De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wederzijdse verantwoordelijkheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wederzijdse verantwoordelijkheid

Hervormde delegatie bezocht Indonesië

8 minuten leestijd

Er zouden tientallen artikelen te schrijven zijn over de ervaringen, die we in Indonesië hebben gehad. Vandaag wil ik evenwel in een laatste artikel een afronding geven. Het is ondoenlijk om alles wat ter conferentie is gezegd hier weer te geven. Bovendien staat wat er conferentie op tafel kwam op de agenda van de komende synodevergadering.

In drie secties werd vergaderd. De ene sectie sprak over het belijden en de plaats van de kerk in de samenleving. De tweede sectie ging over gemeenteopbouw en in de derde sectie ging het over de vragen van de samenwerking tussen de Nederlandse Hervormde Kerk en de Indonesische partnerkerken. Er was verschil in visie tussen de Nederlandse delegatie en de vertegenwoordigers van de Indonesische Raad van Kerken over wat allereerst de aandacht moest hebben. Vanuit de Nederlandse delegatie was de opzet allereerst geweest een inhoudelijke ontmoeting, gericht op vragen van geloof en belijden, de taak van de kerk in de samenleving en de gemeenteopbouw. Gegeven de inleidingen is daarover dan ook inderdaad diepgaand met elkaar gesproken. De DGI trok echter vanaf het begin de zaak in de richting van de samenwerkingsvragen. Ook in de vragen. die voor de verschillende secties waren geformuleerd met het oog op de slotrapportage van de conferentie, domineerden de samenwerkingsvragen, zodat de eigenlijke inhoud van wat in de referaten ter sprake kwam in de verdrukking dreigde te komen. Hier heeft ongetwijfeld een element van spanning gezeten in de conferentie, wat ook op de slotzitting merkbaar was. Dat men aan de samenwerkingsvragen zwaar tilde, bleek wel uit het feit, dat de sectie, die daarover handelde, van élke Indonesische kerk een vertegenwoordiger had. Het was de grootste sectie! Of de motieven bij de afgevaardigden van de verschillende kerken en bij de DGI gelijk waren is de vraag. We kregen dei ndruk, dat de afzonderlijke kerken zich sterk betrokken weten bij de vragen omtrent de samenwerking omdat men steun uit Nederland — theologisch, geestelijk, financieel — niet missen kan, terwijl de DGI sterke aandacht vroeg voor wederzijdse uitwisseling van gegevens, krachten en dergelijke vanuit een volwassen relatie tussen beide landen. We hadden daarbij ook de indruk, dat het gevaar van een te grote afstand tussen de DGI en de kerken, die men bundelen wil, niet denkbeeldig is, ook als het gaat om de prioriteit die men aan de vragen toekent.

Belijden

Eén van de punten waarover telkens gesproken is was de inhoud en de vormgeving van het belijden. Zoals gezegd hebben we zelf over het belijden een referaat gehouden. Van Indonesische zijde werd telkens opgemerkt, dat men behoefte heeft aan een eigen vertolking van het belijden. Voorzover de Nederlandse belijdenisgeschriften daar bekend zijn —en ze zijn inderdaad op verschillende plaatsen bekend — werd van bepaalde zijde opgemerkt, dat de vormgeving ervan westers is en dat men graag een eigen vertolking van het belijden zou willen hebben. Belangrijker dan de vorm is uiteraard de inhoud. De vraag is of het dan wél gaat om dezelfde geloofsinhoud. In de plenaire slotzitting, die zich tot ver na middernacht uitstrekte, kreeg dit punt een onbevredigende afronding, temeer omdat daarover in de groepen diepgaand en in verbondenheid was gesproken.

Overigens werd in de bespreking van Indonesische zijde opgemerkt, dat men niet overhaast te werk wil gaan bij het opstellen van een nieuwe belijdenis omdat men bang is voor oppervlakkigheid. Ook werd opgemerkt, dat men behoefte had aan theologen uit het Westen, die een zodanig invoelingsvermogen hebben in de oosterse leef-en gevoelswereld, dat men behulpzaam kan zijn bij het vinden van een eigen vertolking van het belijden in Indonesië. Ik voor mij heb op dit punt toch oók wel bepaalde vragen overgehouden. Telkens werd gesproken over de behoefte aan eigen vertolking in lied en belijden. Anderzijds was het opvallend hoe de liederen uit het westen, met name de piëtistische liederen, zeg uit de bundel van Johannes de Heer, daar sterk leven en — voorzover ik heb kunnen beoordelen — de psalmen duidelijk naar achteren dringen. Als het dan gaat om bezwaar tegen westerse vertolking, dan is die vrije vertolking in de vrije liederen toch duidelijker aanwezig dan in de psalmen, die voor alle tijden en alle plaatsen met het Woord gegeven zijn en toch vrij zijn van puur westerse vormgeving. Meer aandacht voor de psalmen zou dan dunkt me voor de hand liggen.

In de besprekingen werd ook telkens geattendeerd op de eenheid van belijdend spreken en belijdend handelen, op de eenheid van woord en daad, van leer en leven. Het is duidelijk, dat er in dit opzicht daar dezelfde spanningen en onvolkomenheden zijn als hier.

