Nederland en Zuid-Afrika
4
Kerkelijke situatie
Er zijn gelukkig nog velen in Nederland die graag het goede willen zien in Zuid-Afrika en vertrouwen hebben in de goede bedoelingen van zijn blanke bevolking, hoe zwaar dat vertrouwen soms ook op de proef gesteld wordt door de eenzijdige tendentieuze berichtgeving, waarmee men overspoeld wordt. Dat vertrouwen wordt vooral gevoed door de geestelijke verbondenheid tussen geloofsgenoten in beide landen. Die verbondenheid is niet de enige voedingsbodem voor het streven naar goede betrekkingen tussen Nederland en Zuid-Afrika — de werkelijkheid gebiedt dat duidelijk te stellen — maar hij is wel een uiterst belangrijke. En daarom is het zeker op zijn plaats daarop thans wat breder in te gaan.
De Nederlandse vestiging in Zuid-Afrika vond plaats in een periode van onze vaderlandse geschiedenis, die in reformatorische kringen van ons volk bekend staat als de bloeitijd van de vaderlandse kerk, toen nog de Nederduits Gereformeerde Kerk geheten. De erfenis van die kerk, die vooral gestalte gekregen heeft in de Drie Formulieren van Enigheid, biedt ook nu nog geestelijke lafenis aan velen hier te lande. Datzelfde geldt in niet mindere mate het taaiverwante volksdeel van Zuid-Afrika, dat ongeveer 60% van de totale blanke bevolking uitmaakt. Zo ooit dan bemerken wij, in gesprekken met deze Afrikaners over zaken van kerk en godsdienst dat wij broeders van hetzelfde huis zijn. De namen van de drie belangrijkste protestantse kerk van de Afrikaanstalige neren duidelijk aan deze gemeenschappelijke afkomst.
Dat is allereerst de Nederduits Gereformeerde Kerk. afgekort N.G. kerk, met circa 1.500.000 leden. De naam van deze kerk zegt ons reeds dat zij een rechtstreekse tak is van onze volkskerk, die vóór 1815 eveneens die naam droeg. De N.G. kerk is dus de oudste en tevens de grootste protestantse kerk van de Afrikaanstalige bevolking.
Dan is er de Nederduits Hervormde Kerk, met ongeveer 150.000 leden, die zich om kerk-politieke redenen heeft losgemaakt van de N.G. kerk, als gevolg van de uittocht van de Boeren uit de Kaapprovincie, bekend als de Grote Trek in de jaren dertig van de vorige eeuw. Deze trek werd niet voldoende gesteund en begeleid door de moederkerk. De Boeren voelden zich aan hun lot overgelaten, zochten en vonden geestelijke en kerkelijke steun in Nederland, waar de naam van de kerk inmiddels was omgedoopt van gereformeerd in hervormd, wat tot gevolg had dat de trekboeren zich verenigden in de Nederduits Hervormde Kerk. Deze vindt haar aanhang voornamelijk in de noordelijke landsdelen, n.l. Oranje-Vrij staat en Transvaal.
Tenslotte noemen we de Gereformeerde Kerk, die in de volksmond ook wel als de Dopperkerk bekend staat, met ongeveer 75.000 leden. Ook deze kerk is een typisch staaltje van Nederlandse verwantschap. Zij is de Afrikaanse pendant van de afscheidingsbewegingen in protestants Nederland in de vorige eeuw.
Met het noemen van deze historische falïjilietrekken houdt overigens de gelijkenis met de huidige toestand van het kerke lijk leven in ons land op. De Afrikaanse dochterkerken, ver verwijderd van het vaderland in het woelige westen groeiden op zonder beschadigd te worden door de aanvallen van de geesten van de Franse revolutie, het modemisme en het marxisme. Daardoor werden zij voor afval en verval behoed en behielden hun rechtzinnig karakter tot in deze tijd toe. Daardoor ook heeft de kerk haar invloed op het volksleven behouden, hetwelk dan ook duidelijk 't stempel draagt van een Christelijke natie. Er is geen behoefte aan christelijke politieke partijen, want het staatkundig denken dat in de Nationale Partij zijn voornaamste exponent heeft, wordt gevoed vanuit de calvinistische levensbeschouwing. Dat geldt ook voor andere levensterreinen, zoals het onderwijs, de cultuur en de gezagsverhouding en dan niet in een krampachtig vasthouden aan allerlei vormen en tradities, zoals wij ons een overeenkomstige situatie in eigen land zouden voorstellen.
Integendeel, er heerst in Zuid-Afrika een opgewekte en blijmoedige levenssfeer, die je als bezoekende Nederlander weldadig aandoet. Daaraan is natuurlijk het zonnige klimaat ook niet vreemd.
Theorie en praktijk
Het is begrijpelijk dat dit loffelijk getuigenis vragen oproept in de zin van: allemaal goed en wel maar moet de boom niet beoordeeld worden naar zijn vruchten en wat is daarvan te merken in de Zuid-Afrikaanse samenleving met zijn tot op de dag van vandaag onopgelost rassenprobleem? Daarvan is het volgende te zeggen.
De kerken in Zuid-Afrika hebben onnoemelijk veel gedaan voor de verbetering van de geestelijke en materiële positie van de niet-blanken en doen dat nog. De bewijzen daarvan zijn in het hele land duidelijk waarneembaar en worden ook door deze volksgroepen hogelijk gewaardeerd. Daarbij valt vooral op te merken dat hun de christelijke levensvisie niet wordt opgedrongen, maar dat allereerst wordt gezorgd voor de leniging van behoeften op het terrein van gezondheidszorg, onderwijsvoorzieningen en verschillende andere, hetgeen mogelijk wordt gemaakt door de grote offerbereidheid van de leden van de Afrikaanse kerken.
