De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Antwoord dan

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Antwoord dan

7 minuten leestijd

Hoor, Heere mijn stem als ik roep en wees mij genadig en antwoord mij. Psalm 27 vs 7.

David heeft niet veel noten op zijn zang. Hij maakt zijn nood kenbaar aan de Heere. Hij is verlegen om 'n oor, dat luistert, een hart dat zich ontfermt, een mond, die antwoord geeft. En eigenlijk gaat het driemaal om hetzelfde: dat de Heere zich als zijn God laat kennen.

Hoor, Heere. Maar dat spreekt toch vanzelf? De Heere hoort altijd, overal, iedereen. Zo algemeen mogelijk; natuurlijk hoort Hij! Met algemeenheden is niemand geholpen; en natuurlijk is het allerminst. De Heere, dat is de God des verbonds. Hij is er persoonlijk bij betrokken, als Hij hoort. Het kan ook anders: Houdt u niet als doof van mij af — ps. 28 vs 1. Vandaar de worsteling in de woorden. Vader en moeder horen mij niet meer. Ze hebben mij verlaten. Een kind roept om zijn moeder: Moeder. Zo roep ik om de Heere. Hoor. Mijn smeken trekt Uw aandacht U schenkt er toch aandacht aan? Gerichte aandacht, dat is horen.

Bij geen gehoor, wat dan? Een andere naam; ik zou niet weten wiens naam. Een nader adres; ik zou niet weten welk adres. Er is immers geen andere Heere, die mij hoort. Zelfs hij, die, al te gemakkellijk en soms na veel strijd verklaart, dat de Heere niet hoort, kan geen andere noemen, die het wel doet. Als de Heere uitvalt in ons leven, is Hij door niets en niemand te vervangen. Hij hoort echter. Hij neigt het oor, zoals een moeder doet als ze zich over haar kind in de wieg buigt, en naar het stille geluid van de adem luistert. Gods horen is gehoor geven.Hem roepen is gehoor vragen en... vinden. Zo leert ons de Geest der gebeden. Bidden is niet aan de bel trekken en dan hard weglopen; het is op de stoep blijven staan, totdat de deur opengedaaan wordt. Het is dan een groot geschenk: gehoor krijgen.Zo is 't toch onder ons mensen al. Wat is menigeen gelukkig met iemand die de moeite doet en de tijd neemt om te luisteren! Hoeveel te meer is dat het geval tussen de Heere en ons ontstelde hart. Hoor, Heere! Bidden houdt ons ootmoedig. Horen houdt altijd een verrassing in. Want bidden en horen, is de verborgen omgang.

En wees mij genadig. Er komen wolken voor de zon drijven, ze onderscheppen het licht, ze dompelen ons plotseling in de duisternis. Als de Heere nu eens niet hoort? Dan kap ik! Dan houd ik er mee op, met roepen. Dan voel ik mij te kort gedaan en ik neem wraak. Voornemens van 'n trots hart, raadgevingen van de duivel. Te kort gedaan? Als Hij mij eens niet wilde horen. Weer steigert mijn trotse hart; waarom niet; daar is Hij toch voor? Als... zou dat 'n oorzaak kunnen hebben? Bij wie moet ik die zoeken? O wee, daar heb ik het naar gemaakt. Nee, dat moet u niet napraten; dat prent de Heere ons in. Ik zoek uw aangezicht, verberg uw aangezicht niet voor mij. Ik kan de zonde niet zien, zegt God, daarom. Toorn, dat is Gods afkeer van de zonde. Keer uw knecht niet af in toorn — vs. 9. Ik dwaalde weg van Hem, ik keerde Hem de rug toe. Nu zal Hij mij zien aankomen. De Heere wilde gediend worden, Hij gedoogt mijn slordige en aan de zonde verslingerd leven niet. Dat kan het mee eens zijn.

Wees mij genadig. In dit woord valt de nadruk op het onverdiende: onverdiende gunst. De Heere is het niet verplicht en ik heb er geen recht op. Dat dringt goed tot ons door. Het is pure welwillendheid van Zijn zijde. De mindere vindt genade in de ogen van de meerdere; nooit andersom. Bidden is boete doen. Als we het aangezicht des Heeren zoeken, kunnen we er niet omheen: o Heere, wees mij genadig, genees mijn ziel, want ik heb tegen u gezondigd — ps. 41 vs. 5. Wie de Heere links laat liggen, laat ook de zonden voor wat ze zijn. Maar zodra, het hart naar de Heere uitgaat, worden we ze gewaar. Ik moet met Hem in het reine komen, anders kan er van geen horen en antwoorden sprake zijn. Nu, dat is genade.

