Ik heengegaan ben. Hij spreekt er openhartig over, zodat ze straks niet denken: Hij is even weg, óf waarom ging Hij weg, weg van ons. Nee, Hij gaat héén, ergens heen.
Heden ging van ons heen. Hij doet dus bericht van zijn dood. Hij kijkt echter verder; in het verlengde van het Kruis ligt de hemelvaart. Hij gaat heen naar de Vader, van Wie Hij uitgegaan was. Hij is immers van boven. Hij komt bij God vandaan. Dat was Kerstfeest. Het kind Jezus werd geboren. Die geboren werd is gekomen, gezonden door de Vader. Daar legt de Heere Jezus steeds de nadruk op. Hij was niet van hier. Hij kwam van daar. Niet van beneden, in geen geval.
Van boven. Daarom viel Hem zo'n koele ontvangst ten deel, daarom wilden velen niet van Hem weten. Hoe botste het 'van beneden' op dat 'van boven'. Van God. Wij mensen moeten van God niets hebben; wij willen het hier voor het zeggen hebben en daar: De Zoon van God.
Daarvan zal het kruis het sprekende teken zijn: wie van boven is, is hier beneden niet welkom, Hij wordt als het ware teruggestuurd, de grenzen overgezet.
Christus is zijn vijanden een slag vóór: heengaan, teruggaan. Hij beschikt over de vrijheid om te gaan. Maar niet onverrichterzake, o nee. Vader, Ik heb volbracht het werk, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen. Het is volbracht. U zocht gemeenschap met zondige mensen, welnu, die gemeenschap kwam tot stand in Mijn kruisdood. De mensen hadden die gemeenschap opgezegd, zij hadden de weg opgebroken; geen doorgaand verkeer! Ik ruimde de verhinderingen uit de weg. Ik verzoende de zonde. Toen kwam de weg naar U vrij. Doorgaand verkeer, over 't kruispunt Golgotha. Het kruispunt is een verkeersplein. Lieve Vader, dat deed Ik in opdracht van U.
Toen heeft God de weg vrijgegeven. Hij knipte het lint door. En wie ging als eerste langs die weg? Christus. Heengaan, zegt Hij hier. Niet halverwege blijven steken. Ziet Hem gaan, de voorloper, die de hemel ingaat. De hogepriester, die het heiligdom binnengaat. Wat draagt Hij mee? Zijn bloed. Hij draagt het als het ware vóór zich uit, en baant daarmee de weg tot God. In de hemel vindt Hij een warme ontvangst en een vreugdevol onthaal. De Vader ontvangt de Zoon. Het feest van hemelvaart wordt in de hemel gevierd. De hemelen scheuren, de hemelen juichen, de hemelen schallen van blijdschap om Christus ten hemel opneming.
De discipelen moesten daar blij om zijn, hemelse blijdschap. Maar hoe aards denken en spreken ze nog. Zo er al enige blijdschap is, dan wordt die getemperd door de scheiding die ophanden is. Wanneer Ik heengegaan ben. Laat Hij hen dan in de steek? Kan Hij dan niets meer voor hen doen? Wat gaat Hij doen in Zijn heengaan? Plaats bereiden voor mensen, bij God hierboven. Stellen we het ons wat eenvoudig voor; kinderlijk, dat benadert de waarheid het dichtst. God is de bewoner van het hemels huis, maar Hij woont er niet alleen, dat wil Hij niet. Hij wil, o wonder van genade, mensen om zich heen hebben. Maar mensen, zoals ze zijn, geworden zijn, kunnen hier niet binnenkomen. Hier is nadrukkelijk de deur gewezen.
Daar wringt de schoen. Er is ruimte genoeg: In het huis mijns Vaders zijn vele woningen. Woonruimte bij God, zo'n woord kan ons bemoedigen.
Maar: ... Is er plaats? O wee, als wij ontdekken, dat wij die plaats verspeeld hebben. Geen plaats zonder plaatsbespreking. Bij welk kantoor? Het kerkelijk kantoor? Het kantoor van de wet? Staat die plaats op uw naam? Op wiens naam dan? Ik moet u met deze vragen lastig vallen, niet om het u lastig te maken, maar om u te waarschuwen voor een vergissing die u zou maken, wanneer u denkt: Dat zit wel goed, dat komt wel goed. Wij moeten naar God terugkeren, dat is zaak. Wie waarborgt ons een thuiskomst?
En u plaats bereid heb. We zijn geen insluipers, die worden buiten geworpen. We zijn voor die plaats op deze Jezus aangewezen; Hij brengt die in gereedheid, daarom gaat Hij heen. Toen Hij aan het kruis verhoogd werd had Hij geen plaats bij God. Daar hing Hij in mijn oordeel, in mijn vloek. Geen plaats bij God; waarmee zou ik die verdiend hebben? In dat oordeel verschijnt Christus, om te redden. Denk eens aan die moordenaar. Hij vervoegde zich bij Jezus, in de meest hachelijke omstandigheden, hij had geen schijn van kans, maar... Wilt U plaats voor mij bespreken, mijner gedenken. Ga maar met Mij mee, zei de Heere Jezus toen. Heden. Christus trekt de lijn door. Wat aan het kruis volbracht werd, wordt in de hemel van kracht. Hij mag er in. Hij is zeker van zijn thuiskomst. En daar, vóór Gods aangezicht bereidt Hij plaats voor zondaren. 'U' zegt Hij tot zijn leerlingen, zijn volgelingen. 'U' zegt Hij tot zijn gemeente. U die het huis niet kunt bereiken — te hoog; die de plaats niet kunt bespreken — te duur. Wanneer Ik heengegaan ben en u plaats zal bereid hebben. De plaatskaarten staan op Zijn Naam. Hij maakt er meteen werk van. Vader Ik wil, dat waar Ik ben, zij ook zijn, die Gij Mij gegeven hebt. Verkiezende genade is genade bij uitstek! Christus mag hen meebrengen. Hij haalde hen uit de stegen die doodlopen, uit de heggen, waar ze verwond leegbloeden.
En voor hen bedoelde Hij dat: Vader, Ik wil. Wat zijn het voor lieden? Wederhorigen, om bij U te wonen, o Heere God.
Nu kijk ik angstig rond, links en naar rechts. Ik ga heen. De Heilige Geest richt uw aandacht op Christus die de weg baant en gaat. Die de plaats bespreekt en bereidt. Doet mij de poorten der gerechtigheid open, ik zal daardoor ingaan, ik zal de Heere loven. Heengaan is ingaan in de heerlijkheid, zoals Christus' heengaan een ingaan was. Door Hem, door Hem alleen. Waartoe ging Hij heen! Waarheen mag ik hem volgen? De zwarte rand, om de witte kaart. En de tekst zwart op wit: Ik en u. Ik voor u. Ik met u. Dat is hemelvaart.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's