De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een merkwaardige gang van zaken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een merkwaardige gang van zaken

Investeringen in Zuidelijk Afrika

7 minuten leestijd

Een synode, bestaande uit 52 mensen, buigt zich over zaken een land betreffende, dat vele honderden kilometers van ons verwijderd is: Zuid-Afrika. Het is dan wel zaak om goed en veelzijdig geïnformeerd te zijn. Wie is in staat om zo geïnformeerd te zijn, dat hij een eerlijk beeld krijgt van de situatie daar? Het synodeverloop droeg dunkt me aan die eerlijke en evenwichtige informatie weinig bij.

November 1973

Al eerder hield de synode zich met de kwestie Zuid-Afrika bezig, met name inzake het desinvesteringsbesluit van de Wereldraad van Kerken (oproep om geen investeringen meer te doen in Zuid-Afrika en bestaande investeringen ongedaan te maken). De synode schaarde zich toen niet achter de Wereldraad resolutie, maar pleitte in een motie (motie Windig) voor voortgaande bezinning, consultatie van de Ban toe-bevolking (inclusief de Zuid-Afrikaanse Raad van Kerken), contact met het bedrijfsleven om te overleggen over de voorwaarden van het investeringsbeleid zoals de vakbeweging die stelde, waarbij de mogelijkheid van desinvestering besproken zou worden, onderzoek naar de belegging van de kerkelijke gelden, en het opstellen van een informatie-brochure (door de Raad voor de Zaken van Overheid en Samenleving, R.O.S.).

Brochure Van Waesberge en kritiek van J. Windig

Wat dit laatste betreft, de informatiebrochure is er gekomen, namelijk een brochure van Robert van Waesberge, getiteld: 'Apartheid, hebben wij er part aan? ' (Binnenkort wordt daaraan in artikelen in ons blad aandacht besteed). De brochure werd door de heer J. Windig (de indiener van de motie op de synode) aangeduid als een tendens-geschrift (Herv. Weekblad), omdat alleen maar schrijnende toestanden naar voren worden gehaald, terwijl mensen als prof. Oberman, de heer Ramaker en drs. Feddema en Windig zelf andere dingen constateren wanneer ze Zuid-Afrika bezoeken. Windig stelt in zijn brochure, dat mensen als Van Waesberge nooit enige hoopgevende verandering opmerken en alles door een marxistische bril bekijken. Windig verwerpt zelf hartgrondig de apartheidsfilosofie maar zegt t.a.v. Van Waesberge, dat deze zich bij de benadering van het Zuid-Afrikaanse probleem niet aan het schema van de klassenstrijd heeft kunnen ontworstelen. Windig probeert te luisteren naar de stem van blanken èn zwarten om te zien waar de mogelijkheden voor verandering en verzoening liggen maar Van Waesberge (aldus Windig) verwacht alles alleen van de maatschappelijke en politieke bevrijding van de zwarten, dus van het zwarte verzet. Van Waesberge vindt hervormingen in Zuid-Afrika — waar Windig voor pleit — maar lapwerk. Door boycots, desinvesteringen, steun aan bevrijdingsbewegingen e.d. moeten de poten onder het systeem van onderdrukking worden weggezaagd. Windig noemt dit een niet ongevaarlijke simplificatie van het probleem. Hij verwijt Van Waesberge selectie, óók t.a.v. wat deze van zwarte mensen opving. Het 'boekje' is met foto's en tekeningen dermate suggestief, dat het mij, als ik Zuid-Afrika niet kende, van bitterheid en haat zou vervullen. Wat het gebruik van de Bijbelse termen betreft — Van Waesberge leerde b.v. van Jezus, zegt hij, 'dat Hij Zijn leven afstemde op het lot van de onderdrukten en de verworpenen der aarde' — doet dit Windig meer denken aan 'het communistisch manifest' en aan 'de Internationale' dan aan het Nieuwe Testament, waarin Jezus wordt voorgesteld als degene die Zijn volk redden zal van hun zonden.

De Raad voor de zaken van Overheid en Samenleving

Al met al meende Windig dat de uitgave van Van Waêsberge's 'tendens-geschrift' niet alleen strijdig is met het synodebesluit van november 1973 maar er zelfs duidelijk op gericht is dit besluit te ontkrachten. Maar de R.O.S., door wiens initiatief dit geschrift tot stand kwam, beweerde daarop weer, dat met de brochure een achterstand aan informatie werd ingehaald. Nu pas komen we de rechte dingen aan de weet, dingen die in november 1973 nog niet bekend waren. De brochure, geschreven door iemand die duidelijk vóór desinvestering was, wilde de R.O.S. voor zijn rekening nemen 'omdat deze een beroep doet op ons allen om te luisteren naar de stem van de zwarte bevolking'. Maar Windig zegt heel duidelijk: 'om deze brochure was door de synode niet gevraagd'. De stem, die Robert van Waesberge vertolkt, wordt al jaren gehoord. Men behoeft het IKOR maar aan te zetten of Hervormd Nederland te lezen. Maar juist de tegenstem krijgt nauwelijks een kans. De Wereldraad van Kerken en de R.O.S. (middels dit boekje van Van Waesberge) zijn er op uit verbittering en haat aan te wakkeren en constant op emotionele wijze de wantoestanden te benadrukken en positieve veranderingen te verzwijgen of te bagatelliseren. Geen enkel begrip voor het 'emancipatieproces van de zwarte volken in Afrika, waar de blanken in Zuidelijk Afrika het moeilijk mee hebben'.