De Heere is genadig en gaarne vergevend. In het huis des Heeren wordt ons dat duidelijk. Het altaar en het offer, dat zijn de liefelijkheden des Heeren — vs. 4 — daar vertoont zich Zijn vriendelijk aangezicht. Zo vindt midden in de psalm het kruis van Christus zijn plaats. Met het oog op Hem roep ik: Heere! Hoor! Vond Hij gehoor? Wees mij genadig. Vond Hij genade? Antwoord mij: kreeg Hij antwoord? Wie sprak daar over verdienen? Christus verzekert ons ervan: om zijnentwil is de Heere genadig. In Hem tekent Hij: uw toegenegen. Ik weet niet waarmede ik dat verdiend heb; ik weet wel aan Wie ik het te danken heb; dank u wel, Heere Jezus. Horen is genadig zijn. Antwoorden is genadig zijn. Daarom hoort dat in het midden. Daarom hoort Christus in het midden.

En antwoord mij. Dat is dan niet te veel gevraagd. Ik roep, Heere roep wat terug; laat merken, dat u er bent, dat u er aankomt, dat u mij te hulp snelt: zeg tot mijn ziel: Ik ben Uw heil. Uw naam is een antwoord. Uw woord, alles wat van U geschreven staat en beleden wordt. Doe taal en teken. Het gaat mij om Uw antwoord. Wie bidt: antwoord mij, zal het oor te luisteren leggen, wachtend, verwachtend. Ik zal horen, wat God de Heere spreken zal; want Hij zal tot Zijn volk en tot Zijn gunstgenoten van vrede spreken, maar dat zij niet weder tot dwaasheid keren! Op grond van het genadig zijn, zal ik hopen.

De hoofdredacteur is enige: weken buitenslands. Tijdens zijn afwezigheid kunnen stukken voor 'De Waarheidsvriend' en andere correspondentie gewoon naar zijn adres, postbus 177 te Huizen worden gezonden.

Antwoorden. Dat is concreet, in de situatie Heere leer mij Uw weg. Ik weet uw weg niet, ik wandelde niet in de weg. Uw weg. De weg, die Gij met mij gaat. Ik heb het daar soms zo moeilijk mee. De weg, die Gij wilt, dat ik ga. Uw weg, dat is niet zo eenvoudig, die wil geleerd worden. Als de Heere antwoordt, leert Hij ons Zijn weg. Er zijn verspieders, die op mij loeren. Wat zouden zij graag zien, dat ik het spoor bijster werd. De vijand, die wrevel blaast en briest van geweld. Reken maar, dat zij iedere misstap met hoongelach begroeten. Kijk, daar wankelt hij; kijk, daar struikelt hij. Ook terwille van die verspieders: antwoord mij.

Leren en leiden. Uw antwoord is geen les, 't is een gids. De Heere leert ons Zijn weg gaan, door met ons mee te gaan. Dat is de genade van de Heilige Geest, Die bij ons blijft en ons niet begeeft. Antwoord mij, dan zal ik in Uw waarheid wandelen.

Mijn licht, mijn heil, mijn kracht. Hoor, wees genadig, antwoord. Zo wil de Heere benaderd worden, zo trekt Hij ons naar Zich toe, zo is Hij ons zeer nabij. De Heere laat het niet afweten. Hij wil niet van mij af. Dat is de grote troost, de enige troost. Weet ik de goede toon te treffen? Al overwegende, oefenden wij ons. Het is de toon van het geloof. Zo ik niet had geloofd! Van de hoop: Wacht op de Heere. Van de liefde. Ik heb lief, want de Heere hoort mijn stem, mijn smekingen; want Hij neigt Zijn oor tot mij. Daarom zal ik mijn leven lang Hem aanroepen. Tot Hem roepen, om Hem roepen. Heere! De Heere is — vs. 1. Op de Heere — vs. 14.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 1975

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Antwoord dan

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 juli 1975

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's