De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De gemeente door de eeuwen heen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gemeente door de eeuwen heen

De gemeente

6 minuten leestijd

4

De geschiedenis van het vroege christendom is eigenlijk de voortzetting van het Nieuwe Testament.

Het lijden om Christus' wil en het getuigen van Christus (Katholieke Brieven en Openbaringen) is tot de tijden van Constantijn de Grote soms in meerdere, soms in mindere mate terug te vinden. De zendingsroeping leeft en blijft leven, zij het dat door gemeentevorming er verschil in werkwijze is tussen de apostolische en de na-apostolische tijd. Door het martelaarschap (Polycarpus, Ignatius e.a.) maar ook door de verdediging van het christelijk geloof tegen de aanvallen van jood en heiden (Justinus de Martelaar tegenover rabbi Tryphoon, Origenes tegenover Cerdo, Tertullianus tegenover ketters) ging er een verbazingwekkende aantrekkingskracht uit van het christendom in een wereld van betrekkelijk onvruchtbare mysterie-en verlossingsreligies, nationaal godendom (Rome en Athene) en wijsgerige stromingen, die via de 'gnosis' (verheven kennis) beloofden de mens, althans het goddelijke in hem, tot de godheid die oorsprong is, terug te brengen. Maar ook door de aanwezigheid van christenen in het leger en in de scholen der welsprekendheid — om twee voorbeelden te noemen— werd het christendom steeds meer bekend, zij het dat velen in het romeinse rijk het christendom voor een joodse sekte hielden, zeer tot ongerief van de joden vooral. Zij hebben in de eerste eeuwen al hun best gedaan om het christendom iwart te maken, zoals ook omgekeerd een man als Johannes Chrysostomus in Byzantium er geen been in zag om de orde van Israël als afgedaan te beschouwen en de Kerk tot 'nieuw Israël' te verheffen. Dit is verschoven in het gemeente-zijn in die eerste eeuwen: steeds minder was het lijfelijk Israël nog een probleem!

Verwereldlijking

Telkens is erop gewezen dat, hoezeer de christelijke gemeente ook een eigen leven leidde, zij zich toch door vérgaande inlating met wat de wereld bewoog, heeft blootgesteld aan een zekere verwereldlijking. De eerste faze daarvan speelt zich af gedurende de twee eerste eeuwen, wanneer in het oosten vooral de gnosis (verheven en tegelijk mystieke kennis waardoor de goddelijke vonk in de mens tot haar oorsprong teruggaat) haar intrede in het christendom doet, en Jezus Christus als Verzoener van zonden en de betekenis van het lichaam in de verlossing in Christus, op de achtergrond geraken. Het opkomen van dit soort ideeën en ook andere ketterijen heeft de Kerk genoodzaakt de geloofsinhoud (belijdenis), het ambt (apostoliciteit der Kerk) en de kanon van de Schrift') (tegenover de apokriefe boeken en al wat verder te berde werd gebracht) vast te stellen, om zo haar apostoliciteit en katholiciteit ook voor de toekomst te garanderen. Zo zou zij blijven in de lijn van de apostelen en zo bleef de Kerk over de hele wereld te herkennen.

Maar met deze zekerstelling werd er ook iets van de gemeenschap der heiligen veruitwendigd, en bovendien zou zij hier volgens Bultmann e.a. haar leven in de verwachting van de nabije wederkomst van Christus zijn kwijtgeraakt. Wij hebben hier niet te kiezen en nog minder te oorde­ len. Het lijkt ons beter te stellen, dat met de groei der gemeente ook haar zichtbaarheid gegeven is (zie N.G.B. art. 28-29) en dat dan ogenblikkelijk de vragen naar de verhouding tussen wat zichtbaar en wat inwendig de Kerk kenmerkt, zich voordoen. Zolang de Kerk op aarde is, zal in mindere of meerdere mate deze spanning altijd aanwezig zijn. 'Het vernieuwingswerk van boven af, dat we herhaaldelijk tegenkomen in de vroege kerk, is telkens nodig geweest tengevolge van ontaardingen van persoonlijk karakter' (Bakhuizen van den Brink). Maar het mag ons niet verbazen dat ook telkens daartegen protest komt van het grondvlak der Kerk, dat pleit voor vervulling met de Geest (Tertullianus en het Montanisme), voor de zuiverheid van de geestelijken (Donatisten) en voor het ambt aller gelovigen (Tertullianus).