Achtergrond

Ik meende voor een dui4elijke weergave van wat er op deze synode verhandeld werd over Zuid-Afrika deze achtergrondinformatie te moeten geven. De synode begon de zitting over Zuid-Afrika met een tendentieuze rapportage van de R.O.S. over de uitvoering van de synodebesluiten in 1973 inzake Zuidelijk Afrika. En het geschrift, waarom de synode had gevraagd, was niet minder dan een 'tendensgeschrift' geschreven door iemand, die alles door een ideologische bril bekeek. Terecht hebben synodeleden daarom aangedrongen op genuanceerder en objectiever informatie (in een motie werd dit gevraagd door ds. G. Broere, 't Harde en ds. J. Pronk, Rijsoord). Ds. J. Pronk stelde overigens, dat de brochure van Van Waesberge gepubliceerd was met de stem van enkele leden van de R.O.S. tégen. Maar de synode moest het met deze eenzijdige informatie doen.

Correspondentie S.I.H. — prof. Spoelstra 

Maar nu het merkwaardige (wat ik in de titel van dit artikel aangeef). De Sectie Internationale Hulpverlening (S.I.H.) van de Generale Diakonale Raad wilde de diakonieën informeren inzake Zuidelijk Afrika. Men had intussen het geschrift van Van Waesberge ontvangen maar kon (durfde? ) dit toch niet zomaar aan de diakonieën voorleggen. Dat zou al te eenzijdig zijn en de polarisatie bevorderen(? ). Daarom werd aan de Zuid-Afrikaanse hoogleraren Heyns en Spoelstra, die tijdelijk in ons land verbleven, gevraagd een brochure te schrijven, waarin zij hun visie op de apartheidsproblematiek in Zuid-Afrika gaven. Toen prof. Spoelstra de kopij voor zijn brochure had ingediend kreeg hij namens de S.I.H. ten antwoord, dat zijn geschrift niet journalistiek genoeg was maar daarentegen te wetenschappelijk en dat het t.o.v. de brochure van Van Waesberge polariserend zou werken. Men suggereerde ds. Allan Boesak (Zuid-Afrikaans kleurling, die in ons land verblijft en in Kampen studeert) te vragen in kort bestek aan te geven waar nu de meest springende punten zitten in de verschillende gedachtengangen en dat aan de diakonieën te doen toekomen. Dat was de stand van zaken op 2 juni 1975 (prof. Spoelstra heeft mij een afschrift gegeven van de correspondentie en er met mij uitvoerig over gesproken, v. d. G.). Daarna zorgde prof. Spoelstra voor de uitgave van zijn brochure, die nog gereed kwam voor de synodezitting. Om kwart voor negen 's morgens (vóór de zitting) werden de stukken op het synodegebouw bezorgd (gericht aan alle synodeleden). Pas om half één (na het beraad) werd er op gewezen, dat de enveloppen ('waarvan niet bekend was wat er in zat') bij een bepaalde tafel verkrijgbaar waren. De vraag is: wist men op het moderamen niet van de correspondentie tussen de S.I.H. en prof. Spoelstra? Waarom mocht hij ter synode geen informatie geven en ds. Boesak (ad hoc uitgenodigd door ds. Van Veen van de R.O.S.) wel? Heeft dit de objectieve informatie van de synode bevorderd?

De heer Boesak (hij werd voorgesteld als ds. maar is nog slechts student) vergastte de synode op een demagogisch verhaal, waarin hij in feite opriep, alles te doen wat mogelijk was om de revolutie in Zuidelijk Afrika op gang te brengen. Hij pleitte voor desinvestering. En de tegenstem werd niet gehoord (een deskundig man als Windig is geen synodelid meer). Me dunkt, dat gegeven de correspondentie tussen de S.I. H. en prof. Spoelstra laatstgenoemde de gelegenheid had moeten hebben zijn stem te laten horen. Niet om bij voorbaat te suggereren dat hij gelijk heeft maar terwille van een evenwichtige informatie. Wij verwerpen met Windig, hartgrondig de apartheidsfilosofie, maar wanneer mensen als Spoelstra uit eerlijke zorg voor hun land (voor blanken en zwarten) een harmonische ontwikkeling van hun land willen bevorderen zónder rassistische ideologie, dan verdient hun stem in onze kerk een eerlijker kans dan nu het geval is geweest. Volgende week willen we daarop nader ingaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een merkwaardige gang van zaken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's