Rondom het seminarie
Een bepaalde zaak trekt momenteel nogal de aandacht en wordt allerwege, met name in bepaalde gemeenten, die er nauw bij betrokken zijn, druk besproken. Het betreft het niet beroepbaar zijn van een predikant in zijn eerste gemeente als hij niet aan zijn seminarieverplichtingen heeft voldaan. Het hoofdbestuur wil over deze zaak graag de gemeenten inlichten opdat ieder weet wat er aan de hand is.
Vroeger moesten de theologische studenten, vóórdat zij een beroep naar een gemeente konden krijgen, vier maanden het seminarie bezocht hebben. Pas daarna was men beroepbaar. Sinds enkele jaren is de periode ingekort tot 2 maanden, waarvan de helft valt in de tijd van de studie en de andere helft in de tijd, dat men in z'n eerste gemeente staat. Bij de nieuwe regeling is het nu zó, dat men pas vanuit de eerste gemeente beroepbaar is als men de tijd aan het seminarie heeft volgemaakt. Vóór die tijd krijgt men geen approbatie bij het aannemen van een beroep.
Een aantal predikanten hadden tegen deze nieuwe regeling bezwaren en gingen niet naar het seminarie. Daaronder waren ook een aantal predikanten uit Hervormd Gereformeerde kring. Ze hadden bezwaar tegen de sanctie, die zo stond op het beroepingswerk en voelden zich — zo was het motief — in hun ambt en roeping aangetast als het beroepingswerk werd gekoppeld aan het seminariebezoek. Ook vond men, dat het onjuist was om een predikant vier weken aan zijn gemeente te onttrekken voor deze zaak. Bij enkelen kwam daarbij bezwaar tegen de inhoud van de programma's op het seminarie. Maar bij de meesten was dit laatste geen punt. De ervaring, die men tijdens de studie gehad had waren in verschillende gevallen goed geweest, al kan dat van groep tot groep verschillen, en al is daar uiteraard alle spanning, die een pluriforme kerk, als de Hervormde Kerk is, met zich meebrengt.
Het hoofdbestuur kon bij alle begrip de bezwaren, die geopperd werden, niet delen. Daarover is ook met genoemde predikanten gesproken. In de eerste plaats is het zo, dat het beroepingswerk ook op andere wijzen door sancties is omgeven. Men moet b.v. vier jaar in een gemeente staan om beroepbaar te zijn. Als men 65 jaar is is men niet meer beroepbaar. Wil men als candidaat beroepbaar zijn dan moet men ook de eerste vier weken van het seminarie gedaan hebben. Al deze sancties berusten op afspraken die gemaakt zijn. Ze kunnen ook best gewijzigd worden maar ze zijn toch meestal gebaseerd op practische overwegingen die begrijpelijk zijn. En wat de tijd betreft, die men aan het gemeentewerk onttrokken is: bij de oude regeling werden de candidaten vier maanden aan de gemeenten onthouden, thans slecht twee. Daarom, het hoofdbestuur deelde de motieven van de bezwaarden niet. De consequentie van deze opstelling zou zijn dat een predikant z'n leven lang in een gemeente moet blijven of het loopt uit op een conflict met de mogelijkheid buiten de Hervormde Kerk terecht te komen. Dat is de éne kant van de zaak, maar nu ook een andere.
Nu is het namelijk zó, dat de meeste be zwaarden naar het seminarie zijn gegaan, en hebben toegezegd het totale programma te zullen afmaken. En uitgerekend in deze fase ontstaat een onverkwikkelijke affaire. Een predikant nam een beroep aan, terwijl hij nog maar één week seminarie gevolgd heeft maar wel toegezegd had de overige weken ook te zullen doen (het programma is gespreid over twee jaar). Kerkordelijk gezien was dat én van de roepende gemeente én van de predikant onjuist, al leek het zo te zijn dat het sein op veilig stond. Hoe dit ook zij, de commissie voor het Theologisch Wetenschappelijk Onderwijs, in wiens handen zaken als deze zijn gelegd, sprak uit, dat de predikant éérst zijn seminarieverplichtingen totaal moet nakomen — dat duurt nog een jaar— voordat hij naar zijn nieuwe gemeente mag. Het gevolg is geweest, dat de 45 seminaristen, die tegelijk met de betrokken predikant het seminarie bezochten tegen deze beslissing unaniem protest hebben aangetekend. De commissie vergaderde daarop ten tweede male maar bleef bij zijn besluit: géén dispensatie.
Het hoofdbestuur acht deze handelwijze ronduit ongelukkig. Het duidelijk, dat een commissie als de onderhavige erop heeft toe te zien dat de kerkorde gehandhaafd wordt. Maar had hier de geest niet boven de letter moeten gaan?
Hier was sprake van het bijzondere geval, dat een beroep volkomen te goeder trouw al was aangenomen. Moet hier — bij alle overtredingen van de kerkorde, die in onze kerk voor komen — opeens zo formeel worden gehandeld? Was hier in goed overleg geen oplossing te vinden geweest, aangezien toch de impasse van de zijde van de bezwaarden al was doorbroken? Door de nu gevallen beslissing worden dwangposities veroorzaakt, die pastorale schade kunnen aanbrengen. Het is te hopen dat alsnog een oplossing wordt gevonden voor deze netelige kwestie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's