Een bewogen stukje kerkgeschiedenis
De Afscheiding van 1834
Over de bewogen kerkgeschiedenis in ons land van de dagen rondom De Afscheiding is al heel wat gepubliceerd. Erg bekend zijn bijvoorbeeld de boeken van J. C. van der Does en F. L. Bos. De eerste schreef o.a. 'De Afscheiding in haar wording en beginperiode' en 'Kruisgezinden en separatisten'. Van F. L. Bos is vooral bekend zijn boek 'Kruisdominees'. Uit deze boeken krijgen we al een vrij compleet beeld van wat zich rondom de Afscheiding heeft afgespeeld. Zo ook van andere.
Het is de verdienste van dr. C. Smits (van huis uit wiskundige), dat hij thans in een minutieus overzicht laat zien hoe de Afscheiding zich op allerlei plaatsen concreet voltrok. Kortgeleden verscheen het tweede deel van zijn boek 'De Afscheiding van 1834' 1) Het eerste deel handelde over Gorinchem en Beneden-Gelderland. Dit tweede deel gaat over de plaatsen in het Zuid-Oostelijk deel van Zuid-Holland, met name in de Hoeksche Waard, de Alblasserwaard en de Vijfherenlanden. Er komt nog een afsluitend deel over de rest van Zuid-Holland en Utrecht. De schrijver is van dorp tot dorp gegaan, heeft notulenboeken en correspondenties, tractaatjes en boeken doorgewerkt om een beeld te krijgen van het volk van de Afscheiding. Hij reisde ze zelfs 'na' naar Pella in lowa (U.S.A.), waarheen veel afgescheidenen met ds. H. P. Scholte emigreerden. De schrijver heeft zijn boeken met kennelijke affiniteit voor de afgescheidenen geschreven. Hij noemt de Afscheiding een 'reformatie van de Kerk des Heeren' en de bestudering ervan heeft zijn geloof en zijn 'liefde voor de werkers uit het uur van benauwenis, bij de geboorte van de Afscheiding' verdiept.
Schaamte
Hoe men ook tegen de Afscheiding mag aankijken, bestudering van de feiten doet ons met schaamte zeggen, dat er erge dingen zijn gebeurd. De processen tegen de Afgescheidenen zijn even zovele aanklachten tegen politieke maar ook kerkelijke leiders van die tijd. Kerk en politiek gingen hier toch samen. Het is opvallend, dat in de gemeenten, waarover het in dit boek gaat, in vele gevallen de bevolking voor bijna honderd procent Hervormd was 2) En als er dan burgerlijke processen in zulke gemeenten zijn tegen de Afgescheidenen clan kunnen we niet zeggen, dat de Kerk hier niets mee te maken had. De processen haalden — begrijpelijkerwijs — meestal niets uit. We lezen van Zuid-Beijerland: 'De Afgescheidenen zijn al verscheidenen maal beboet, maar al die vervolgingen blijven op hen zonder invloed, daar ze met zulk een ijver zijn bezield, dat ze a.h.w. de openbare macht afmatten'.
Naar aanleiding van het 'request aan de Koning', waarin zij verklaren zich af te scheiden van het 'Nederlandsch Hervormd Kerkgenootschap', moesten de burgemeesters van de onderscheiden plaatsen rapport uitbrengen over het verzoek uit hun gemeente. In laatdunkende bewoordingen laten deze zich vaak over hen uit. Ik noteer enkele van zulke kwalificaties: 'dat de meesten ternauwernood lezen kunnen en hun geest houden voor den waren van God uitgaanden Geest (Zuid-Beijerland)'. 'Alle requestranten staan-op de laagste trap van beschaving ... en (zijn) genoegzaam niet dan door spraakvermogen van het redeloze vee onderscheiden'. (Schoonrewoerd). Er zijn ook mildere uitspraken. De burgemeester van Noordeloos b.v. meent, dat het verzoek van de Afgescheidenen moet worden toegestaan 'omdat hunne bedoelingen zijn. .. om God te dienen en zich als rustige en stille inwoners te gedragen.. .'. De burgemeester van Leerdam voert zelfs een sterk en uitgebreid pleidooi voor hen.
Wat echter te denken van de bejegeningen door dorpsgenoten. Van Puttershoek lezen we dat 's morgens en 's middags niet iedereen naar de kerk kon komen vanwege de vijandigheid van een aantal dorpsgenoten. De conclusie kan geen andere zijn dan dat zich beschamende, de kerk onwaardige dingen hebben afgespeeld. Dingen die zich overigens telkens herhalen, in grove of verfijnde vorm.
