Simon Simonides en zijn Verhemelde Ziele (1658)
Minder bekende oude schrijvers
1
Een ramp in Noord-Holland
Het gebeurde in de nacht van de zesde op de zevende januari van het jaar onzes Heeren 1654. In de molen van een hennepklopper, gelegen even ten zuid-westen van 't dorp de Rijp, brak 's avonds tussen half tien en half elf brand uit. Het ongeluk wilde dat er op dat moment een zware storm stond. De brandende hennep-vezels vielen als een stortregen op de van rieten daken voorziene huizen en andere gebouwen van het anders zo welvarende dorp. Op tal van plaatsen tegelijk brak brand uit. En wat men ook deed er was geen redden aan. Bijna zeven uren aaneen deed het vuur zijn vernielend werk. Toen op de morgen van de zevende januari het licht aanbrak bleken er ongeveer 600 huizenn verwoest te zijn. Ook de kerk was niet gespaard gebleven. Van het gemeentehuis stonden echter nog de gevels, zwartgeblakerd, overeind. Vele pakhuizen waren gesneuveld, van hun kostbare voorraden was niets meer over. Een kapitale boerderij wat verderop in de Beemster was ook afgebrand. Met ontzetting staarde de bevolking de gevolgen van deze ramp aan. Een schok ging door het hele onder de bewoners van het dorp. Alleen een oude vrouw, die bekneld was geraakt land.
Gelukkig waren er niet veel slachtoffers en dus niet vluchten kon. Maar de verslagenheid was groot. Niet alleen waren honderden dakloos maar bovendien stond, omdat de pakhuizen waren leeggebrand, de honger voor de deur.
De Rijp was een dorp van betekenis onder de andere dorpen van Noord-Holland. Er werd niet alleen maar hennep geteeld. De voornaamste bron van inkomsten waren de zeevaart en de haringvangst. Zij brachten leven in de dorpsbrouwerij. Er waren pakhuizen, er was handel, er waren allerlei takken van nijverheid.
Maar al enige jaren vóór de brand waren er ook de tegenslagen. De zeevaart liep niet meer als voorheen, zij werd belet door 'vijandelijke vrienden', en daar zal men ongetwijfeld de Engelsen onder moeten verstaan. Bovendien waren er kwaadaardige ziekten uitgebroken, gepaard gaande met zware koortsen. Zij waren er niet alleen maar in de Rijp, ook elders, doch de Rijp schijnt er vooral door getroffen te zijn geweest. De doodsengel — zo lezen wij — ging herhaaldelijk door de straten.
Het wordt tijd dat wij vermelden wie onze zegsman is. Simon Simonides, de man wiens naam boven dit artikel staat; in het jaar van de ramp predikant te Rotterdam. De reden waarom hij ons omtrent de ramp in de Rijp geïnformeerd heeft is gelegen in het feit dat hij in dit dorp het levenslicht voor het eerst aanschouwde. De Rijp was dus zijn geboorteplaats. Geen wonder dat hem in 1654, ook al woonde hij toen in het verre Rotterdam, diep heeft aangegrepen het grote leed dat over zijn oude dorpsgenoten gekomen was. Het heeft hem ertoe gebracht aan hen een woord van vermaan en troost te schrijven. Hij heeft dat gedaan in een boekje dat tot titel kreeg Vrienden-Raedt; de ondertitel ervan luidt: 'Gegeven aan de besochte Gemeynte van de Ryp, by een merckelijck Oordeel Gods over haer gegaen'. Het werd uitgegeven te Rotterdam, nog in hetzelfde jaar van de ramp, dus in 1654.
Simonides is niet de énige geweest die door middel van een publicatie aandacht geschonken heeft aan hetgeen de Rijp was overkomen. Zijn neef, Bartholomeus Donius geheten, in die tijd predikant te Bleiswijk en later ook te Rotterdam, heeft hetzelfde gedaan. Ook hij was in de Rijp geboren en voelde zich dus niet minder betrokken bij de ramp. Hij schreef een boekje getiteld Rijper kleppende brandklok; het verscheen een jaar later, dus in 1655, ook in Rotterdam.
