De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Op de goede weg

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Op de goede weg

De synode over Zuidelijk Afrika

13 minuten leestijd

Vorige week heb ik één en ander geschreven over de voorgeschiedenis van het synode debat over Zuid-Afrika. Een brochure van Robert van Waesberge, door de heer J. Windig fundamenteel bestreden en aangeduid als een 'tendensgeschrift', was door de Raad voor de Zaken van Overheid en Samenleving uitgegeven ter voorlichting inzake de Zuid Afrika problematiek. En een brochure van prof. dr. B. Spoelstra (historicus, behorend tot de Dopperkerk, die in ons land verblijft) mocht van de Sectie Internationale Hulpverlening, hoewel er om gevraagd was, niet mee naar de diakonieën, omdat het te wetenschappelijk was en het de polarisatie van het geschrift van Van Waesberge zou bevorderen.

Op de synodevergadering kregen de synodeleden het pas na het debat onder ogen.

Hebben wij er part aan?

Het geschrift van Van Waesberge heet 'Apartheid, hebben wij er part aan? ' Prof. Spoelstra's brochure draagt de titel: 'Zuid-Afrika, polarisatie of verzoening, hebben wij er part aan? Hoe men ook over de hele kwestie Zuid-Afrika denken mag, wie de brochure van prof. Spoelstra leest zal moeten erkennen, dat de synode om eerlijk en objectief geïnformeerd te zijn deze stem óók had moeten horen, of deze brochure had moeten kennen.

Zoals J. Windig fundamenteel de brochure van Van Waesberge heeft bestreden, zo doet ook deze brochure het, wetenschappelijk, jawel, maar daarom ook op menig punt terzake. Ik kan er niet aan beginnen de brochure hier in details weer te geven. Prof. Spoelstra begint ook met het tendentieuze uit Van Waesberge's geschrift te signaleren. Het doel van Van Waesberge's geschrift is om niet door kerstening of andere kerkelijke oogmerken, maar door middel van de gevolgen van desinvestering en isolatie een toestand van honger, ellende, dood, onrust, chaos en opstand te creëren, waardoor de in de titel als 'apartheid' aangeduide structuur vernietigd zou worden. Dus om zo de revolutie op te roepen! Maar, zegt Spoelstra, bieden revolutie en structuurverandering op zich noodwendig menswaardige, maatschappelijke, economische, politieke en religieuze vrijheid? Is dat bijvoorbeeld in Kongo, Nigerië, Ethiopië en Oeganda het geval geweest?

Over de feitelijke inhoud van het boekje van Van Waesberge zegt prof. Spoelstra: 'Het spijt mij uit volle overtuiging en met inzet van mijn naam als historicus te moeten beweren, dat dit werkje van Robert van Waesberge van alles kan zijn, een stukje journalistiek of demagogie, behalve een tekening van wat Leopold Ranke zou noemen 'Wie es eigentlich gewesen war' (hoe het eigenlijk geweest was). Op het punt van wel of niet investeren in Zuid Afrika stelt dit voorlichtingsstuk zich lijnrecht in tegenspraak op met de uitspraken van ontwikkelde, erkende en democratisch gekozen zwarte leiders. Dit feit wordt zonder meer verzwegen'. Als Van Waesberge een 'fictieve' zwarte Zuid-Afrikaan David Mboyo, aanklachten laat formuleren tegen Zuid Afrika, dan wijst prof. Spoelstra deze citering van 'derderangsbronnen' (zonder staving van de uitspraken met literatuur verwijzingen), af op grond van zijn dagelijkse omgang met intellectuele zwarten, 'uit respect voor de menselijke waardigheid van de zwarte Zuid Afrikanen. Als in Zuid Afrika gestreefd wordt naar een federatie van staten met afzonderlijke zeggenschap van blanken èn zwarten, had Van Waesberge dat eerlijk moeten laten doorklinken. Nu schrijft hij voortdurend vanuit een houding, waarin stelselmatig de zwarten als 'politiek en economisch rechtelozen en machtelozen worden voorgesteld'. Het beeld, dat Van Waesberge schetst past niet bij de zwarte mensen.

