De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

10 minuten leestijd

Afbrokkelende democratie

In het Centraal Weekblad van 16 augustus constateert Prof. dr. K. Runia dat in hoe langer hoe meer landen de democratie afbrokkelt. De de kolonisatie in verschillende landen van de wereld liep in vele gevallen uit op een dictatuur. Voorts kan men wijzen op de landen van het communistische oostblok, op China. En dan is er Portugal, waar de bevrijding van de rechtse diktatuur lijkt te leiden tot een nieuwe - linkse - diktatuur. We kunnen hierbij aantekenen dat met het woord 'bevrijding' niet alles gezegd is. Waarvan en waartoe moeten we bevrijd worden?

Hoe zit het nu met de zgn. vrije wereld? Ook hier ziet Runia allerlei zorgwekkende verschijnselen.

In ons eigen land zitten we al enige tijd met het ondemocratisch verschijnsel van programcolleges, waarbij de meerderheid de minderheid uitschakelt en de democratische grondgedachte van evenredige vertegenwooriging met de voeten vertreedt.

In Engeland, de bakermat van het democratischparlementaire stelsel, heeft kortgeleden de affaire in het kiesdistrict Newham North-East plaatsgevonden. Extreme elementen hadden geleidelijk aan de bestuwsfunktie in de plaatselijke Labour Party overgenomen en zegden prompt het vertrouwen op in de plaatselijke afgevaardigde Reginald Prentice, hoewel deze bij de laatste verkiezingen met grote meerderheid door de mensen van het kiesdistrict was gekozen.

In ons eigen land werkt de laatste weken vooral de affaire Portugal als een katalysator. Bij de laatst gehouden verkiezingen stemde meer dan 70 pct. van de bevolking op de democratische partijen. Niettemin proberen de militairen de zaak om te buigen naar een militaire diktatuur van communistische signatuur.

Wat is de reactie in ons eigen land? De Nieuwe linie en de Groene Amsterdammer proberen het goed te praten. Evenzo de PSP en de commentatoren van de VARA (de laatste dwars tegen de visie van het bestuur van de vereniging in, dat instemt met de pogingen van Mario Soares om een echt democratisch land op te bouwen).

Het is griezelig te zien hoe sommige opiniebladen de waarheid verdraaien om de linkse diktatuur goed te praten. De Groene Amsterdammer schreef o.a. dat In feite grote delen van het Portugese volk in de praktijk van het afgelopen jaar al gekozen hadden voor de zogenaamde volksmacht-comités'. Men vraagt zich in de gemoede af, hoe dat mogelijk IS, als bij de verkiezing meer dan 70 pct. van de bevolking kiest voor de democratische partijen.

Het grootste gevaar is dat de democratie van binnenuit wordt uitgehold. Nu kan men vragen: is democratie nu zo belangrijk? Runia spreekt van waardevolle elementen en van bijbelse grondgedachten die in het verschijnsel van de democratie naar voren komen:

Wie over deze dingen nadenkt, ontdekt hoeveel bijbelse grondgedachten hierin naar voren komen. Het is ook geen wonder dat de democratie zich in het westen, onder invloed van het christendom ontwikkeld heeft. Achter de democratie ligt de bijbelse mensbeschouwing. Ik wil niet zeggen dat elke andere regeringsvorm per sé onchristelijk moet zijn. Maar het lijkt me wel juist te zeggen dat de echte democratie het meest in overeenstemming is met de bijbelse visie op de mens en op de gemeenschap. Het is daarom alleen al een christelijke plicht om voor de democratie op te komen. Natuurlijk heeft een christen daar zelf ook belang bij.. Zijn eigen geestelijke vrijheid staat vaak mét de democratie op het spel. Maar een christen zal niet alleen uit persoonlijke motieven strijden voor de democratie. Hij weet dat het goed is voor de hele gemeenschap.