Dit alles heeft tot gevolg gehad dat er, met name onder de Bantoes, op geheel vrijwillige basis gelijkgerichte maar wel geheel zelfstandige kerkgemeenschappen zijn ontstaan, waarmede de blanke kerken goede contacten onderhouden. Dat alles evenwel met behoud van de eigen identiteit, waarop over en weer veel prijs wordt gesteld.
Mede daardoor is de onderlinge verhouding veel meer ontspannen dan wij voor mogelijk zouden houden. In dat opzicht heeft de (christelijke) boom goede vruchten voortgebracht.
Vraagt men zich vervolgens af hoe de christelijke levensvisie bevruchtend heeft ingewerkt op het politieke denken en handelen van de blanken dan moeten we allereerst bedenken dat deze visie geen pasklare oplossing biedt voor alle , staat-en volkenkundige problemen. Desondanks is het onze stellige overtuiging dat de Afrikaanse kerken voortdurend worstelen met het zoeken naar een christelijk verantwoorde oplossing van deze problematiek en dat uit deze worsteling de conceptie van het staatkundig apartheidsbeleid is geboren: de wil tot zelfstandigmaking van de niet-blanke bevolkingsgroepen.
Dat deze nog niet in zijn volle omvang wordt aanvaard en uitgevoerd met al zijn voor de blanken nadelige consequenties op financieel-economisch gebied moet niet op het debet van de kerken worden geschreven. Hoeveel moeite hebben wij zelf niet om werkelijke offers — d.w.z. persoonlijke benadeling — op te brengen voor de verbetering van het lot van onze behoeftige evennaaste, ondanks het herhaalde appèl dat daartoe ook van kerkelijke zijde op ons gedaan wordt?
Ook in Zuid-Afrika zijn persoonlijke zelfzucht en zelfhandhaving geen overwonnen grootheden en tegen deze gebrokenheid in de samenleving — de wortelzonde in elke samenleving overigens — hebben ook de kerken in Zuid-Afrika voortdurend te strijden. Bij dit alles moeten wij wel bedenken dat de blanken in Zuid-Afrika hun huidige welvaartspeil nog niet zolang geleden bereikt hebben en dan nog na het overwinnen van veel onderlinge strijd. De verhouding Boer en Brit tot voor kort zeer slecht als gevolg van de vrijheidsoorlog van 1899 tot 1902 en de nawerking daarvan; de deelneming aan twee wereldoorlogen (aan de zijde van het vrije Westen!); de econornische crisis die het land heeft moeten doormaken, het zijn even zovele zaken die door de blanken tot een oplossing moesten worden gebracht alvorens offers konden worden gevraagd voor de aanpak van het rassenvraagstuk.
Dat die offerbereidheid dan niet direct zo groot is als voor een spoedige oplossing daarvan nodig is behoeft zeker in Nederland geen verbazing te wekken als men let op de geringe offerbereidheid van ons volk voor de oplossing van het probleem van onze overzeese rijksgenoten en van onze gastarbeiders.
Slot
We zijn zo langzamerhand aan het einde gekomen van onze schets over de verhouding tussen Nederland en Zuid-Afrika. Het is inderdaad niet meer dan een schetstekening, want over deze verhouding is natuurlijk oneindig veel meer te zeggen. Veel zaken konden daarom slechts aangestipt worden en andere moesten ongenoemd blijven. Dat was onvermijdelijk om te blijven in het kader van een niet te langdurige artikelenserie. Toch hopen we ermee bereikt te hebben dat lezing er van tot nadenken heeft gestemd en de behoefte heeft gewekt om zich breder en dieper te oriënteren over een onderwerp dat zo zeer recht heeft op Nederlandse belangstelling.
Het is waar dat Zuid-Afrika een deel van het buitenland voor ons geworden is, maar dan toch wel een bijzonder deel vanwege onze historische verbondenheid. Het is evenzeer waar dat geschiedkundige benadering van hedendaagse problemen geen gewilde zaak is in onze tijd, die gekenmerkt wordt door een afnemende belangstelling voor de geschiedenis, zelfs van eigen land en volk. Vandaar dat een beroep op de historische verbondenheid van Nederland en Zuid-Afrika en het vragen van begrip voor de historische loop der gebeurtenissen in dat land tot schouderophalende reacties leidt.
De Bijbel, waarin de geschiedkundige samenhang der dingen zo'n ruime plaats heeft gekregen, leert ons evenwel dat verleden, heden en toekomst niet los van elkaar staan. Steeds wordt daarin naar het verleden verwezen om het heden beter te leren verstaan, teneinde uit de kennis van beide wijsheid te putten voor de toekomst. Geldt dat inzonderheid de gang van het Koninkrijk Gods in deze wereld, ook in het algemeen dient heel onze handel en wandel daardoor bepaald te worden en dus ook onze houding ten opzichte van Zuid-Afrika.
Daarom past ons een begripvolle benadering van de vraagstukken waarmede het Zuid-Afrikaanse volk worstelt en niet de farizeïstisch aandoende houding, die velen in eigen land zich tegenover dat volk aanmeten.
Een zodanige benadering, wij weten dat uit eigen ervaring, zal er zeker toe leiden om wederkerig begrip te wekken voor de bezwaren die bij ons tegen bepaalde aspecten van het bevolkingsbeleid aldaar bestaan.
Bovenal past ons een christelijke bewogenheid met alle bevolkingsgroepen van Zuid-Afrika, waartoe ook de blanken behoren.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 september 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's