Hierbij laat ik de informatie over de brochure van prof. Spoelstra, een brochure die veel historisch en feitelijk materiaal biedt, zonder ook maar ergens geënt te zijn op een racistische ideologie, op gevoelens, die tenderen naar rassendiscriminatie, maar die wel begrip poogt te wekken voor eigensoortige ontwikkeling van de uiteenlopende volken, die Zuid Afrika rijk is. Als Van Waesberge met kennis van zaken, ook betreffende de consultatie van de zwarte naties doof de Zuid Afrikaanse regering zou hebben geschreven, zou hij niet oproepen tot desinvestering maar juist tot investering in de thuislanden van Zuid Afrika, de landen waar 'de verschillende zwarte volken wonen. Aldus prof. Spoelstra.

Synodale motie

Op de synodetafel lag echter een motie Maan/De Liefde, die na enkele bij schavingen door de synode met 9 stemmen tegen is aangenomen. Daarin wordt erop aangedrongen nieuwe Nederlandse investeringen in Zuid Afrika te staken en op te roepen tot desinvestering daar waar gelijkberechtigdheid van werknemers niet tot stand wordt gebracht. Ook wordt opgeroepen tot gesprek met alle kerken in Zuid Afrika om zodoende toenadering van de rassen op grond van de verzoening te bevorderen.

Zoals gezegd nam de synode deze motie aan. Er was een indringend debat aan voorafgegaan.

Ds. G. Broere ('t Harde) wilde de dialoog tussen blank en zwart in Zuid Afrika bevorderd zien. Hij vroeg verder of de brochure van Van Waesberge niet het duidelijkste bewijs was dat de synode op de verkeerde weg was? Hij wilde zich aansluiten bij een motie van de classis Appingedam, waarin gevraagd werd om genuanceerder en objectiever informatie (Appingedam verwees naar onze verhouding tot Suriname). Hij sloot zich ook aan bij een wens van de classis Hardei-wijk om ds. G. Spilt af te vaardigen naar Zuid Afrika. Later gaf — dit even terzijde — prof. dr. H. Berkhof aan dit laatste zijn fiat, als er maar bij vermeld zou worden 'praeses van de Hervormde Synode' (dan zou namelijk het visum wel niet gegeven worden, suggereerde hij). En ds. J. van Veen van de R.O.S. vond dat óók wel goed als er dan (daar) maar pluriforme (veelzijdige) informatie gegeven zou worden.

Ds. F. J. Dun vroeg of de meningen van de heer Windig (vorige synodale motie), de vakverenigingen en prof. dr. C. L. Patij n (zie hieronder) achterhaald waren. Ds. F. van Dieren (Hien en Dodenwaard) vroeg of we als kerk niet bezig zijn machtsmiddelen te gebruiken en het profetisch spreken te verwaarlozen. Als het oordeel over Zuid Afrika moet worden uitgesproken moet dit dan niet bijbels-profetisch gebeuren? Zijn we bovendien niet geweldig eenzijdig bezig? Is Zuid Afrika het enige land waar ontrechten zijn? (Denk aan de christenen in Roemenië en Rusland). De eenzijdigheid heeft de schijn van politieke vooringenomenheid.

Ds. W. van Kooten (Schoorl) waarschuwde tegen een te fanatiek spreken vanuit Nederland. Onze blanke broeders zijn van eigen Nederlandse afkomst en de appel zal wel nooit zover van de boom vallen. Ds. H. Binnekamp (Maarssen) waarschuwde ertegen de werkgelegenheid van de zwarten te schaden. Hij stelde met prof. dr. C. L. Patijn, dat desinvestering de problematiek niet opheft. We hebben zelf verder ook onze apartheidsproblemen (Surinamers en gastarbeiders).

Ouderling J. J. van Vliet (Almelo), werkzaam aan een bedrijf, dat aan 3500 mensen werktijdverkorting moest geven en dat 1500 werknemers in Z.-Afrika heeft, kwam op voor de moeilijkheden van de ondernemers. 'Ondernemers zijn ook mensen'. Hij stelde, dat aandelen terugtrekken en verkopen de problemen alleen maar verlegt, want anderen nemen ze over. Geïnvesteerd wordt er toch. En wie doet het dan?

Ds. J. Pronk (Rijsoord) stelde dat, nadat J. Windig, 'die ons op de vorige synode met een bizonder goede motie heeft gediend' (verantwoord investeren), nu alleen nog maar bepaalde stemmen mogen meeklinken. Hij zei, dat hij in de R.O.S. (hij was 'nog' lid van deze Raad) zich met anderen had verzet tegen de uitgave van de brochure van Van Waesberge.

Ds. J. Vroegindeweij (Emmeloord) hekelde het feit, dat de R.O.S. niet heeft gehandeld volgens het vorige synodebesluit.

