Een voorbeeld
Gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.Mattheus 20 : 28.
Een voorbeeld? Mogen we daarvan spreken als het om het werk van Christus gaat? Daar zijn we altijd wat huiverig voor. Terecht, dunkt me. Het gevaar is groot, dat de volheid en volkomenheid van dit werk ontluisterd wordt doordat de betekenis ervan tot die van een voorbeeld versmald wordt. Het borgtochtelijke in het werk van Christus ligt ons niet. Het Evangelie van het kruis is ons van nature dwaasheid en ergernis: Met 'n voorbeeld kunnen we echter wel uit de voeten. Dat grijpen we aan om er ons aan op te trekken in onze begeerte om het leven in eigen hand te hebben en onszelf voor God te rechtvaardigen. Voorzichtigheid in het spreken over het voorbeeldig karakter van het werk van Christus is wel geboden. Er wordt zo licht aan de verzoenende betekenis daarvan te kort gedaan.
Toch mag deze terughoudendheid in het spreken over het werk van Christus als voorbeeld ons niet doen vergeten, dat de Heere Zelf Zijn werk toch ook als een voorbeeld heeft aangewezen. Toen Christus kort voor Zijn dood aan het kruis met Zijn discipelen het Pascha ging vieren, was niet één van Zijn jongeren bereid hun Meester en de anderen de voeten te wassen. Als de Heere dan Zelf deze nederige dienst heeft verricht, zegt Hij tot de jongeren: want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gij ook doet (Joh. 13 : 15). Petrus is dat niet vergeten. Vele jaren later schrijft hij, dat Christus een voorbeeld naliet en hij betrekt dat dan niet alleen op die gebeurtenis in de zaal van de Paschaviering, maar op het gehele lijden van Christus voor Zijn kerk. Zoals Christus in de tekst boven deze meditatie heel Zijn doen als de norm voor het leven van de Zijnen aanwijst: gelijk de Zoon des mensen niet is gekomen om gediend te worden, maar om te dienen... Toch een voorbeeld dus.
Dit woord van de Heere Jezus Christus staat in onmiddellijk verband met een verzoek van twee van Zijn discipelen: Jacobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs. Door tussenkomst van hun moeder vragen deze of zij in Jezus' komende koninklijke heerlijkheid de twee voornaamste plaatsen mogen innemen, zodat de één ter rechter-en de ander ter linkerhand des Heeren zal komen te zitten.
De andere discipelen zijn van dit verzoek echter niet onkundig gebleven en blijkbaar hebben zij hun verontwaardiging daarover ook niet onder stoelen of banken gestoken. Alleen, die verontwaardiging brengt aan het licht hoezeer dezelfde verlangens bij hen leven. Hun verontwaardiging betreft het feit, dat hun door deze handelswijze van Jacobus en Johannes de ereplaats, die zij zichzelf mogelijk al hadden toegedacht, wel eens zou kunnen ontgaan. Jezus bestraft dan ook niet alleen de zonen van Zebedeüs, maar roept al de discipelen tot Zich. Dat moeten we goed vasthouden. Als de Heere zegt: Gij weet hoe het er in de wereld naar toe gaat, bedoelt Hij niet alleen maar de orde van de wereld aan de kaak te stellen. Hij veroordeelt met die woorden ook de wereldgelijkvormigheid, die Hij in Zijn gemeente aantreft.
In de wereld geldt de regel, dat wie groot wil worden al de anderen onder zijn voeten moet zien te krijgen. 'Macht' wordt daarom maar al te dikwijls gebruikt om de ander 'ten onder' te houden. De naaste wordt dan opgeofferd aan het bereiken van eigen doeleinden. Daaraan wordt de ander dan ondergeschikt, dienstbaar gemaakt. Het wordt hier gezegd van de 'macht' maar het zit in ieder mens. Wij zijn in de zondeval liefhebbers van ons zelf geworden, die van de ander niet willen weten. Die voorzover we die naaste nog wel zien staan, hem slechts tot onze eigen grootheid zoeken te exploiteren. Zo gaat het er in de wereld naar toe. Maar helaas ook nog maar al te dikwijls in de gemeente, die naar de naam des Heeren is genoemd. 'Doch alzo zal het onder u niet zijn'. Men kan daar een belofte in beluisteren aangaande de verhoudingen in het Koninkrijk Gods: Zo zal het dan onder u niet zijn. Het zal goed zijn dan toch eerst naar de vermaning in dit woord te luisteren: Zo mag het onder u niet toe gaan! Een vermaning diep gefundeerd in Christus' persoon en werk: Gelijk ook de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen.
