De kracht uit Christus’ dood
2
Paulus schrijft niets anders te willen weten, dan Jezus Christus en die gekruist. In dat teken stond zijn prediking evenals van alle apostelen.
Wie zal de nuttigheid en volheid uitdrukken, die er verkregen wordt uit de offerande en de dood van Christus aan het kruis ? Door Zijn kracht wordt onze oude mens met Hem gekruisigd, gedood en begraven, opdat de boze lusten des vleses in ons niet meer regeren, maar dat wij onszelf Hem tot een offerande der dankbaarheid opofferen.
Dit betekent geestelijke wasdom en voortgang op de weg des levens. Een voortgaan met vallen en opstaan, met afleren en aanleren, maar waarvan het toch geldt, wanneer het wel is, dat de zaligheid ons nu nader is, dan toen we eerst geloofd hebben. Omdat we ons leven buiten onszelf in Jezus Christus zoeken, bekennen we daarmee dat wij midden in de dood liggen. Daarom, zo zegt ons Avondmaalsformulier zo troostvol, daarom, al is het, dat wij nog vele gebreken en ellendigheid in ons bevinden, als namelijk: dat wij geen volkomen geloof hebben, dat wij ons ook met zulk een ijver om God te dienen niet begeven, als wij schuldig zijn; maar dagelijks met de zwakheid van ons geloof en de boze lusten van ons vlees te strijden hebben; nochtans, desniettegenstaande, overmits ons (door de genade des Heiligen Geestes) zulke gebreken van harte leed zijn, en wij begeren tegen ons ongeloof te strijden en naar alle geboden Gods te leven; zo zullen wij gewis en zeker zijn, dat geen zonde noch zwakheid, die nog (tegen onze wil) in ons overgebleven is, ons kan hinderen, dat ons God niet in genade zou aannemen.
Met Christus gekruisigd, dat heeft de oude mens de doodsteek ontvangen. Om Christus' wil worden de Zijnen niet meer als zondaars in zichzelf aangezien. Ze ontvangen vergeving der zonden, verzoening en zijn tot kinderen en erfgenamen van het eeuwige leven aangenomen. Nu geldt het van hen: maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd in de Naam van de Heere Jezus en door de Geest onzes Gods. Nu begeren zij ook zichzelf Hem tot een offerande der dankbaarheid op te offeren.
Dankbaarheid
Het wordt een leven der dankbaarheid. Gods kind heeft immers reden, daartoe ? Omdat het mag weten — de ene , tijd meer, de andere tijd minder bewust — gewassen te zijn in Christus' Bloed. Dat geeft vrede in de ziel, blijdschap in het hart en de begeerte wordt levendig: 'Wat zal ik met Gods gunsten overlaan, die trouwe Heer' voor Zijn gena vergelden'.
Helaas wordt deze vrede, blijdschap en begeerte om Gode te leven, veel te weinig gevonden. Hier mogen we ons niet bij neerleggen en zeggen, zo is nu een mens na ontvangen genade. Schaamte moge ons veel meer bedekken en mishagen ons vervullen. Dit drijve ons uit om met schuldbelijdenis en gebed tot oefeningen des geloofs te komen. Want alleen in de Weg van een weer opwakkerend geloof zal de vrede, blijdschap en offerbereidheid weer ons deel zijn of worden.
Zo wordt het leven een leven van heilig making. Zonder heiligmaking kan niemand de Heere zien. En deze heiligmaking heeft God een plaats gegeven in het stuk der dankbaarheid, na het stuk: der verlossing.
Aanvechtingen
De Heidelbergse Catechismus brengt het nederdalen ter helle van Christus in verband met de aanvechtingen. Aanvechtingen kunnen van allerlei aard zijn. Hoe kan de satan als met een grijnslach wijzen op onze vuile klederen, op ons hinken en zinken, op wegen die we te bewandelen hebben, waarbij de vraag oprijst: 'zou God weten van mijn droevig lot ? '. De satan kan wijzen op droeve wederwaardigheden, terwijl ongelovigen vaak op rozen gaan. Het ergste is het, wanneer deze aanvechting op de gelovigen aankomt en in het hart oprijst: 'Gij hebt geen heil bij God'. Hij kan wijzen op de weinig geestelijke vruchten, het kleingeloof, de geringe levende hoop, het vaak ontbreken van vurige liefde.
Al deze aanvechtingen kunnen pijn en smart veroorzaken, maar bovenal wanneer ze komen bij het naderen van de dood, op het sterfbed. Gelukkig, wanneer we onder zulke omstandigheden de genade ontvangen om de hand te leren leggen op de beloften van Gods Woord en een oog leren slaan op onze Heere Jezus Christus, die door' Zijn onuitsprekelijke benauwdheid, smarten, verschrikkingen en helse kwelling, Zijn ganse leven, inzonderheid aan het kruis, gezonken was, ons van de helse benauwdheid en pijn verlost heeft.
Ja, onze Verlosser is sterk. Hij kan uit de aanvechtingen verlossen, zelfs bij het naderen van de dood. Eens zullen ook de gelovigen moeten sterven. Maar dat sterven is geen betaling voor hun zonden. Alleen een afsterving daarvan en een doorgang tot het eeuwige leven. Zalig de doden, die in de Heere sterven.
Het is mogelijk dat we goed orthodox, goed gereformeerd zijn. Maar niet zij die, zonder meer, orthodox ontslapen, worden zalig gesproken. Hoe dikwijls staat Christus als het ware aan de graven van zulke orthodox ontslapenen, het met tranen uitroepende: hoe menigmaal heb Ik u willen bijeenvergaderen, maar gij hebt niet gewild. God verhoede, dat Christus zo ook bij mijn of uw graf zou moeten staan.
