Alle volken in uw zaad gezegend
En in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde. Gen. 22 vs. 18a.
De omgeving, waarin deze tekstwoorden zijn gesproken, is ons allen wel bekend. Op ontroerende wijze wordt ons verhaald hoe Abraham bereid is om zijn jongen, die hij liefhad, te slachten voor God.
Dat was een nieuwe beproeving voor Abraham, waarin de Heere wilde zien of hij Hem in alle dingen werkelijk God wilde laten. De geloofsgehoorzaamheid was bij de vader der gelovigen inderdaad zo groot, dat hij het alleenrecht Gods erkende, zelfs in het opeisen van zijn zoon.
Dat is heel wat, als de Heere van ons als vader en moeder een kind opeist. Daar zullen wij maar niet veel van schrijven. Jarenlang kan de vraag blijven leven: 'waarom moest mijn kind worden weggenomen'? Het is genade wanneer wij mogen zien, dat de Heere recht heeft op onze kinderen, zeker op de kinderen des Verbonds.
Abraham hoefde zijn jongen uiteindelijk toch niet af te staan, hoewel hij dit tevoren zeker niet heeft geweten. God echter gaf een plaatsvervanger: een ram. De godsvrucht was bij Abraham openbaar gekomen.
Na deze geloof sbeproeving wordt nu de belofte herhaald, dat in zijn zaad alle volken der aarde gezegend zullen worden. Wie is dat zaad van Abraham? Is het wellicht het volk van Israël? Dat volk is inderdaad tot een grote zegen geweest voor de wereld, maar voor een volk of een enkele persoon ook wel eens tot een vloek. Daarom kan de belofte van onze tekst 'in uw zaad' niet met Israël als volk eindigen.
Ook is met dit zaad niet geheel en al de zoon of kleinzoon van Abraham bedoeld. Zowel Izak als Jacob hebben dezelfde belofte ontvangen.
Wij behoeven echter niet ver te zoeken. Het is altijd gemakkellijk, wanneer Gods Woord Gods Woord verklaart d.w.z. wanneer wij Schrift met Schrift vergelijken. De Schrift zelf leert ons hier te denken aan Jezus Christus.
De apostel Petrus sprak volgens Handelingen 3: 'Gij lieden zijt kinderen der profeten en des verbonds, hetwelk God met onze vaderen heeft opgericht, zeggende tot Abraham: in uw zaad zullen alle geslachten der aarde gezegend worden. God, opgewekt hebbende Zijn Kind Jezus, heeft Dezelven eerst tot u gezonden, dat Hij ulieden zegenen zou ' Hetzelfde lezen wij in Galaten 3 vs. 16. De kracht van een mens en de kracht van een volk ligt alleen in Jezus Christus. Hoe kan iemand het leven door? Wel, door zondaar voor God te worden en het oog te vestigen op de Heere Jezus. Zonder Hem heeft niemand een gegronde verwachting of overlevingsmogelijkheid.
De machten die tegenover ons staan zijn geweldig sterk, menigmaal plegen zij aanvallen op ons. Maar wie weet zondaar voor God te zijn (met het hart) wie weet van zichzelf niets te zijn, nog minder dan een mug en het oog vestigt op de Heere Jezus Christus, hij kan er tegen! Hoe moeilijk soms ook de weg kan zijn die God met hem gaat. Want in het geloof worden wij van vat in vat ontledigd, omgekeerd en nog eens omgekeerd. Doch in die ontlediging wordt Jezus Christus almaar groter, begeerlijker, noodzakelijker. In Hem vinden wij alles wat wij nodig hebben, ook voor het leven in deze tijd.
Van onszelf uit willen wij het altijd maar goed hebben op deze aarde. Wij bouwen hier een stad, doch Abraham verwachtte de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Bouwheer en Kunstenaar is. Van nature begeren wij een veilig en gerust leven, zonder God. Maar dat kan niet.
De zegen ligt niet in de dingen van deze aarde, maar in Jezus Christus. Het is een voorrecht wanneer wij en onze kinderen bewaard blijven voor tegenspoed. Laten wij daarvoor dankbaar zijn, want het is een zegen. Maar de zegen ligt in Christus. Hem moeten wij bezitten als onze Zaligmaker.
En dat kan. Dat wil God zelfs. Want er staat geschreven, dat God wil dat alle mensen zalig worden. Of zoals onze tekst zegt: 'alle volken der aarde gezegend'.
De zegen, Christus zelf, is toch zo wijd uitgestrekt. Alle volken. Er is geen Heiland voor ieder volk apart, ook niet voor iedere stroming in een kerk apart. Er is één God, er is ook één Middelaar Gods en der mensen, de mens Christus Jezus.
Diepe kloven zijn er tussen de volken gegraven. Diepe kloven bestaan er eveneens tussen de kerken. Zwaar rust de hand Gods op wereld en kerk, want zwaar hebben wij allen gezondigd.
Nochthans is Jezus Christus voor alle volken. God heeft Zijn handen niet afgetrokken van deze wereld, van ons. Daarom moet er ook niet gezegd worden, dat de Heere is wijkende. Wij zijn de wijkende, niet God.
In vele landen wordt Christus nog verkondigd, opdat ieder volk zich bekere van zijn boze weg. Het welbehagen Gods gaat altijd nog door. En daar is in de Heere vol doende Heilige Geest om mensen te bekeren.
De zegen, Jezus Christus, is voor alle volken, ook voor Nederland, ook voor ons persoonlijk. Kennen wij Hem persoonlijk door een waar geloof? Het aanbod der genade gaat tot ons allen uit, niemand is buitengesloten.
Wie deze Zegen heeft gevonden, heeft vrede, zaligheid, de weg naar de hemel gevonden. Dan kunnen er momenten in het leven zijn, waarin ons hart gevoelt: wat zou het toch zijn als de Heere mij voorbijgegaan was en Zichzelf in Zijn Zoon aan mij niet had bekendgemaakt? Het zou voor altijd verloren zijn geweest!
Maar nu is het voor altijd behouden door de zegen uit Abrahams zaad. Op grond van deze zegen zal het dadelijk klinken: 'Komt, gij gezegenden mijns Vaders! beërft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld'.
Wat zal de Kerk dan anders zeggen dan: 'Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen'.
Kesteren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's