Persoonlijk geloof ik dat een van de meest effectieve manieren om voor de democratie te strijden is dat we bereid zijn ons persoonlijk in te zetten voor pohtieke en sociale activiteiten. De meeste democratieën gaan te gronde door de 'zonde der nalatigheid'. Men laat het allemaal maar over aan de 'liefhebbers', maar is niet bereid zichzelf persoonlijk in te zetten en iets te doen. Je redt de democratie niet door zo nu en dan een cheque te schrijven voor het goede doel. Het vraagt tijd en aandacht en energie.

'Hadden we het maar geweten' is in de regel de tekst van het klaaglied dat bij de uitvaart van de democratie wordt gezongen.

We onderschrijven gaarne wat Runia opmerkt over de geestelijke vrijheid die in 'n democratisch bestel aanwezig is. Toch meen ik dat er vanuit het christelijk geloof nog wel iets meer over te zeggen is. Ik denk aan de pleidooien voor een thecratie, een erkenning van de heerschappij van de Heere God in het openbare leven, zoals Hoedemaker , Haitjema en Van Ruler daarvoor opkwamen.

Men heeft vaak gezegd en zegt dat nog wel: Dat is 'n onwezenlijke en onwerkelijke droom. Maar het geloof in de Heere Christus buigt niet voor de werkelijkheid als een laatste norm. Een democratie, een overheidsbestel, een samenleving waar de laatste resten van de theocratie opgeruimd worden, is aan de verwildering prijs gegeven.

Als de God van Israel niet erkend wordt ook in het openbare leven, komen andere goden opzetten. In dat opzicht is de ontwikkeling ook in eigen land tekenend. Runia noemt de zonde van nalatigheid als oorzaak voor het tegronde gaan van de democratie. Ik meen dat het teloor gaan van het theocratisch besef — de klacht van Van Ruler in vele van zijn geschriften — wel eens de diepste oorzaak zou kunnen zijn. Waarachtige vrijheid is er alleen in de gebondenheid aan de geboden en beloften van de Heere God. Het is te hopen dat allen die de zaak van de christelijke politiek in ons land ter harte gaat zich over de betekenis van de theocratische gedachte opnieuw gaan bezinnen. Laten Hoedemaker en Van Ruler niet in het vergeetboek raken.

Kampen en de democratisering

Met Kampen is bedoeld de Theol. Hogeschool van de Geref. kerken, waar volgens Waarheid en Eenheid van 16 augustus een democratiseringscrisis heerst, die tevens een masker is voor de daar aanwezige geloofscrisis. Dr. Masselink richt de spits van zijn kritiek op uitlatingen van Prof. dr. G. Rothuizen die het opneemt voor de moderne democratiseringstendenzen.

Welnu, over democratisering spreekt prof. R. in eenzelfde ondoorzichtigheid en zelfs met dubbelzinnigheid. Hij vindt 'dat leden van andere confessies' ook docent in Kampen kunnen zijn, 'al is het om te beginnen slechts als wetenschappelijk medewerker'; 'wij behoeven voor de eerste de beste ketter niet terug te deinzen'; jawel, 'aard en karakter' van de theologische hogeschool moeten ontzien worden, maar we moeten niet denken dat 'dankzij de aanwezigheid van één of twee communisten of van tien of twintig neo-marxisten de hogeschool weleens op de fles zou kunnen gaan. Democratisering sluit op een gegeven moment bepaalde communisten uit n.l. ondemocratisch handelende communisten'. En met voldoening vermeldt hij 'dat mijn collega Bakker onder de theologie niet in de laatste plaats politieke theologie verstaat en daarin dan ook doceert'.

Waarom dit alles? Omdat hier reeds de democratie een betekenis krijgt die onjuist is. Democratie immers wil zeggen: alles wat bona fide is en legitiem is de kans geven om mee te doen.

Maar is het legitiem om aan de kerkelijke hogeschool te Kampen belijders van andere confessie als eigen docent te laten onderwijzen? En is het legitiem om aan communistische studenten (die toch wel weten hoezeer het communisme vijand van God en Jezus vril zijn!) de volle rechten, ook bestuursrechten, te geven? Democratie betekent toch niet een versluiering van wat in wezen een conflict is? Op straat en in het parlement... daar heeft ook de communist zijn rechten...; straat en parlement zijn algemeen. Maar de school in Kampen staat daar alleen omdat zij een eigen aard en karakter heeft. Wie dat niet wil... hoeft daar geen student te zijn en hoort daar geen docent te zijn; dat is de vrijheid, dat is democratie.

