Jeugd waarheen?
Enkele weken geleden gaven we een verslag van de discussie op de Hervormde Synode met de Hervormde Jeugdraad. De lezers zullen zich herinneren, dat de jeugdraad het in zijn beleid hield op uitsluitend maatschappijkritisch bezig zijn in actiegroepen, wereldwinkels e.d. en voor het gemak de jeugd indeelde in diegenen, die uitsluitend verticaal dachten (een egoistische houding heette dat) en diegenen die het evangelie vertaald wilden zien in maatschappij-kritisch handelen. De Jeugdraad kreeg op de synode zijn trekken wel thuis maar intussen, de karavaan zal wel verder trekken, gegeven tenminste de hardnekkige houding van de leden van de jeugdraad.
tekenend
Inzake deze materie troffen we een tekenend stuk aan in de NRC van de hand van J. L. Heldring. Nadat hij heeft opgemerkt dat er een nieuwe generatie jongeren opkomt, die van dat maatschappij-kritische weinig moet hebben en óf terecht komt in het absolute nihilisme (voor niets belangstelling meer!) óf weer gaat vragen naar persoonlijke heilszekerheid, zegt hij: 'Toch kan ik niet nalaten één vraag te stellen, die mij telkens op de lippen brandt wanneer ik Christus zo gemakkelijk gemobiliseerd zie in de strijd tegen racisme, uitbuiting en geweld (niet alle geweld overigens) kortom tegen alle onderdrukkende structuren.
Die vraag is: dat is allemaal wel mooi, maar hoe klopt dat met Christus die, terwijl Maria aan zijn voeten zat en naar Zijn woorden luisterde, tegen de bedrijvige Martha zei: 'Martha', Martha! ..'; waarna de tekst volgt over Martha, die zich verontrust over veel dingen terwijl maar één ding nodig is, het goede deel dat Maria gekozen heeft.
Verder keert de schrijver zich tegen hen, die over 'ouderwetse' geloofsbeleving spreken. Alsof er in de geloofsbeleving sprake kan zijn van ouderwets of modem. In feite brachten de mensen van de Jeugdraad diegenen, die in deze tijd vragen naar persoonlijk heil op de noemei^ van een verouderd, ouderwets christendom, dat zijn tijd heeft gehad. Maar men vergeet dat wat zij als moderne geloofsbeleving voorstellen de jongeren helemaal niet aanspreekt. Daarom werd op de sjTiode door iemand gesproken over een generaal zonder leger.
Dat uitgerekend een neutrale krant als de NRC bij deze dingen de vinger leggen moet is tekenend.
De tekenen verstaan
Als het intussen waar is dat er een nieuwe generatie jongeren komt, die uiteen valt in een nihilistisch deel en een deel dat weer gaat vragen naar de dingen van het persoonlijk geloof dan is het zaak, dat we in de gemeenten de tekenen van deze tijd verstaan en de verantwoordelijkheid voor de jongeren voelen en daaraan gestalte geven. We horen op heel wat plaatsen van oplevend jeugdwerk. We horen ook van toenemende belangstelling van de jongeren voor het Woord, ook in de steden. Dat is verheugend. Er is aan de andere kant ook de taak de trekkracht van Youth for Christ en van manifestaties als Eurofest in Brussel, waar 10.000 jongeren kwamen. Daar gaat het inderdaad óók om de vragen van het persoonlijk geloof en daar wil men óók de Bijbel aanvaarden als Gods Woord zonder daarvan iets af te doen. Dat is ongetwijfeld het positieve dat ervan te zeggen is. En dat er voor dit werk zoveel belangstelling is onder de jongeren is tekenend voor het feit, dat jongeren vragen naar een Woord voor het hart en dat zij zich afwenden van kerkelijk jeugdwerk dat voor die vragen geen belangstelling heeft.
En toch, het is geen eigenzinnigheid of groepsdenken als we onze jongeren graag bij het kerkelijk jeugdwerk houden en gevaren zien in de hang naar bewegingen als de genoemde. Per slot van rekening is de geloofsbeleving, zoals we die bij Youth for Christ en in de manifestaties als Eurofest aantreffen toch weer een andere dan die we tegenkomen in de belijdenissen van de Reformatie. En daarin vinden we toch de boodschap van zonde en genade diep vertolkt.