Simonides jeugd
Aangaande de jeugdjaren van Simonides weten wij niet veel maar gelukkig toch wel wat. Alleen al uit zijn naam blijkt dat hij naar zijn vader genoemd is, ook die heette Simon. Trouwens ook Ridderus, die Simonides van jongsaf heeft gekend, deelt ons dat mede. Via Ridderus weten wij zelfs nog iets meer aangaande de vader van onze Simonides. Deze schijnt goed thuis geweest te zijn op het terrein van de geneeskunde. Hij moet daar zelfs enige 'doorwrochte geschriften' over hebben nagelaten. Wij krijgen evenwel de indruk dat hij van zijn kennis en kundigheid geen beroep heeft gemaakt. Ridderus zegt n.l. dat bij hem alleen maar kwamen degenen die door een andere arts waren opgegeven. Misschien heeft hij alleen maar armen geneeskundige hulp verleend. Hij zal op dit terrein een geleerde amateur zijn geweest. Evenwel zonder ooit een academie te hebben bezocht. Ridderus zegt n.l. nadrukkelijk dat geen der familieleden van Simon Simonides ooit een hogeschool heeft bezocht.
De familie Simonides wordt verder door Ridderus een zeer nétte familie genoemd. Het betekende evenwel niet dat de jonge Simonides, die al vroeg een zekere begaafdheid aan de dag legde, van zijn ouders steun kreeg voor verdere studie. Wat de reden is geweest weten wij niet, maar op grond van Ridderus' gegevens achten wij het niet onmogelijk dat. zijn vader daartoe onvermogend is geweest.
Hoe dit ook zij, de jonge Simonides werd toch voortgeholpen. Hij ontving steun van zijn oom, de vader van de al genoemde Bartholomeus Donius. De neefjes hebben als kinderen al veel omgang met elkaar gehad; zij zijn vrienden gebleven. Als predikanten in hun later leven waren zij geheel eensgeestes.
Toen hij er de leeftijd voor had gekregen ging de jonge Simonides naar de Latijnse School. Hij kon daarvoor niet terecht in zijn geboorteplaats, hij ging er voor naar Wormer. Ook daar trof hij een weldoener aan, hij kwam in huis bij Willem Gerretsoon, aan wie hij later, toen deze burgemeester van Wormer was, een van zijn werken heeft opgedragen. Willem Gerretsoon had maar één zoon, Gerardus, met wie de jonge Simonides in alles gelijk op deelde. Hij werd behandeld als een tweede, een aangenomen zoon.
Wormer was al in die tijd een flinke plaats; de gemeente telde 2 predikantsplaatsen. In de jaren die Simonides er doorbracht stonden er als predikanten Lucas Vinckius en Jodocus Hovius. Simonides heeft ze later met ere herdacht en geeft er dan blijk van vooral veel van Vinckius te danken hebben gehad.
Wormer was een goede gemeente. Er woonden, zoals Simonides later zelf schrijft, vele lieden die uitmuntten in godzaligheid. Het is de gemeente waar later Herman Witsius 5 jaren als predikant zal doorbrengen.
Wij achten het niet uitgesloten dat de ouders van Simonides al gestorven waren in de tijd dat hij te Wormer de Latijnse School doorliep. Hij stond in die tijd onder een voogd en dat geeft ons reden tot dit vermoeden.
Op de Latijnse School leerde Simonides niet alleen Latijn maar ook Grieks en Hebreeuws. Met zijn Latijn heeft hij eerst weleens moeite gehad, maar hij trof het, hij had een oudere vriend die hem hielp, het was de al genoemde Franciscus Ridderus. Ridderus was geboren in 1620 en Simonides pas in 1629 zodat er nogal wat leeftijdsverschil was, toch zijn zij vrienden geweest én ook gebleven. Ridderus heeft na Simonides' sterven vermeld dat deze als scholier veel op 'de vleugels van zijn eigen ijver' moest zweven; de hulp die Ridderus hem bood zal hem dus welkom zijn geweest. Ook bij het bestuderen van de wijsbegeerte, met name de logica, bood Ridderus hem de helpende hand.
Verdere levensloop
Na zijn studie op de Latijnse School voltooid te hebben was de tijd gekomen zich als student bij een Academie te laten inschrijven. Hij koos de Leidse. Ridderus vermeldt: 'Na in korte tijd de schoolbanken doorlopen te hebben, zag hem de Leidse hogeschool verschijnen'. Hier doceerde in die tijd o.a. Jacobus Trigland. Evenwel, ook Utrecht trok, was daar niet de grote Voetius? Wij weten het van Simonides zelf dat hij ook te Utrecht heeft gestudeerd. Hij was hier samen met zijn neef Donius, met wie hij ook school had gegaan als kind in de Rijp. Later schrijft Simonides aan deze vriend en bloedverwant; 'Onse vrientschap is niet van gisteren of eergisteren ... sy en steunt niet op losse gronden, maer op de gemeensamen ommegangk van soo veel Jaren, welckers bandt de eenparigheydt van Studiën in de Schole en Academie onlosselijck heeft gestrengelt'.
