Wederkomen
Zo kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben. Johannes 14 vs 3 b.
Hemelvaartsdag. Mooi weer, misschien. Komen en gaan; gaan en komen. Een grote verkeersdrukte, die goed in de gaten gehouden wordt. Opstoppingen, filevorming, oplossingen, omleidingen. Hemelvaartsdag: verkéérsdag.
Zegt u dat wel! Het verkeer tussen hemel en aarde is op gang gekomen, dank zij het werk van Christus. Hij is de gaande en de komende man. Wanneer Ik heengegaan ben, kom Ik weder. Dat verklaart Hij, dat is vast en zeker waar. En wat eeuwen ver uitéén ligt, ziet Hij samenvallen in dit: wanneer. Hij zinspeelde op Pasen. Hij komt terug uit de dood; zij zullen Hem weerzien. De wereld niet, voor haar is Hij spoorloos verdwenen. Zij wél, want Hij zal zich aan hen openbaren. Vervolgens strekt dit woord zich uit tot wat wij de wederkomst noemen en waarvan wij wekelijks belijdenis doen. Het heengaan en het wederkomen worden aan elkaar gekoppeld. Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel zal zo komen, als gij Hem naar de hemel hebt zien heenvaren, zei de engel. Wij verwachten Hem uit de hemel. Hemelvaart vieren betekent ook: naar Hem uitkijken.
Levendig herinner ik mij een verhaal, dat vader nog al eens vertelde. Hij bezocht een zieke, die hij niet kende, en die op een kleine zolderkamer lag. Een dakraam bood een smal uitzicht op de blauwe lucht. Over dat uitzicht zei de zieke: ziet u daar die wolk drijven? Dat is de troonwagen waarmee mijn zaligmaker terug komt. Had die man even een uitzicht! Wanneer Hij wederkomt weet geen mens. Dat doet er eigenlijk niet toe, de tijd is God bekend, wij geven ons tevreden met dit: wanneer. Hij zal het niet te lang uitstellen en tegelijk. Hij neemt er de tijd voor. Rekenen wij met de wederkomst van Christus. Om te oordelen. Niemand ontloopt dat oordeel. Hij komt! Hij stelde zich te voren onder het oordeel; wie Hem daar ontmoette, ontmoet Hem de tweede keer niet als een vreemde. Even Dezelfde, dan behoef ik niet te vrezen, dan mag ik het hoofd zelfs opheffen; Ik kom om u tot Mij te nemen. Dan nemen wij de plaats in, die Hij voor ons bestemd en bereid heeft. Dan is, om zo te zeggen de zaak rond. Hij kwam en ging heen; Hij ging heen en Hij komt terug; Hij komt terug en keert weer. Dan neemt Hij al de zijnen mee. Dat was het doel van zijn eerste komst, ons tot God te brengen. Hij komt en gaat als Jzus, als Zaligmaker. Opdat gij zijn moogt waar Ik ben. Waar Ik binnenkort ben, daar zult gij ook zijn. Waar Ik ben, heet het elders, aldaar zal ook mijn dienaar zijn. Dat is in de hemel, in de nabijheid Gods, in het eeuwige leven. Er wordt tegenwoordig nog al smalend gesproken over het hiernamaals; wat hierna? Hier en nu! Gods gemeente mag — o blikverruiming en hartverwekking — weten van een hier én een daar. Een nu én een dan, omdat zij Christus belijdt: Geboren, ten hemel gevaren, vanwaar Hij komen zal. Wij geloven in Hem, dat is het geheim van ons leven. Gij lieden gelooft in God, gelooft ook in Mij; in het huis mijns Vaders... Het huis van de Vader is ook het huis van de Zoon. Hij mag er zijn gasten ontvangen, vrienden noemt Hij hen, broeders. Hij maakt alles voor hem klaar, en het zal Hem een vreugde zijn hen welkom te heten: Komt in gij gezegenden van Mijn Vader.
Christus verkeert niet in het onzekere, al staat Hij er nog vóór: opdat gij zijn moogt waar Ik ben. Waar? Ik kan de hemel niet voor u in kaart brengen. Het 'waar' wordt beantwoord met een: bij God. En met Wie? Met Jezus. Dat is het voornaamste. Wie in Hem gelooft, heeft Hem lief. Wij kunnen ons niemand anders voorstellen met wie wij de eeuwigheid liever zouden doorbrengen. En dan al die anderen. Hij zal er zijn, in het midden van Zijn broederen, in een grote gemeente.