Constantijn de Grote

De tweede faze van zgn. verwereldlijking ligt buiten de schuld van de Kerk, zo er al van schuld sprake is. Constantijn de Grote maakt in het eerste kwart van de vierde eeuw de Kerk vrij van vervolgingen, en geeft haar niet alleen haar bezittingen terug maar schenkt haar veel privileges (belastingvrijheid van de geestelijken enz.) en bevordert heel sterk kerk-en gemeenteopbouw. Minder fraai was dat de keizer tot het concilie van Nicaea zelf het initiatief nam en via zijn adviseur bisschop Hosius van Cordoba zich intensief met kerkelijke beslissingen bemoeide en bleef bemoeien. Tegelijk moet gezegd dat door deze inmenging van de staat in de Kerk Athanasius en de orthodoxie (Godheid van Christus en de Geest) het 'gewonnen' hebben van Arius en de zijnen. Iedereen mag roepen: 'Non tali auxilio' — niet door zulke hulp overwint de Kerk. Wij mogen er achteraf echter een stuk leiding in zien. Temeer omdat de keizer in zijn bedoelingen te goeder trouw was en men na zoveel strijd en vervolging van kerkelijke zijde niet direkt heeft doorzien, welke gevaren hier schuilden. Was er ook aanvankelijk niet sprake van een spontane samenwerking?

Van socialistische kant wordt deze perio­de altijd gekenmerkt als die van de staatskerk. Deze typering is echter onjuist. Wel is in de bijzonder bevoorrechte positie, welke de Kerk en het christendom thans kregen, de basis gelegd voor een staatskerk onder Theodosius en Justinianus, resp. een halve en anderhalve eeuw later. Toen werd 't kanonieke recht staatkundig vastgelegd, en omgekeerd de politiek van de Kerk uit bepaald, 't Heidendom werd verboden en de Atheense akademie —-bolwerk en symbool van antieke wijsheid — gesloten. De Kerk leek te hebben overwonnen en de Middeleeuwen begonnen. Maar toen is gebleken dat binnen de Kerk de strijd zich voortzet, wanneer zij buiten, wegens de zogenaamde kerstening, niet meer gevoerd behoeft te worden. En trouwens: in het westen bleken heidendom en ketterijen veel minder een overwonnen zaak dan in het oosten. Rome valt ten tijde van Augustinus onder heidenen en arianen, en Augustinus schrijft aan de overkant van de Middellandse Zee Over de stad Gods en geeft nagenoeg dezelfde omschrijving als twee eeuwen tevoren Tertullianus: de christen is een vreemdeling op aarde en een burger van het Jeruzalem dat boven is en waarheen hij op weg is, in zijn vreemdelingschap.

Oost en west uit elkaar

Oost en west gaan uit elkaar groeien door politieke en godsdienstige overwegingen, maar ook door verschil in landsaard. Het westen was meer wetenschappelijk en geschiedenisbewust ingesteld, het oosten beleefde (en beleeft) in de ikonostase de theologie als hemelse liturgie en heeft in wezen met de aarde en haar vragen, en met de voortgang van de geschiedenis weinig van doen. Toch betekent dit niet dat nu ook in de belijdenis oost en west wezenlijk verschillende wegen zijn gegaan. Wat Augustinus schrijft over de christen die pelgrim is, kan niet slechts twee eeuwen daarvóór door zijn streekgenoot Tertullianus, maar ook in het oosten, en ook twaalf a dertien eeuwen later door een puritein of piëtist in Engeland gezegd zijn.

Wie dit alles overweegt, belijdt de eenheid der Kerk in die eerste vier a vijf eeuwen. Of de dingen ook zo bewust leven in de Middeleeuwen, zal ons een volgende keer bezighouden.

Kamerik


1) Het kanonieke O.T. was bij de Joden rond 100 te Jamnia vastgesteld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De gemeente door de eeuwen heen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's