Uit de pers
De Heilige Geest en de synode
Betrekkelijk kort voor Pinksteren werd in Maastricht de vergadering van de Generale synode van de Geref. Kerk geopend-Ook deze vergadering zal de komende tijd weer aandacht hebben te geven aan de moeilijkheden binnen de Geref. Kerken. Het gaat ons in dit verband niet om de vraag of de synode tot dusver juiste wegen heeft bewandeld. Wat we hier signaleren is de merkwaardige wijze waarop in het dagbald Trouw oter deze zaak geschreven wordt. Op 15 mei schreef een van de redacteuren in een kort hoofdartikel onder meer:
’Minder aantrekkelijk is dat gereformeerde synoden ook veel tijd (en daarmee tevens geld) steken in de behandeling van 'zaken', waaraan de namen van bepaalde theologen verbonden zijn. In dit verband is de vandaag te openen synode moeilijk genoemd. In deze week voor pinksteren vragen wij ons af of dit niet hier vandaan komt dat de beduchtheid voor allerlei wind van leer het wint van vertrouwen in de Geest, die waait waarheen Hij wil'.
Prof. dr. K. Runia spreekt in het Centraal Weekblad van 24 mei zijn ergenis en teleurstelling over dit redactioneel commentaar uit in een artikel, getiteld: Een grote 'misser'. Terecht is hij er verontwaardigd over, want dit commentaar is er volkomen naast. In vele opzichten verschaft Trouw een behoorlijk stuk kerkinformatie, al moet ik eerlijk zeggen dat het gehalte van allerlei artikelen in het verleden breder en dieper was dan tegenwoordig. Nu worden we nogal eens vergast op kwasie-humor die voor een keer wel aardig is, maar op de duur danig begint te vervelen. Waarom houdt Trouw ook niet meer rekening met de geschakeerdheid van zijn lezerspubliek en waarom worden scribenten die voorlichting moeten geven over kerkelijke en theologische zaken toch wel vaak in één bepaalde hoek gezocht? Maar dit terzijde, hoewel er nog heel veel over te zeggen zou zijn. Terug naar het artikel van Runia. Hij schrijft:
Dit is niet meer 'zuur', maar veel erger: het is er volkomen naast'.
Ik weet niet wie dit stukje geschreven heeft. Was het de hoofdredacteur zelf? Of iemand anders van de redactie? Het was nl. niet ondertekend. Maar hoe dit ook zij, de anonieme schrijver, die in dit geval de stem van de hele redactie is (!) matigt zich hier een oordeel aan over wat er gaande is in de Gereformeerde Kerken.
Impliciet wordt aan deze kerken het verwijt gemaakt dat ze zich zoveel zorgen maken over het belijden der kerk. De vinger wordt niet opgeheven in de richting van de theologen die het belijden van de kerk aantasten, maar van de kerk zelf die haar uiterste best doet om in gehoorzaamheid aan de Schrift verder te gaan. Ja, deze kerk wordt vragenderwijs het verwijt gemaakt dat ze geen vertrouwen heeft in de Geest diew aait waarheen Hij wil. Blijkbaar is de schrijver zich er niet van bewust dat hij deze tekst geheel ten onrechte gebruikt. Deze tekst staat in het gesprek van Jezus met Nicodemus. Het gaat hier over het grote wonder van de wedergeboorte van een mens. Dat is duidelijk als men het hele vers Joh. 3 : 1 leest. 'De wind blaast waarheen hij wil en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet vanjvaar hij komt of waar hij heen gaat: ó is een ieder die uit de Geest geboren is'. Ten aanzien van het wonder der wedergeboorte kan niemand de Geest de weg voorschrijven.
Maar daar gaat het op de gereformeerde synoden helemaal niet om. Er is niemand die vrij macht van de Geest betwijfelt.
Maar waar het wél om gaat is: oe moet de kerk vandaag het evangelie verkondigen? En dan zijn we ongetwijfeld ook in dit opzicht volkomen afhankelijk van de Geest, maar tegelijkertijd weten we ook dat de Geest en het Woord nooit gescheiden kunnen worden. De Geest staat achter het Woord. Door het Woord spreekt de Geest tot de gemeente van van daag en juist in dat Woord wordt de gemeente door de Geest zelf gewaarschuwd tegen 'allerlei wind van leer', (Ef. 4:14). De synode zou ongehoorzaam zijn van de Geest van pinksteren, als ze zich geen zorgen meer maakte over de leer van de kerk.
Natuurlijk kan een synode paniekerig worden in haar zorg voor de leer. Maar dit verwijt kan zeker niet aan de gereformeerde synodes van de laatste jaren gemaakt worden. Met grote voorzichtigheid hebben de synodes 'de zaken' waaraan de namen van bepaalde theologen verbonden zijn' behandeld. En ze zijn daarbij 'de weg van de Geest' gegaan, want de weg van de Geest, is die van het Woord van profeten en apostelen, die 'door de Geest gedreven van Godswege (letterlijk: ij God vandaan!) hebben gesproken' (2 Petr. 1:21).