Daarna kreeg 'Ds.' A. Boesak (kleurling student in Kampen) het woord. Ds. v. Veen van de R.O.S. had hem meegebracht. Boesak wierp zich op als spreker namens de zwarten in Zuid Afrika, en wel vanuit de 'Black Renaissance Convention' met 350 afgevaardigden, waar ja gezegd was tegen alle middelen - ook desinvestering - om het de Zuid Afrikaanse regering moeilijk te maken. In Zuid Afrika zal de stem van de zwarte kerken steeds duidelijker klinken, meende hij. Het christelijk Instituut van dr. Beyers Naudé vertegenwoordigt in Zuid Afrika een autenthiek stukje evangelie. Tenslotte stelde de heer Boesak, dat hij even bang was voor de Zuid Afrikaanse regering, als voor die in Rusland. Beide regeringen isoleren kinderen van hun ouders, in Rusland vanwege b.v. godsdienstige motieven, in Z.-Afrika vanwege de apartheidswet.

Zo groeide de synode toe naar aanvaarding van de desinvesteringsmotie. Prof. dr. H. Berkhof had op de vraag of daar geen ellende uit voortkwam voor de zwarten, nog gezegd, dat een zwarte hem enkele jaren geleden zei, laat het lijden maar aan ons over; als ik werkloos ben door desinvestering vanuit een land, dat zich niet kan verenigen met de huidige toestand in Z.-Afrika, dan is me dat liever dan dat ik lijd onder blanke onderdrukking. En dat gebeurt al 400 jaar'. Ds. J. V. Veen (R.O.S.) tenslotte vond, dat met de brochure van Van Waesberge een achterstand aan informatie was ingehaald. Daarom was niet gehandeld in strijd met het vroegere synodebesluit.

Verelendung

Zo heeft onze synode in principe 'ja' gezegd tegen de gedachten van de 'verelendung'. Populair gezegd: laat de boel maar in het honderd lopen (door desinvesteringen en dus vermindering van werkgelegenheid en economische teruggang) en maak zo de, zaak rijp voor revolutie. Is zulk handelen overeenkomstig de roeping van de kerk? Wordt de kerk zó niet een politieke pressiegroep, die zelf de tegenstellingen aanwakkert in plaats van die te verzoenen? De zwarte bevolking zelf denkt er daar in Zuid Afrika vaak anders over dan men hier maar wil hebben. Maar van buitenaf worden de tegenstellingen opgeroepen en verscherpt.

Elk christen zal hartgrondig elke vorm van ideologische apartheid moeten verwerpen. Maar wie zijn wij (hier in Nederland), dat we anderen (daar, inclusief de blanke medechristenen) oordelen inzake de weg die men gaan wil om langs de weg van harmonische ontwikkeling het goede voor allen tezoeken? En die vaak ook pijn hebben aan een situatie die veel feilen vertoont!

Prof. dr. C. L. Patijn

Al eerder viel in dit artikel de naam van prof. dr. C. L. Patijn. Deze heeft in een boekje van de Raad van Kerken, getiteld 'Buitenlandse investeringen in zuidelijk Afrika', waarin gepleit wordt voor desinvestering een minderheidsstuk geschreven. Daarin zegt hij allereerst, dat wanneer men aanneemt (wat hij niét doet), dat het op de weg van de kerken ligt om economische oorlogsverklaringen af te geven, zij verplicht'zijn aan tje tonen, dat de maatregelen, die men adviseert, effect zullen hebben. Zolang Zuid Afrika namelijk een aantrekkelijk beleggingsveld is en in goud kan betalen zal het nooit gebrek aan investeerders hebben. De economie van Zuid Afrika is niet te isoleren.