Anderzijds is het niet zo, dat degenen, die zich afscheidden uitsluitend brave broeders en zuster of vredelievende godvruchtige mensen waren. Op deze wijze doen we ook aan mythevorming. Het ging vaak hard tegen hard van twee kanten. Men komt in dit boek ook voorbeelden tegen van koud meedogenloos separatisme, dat zich in niets ontziet als het gaat om de beoordeling van voorgangers en ambtsdragers. En ook in officiële stukken komen woorden voor die schade deden. In het genoemde request aan de Koning wordt b.v. ten aanzien van subsidie door het Rijk aan de Kerk al gezegd, dat dit nooit het gebrek aan geestelijkheid kan vervullen maar in tegendeel dienstig is om luie herders, buik- en brooddienaars en menschenbehagers te maken', daarmee duidelijk wijzend naar voorgangers in het Hervormd Genootschap. Hoeveel schade hebben dit soort kwalificaties door de jaren heen óók niet uitgericht, juist ook omdat ze vaak algemene toepassing kregen op allen die de weg van de scheiding niet gingen. Enkele weken geleden kwam ik de uitdrukking 'buikdienaars en mensenbehagers' zo nog tegen in een kerkelijk orgaan.
Ook gaat het niet aan om de tekst het zijn niet vele wijzen, het zijn niet vele edelen, maar het dwaze, dezer wereld en hetgeen niets is heeft God uitverkoren', zó maar, ongenuanceerd op alle Afgescheidenen toe te passen (tegenover de misprijzende uitlatingen van de burgemeesters). Ongetwijfeld gold dat van vele godvruchtigen, 'stillen in den lande' uit de Afscheiding, maar het gold even zo goed de stillen in den lande, die in het 'Hervormd Genootschap' achterbleven. En onwetendheid als zó danig — of dat nu afgescheidenen of Hervormden betrof — is nog geen kenmerk van godzaligheid.
Verdeeldheid
Wat uit de boeken van dr. C. Smits wél heel bepaald naar voren komt is, dat óók de geschiedenis van de Afgescheidenen zelf een geschiedenis van \ierkstrijd is geweest. Er was geen afgescheiden gemeente of er waren schorsingen, aftreden van ambtsdragers, conflicten met voorgangers e.d. Opvattingen aangaande het ambtsgewaad, het al of niet wijzigen van de Dordtse Kerkenorde, verschillen over liturgische vragen, vragen van dogmatische aard (b.v. inzake de uitwendige en inwendige roeping) maar ook het zicht op de Afscheiding zelf brachten sterke verdeeldheid onder de Afgescheidenen. De scheiding baarde vaak scheiding. Naast de Afgescheiden gemeenten ontstonden de Kruisgemeenten en apart weer de volgelingen van ds. C. van den Oever en ds. L. G. C. Ledeboer. En de emigratie van ds. H. P. Scholte met de zijnen naar Amerika spreekt ook boekdelen.
Wanneer we heden ten dage zien waar de nazaten van de Afscheiding terecht gekomen zijn dan liggen er ook nogal ingrijpende verschillen, maar verschillen die toch in de kiem al in de vorige eeuw aanwezig waren. De Kruisgezinden en Ledeboerianen kwamen tenslotte in de Gereformeerde Gemeenten en de Oud-Gereformeerde Gemeenten terecht (het is ongetwijfeld de verdienste van ds. G. H. Kersten geweest onder deze, verstrooiden meer eenheid te hebben gebracht). Maar verder vindt men de afgescheidenen terug bij de Christelijke Gereformeerden maar ook — hoewel de Doleantie daarbij moet worden verdisconteerd — bij de Vrijgemaakt Gereformeerden.
Als dr. C. Smits zelf over zijn liefde voor de Afgescheidenen spreekt, dan is het toch niet zó of zo direct voor de Kruisgezinden. Het uitgesproken bevindelijke Anliegen ontmoet bij hem meer dan eens kritiek, zij het milde kritiek, en zij het dat hij inderdaad ook terecht wijst op mystieke ontsporingen. Maar ik ben toch bang dat hij bevinding en mystiek onvoldoende van elkaar weet te onderscheiden.
Ook theologisch lagen et in de Afscheiding al verschillende wortels. De classis Zuid-Beijerland wijst bijvoorbeeld de preken van Philpot af voor de leesdiensten, terwijl binnen die classis juist gevraagd wordt om goedkeuring 'aangezien hunne zielen erdoor in de genade Gods gesterkt worden'. Scholte had bezwaar tegen het beroepen van De Cock in Zuid-Beijerland. Bezwaren zijn er tegen de leer van ds. H. J. Budding t.a.v. de Drieëenheid.
