De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vrijheid en verantwoordelijkheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vrijheid en verantwoordelijkheid

Pastorale overwegingen

5 minuten leestijd

4

Wanneer door Gods genade het nieuwe leven ons deel werd, blijkt weer een bijzondere verbintenis te bestaan tussen vrijheid en verantwoordelijkheid.

Het nieuwe leven

Een gelovige is hier niet in het land der rust. Een kind van God heeft te kampen met vele doodsvijanden. Het werd niet verstaan, toen we behouden van de toorn Gods en de schuld der zonde in Christus ervaren christenen ons hoorden toeroepen: welkom in de strijd! We dachten: strijd? ! Neen, de bange worsteling is toch gestreden. Ik weet, dat mijn Verlosser leeft. Ik ken door de genade van God de kracht van het al-reinigend bloed van Christus. Ik weet me door de bediening des Geestes bekrachtigd. Liever zou ik sterven dan te zondigen. Maar we komen er wel achter. We worden wel geoefend in ootmoed.

Hoezeer dringt de Heere ons tot de strijd tegen de zonde, tegen de duivel en zijn ganse rijk, tegen de wereld en tegen ons eigen ik. Hoezeer lokt de kroon der overwinning, die wenkt aan het einde van de loopbaan. Maar... de kracht om te strijden en om te overwinnen, van wie is deze en vanwaar komt deze? Is die uit ons? Toch niet? Neen, deze is geheel uit en door God. Maar... we worden ook geroepen tot de strijd en tot de overwinning. Hoe moet de apostel het verwijt richten: gij hebt nog ten bloede niet tegengestaan, strijdende tegen de zonde. Ge hebt vergeten de vermaning des Heeren, die spreekt van kastijding der kinderen, Hebr. 13. Hoe roept Paulus het Timotheus ook toe, dat hij moet strijden de goede strijd des geloofs, grijpen naar het eeuwige leven tot hetwelk hij ook geroepen is. Dat hij het pand moet bewaren, dat hem toebetrouwd is. Dat hij zich moet stellen tegen het ongoddelijk en ijdel roepen der valselijk genaamde wetenschap.

Hoe moet de gemeente van Filippi waardiglijk wandelen der roeping, waarmede zij zijn geroepen.

God noopt Zijn kinderen tot de strijd. Als dat gepredikt wordt, zegt U dan niet, 'dat zijn die mannetjes, die denken, dat de mens nog wat kan'. Zeker er is een wettische prediking, die als onder een juk doet zuchten. Maar ik ben bang dat het onder ons veelzins mankeert aan de heiligmaking. En we bedenken dan toch maar naar het Woord, dat zonder heiligmaking niemand de Heere zal zien.

O, we moesten godvruchtiger leven. We moesten nauwer toezien op onszelf en op onze gezinnen. We moesten een inniger gebedsleven leiden. We moesten teerder omgaan met de Schrift en met de instellingen Gods. We moesten gepaster gebruiken de heilige sacramenten. De Heere is dat waardig en aangenaam, niet als grond van de zaligheid, wel als vrucht van Zijn werk.

Terecht, dacht ik, schrijft Soe in zijn Christische Ethik: 'die strijd is waarlijk geen spiegelgevecht maar vol heilige ernst. Maar deze ernst zou ons volledig neerdrukken, geheel en al moedeloos maken, als we ook niet zouden weten, dat de zegepraal alleen van God is, ja dat deze strijd in Christus gewonnen is — voor ons, zonder ons.

Dat is een geweldig woord, vindt u niet? Het is als in de evangeliën, waar we lezen, dat het geloof, — een gave Gods immers — toch toegekend wordt aan die geloofd hebben: ga heen in vrede, uw geloof heeft u behouden. Maar dat geloof is toch Gods werk? Ja, zeker, en toch — zo goed is de Heere — toegekend aan Zijn kinderen. Of, zoals de Heere sprak tot de jongeren na de opstanding aan de oever van de zee van Tiberias: ga heen en breng nu van de vis, die gij gevangen hebt. Deed Hij ze dan niet komen in het net, honderd drie en vijftig grote vissen? Het valt bij de Heere in Zijn dient samen. Dat is een groot en teer geheim.

Er is geen roem in het vlees. En toch zal het klinken tot allen die wettelijk hebben gestreden, — want zonder strijd geen overwinning, — ga in, in de vreugde Uws Heeren. Over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal Ik U zetten. En dan. over weinig getrouw? Ik toch niet Heere? Ik ontrouw? Ik toch een onnutte dienstknecht, die deed, wat hij schuldig was te doen. Jawel, dat zeggen zij zelf, van zichzelf. Terecht, door genade. Maar de Heere zegt wat anders. Hij prijst Zijn eigen werk in de harten van Zijn volk. Want Hij heeft Zich dat volk geformeerd. En ze zullen Zijn lof vertellen.

De lof van de in-vrijheidsstelling. De lof van de vrijheid in Christus. De lof van het diepe besef zich te zien toevertrouwd allerlei werk voor Gods aangezicht en tot zegen van de naaste. De lof dus ook van de verantwoordelijkheid. Die kunnen en blijven hier met elkaar in voortdurende spanning. Maar ze vallen samen in de eeuwigheid. Dan zit er helemaal niets meer tussen. Ze blinken beide uit. Ze zijn in harmonie met elkaar.

En in dat perspectief ligt de opdracht hier en nu in vrijheid en verantwoordelijkheid te denken, te spreken te handelen.

Katwijk aan Zee

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Vrijheid en verantwoordelijkheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's