De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wie zal de sacramenten bedienen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wie zal de sacramenten bedienen?

8 minuten leestijd

Wanneer in september de Classicale Vergaderingen bijeenkomen, moeten zij zich ondermeer bezig houden met enige voorstellen tot wijziging en aanvulling van de kerkorde, die eerst in de tweede helft van augustus aan de kerkeraden en predikanten werden toegezonden. Vrij laat en daarom zal er in vele kerkeraadsvergaderingen wel weinig of geen aandacht aan geschonken kunnen worden.

Ik heb op het oog die voorstellen tot wijziging, welke voortvloeien uit het aflopen per 31 december a.s. van Ord. 13 art. 40a. Het is met dit lange artikel (het bestaat uit 15 leden) destijds wat eigenaardig gegaan. Het zou n.l. slechts voor vijf jaren gelden en ultimo 1975 weer komen te vervallen. Maar op grond van het hanteren van dit artikel zijn wel practijken gegroeid, die nu om bestendiging vragen en ook wensen geboren, die nu gehonoreerd willen worden. Daarover zal het in het vervolg gaan. Eerst nog iets over de zaken, die in het genoemde artikel geregeld worden.

Onder de druk van de gevolgen van het afnemend aantal predikantsplaatsen werd het onder andere mogelijk gemaakt, dat een emeritus-predikant, die werkzaam is als bijstand in het pastoraat, belast wordt met het voorzitterschap van de kerkeraadsvergaderingen; dat een hulp-prediker zijn werk voortzet tot zijn zeventigste jaar; dat een hulp-prediker de bevoegdheid kan verkrijgen de sacramenten te bedienen; dat hij beroepbaar wordt verklaard als predikant; dat 'n student in de theologie een kerkdienst leidt, dat een lidmaat van de kerk zonder theologische studie in de predikdienst voorgaat, dit alles met de nodige zekeringen omgeven.

De synode stelt thans voor, dat een aantal van deze mogelijkheden wordt opgeheven, zodat b.v. een lidmaat niet langer een kerkdienst kan leiden en een student om dit te mogen doen, het candidaatsexamen in de theologie behoort te hebben afgelegd.

Dit zijn mijns inziens duidelijke verbeteringen, hoewel met het voorgestelde art. 8 lid 8 van Ord. 7 de nodige voorzichtigheid betracht zal dienen te worden en de vragen, geformuleerd in Ord. 7 art. 4 lid 6, zoals deze voorgesteld worden, wel heel erg mager zijn. Maar dat is in deze geestelijk schrale tijd moeilijk beter te verwachten.

Ongetwijfeld wordt de hoofdschotel van de genoemde voorstellen gevormd door hetgeen te lezen is op blz. 3, een nieuwe omschrijving van de bevoegdheden van een hulpprediker. De nieuwe elementen zijn, dat hij voortaan bevoegd is de sacramenten te bedienen en de openbare belijdenis des geloofs af te nemen.

Misschien vragen sommige lezers, waarom dit iets nieuws is, omdat hulppredikers hiertoe toch al bevoegd zijn?

Deze bevoegdheid geldt evenwel alleen indien het belang van een gemeente, dan wel van de omliggende gemeenten, dit noodzakelijk maakt (Ord. 13 art. 40a lid 3). In dit geval kan het breed moderamen der provinciale kerkvergadering, onder goedkeuring van het breed moderamen der generale synode, aan een hulpprediker ( ) de bevoegdheid verlenen tot het bedienen van de sacramenten in de kerkdiensten dier gemeenten en van de gemeenten uit de betrokken ring en tot het afnemen van de openbare belijdenis des geloofs in deze gemeente(n)' (idem).

Een hulpprediker is dus niet automatisch bevoegd de sacramenten te bedienen en bij het verkrijgen van deze bevoegdheid geldt niet zijn lange werkzaam zijn in een gemeente, noch zijn toewijding, doch uitsluitend het belang van de gemeente. En dit staat weer ter beoordeling van het breed moderamen van de provinciale kerkvergadering, terwijl bovendien het breed moderamen van de generale synode zijn goedkeuring hechten moet aan het verlenen van bedoelde bevoegdheid. Het verkrijgen ervan is dus niet vanzelfsprekend. Daar komt bij, dat in deze van geval tot geval moet worden beslist.

Nu is gebleken, dat gemeenten en hulppredikers bijna in alle gevallen de sacramentsbevoegdheid in de eerste plaats ervaren als een kwalitieit van de hulpprediker en niet allereerst als een dienstverlening aan de gemeente. Men kan niet begrijpen, dat de verlening van sacramentsbevoegdheid een zaak is, die in de eerste plaats de gemeente aangaat. De hulpprediker ontvangt de bevoegdheid alleen, inzoverre de gemeente, die hij dient, er behoefte aan heeft. Daarom werd er bij de toepassing van de bepaling ook alleen gelet op de situatie, die zich in de betrokken gemeente voordeed. Aldus de toelichting op de voorstellen van de generale synode, die vervolgt: 'Niettemin is de gedachte welhaast onuitroeibaar gebleken, dat de bevoegdheid tot sacramentsbediening een zaak is van de hulpprediker'.

Thans legt de synode, moe van het strijden tegen deze onuitroeibare gedachte, het hoofd in de schoot. Hoort u maar: 'In plaats van steeds weer te stellen, dat hier misverstanden in het spel zijn omtrent de bedoeling van de kerkorderlijke bepalingen, besloot de synode te constateren, dat blijkbaar de kerkorde in dit opzicht niet voldoende aansluit bij het werkelijke leven en gevoelen der kerk. Ook daarom is er reden om deze bepaling te herzien'.