We geloven dat Runia gelijk heeft. Inderdaad is een kwalijk beroep op de Geest als men het werk van de Geest losmaakt van het Woord. Dat is niet reformatorisch, dat is dopers. Deze doperse stroming blijkt in elke tijd een hardnekkig gevaar. De Geest los van het Woord: an moeten ambt, orde, tucht, synodebesluiten en dgl. het ontgelden. Ik weet wel: e mogen de-*ze laatste zaken niet vereenzelvigen met het werk van de Geest. Ambtsdragers, synodevergaderingen, tuchtkwesties kunnen de Geest bedroeven en tegenstaan. We mogen de Geest niet uitblussen. Maar wij eren de Heilige Geest als we blijven bij het Woord, bij het getuigenis van profeten en apostelen. Runia had de commentator van Trouw ook kunnen wijzen op Handelingen 2 : 42. Moge op de komende synodebijeenkomst en in de besprekingen daarom heen deze Geest die Christus verheerlijkt synodeleden en adviseurs vervullen met wijsheid en inzicht, opdat er gesproken en gehandeld worde naar het Woord. Daar zullen de kerken wel bij varen. En wat het commentaar in Trouw betreft: et is te hopen dat de redactie die er al eens eerder — we denken aan de kwestie van de in Zwolle ontslagen godsdienstleraar — blijk van gaf in het wilde weg te schrijven, uit dit nuchtere geluid van Runia lering trekt en ons voortaan en dergelijk commentaar bespaart.
Naar aanleiding van de 5 mei-herdenking
Herdenken is een zinvolle zaak, maar in de practijk niet zo eenvoudig. Zeker niet in een tijd waarin de geschiedenis bij velen laag genoteerd staat en de belangstelling voor herdenkingen op een laag pitje staat.
We hebben rondom de 5 mei-viering kunnen constateren hoe de gebeurtenissen van 40-45 in hun wezenlijke betekenis en achtergrond verschillende jongeren - weinig zegt. 'Och, ja, zo zegt men': Ouderen zullen het wel de moeite waard vinden, maar wij leven vandaag. Waarom moeten we altijd met herinnering aan die jaren belast worden. Er zijn toch belangrijker dingen aan de hand? '
Nu zal niemand ontkennen dat onze tijd ons voor diepgaande problemen stelt. Én dat de huidige generatie daar zeer persoonlijk bij betrokken is, laat zich verstaan. Problemen van oorlog en vrede, de derde wereld, het Midden-Oosten etc, de verhouding tot het Oostblok moeten ons bezig houden. Niemand kan zich daar van afmaken.
En dat bezig-zijn met het verleden ook op een onvruchtbare wijze kan geschieden, zij toegeven. Herdenking mag niet ontaarden in heldenverering. Maar iets anders is, of we ogen hebben voor wat wezenlijk in 40-45 aan de orde was! De dictatuur van de Nazi-terreur, hun houding ten opzichte van de Joden, hun visie op Bijbel en Kerk zijn zaken die we niet vergeten mogen. Omdat de demonie die daarin tot uiting kwam in elke tijd zo maar ineens springlevend kan worden. Ook in onze tijd.
En dan is het een trieste zaak als men met een beroep op de eigentijdse actualiteit vyat schouderophalend aan deze geschiedenis voorbij gaat. Prof. C. Veenhof schrijft in Opbouw van 16 mei over dit alles in een artikel onder het opschrift: Een afgrond.
Veenhof geeft allereerst iets door uit het Fries Dagblad en uit een relaas uit Trouw m.b.t. de oorlogsjaren:
Een afgrond
In het Friesch dagblad las men over bovenstaand opschrift het volgende artikeltje:
We mogen in dit geval besUst niet generaliseren, maar steekproeven hebben uitgewezen, dat sommige jeugdige personen, leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs, de hogere beroepsopleiding daarbij inbegrepen, nauwelijks enig benul hebben van wat er tijdens de bezetting aan de hand was en wat de bevrijding betekende. Namen als Mussert en Seys Inquart? Nooit van gehoord. Wat zegt de naam NSB je? 'k Weet niet, zal wel een afkorting zijn enz. Sommigen laten het na het bekennen van hun volstrekte onkunde verder bij wat schouderophalen, 't Zegt me niks. Anderen proberen een beter figuur te slaan, en gaan haastig over op 'n ander chapiter, nl. op wat ze de laatste keer hebben opgevangen van hun maatschappij critische leraar. Maar daar wordt de afgrond niet mee gevuld. Het is niet alleen zielig, het is gevaarlijk en slecht, zulk een onkunde.
