De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Herbergzaamheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Herbergzaamheid

6 minuten leestijd

Vergeet de herbergzaamheid niet.            Hebreeën 13 : 2.

'Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is; opdat de mens Gods volmaakt zij, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust'.

Dat wordt in de practijk nog al eens uit het oog verloren. Grote gedeelten van de Heilige Schrift komen in de prediking en evenzeer in het persoonlijk bijbelgebruik weinig of nooit aan de orde. Daartoe behoren ook de vermaningen, waarmee zovele van de brieven van het Nieuwe Testament eindigen. Omdat we voor ons gevoel in de voorafgaande hoofdstukken van die brieven het wezenlijke hebben gehad? Dat is dan toch een vergissing. Want het leven van de dankbaarheid, dat God Zijn kinderen leert kennen is evenzeer een wezenlijk deel van de drie stukken, die een mens moet weten om getroost te leven en te sterven. In die vermaningen gaat het maar niet om een paar practische gevolgtrekkingen uit het Evangelie, maar we blijven daarmee volledig bij het hart van de zaak. Daarom kan men die ook niet dan tot zijn grote schade op de achtergrond laten.

Opmerkelijk is het, dat er in het kader van deze apostolische vermaningen zo dikwijls sprake is van de herbergzaamheid, de gastvrijheid. Die mag niet vergeten worden, zegt de tekst voor deze meditatie. In Romeinen 12 : 13 zegt Paulus, dat de gemeente zich op die gastvrijheid moet toeleggen: Tracht naar herbergzaamheid'. Blijkbaar is het herbergzaam zijn niet zo vanzelfsprekend. Gastvrijheid vraagt zelfbeheersing en zelfverloochening. In dezelfde lijn ligt het, als Petrus zegt, dat men Zonder murmureren' herbergzaam jegens elkaar moet zijn (1 Petrus 4:9). Van de opzieners van de gemeente wordt gevraagd, dat zij 'gaarne herbergen' (1 Tim. 3:2). In Titius 1 : 8 staat dit 'gaarne herbergende' b.v. in tegenstelling met het zoeken van vuilgewin, d.w.z. het huis mag niet voor de ander opengesteld worden om er zelf beter van te worden. Die gaarne herbergt, doet het belangeloos.

Die herbergzaamheid, las ik eens, is éen samengestelde deugd. We noemden al de zelfbeheersing, de zelfverloochening, de belangeloosheid, die er voor gevraagd wordt.

Men kan ook denken aan gulheid, hartelijkheid, beleefdheid, fijngevoeligheid enz. Maar dan moeten we wel voor ogen hou­ den, dat het niet maar gaat om een maatschappelijke deugd die van grote betekenis was in een tijd, waarin de mogelijkheden om op reis of in noodgeval ergens tijdelijk te verblijven niet zo groot waren als in onze dagen en die dan als zodanig ook bij de christenen hoog genoteerd moest staan. Mogelijk moet er gedacht worden aan het ter beschikking stellen van ruimte voor het samenkomen van huisgemeenten. Maar vooral ook aan het verlenen van onderdak in tijden van vervolging aan opgejaagde gemeenteleden. De opwekking om gaarne te herbergen houdt ook duidelijk verband met de vreemdelingschap van de kerk. De pelgrims staan elkaar bij op de pelgrimreis. Met name blijkt het te gaan om het verlenen van gastvrijheid aan rondreizende predikers. De schrijver van de Hebreeënbrief denkt ook in die richting. De herbergzaamheid moet de voortgang van het Evangelie dienen. En het is haast niet te zeggen van hoe grote betekenis de gastvrijheid van de eerste christenen geweest is voor de uitbreiding van de kerk.

Het meest opvallende van het 'gaarne herbergen' is echter dit, dat er vrijwel altijd over gesproken wordt in nauw verband met de 'broederlijke liefde'. De herbergzaamheid, die niet vergeten mag worden, is één van de vormen, waarin deze liefde concreet moet worden. De gastvrijheid is evenals die liefde niet alleen om Christus' wil geboden, maar in Christus gegond. Zij is een genadegave, die tot de eerstelingen van de Geest gerekend mag worden en zo een teken en onderpand is van het nieuwe leven dat komt.

De gemeente van Christus moet, mag, kan herbergzaam zijn, omdat ze zelf toen ze zich door de ontdekking des Geestes als een ontheemde zwerver had leren kennen, weer in Christus een thuis in de hemel bij God mocht verkrijgen door het geloof. Zoals Paulus zegt: nze wandel, ons burgerschap, ons domicilie, is in de hemelen. (Fil. 3 : 20). Want God heeft ons in Christus Jezus meegezet in de hemel (Efeze 2:6). Zij, de gemeente des Heeren, weet van een God, Die, zoals de vader uit de bekende gelijkenis naar de terugkeer van zijn zoon stond uit te zien, wacht op een mens, die in zijn noden en ellenden tot Hem zich om uitkomst begeeft. Om hem genadig te zijn.

De eeuwige God zij u een woning, zegt Mozes stervend tot de kinderen Israels. Dat wil en kan de Heere in Christus weer zijn voor mensen, die zich door hun keuze tegen Hem buiten Zijn gemeenschap hebben geplaatst. In Christus, Die als een trouw Hogepriester in alle dingen, die bij God te doen waren tot de verzoening van de zonden van Zijn volk hier als een ontheemde zwerver moest zeggen: Vossen hebben holen, vogels nesten, maar de Zoon des mensen heeft niet, waar Hij het hoofd kan neerleggen.

Geen plaats in de herberg, zo begon het en het ging door, totdat Hij klagen moest: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten. Maar nu zit Hij dan ook aan de rechterhand van Zijn Vader om het waar te maken: Als Ik éénmaal verheerlijkt zal zijn, zal Ik hen allen tot Mij trekken. Zalig Zijn verschijning in onverderfelijkheid lief te hebben. Nog zijn het de dagen van de vreemdelingschap. Maar zij zullen thuis komen.

Maar daar zal dan ook iets van openbaar moeten komen in de belijdenis en de wandel van de gemeente. Daarin dat niet alleen maar de deuren van de huizen maar in het bizonder de harten voor de ander openstaan. Vergeet de herbergzaamheid niet! Ze mag een teken zijn van de hoop, die in ons is.

Waarbij we voor ogen houden, wat er in dit verband over de voortgang van het Evangelie gezegd is. De herbergzaamheid van de gemeente betekent in het bizonder: Er zich in woorden en werken op toeleggen, dat het Evangelie van Gods genade in Christus in heel de wereld, dichtbij en veraf gehoord wordt. De uitersten der aarde moeten het weten, dat God in Christus een woning wil zijn voor de ontheemde zwervers, die wij mensen in de zondeval van onszelf hebben gemaakt.

Zeist

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Herbergzaamheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's