Voorts is er aandrang van de kant van verschillende organen van bijstand, die van oordeel zijn, 'dat de gemeenten, die een hulpprediker in dienst hebben, recht hebben op de mogelijkheid van sacramentsviering onder leiding van degene, die ook de dagelijkse pastorale verzorging van de gemeente tot zijn taak heeft'.

Samengevat: er zijn op het ogenblik hulppredikers mét en hulppredikers zónder sacramentsbevoegdheid. Wie deze bezit, bezit haar omdat de gemeente die hij dient er behoefte aan heeft en hij bezit haar op grond van 'n tijdelijke, want getermineerde kerkorderlijke bepaling. Nu dienen de classicale vergaderingen zich erover uit te spreken of zij het al dan niet wenselijk achten, dat de onderhavige bevoegdheid algemeen en voorgoed aan hulppredikers wordt toegekend.

Het laat zich goed denken, dat menigeen geneigd is met de voorstellen in te stemmen, omdat de huidige regeling niet bevredigend is, deze regeling dadelijk afloopt en er toch eigenlijk niets op tegen is, dat een hulpprediker — in welke gemeente ook — Doop en Avondmaal bedient. Waarom zou hij niet?

Maar ligt deze zaak zo simpel?

Voorop stel ik, dat naar mijn overtuiging, de synode er destijds verkeerd aan heeft gedaan deze bevoegdheid in sommige gevallen mogelijk te maken. Het was toch te voorzien, dat men na vijf jaren niet zou zeggen: Het is mooi geweest, maar nu is het uit; nu moet u weer van uw bevoegdheid afzien! De sacramentsbevoegdheid tijdelijk aan de hulppredikers toegekend te hebben, acht ik dwaasheid en onverantwoordelijk. Hier zijn immers principiële zaken in het geding. Deze dingen zijn te heilig en het hierin bezig zijn ligt te teer voor ondoordachte besluiten.

In de kerk is altijd en overal de bediening van de sacramenten — behoudens in noodgevallen — gebonden aan het ambt. Onze Hervormde Kerk kent zelfs de uitzondering door noodgevallen niet. Maar een hulpprediker staat niet in het ambt. Hij staat in een bediening.

Een bediening is géén ambt. Zij is er tot hulp van het ambt.

Bij de voorstellen, die aan de kerk zijn gedaan, is het in feite zó, dat men de sacramentsbediening niet langer uitsluitend aan de dienaar des Woords laat, maar deze ook legt in handen van een gemeentelid, dat geen ambtsdrager is. Een eerste stap op deze weg is al gezet. Maar men moet wel goed bedenken, wat men doet als men op deze weg verder gaat. De ambten zullen al meer worden ondermijnd en uitgehold. Straks zijn er wellicht nog andere gegadigden voor de sacramentsbediening. De vicaris wordt in dit verband al in de toelichting genoemd. Het eigene en eigen recht van het ambt wordt dusdoende ontkend en weggenomen, het ambt langzaamaan afgebroken. Tot schade voor de kerk. De gereformeerde ambtsopvatting van onze kerk verdraagt eenvoudig niet de voorgestelde pseudo-ambtelijkheid, die, eenmaal ingevoerd, wel eens verstrekkende gevolgen zou kunnen hebben.

Het argument, dat het niet verantwoord zou zijn om de bevoegdheid tot de prediking van het evangelie te scheiden van de bevoegdheid tot de bediening der sacramenten, weegt mij niet zwaar. Volgens het spraakgebruik van de kerkorde is aan de predikant voorbehouden 'de verkondiging des Woords', terwijl een candidaat-met kerkelijk examen en een hulpprediker bevoegd zijn tot 'de prediking van het Evangelie'. Nu kan men er over strijden of deze beide formuleringen sterk staan, maar wel is duidelijk, dat een onderscheiding is aan gebracht tussen de voluit ambtelijke verkondiging en (zoals het elders wel heet) 'het spreken van een stichtelijk woord'. Ziet men dit onderscheid niet meer, dan zullen de verwarring en vervaging inzake de vragen van ambt en ambtelijke bevoegdheden blijven toenemen.

Een ander gevaar, waarop één van de vijf geraadpleegde theologen wijst, is zeker niet denkbeeldig, n.l. dat er dadelijk twee wegen tot de kansel zullen zijn, die via de academische opleiding en die via het hulppredikerschap. Want als de besproken voorstellen worden aanvaard, zal de volgende stap wel zijn, dat men de term hulpprediker diskwalificerend acht en de hulpprediker predikant laat worden.

Menig hulpprediker verricht zijn werk op uiterst toegewijde en trouwe wijze. Maar dit is op zichzelf nog geen motief voor zijn sacramentsbevoegdheid. Laat onze kerk deze bevoegdheid niet verruimen, desnoods haar beperken tot die hulppredikers die haar thans bezitten.

Volgens gereformeerd ambtsbesef vertegenwoordigen de ambten het gezag van Christus. Op schone wijze komt tot uitdrukking, dat de sacramenten een gave van Christus zijn, wanneer de bediening ervan blijft aan de zijde van de ambten en zó komen tót de gemeente en niet uit haar.

Zwolle

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Wie zal de sacramenten bedienen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 september 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's