Nogmaals, we mogen niet generaliseren. Er zijn ook scholen, waar er deskundig en principeel over wordt gesproken. Maar de leerlingen van die scholen komen merkwaardigerwijze niet aan bod, als 'de jeugd van tegenwoordig' haar onkunde demonstreert via krant, radio of televisie.
Trouw gaf een uitvoerig relaas van een gesprek met studenten van de V.U. die 'geschiedenis studeren over het herdenken van de bevrijding van de Naziterreur. Globaal genomen voelden ze er niet veel voor. Een van hen had de volgende stellingen geformiüeerd:
— Zolang elders in de wereld op dit moment groepen bezig zijn om hun bevrijding te bewerken, moet het vrijblijvend 'vieren' van onze bevrijding in het verleden en de eenzijdige historisch aandacht voor '45 als misplaatst nationalisme, kortzichtig groepscentrisme en als gebrek aan realiteitszin, solidariteit en medemenselijkheid worden beschouwd.
— 5-mei-vieringen zoals we die vaak op scholen zien moeten als niet meer aemsprekend en verwerpeUjk beschouwd worden; wel is 5-mei nog één van de duidelijkste handvatten om de algemene problematiek van oorlog, fascisme en verzet aan te vatten.
Natuurlijk, we moeten oppassen voor generalisering. Maar helaas komen in allerlei uitzendingen voor radio en t.v. déze geluiden het meest naar voren. Veenhof schrijft dan als commentaar hierop het volgende:
Inderdaad als men dit alles leest kijkt men in een afgrond.
In 1940-45 ging het immers hierom of Nederland en heel West-Europa onder de tirannie in het duivelse nazisme zou blijven.
Of wij de elementaire vrijheden zouden mogen be houden.
Of de kerk daarin zou blijven bestaan. Hitler had gezegd dat hij de kerken na zijn overwinning 'n les zou geven, zo hard, dat horen en zien zou vergaan.
Die vrijheid werd herwonnen ten koste van het leven van 5500 soldaten. 1350 leden van de koopvaardenvloot, 20.400 burgers, 104.000 Joden, 2000 verzetsstrijders, 18.000 vermoorden in Duitse kampen, l.ÖOO dwangarbeiders.
Is dat niet de moeite waard om te herdenken?
En wat het ergste is, de mensen die sceptisch tegenover die herdenking staan schijnen er geen notie van te hebben dat Europa momenteel bedreigd wordt door een nog groter ramp dan ons in 1940 overkwam.
Namelijk door de terreur van het 'rood gelakte nazisme', van het demonische communisme dat langzaam, geraffineerd, effectief in de verziekte samen leving van Europa infiltreert.
En dat dit, als er geen effectieve geestelijke en materiële weerstand aan wordt geboden, Europa geheel, en naar de mens gesproken definitief, in zijn gruwelijke greep zal krijgen.
Hebben Solzjenitsyn, Soecharov, Krasnov, "Uvins e.a. deze lieden tevergeefs gewaarschuwd?
Zegt het bestaan van de Goelagarchipel hun niets? Arme kinderen die van deze lieden geschiedenison derwijs zullen ontvangen.
Men bedenke: het gaat hier om studenten van de V.U.
Ik wil in verband hiermee nog twee knipsels in deze persschouw opnemen.
Het eerste is een bericht uit Moskou. Het is het volgende:
de Sovjet-Unie groter is dan ooit tevoren en dat het westen nu zwakker is dan op wat voor tijdstip sinds de Tweede Wereldoorlog. Soeslov, die lid is van het Politburo, zei dit in 'n toespraak ter gelegenheid van de viering dat Lenin 105 jaar geleden geboren werd. Hy wees daarbij op de machtswisselingen in Griekenland en Portugal en de overwinningen van communistische troepen in Indo-China, die naar zijn mening de positie van de communistische wereld hebben versterkt.
’De internationale posities van de socialistische gemeenschap zijn nooit zo stevig geweest als vandaag', zei Soeslov. De enige negatieve opmerking die hij Mikhail Soeslov, de belangrijkste ideoloog van het Kremlin, is van mening dat de politieke macht van maakte was voor rekening van China. 'De Chinese leiders hebben openlijk standpunten ingenomen die behoren tot de meeste reactionaire vertegenwoordigers van het imperialisme', zei hij. Waarop de Chinese ambassadeur in Moskou, Lioe Hsin-Tspoean, demonstratief de bijeenkomst verliet.
Volgens westerse diplomaten was de toespraak van Soeslov een bevestiging van de koers die vorige week op een bijeenkomst van het partij comité werd vastgelegd. Zijn toespraak werd aangehoord door partijleider Brezjnjev en andere Russische leiders.
Inderdaad, een gewaarschuwd man geldt voor twee. Het is hard nodig juist met het oog op wat zich in onze eigen tijd voltrekt, de les der geschiedenis niet te vergeten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's