Ik ga heen. En zo wanneer Ik. De toekomst wenkt. Wij kijken Hem na en gaan aan de slag. Wij onderbreken ons werk en we kijken naar boven; waar Ik ben, zei Hij toch? Wanneer. Ik ben, en wanneer Ik heb dan. Het kreeg zijn beslag en het krijgt zijn beslag. Hemelvaart is een vingerwijzing naar de wederkomst. Wij zien het voor ons, gaan en komen, komen en gaan. Wij zien Jezus. Zonder Hem is er geen verkeer, omdat er geen weg is. Zonder Hem rijden we maar wat rond over de aarde, verslinden en vermorsen de tijd, totdat de motor versleten is en stil valt. Heengaan en dan geen goed heenkomen hebben, dat zal vreselijk zijn, want dat wordt in de eeuwigheid beklonken. Luistert toch naar Hem, Die hier spreekt: Ik.
Het is namelijk een grote en een sterke troost. Hoewel... Hoe moet dat nu tussentijds? Hij is heengegaan en nog niet teruggekomen. Vergeet u Pasen niet. En vooral Pinksteren. Tussentijds is Hij met ons en bij ons in de Heilige Geest. Ik zal u geen wezen laten. Ik kom weder tot u. Daarmee zullen de discipelen geholpen zijn in al hun tussentijdse noden en zorgen. Dat is maar goed ook, want ze begrijpen er nog niet veel van. Petrus wil meteen met Jezus mee; Thomas weet de weg niet; Philippus kent de Vader niet. Geen wonder, dat ze in de war raken. Jezus gaat heen, en we hebben straks niemand meer om ons te onderwijzen. Wat Hij nu zegt dringt slechts gedeeltelijk tot hen door, de waarheid daarvan is hen grotendeels nog verborgen.
Die zal u in al de waarheid leiden. In de waarheid van deze woorden. Op Pinksteren begrepen zij het plotseling, het was voor hen een openbaring: Jezus was verhoogd en Hij had zijn Geest gezonden als zijn vertegenwoordiger. Ik ben met u, al de dagen. Totdat Ik wederkom. Wonderspreukig, maar zo is het. Die zal Mij verheerlijken. Die zal licht geven over mijn hemelvaart en mijn wederkomst. Petrus zal verstaan, waarom hij Jezus niet zo maar kan volgen: Ik ga heen om u plaats te bereiden. Thomas kwam er achter: Ik ben de weg. Voor Philippus klaarde het op: Hij had de Zoon gezien! Zo moeten wij allemaal nog veel leren.
De Heilige Geest verlicht ons verstand; tegelijk valt er licht over het woord.
Hij werkt 't geloof in het hart. Hij maakt ons als het ware vast aan Christus. Het geloof is een sleeptouw; Christus neemt ons op sleeptouw. In Zijn komen en gaan ligt de weg voor óns. Daarom kon Paulus verklaren: ik ben met Christus gestorven en begraven, verrezen en ten hemel gevaren, in de hemel gezet. Als daar licht over valt dan schittert het aan alle kanten. Dan krijgt Christus alle eer. En wij worden vermaand: Uw wandel zij in de hemelen, vanwaar wij ook de Zaligmaker verwachten. Het hangt alles met elkaar samen, het hangt alles aan Hem. Wat een schoonheid, wat een volheid.
Beneden en toch boven. Boven en toch nog beneden. Dat brengt de nodige spanning met zich mee en die spanning heet: hoop. Hoop op Hem. Hem stelde ik u, o zo gebrekkig, voor, opdat uw geloof en hoop op God zou zijn. Hoop, zolang wij nog hier zijn. Hij ging heen om... Hoop, zolang Hij nog daar is. Hij komt weder om... Die hoop moet al ons leed verzachten. En hoop als wij heengaan. Stefanus ging heen, het regende stenen; het werd hem zwart voor de ogen. Nee, dat niet. Hij ging naar de hemel, de weg was vrij. De hemelen geopend, en de Zoon des mensen. Die daar in die openheid stond, stond hem op te wachten: uw plaats is bereid. Opgenomen in heerlijkheid. Hemelvaart: Hij komt mij tegemoet, om mij de hand te reiken, en tot zich te nemen. Hemelvaart: Hij komt mij halen. Opdat gij ook zijn moogt waar Ik ben. Alzo zullen wij altijd met de Heere wezen. Zo dan, vertroost elkaar met deze woorden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's