Masselink noemt in het vervolg van zijn artikel democratisering de wals van de algemeenheid die een geref. hogeschool moet weg-bulldozeren'. Een hogeschool met een duidelijk confessioneel stempel, als Kampen altijd heeft willen zijn, zal aan de democratiseringstendenzen grenzen stellen. Dat heeft niets te maken met geestelijke dictatuur. Dat heeft alles te maken met de aard en het karakter van de theologische school. We kunnen verstaan dat Masselink zich verzet tegen 't streven van hen die dit confessioneel karakter hoe langer hoe meer willen vervagen. Ook hier zien we, hoe democratisering een mooi woord is, dat niettemin ons opzadelt met een aantal lelijke problemen.

Het doel van de prediking

We geven tenslotte het woord aan ds. J. H. Velema die in 'De Wekker' enkele artikelen schreef over het doel vam de prediking. Hij waarschuwt voor onzuivere doeleinden, b.v. prediking als propagandamiddel voor het lanceren van eigen meningen, of om een bepaald systeem erin te hameren In het nummer van 15 augustus noemt hij als doeleinden voor de prediking naar Schrift en belijdenis: e opbouw van het lichaam van Christus, de toerusting tot dienstbetoon. Beide facetten herinneren ons aan Efeze 4 : 11 w. Daarnaast spreekt Velema over de heerschappij van het Woord van God in het leven van de gemeente en haar leden. Hij schrijft o.m.:

We kunnen het doel van de prediking ook anders omsclirijven. We kijken dan iets minder naar de gemeente en iets meer naar het Woord Gods zelf. Dit is ook het doel van de prediking dat het Woord Gods steeds meer tot heerschappij komt in het leven van de gemeenteleden en in het leven van de gemeente en van daaruit ook in het maatschappelijke bestaan, ja in heel het leven.

Er is geen beter middel tot hervorming van het leven, tot gezondmaking van de gemeente, tot ontplooiing van het gemeentelid dan de reine prediking van het Evangelie.

Het Woord Gods heeft met het hele leven te maken. Hoe meer de gemeente voor dat Woord wordt ingewonnen, niet tegen dat Woord op kan en onder dat Woord buigt, hoe rijker het gemeentelijke leven zich zal ontplooien in geloofsbeleving, in gemeenschapsbeoefening en in getuigeniskracht.

Het zal de hartelijke begeerte van iedere prediker zijn dat niet zijn gedachten, maar dat Gods Woord hoe langer hoe meer heerschappij krijgt in de gemeente, die hij mag dienen.

Rijk wanneer we mogen zien dat dit het geval is; o neen niet overal, zelfs kan gekonstateerd worden dat het Woord weerstanden oproept of dat geprobeerd wordt het Woord Gods van zijn kracht te beroven, als het mogelijk was.

Reden tot zelfonderzoek èn voor de prediker èn voor de kerkeraad èn voor de gemeente in haar geheel wanneer gekonstateerd moet worden dat het Woord hoe langer hoe minder beslag legt op de gemeente en ieder zijn eigen weg gaat.

Dat kan liggen aan de prediking zelf; een slappe, krachteloze prediking kan niet resulteren in een opgewekt gemeentelijk leven.

Het kan niet minder liggen aan de gemeente in haar geheel, als zonden aan de hand worden gehouden of een bepaalde gemeentelijke zonde wordt gekoesterd.

Bepaald fout zit het wanneer de gemeentelijke situatie totaal verschillend wordt beoordeeld. De een vindt dat het goed gaat en de ander oordeelt dat het achteruit gaat.

Dat wijst in ieder geval niet op een geestelijke eenheid en op een generaal juist hanteren van het Woord Gods, aan welke kant dan ook.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 augustus 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's