Nu zal ik de laatste zijn die zeggen wil, dat dit bij Youth for Christ óók niet voorkomt. Het ligt plaatselijk nogal verschillend en het kan bekend zijn dat er jongeren zijn, die via het evangelisatiewerk van deze kring de weg naar de kerk gevonden of hervonden hebben en voor wie één en ander van beslissende betekenis is geweest, in hun leven. Als God werkt wie zal het dan keren? En dan bepalen wij niet de weg maar Hij. Temidden van de ontkerstening willen we elk ernstig bezig zijn rondom het Woord positief waarderen. Maar dat neemt niet weg, dat we globaal genomen toch bij de bewegingen als de genoemde lijnen aantreffen waartegen we neen zeggen. Het oproepen van een bepaalde stemming door middel van lichtvoetige muziek bijvoorbeeld is nog wat anders dan echte geloofsbeleving. En vaak treffen we dit daar aan. Het ontbreken van het bijbels bevindelijke element, van de noodkreet van wedergeboorte waardoor de heilstoeeigening vaak meer eigen werk dan Geesteswerk schijnt te zijn, het in bepaalde kringen propageren van de herdoop, het anti-confessionele element, het weinig zicht hebben op de ambten, dit alles zijn punten waarom we zeggen, dat we de jongeren graag willen houden bij het kerkelijk jeugdwerk en dat toch niet willen inruilen voor bewegingen als Youth for Christ en andere, waarmee we toch principieel op een andere lijn komen dan de klassiek-gereformeerde.
Opdracht
Dat betekent intussen wèl, dat we in de, gemeenten niet gauw te véél voor de jongeren kunnen doen. We moeten er ons niet over verbazen, dat jongeren uitwijken naar andere jeugdmanifestaties, wanneer er in de gemeente aan kerkelijk jeugdwerk weinig of niets wordt gedaan of wanneer dit niet positief genoeg is.
Bovendien, elke tijd heeft zijn eigen vormen. Dat geldt ook voor het jongerenwerk. Er is een tijd geweest dat men aparte meisjesverenigingen en jongelingsverenigingen had. Al lang kennen we nu de (gemengde) jeugdverenigingen. De vormen veranderen. Zo zien we in onze tijd 't verschijnsel koffiebar opkomen. Voor wie dat een belast woord mag zijn, is het goed een streep te zetten onder koffie. De koffiebars van buitenkerkelijke bewegingen werden trekpleisters vaak ook voor jongeren uit de Gereformeerde Gezindte. Op bepaalde plaatsen zijn dan ook in de gemeenten dergelijke dingen opgezet ook wel onde andere naam, waar overigens alléén maar indringend over de zaken van Gods Woord gesproken wordt. Het verging onze voorzitter ds. W. L. Tukker, dat hij onlangs op een zaterdagavond in een dergelijke gelegenheid sprak over wat het geloof is.
Wanneer in bepaalde situaties nieuwe vormen gevonden (moeten) worden voor het jongerenwerk is daar niets op tegen als het Wóórd maar centraal staat, open ligt. En het is juist een verheugende zaak te constateren, dat de bijbelstudie thans zo'n centrale plaats inneemt ook waar men naar nieuwere vormen van contact tussen de jongeren heeft gezocht.
’Jeugd waarheen’ was de titel van een inmiddels uitverkocht jeugdboek, dat jaren geleden op de markt kwam. Een treffende titel, die ook voor de jeugd van nu geldt. Jeugd waarheen? Naar het nihilisme? Naar buitenkerkelijke bewegingen? Of houden we ze bij de gemeente? Ten diepste ligt dat niet aan ons. Het is Gods trouw als de jongeren bij het Woord bewaard worden. Maar we hebben wel alles te doen wat onze hand vindt om te doen. Daarom kan het jeugdwerk in de gemeente nooit een pro-memoriepost zijn, het sluitstuk van de begroting. Hoeveel ouders hebben geen grote zorgen als het gaat over 'Jeugd waarheen? '
Dan is het verder ook een positieve zaak als 't jeugdwerk in de gemeente een evangeliserend element naar buiten heeft. Ook dat gebeurt al vaak. In menige gemeente treft men evangelisatiestands aan van de jongeren met goede lectuur. Het gaat erom ook degenen die buiten zijn te bereiken. Ons land, ook jeugdland, is zendingsgebied geworden. Wanneer een nieuwe generatie in het nihilisme dreigt onder te gaan dan mogen we ze het Woord Gods niet onthouden. En tenslotte, wanneer de Hervormde Jeugdraad het uitsluitend houdt op maatschappijkritiek, dan moeten we van de weeromstuit niet doen alsof er géén maatschappijkritiek zou moeten zijn. Het Woord van God staat haaks op de samenlevingsverbanden, zeker als daar in toenemende mate met dit Woord geen rekening wordt gehouden. Daarom mogen ook de maatschappijvragen en de maatschappelijke verantwoordelijkheid in het jongerenwerk niet ontbreken. Het gaat om de vragen van het persoonlijke geloof en om de vraag van de opdracht van Godswege in de samenleving. Deze twee vleugels zijn het waarmee op evenwichtige wijze ook in het jeugdwerk gevlogen kan worden. Het gaat er niet alleen om, dat jongeren bij de gemeente bewaard blijven maar dat de samenleving ook door de jongeren weet wat het Woord van God geeft en vraagt. Zonder dat Woord is er voor mens en samenleving geen dageraad.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1975
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1975
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's