De Zoon des mensen. Met die titel duidt Christus Zich niet alleen aan als Degene, Die ons in alles gelijk geworden is, uitgenomen de zonde. Hij wijst Zichzelf met die benaming vooral ook aan als Degene, Die naar de profetie (Daniël 7) bestemd is om met goddelijke heerschappij bekleed te worden: hij is het Woord, Dat bij God was en Zelf God is. Hij kwam in de vleeswording van het Woord. Paulus schrijft: ij nam de gestalte van een dienstknecht aan (Pil. 2:7). Hij kwam maar niet in de gezindheid van een dienstknecht, maar de gestalte, die nam Hij aan. Door Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen, zoals het vervolg van onze tekst zegt. Het evangelie van Gods genade in Christus is niet een idee, die men slechts moeizaam in een hoge vlucht van gedachten kan grijpen. Het is een feit, een heilsfeit, dat eens is geschied. In die zelfovergave van de Zoon des mensen heeft Christus, als een trouw Hogepriester in alle dingen, die bij God te doen waren tot de verzoening van de zonden van Zijn volk, in eeuwigheid volmaakt allen, die geheiligd worden. De schuld van Zijn volk is uit Gods boek gedaan. Want Christus heeft 'gediend' door Zijn ziel tot een rantsoen voor velen te geven. Dat is een feitelijkheid waarvan de kerk in het geloof mag leven. Als ze dan maar niet vergeet, dat Christus haar in Zijn dienende liefde, waarmee Hij Zijn ziel gaf tot een rantsoen voor velen, een voorbeeld heeft gelaten.
Dat mocht wel eens meer overdacht worden. Er wordt veel over de wereldgelijkvormigheid, die zich meer en meer breed maakt in de kerk, gesproken. Uit vrees om anders er op aan gezien te worden, achteraan te komen, doet de kerk met de wereld mee b.v. in de mode, in het vrijmoedig gebruik van allerlei moderne communicatiemiddelen e.d. Ik ben niet van mening, dat men dat alles af kan doen met de opmerking: Wat zit daar nu in? Het zou beter zijn ons maar steeds weer af te vragen: Waar kom ik er mee uit? Evenwel, dat is tenslotte nog maar de buitenkant. De eigenlijke wereldgelijkvormigheid zit veel dieper. Misschien dat we er daarom zo weinig erg in hebben. Maar dit is de Heere zeker een gruwel, dat het in de gemeente naar Zijn naam genoemd er vaak net zo werelds naar toe gaat als in de wereld. Dat men koud en onbewogen, onbarmhartig en liefdeloos langs elkaar heen leeft. Even hard en berekend als de wereld. Precies zo zelfzuchtig en egocentrisch. Niemand behoeft met de vinger naar een ander te wijzen. Het zal zaak zijn de hand in eigen boezem te steken. Want alzo zal het onder u niet zijn!
De Heere wil, dat men in Zijn gemeente elkander in liefde zal dienen en dat al haar leden om Zijnen 't wil tot dienst aan de naaste bereid zullen zijn. Dat vraagt een 'mentaliteitsverandering', die God ons in de weg van wedergeboorte en bekering moge geven.
Daarbij is één ding niet over het hoofd te zien. De dienende liefde, die Christus van Zijn gemeente verwacht is meer dan alleen maar betoon van medemenselijkheid. De gemeente van Christus is allereerst en allermeest aan de wereld, aan de naaste, het Evangelie van de volheid en de volkomenheid van de genade Gods in Christus verschuldigd. In haar prediking en getuigenis zet de verhoogde Heiland Zijn dienst voort; door de verkondiging wil de Heilige Geest de vrucht van Christus' verzoeningswerk. Zijn oogst, binnen halen. Zo vergadert God Zich een volk uit alle natie en geslachten, volken en talen, dat Hem de eer geeft en het Lam.
Wee mij, zegt Paulus daarom, als ik hierin nalatig ben en niet het Evangelie verkondig. Vreselijk als de gemeente Gods niet als een licht op een kandelaar is en zich zó in eigen belangrijkheid en gewichtigheid verliest, dat ze verzuimt het overal in de wereld, vlakbij en veraf, te zeggen, dat al de zaligheid in Jezus Christus, maar dan ook in geen ander, te vinden is. Want daartoe riep God haar uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht.
Zeist
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's