Er zijn onder de Afgescheidenen verder voorgangers die vanuit de schat der eeuwen willen theologiseren, die op studie de nadruk leggen, er zijn er-óók die wars zijn van studie, omdat het dan een voet te hoog zit. Wat dit betreft is er ook niets nieuws onder de zon. Saartje Leenmans te Sliedrecht zei, dat predikanten het 'alleen van studie' ontvingen terwijl het haar duidelijk geopenbaard was dat de oefenaars het licht meer onmiddellijk van boven ontvingen. Daar gaat de hele predikantenstand.
In de stormen bewaard
Meer dan eens merkt de auteur van 'De Afscheiding van 1834' op, nadat hij de stormen, die over de Afgescheiden gemeenten gingen, gememoreerd had, dat de Koning der Kerk haar echter bewaard heeft 'door tal van scheuringen, dwaasheden en zonden heen'. Dat kunnen we méé zeggen, zij het dat we ditzelfde zeggen kunnen van de kerk, die het meest schuldig is dan en het meest diep geleden heeft ónder de afscheiding. Het mag opvallend heten, dat in het gebied, waaraan dr. Smits zijn boeken wijdde en waar de Afscheiding het meest diep heeft ingegrepen, de rechtzinnige prediking binnen de Hervormde Kerk zozeer werd bewaard of weer hersteld. Dat is het wonder van Gods trouw. Wanneer we kritiek willen leveren op de boeken van Smits dan is het toch wel déze, dat hij onvoldoende laat uitkomen hoe de situatie in de Hervormde gemeenten zelf was ten dage van de Afscheiding en hoe de ontwikkeling sindsdien is geweest. Waren al die gemeenten onrechtzinnig? Integendeel! In vele plaatsen kreeg de Afscheiding ook geen kans of kleine gemeenten verdwenen op de duur weer. Maar juist een gebied als de Alblasserwaard en de Vijfherenlanden laat ons zien dat de scheiding niet het einde betekende van de Hervormde Kerk, maar vaak juist een nieuw begin.
Door de conventikels en de schuilkerken heen heeft God in de vorige eeuw een stuk geestelijk leven willen bewaren. Dat zullen we eerlijk en dankbaar erkennen. Maar belangrijker is: God bewaarde Zijn Kerk, omdat de Kerk Kerk van het Woord is en God wakker bleef over Zijn Woord in de Hervormde Kerk én daarbuiten. Ondanks onze kerkelijke schuld en zonde! Om over de Afscheiding te spreken als een Reformatie zoals de auteur doet, gaat me te ver. Daarvoor is de verdeeldheid van meet af aan te groot geweest en zijn er teveel brokstukken uit ontstaan. Dat zal met schaamte en ootmoed moeten worden erkend.
Het verhindert ons echter niet met respect te denken aan de godvruchtigen in de vorige eeuw, die tegen onrechtzinnigheid of kerkelijk formalisme in hun weg gingen en ook op diegenen, die kerkelijk andere wegen bleven gaan een appèl op het hart deden, een appèl dat ook zegen heeft gebracht.
Er is intussen heel wat veranderd. Ook bij de Afgescheidenen maakten de schuilkerken, de schuren en de boerendelen plaats voor fraaie godshuizen. Er was ook groei. Maar ook daar stonden de ontwikkelingen niet stil. Ik maak mij sterk, dat in heel wat gemeenten, stammend uit de Afscheiding, de prediking thans niet rechtzinniger of geestelijker is dan in het 'Hervormd Genootschap' ter plaatse ten tijde van de Afscheiding. De geschiedenis pleegt zich nogal eens te herhalen.
Maar het wonder van de 19e en de 20e eeuw is dat God Zijn Kerk bewaarde. Hij vermeerdere en verenige haar ook! Dat is onze bede.
1) Enkele voorbeelden: Puttershoek had in de dagen van de Afscheiding 1620 inwoners, waarvan 1570 Hervormden, Zuid-Beijerland telde onder de 1300 inwoners 1200 Hervormden. In Westmaas was op 2 personen na de bevolking Hervormd. De Alblasserwaard telde in 1844 ongeveer 19.000 Hervormden op een totaal aantal bewoners van ongeveer 20.000.
* Dr. C. Smits: DE AFSCHEIDING VAN 1834; 2e deel, classis Dordrecht ca., 440 pagina's; uitgave J. P. van den Tol, Dordrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1975
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1975
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's