Getuigenis
Alleen, die in de Heere sterven, die zijn zalig. En dat 'in de Heere zijn' komt in het leven openbaar. Het levend getuigenis der dankbaarheid kan niet uitblijven. Tussen alles door wordt daar dat persoonlijke, dankbare getuigenis gehoord: 'Mijn Heere Jezus Christus heeft mij verlost'. Dit is het getuigenis van de enige troost in leven en in sterven beide, zoals deze in zondag 1 zo Godverheerlijkend naar voren komt.
Dit is de belijdenis, die in het Oude Verbond, méér nog in het Nieuwe Verbond, door allerlei wederwaardigheden en op-en-neer's heen, telkens weer bij vernieuwing mag oprijzen.
Job getuigt: Ik weet, mijn Verlosser leeft. De psalmist zingt: Want deze God, is onze God. Een Maria belijdt: Rabbouni, mijn Meester. Thomas herademt met een: Mijn Heere en mijn God. Paulus schrijft met insluiting van alle heiligen: Wij dan gerechtvaardigd zijnde door het geloof, hebben vrede bij God, door onze Heere Jezus Christus. Petrus wekt op: daarom, broeders, benaarstig u te meer om uw roeping en verkiezing vast te maken; want dat doende zult ge nimmermeer struikelen. Want alzo zal u rijkelijk toegevoegd worden de ingang in het eeuwig Koninkrijk van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus. Een derde apostel, Johannes, schrijft in zijn brief: Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft namelijk dat wij kinderen Gods genoemd zouden worden. Wij weten, dat wij uit God zijn, wij weten dat de Zoon Gods gekomen is en ons het verstand heeft gegeven, dat wij de Waarachtige kennen; en wij zijn in de Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. En Judas komt met de opwekking: Geliefden, bouwt gij uzelven op uw allerheiligst geloof, biddende in de Heilige Geest; bewaart uzelf in de liefde Gods, verwachtende de barmhartigheid van onze Heere Jezus Christus, ten eeuwigen leven.
Arm—rijk
God houdt zich over een arm en ellendig volk, dat niets meer van zichzelf verwacht. Maar ze zijn, zoals de kanttekeningen bij deze tekst vermelden: rijk in het geloof, omdat ze gelovig op de Naam des Heeren vertrouwen. Zo waren ook de apostelen enerzijds arm, anderzijds gaven zij een levend getuigenis van wat Christus voor hen betekende. Dat geloof gaf hen allen kracht en dat geloof bewoog hen te prediken: dit is een getrouw Woord en aller aanneming waardig, dat Jezus Christus in de wereld gekomen is, om zondaren zalig te maken.
Dit is Evangelie: voor zondaren, zelfs voor de allergrootsten is Christus gekomen, gestorven, begraven, heeft Hij de helse smarten doorstaan. Gevoelt u zich werkelijk een zondaar en belijdt u dat oprecht voor de Heere (dan heeft vlees en bloed u dat niet geopenbaard): grijp dan moed. De Meester is daar en Hij roept ook u. Gods genade is zó groot, dat er voor niemand die in oprechtheid tot Hem komt, twijfel behoeft te bestaan of Hij wel zal willen aannemen. Bid en werk. Bid om Zijn genade, om de genade des geloofs en wees tegelijk werkzaam met Gods beloften. Spelt Zijn genadebeloften één voor één. De beloften van een God, Die niet liegen kan. Van een God, die langer én dieper bewogen was en is met uw en mijn zaligheid, dan wij het zelf zijn. Die het liefste wat Hij had. Zijn eigen Zoon, daarvoor gaf.
Ik geloof Heere. . .
Christus vraagt ook u: gelooft gij dat Ik u kan zalig maken. Moge uw antwoord zijn: ik geloof, Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp. Dan zult ge het ervaren, dat bij Hem verlossing is en zal ook uw mond het eens, wie weet hoe spoedig, het gaan belijden: Mijn Heere Jezus Christus heeft ook mij verlost. Zo gij Zijn stem dan heden hoort, gelooft Zijn heil-en troostrijk Woord.
Gods Geest vermenigvuldige onder broeders in Christus de vrijmoedigheid om van Hem te getuigen als onze persoonlijke Borg en Zaligmaker, als onze levende Hope. Christus slaat de kleingelovigen niet af, maar het is wel Zijn begeerte dat het geloof bij de Zijnen toeneemt. Hoe dikwijls heeft Hij het kleingeloof niet bestraft ? Zie op uw Verlosser. Als zodanig hebt ge Hem toch leren kennen ? Is Hij het dan niet waard dat ge Hem als uw
Verlosser belijdt. Laat onze wandel in de vrijheid der kinderen Gods getuigenis mogen afleggen van het: wij zijn verlost, God heeft ons welgedaan. Is er onder ons misschien te weinig blijdschap in de Heere, omdat we te weinig zien op de Overste Leidsman en Voleinder des geloofs en te veel in zelfbeschouwing leven?
Wanneer we mogen zien op Hem, die een volkomen verzoening is voor al onze zonden, dan valt alle krampachtigheid weg, dan hebben we geen gronden meer buiten Christus. Want gronden buiten Christus, hoe vroom ze ook schijnen, doen ons telkens weer wankelen. Maar ziende op Christus, krijgen we oog voor het eeuwige fundament.
En we danken de Vader voor Zijn uitverkiezende genade, voor het offer van Zijn Zoon. We danken de Zoon voor Zijn Zelfofferande tot in de dood op het kruis toe, en we danken de Heilige Geest, die Zich aan het Woord en het middel der prediking wilde paren met Zijn toepassende bearbeiding.
Zo blijft er alleen over: aanbidding !
’s-Gravenhage
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's