Maar — en dat is belangrijker — prof. Patijn meent, dat het streven van de Wereldraad (de initiatiefnemer voor desinvestering) een denkfout van veel ernstiger aard bevat. Nu citeer ik verder: 'Het streven van De Wereldraad bevat echter een denkfout van veel ernstiger aard. Er is een wereldwijde poging aan de gang om de rassentegenstellingen te polariseren, te verscherpen en door strijd te laten beslissen. Dit roept de vraag op of het in dit proces op de weg van de Kerk ligt op te roepen tot economische sancties, politieke druk, of solidariteit met actief geweld. Het is de taak van de Kerk tegenstellingen te doorbreken, de oplopende polarisatie af te remmen en de explosies, die automatisch zullen volgen te voorkomen. De Kerk is er voor om de politiek verantwoordelijke leiding in Zuid Afrika met de eigen middelen der Kerk tot andere gedachten te trachten te brengen niet om haar met politieke wapenen te bestrijden. De Wereldraad moet dit overlaten aan de Verenigde Naties. Op het ogenblik dat de Kerk zelf voor Verenigde Naties gaan spelen, is dit in de grond een terugval in heidendom en een verloochening van haar opdracht. Zij moet dan niet verbaasd zijn als zij haar gezag verliest. Men kan een oproep van de zijde van de Kerk tot werkelijke strijd niet uitsluiten, maar dan alleen in de meest extreme gevallen, zoals wij die in deze eeuw wel hebben meegemaakt. Maar die situatie doet zich in Zuid-Afrika niet voor.

De vraag dringt zich steeds sterker op, of de Wereldraad niet op een verkeerd spoor zit. Onder druk van zijn Derde Wereldconstituency heeft hij het in toenemende mate gezocht in politieke polarisering en druk op Zuid-Afrika van buiten, in plaats van te steunen daar waar de beslissingen vallen, n.l. de strijd van binnen.

Synodale beslissingen als de onderhavige worden in sterke mate mee bepaald door de aanwezigheid ter synode van mensen, die met de betreffende materie vertrouwd zijn. Op de vorige synodezitting inzake Zuidelijk Afrika was dat ongetwijfeld de heer Windig, die in Afrika is geweest.

De synode werd nu sterk bepaald door de politieke vooringenomenheid van de ROS. Het was beter geweest wamieer de kerk profetisch gesproken had in plaats van het wapen te hanteren van politieke druk, die leidt of leiden kan naar sanctionering van de chaos en de revolutie. Resoluties als die betreffende desinvestering verscherpen alleen maar de tegenstellingen.

Kort geleden schreef oud-premier Biesheuvel over zijn ervaringen van een recente reis naar Zuid Afrika. Hij maakte kritische opmerkingen maar uitte ook waardering voor het goede dat hij zag en de veranderingen die hij daar ontdekte. Uit het slot van zijn relaas licht ik de volgende passages uit Nederlandse Gedachten.

Een Zuid-Afrikaans hoogleraar heeft gezegd, dat voor de totaliteit van de volkeren van Zuid-Afrika een drieledig beleid noodzakelijk is:

Een versnelde ontwikkeling van de thuislanden ten behoeve van die Afrikanen, die de thuislanden als hun blijvende woonplaats zien. Een streven naar een volledig burgerschap van de kleurlingen en Aziaten.

De aanvaarding van die Afrikanen, die als blijvende stedelijke Bantoe's zijn te beschouwen, als een niet te scheiden deel van de blanke samenleving.

Dat spreekt mij zeer aan. Velen in Nederland zullen stellig niet ophouden Zuid-Afrika te vertellen, dat ons stelsel van parlementaire democratie inclusief algemeen kiesrecht ('one man one vote') de enige remedie is voor Zuid-Afrika.

Twee opmerkingen daarover:

De westerse parlementaire democratie — in een lang historisch proces gegroeid — toont vandaag tal van gebreken.

Onze vorm van democratie is geen exportartikel, dat in niet-westerse landen zonder meer bruikbaar is.

Het is in de eerste en laatste plaats Zuid-Afrika zelf, dat dient te beslissen, met welke democratische structuren de gelijkwaardigheid en de betrokkenheid van alle groepen bij het besluitvormingsproces, het beste tot gelding kan komen.

Het lijkt mij dat het instituties sui generis zullen moeten zijn, die aansluiten op een samenleving die deels westers en deels Afrikaans van aard is.

Mijn reis — ik herhaal het — heeft mij versterkt in mijn opvatting, dat de dialoog met Zuid-Afrika dient te worden geintensiveerd.

Een politieke, diplomatieke en economische boycot om eén in onze ogen afkeurenswaardig beleid in Zuid-Afrika te bestrijden vind ik een even ondeugdelijk als zinloos middel.

Het zelfde geldt voor de roep om 'desinvesteringen', die in bepaalde kerkelijke kringen valt te beluisteren.

Dat zou juist die mensen treffen om wier lot de kerken zich zo bekommerd tonen.'

Onze synode dacht er helaas anders over, niet in het minst omdat evenwichtige informatie ten enenmale ontbrak.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Op de goede weg

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's