In een niet-christelijke samenleving

Uiteraard werd ook telkens gesproken over de taak en de roeping van de kerk in de samenleving, die daar bepaald een niet christelijke (ook geen post-christelijke) is. Ik sprak al eerder van ongeveer vier miljoen christenen daar op een bevolking van ongeveer honderd vijftien miljoen. Andere getallen spreken van ongeveer zes miljoen christenen. Hoe dit zij, de christenen vormen een kleine minderheid. Men spreekt daar overigens van christenen en rooms katholieken. De zes miljoen christenen zijn dus de protestanten. Opvallend is de groei van de kerken. In 1953 waren er twee en een half miljoen christenen. In 1967 vier en een half miljoen en thans dan ongeveer zes miljoen. En hoe vindt de groei plaats? Dat is de wondere weg van het Woord en de Geest. In een Islamitische wereld staat de Islam alleen evangelisatie toe onder niet godsdienstigen, dus niet onder de moslems zelf. En tóch, de kerk groeit. Ds. G. Spilt schreef dezer dagen een verhaal over een Javaans gezin, dat in een afgelegen plaats op 200 km van een bepaalde stadsgemeente kwam wonen. Elke week bezocht een delegatie van de kerkeraad dit gezin (vijf uur met een auto langs een onbegaanbare weg en dan nog drie uur lopen) en zó is een gemeente ontstaan. Over roepings-en zendingsbesef gesproken! Maar het is duidelijk, dat de vraag daar levensgroot naar voren komt hoe men als christenen en als kerken de bijbelse opdracht vervullen kan in een samenleving waar de Islam de grote godsdienst is.

In feite zijn er daar natuurlijk ook dezelfde vragen als hier. Wel is het zo dat de Indonesische samenleving thans is gebaseerd op de zogenaamde Pancasila (vijf zuilen), waarin onder andere de godsdienst een belangrijke plaats in de samenleving krijgt toegewezen, en waarop ook de christenen zich beroepen. Zo hebben de kerken toch de ruimte om in de samenleving te getuigen eii te dienen en dit getuigenis en die dienst blijven niet ongezegend. Wél werd op de conferentie als probleem voor de vervulling van de roeping van de kerk gezien, dat veel gemeenten klein zijn en ver van elkaar liggen, dat men weinig toerusting heeft, dat de kerken vaak voor elkaar gesloten zijn vanwege historische ontwikkelingen — waar is dat niet het geval? — of ook banden met verschillende kerken in het buitenland en uiteraard dat men minderheid is in een niet-christelijke samenleving, waarin de Islam de kerk vaak de voet dwars zet. Wat die toerusting betreft, het ontbreekt ook de predikanten vaak aan boeken en tijdschriften. Er is in heel Indonesië één christelijke krant, de Sinar Harapan. En in Jakarta is één christelijke boekhandel. Wanneer men dan ook de toch beperkte mogelijkheden ziet — vergeleken met onze mogelijkheden in boek, pers, omroep — dan temeer beseft men welk een wonder het is, dat de kerk daar zo sterk uitbreidt. Waar men ook mee te maken heeft is, dat in bepaalde plaatsen soms massale doop plaats vond. Het gemeenschapsbesef is daar namelijk heel sterk, zodat soms de hele gemeenschap naar het christendom overgaat. Ik moest denken aan een bekend gezegde van dr. Ph. J. Hoedemaker, dat de mensen volksgewijs tot Christus worden gebracht. Zo is het in de zendingsgeschiedenis vaak wel gegaan, al neemt dat het individuele aspect niet weg. Soms is er in zulke gebieden dan ook de terugval naar het oude verleden en is er dan de noodzaak van her-evangelisatie. Soms is er ook duidelijk tegenwerking van de overheid. Bijvoorbeeld in het geval, dat een kampong door de bearbeiding van een evangelist geheel christelijk werd en door de regionale overheid gedwongen werd om te emigreren naar een gemeente die geheel islamitisch was.

Maar door dit alles heen groeit de gemeente. En bij mij bleef hangen de vraag van de Indonesische afgevaardigde: 'Is de welvaartsmaatschappij misschien de oorzaak van de terugval bij u? Een terugval bij ons was voor velen daar overigens een schokkende ontdekking. Men wist 't niet.

Terugblik

Aan het eind van dit reisverslag gekomen zou ik niet weten wat mij daar het meest heeft geboeid. Er was beleving van gemeenschap in geloof en belijden, al waren er ook spanningen.

Er was hartelijkheid en gastvrijheid. Er is aandacht en tijd voor elkaar. Dat is ongetwijfeld ook een zegen van de nog vrijwel televisieloze maatschappij, die we daar aantreffen.

De Indonesische kerken blijven onze aandacht en ons gebed vragen. De wederzijdse verantwoordelijkheid vanuit de ene opdracht en het ene belijden is uitgesproken en ook in een boodschap aan de gemeenten geformuleerd.

We hebben het een vreugde gevonden om daar het leven en werken van de kerken in hun geheel en de christenen afzonderlijk een beetje te zien. Vaak hoorden we daar zeggen 'Terima kasih', dank u wel. We zeggen het hier ook aan het adres van de gastheren daar, vooral aan God, van wie de weeskinderen in Surabaja zongen: 'God is good'. Zij werk gaat door.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Wederzijdse verantwoordelijkheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's