Nog pas 20 jaar oud legde Simonides kerkelijk examen af, waarna hij predikant werd. Al heel jong, naar het scheen: té jong — zegt Ridderus — kreeg hij de last van de dienst des Woords te dragen. Ridderus heeft hem daarin vergeleken met Jeremia, die ook jong door de Heere geroepen werd. Maar Simonides was ook al van jongsaf de Heere geheiligd en had al jong, zo betuigt Ridderus, blijken gegeven van het bezitten van de Geest der profetie. Men merkte het overigens aan hem niet dat hij nog zo jong was. Op de preekstoel gedroeg hij zich als een man. Zijn eerste gemeente was Oosthuizen, een dorpje tussen Hoorn en Edam, gelegen aan de andere kant van de Beemster dan waar Simonides zijn jeugd had doorgebracht. Hij was hier de opvolger van Daniël van Doreslaer, een telg uit een bekend predikantengeslacht. Hij bleef in Oosthuizen ongeveer twee jaren, van 1649 tot 1651, toen vertrok hij naar West-Zaandam. Hier bleef hij nog korter, n.l. maar één jaar. In 1652 werd hij te Rotterdam beroepen. Hier bleef hij twaalf jaren; in 1664 verhuisde hij naar Den Haag, waar hij bleef tot zijn dood. Hij stierf op 27 april 1675, na een kortstondige ziekte, nog maar 46 of 47 jaren oud.
Met verscheidene bekende predikanten uit die tijd is Simonides bevriend geweest. Wij noemden al de namen van Ridderus en van Donius. Daarnaast zijn nog te vermelden Sixtus Brunsvelt, Simon Oomius en Johannes Vollenhove.
Volgens Glasius is Simonides een 'hartstochtelijk man' geweest en wij willen dat niet bestrijden. Er staat echter tegenover dat hij blijkbaar met zijn collega's goed overweg kon; hij heeft n.l. een van zijn geschriften aan hen opgedragen.
Simonides moet een vurig Oranjeklant geweest zijn. Toen de gebroeders De Witt in Den Haag vermoord waren, sprak Simonides daarover op de kansel als over Gods wraak over hen beide. Glasius en de beide geschiedschrijvers Ypey en Dermout hebben hem dat nogal kwalijk genomen. Wij willen er echter liever het zwijgen toedoen, weten immers niet precies wat Simonides toen gezegd heeft.
Zijn nalatenschap
Toen Simonides overleden was liet hij een kast met manuscripten na; hij heeft dus veel geschreven. Al tijdens zijn leven had hij verscheidene werken het licht doen zien maar, als wij Ridderus mogen geloven, die ooggetuige is geweest, was het bijkans niets vergeleken bij hetgeen er nog op uitgave lag te wachten. Letterlijk schrijft Ridderus: 'Vrienden, wat wij van Simonides in druk zagen kan nauwelijks de kleinste vinger heten van het grote lichaam, dat in zijn boekenkast rust'.
Al in zijn Rotterdamse periode had Simonides geschreven het boek dat door ons in enkele artikelen besproken zal worden. Het is een van de vele 'voortreffelijke werken' (Ridderus) over het geestelijke leven die hij naliet. Vrienden hebben niet stilgezeten, zodat ook na 1675, het jaar van Simonides' overlijden, nog enkele van zijn werken in druk zijn verschenen. Het is echter welhaast zeker dat een deel der manuscripten verloren is gegaan. Voor wie nader kennis gemaakt heeft met Simonides is dat een gevoelig verlies.
De titel van het boek dat wij gaan besprezijn Wandel en verkeeringe op Aerden'. ken is 'Verhemelde Ziele, dat is: Een beschrijvinge van een Hemels-Gesint Man, Het werd uitgegeven in 1658 te Rotterdam bij Johannes Vishoeck.
Het is vooral dit boek en nog een ander, n.l. 'De ziel onder een wolk' (pas weer opnieuw uitgegeven bij Van den Tol, Dordrecht) waardoor Simonides bekend en geliefd is gebleven. Cornelius de Feyfer, predikant te Schipluiden, later te Hoorn, de uitgever van Simonides' boek Over de geestelijke Droefheyt heeft Simonides' Verhemelde Ziele een 'Wonderwerk' genoemd. Dat moge sterk overdreven zijn. het bewijst toch dat men Simonides niet vergeten was, want toen Feyfer dit schreef was het al 1727, en dat hij nog steeds geëerd werd. Nadien is hij echter in de vergetelheid geraakt. Van der Groe noemt hem nog met ere) maar dan houdt het op. Iets van de waarde van zijn werken willen wij in de volgende artikelen aantonen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's