De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Prof. Gerretson als poëet, historicus en politicus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Prof. Gerretson als poëet, historicus en politicus

7 minuten leestijd

Wij willen hier graag de aandacht vestigen op de uitgave van de Verzamelde Werken van Prof. C. Gerretson. Drie delen zijn er reeds van verschenen. De redactie ervan is in handen van dr. G. Puchinger. Het is een uitgave van Bosch en Keuning in Baarn.

Voor ik iets zeg over het grote belang van deze uitgave, moet ik eerst de auteur bij u inleiden. Gerretson is geboren in 1884 in Kralingen. Hij studeerde in Utrecht, Brussel en Heidelberg, waar hij promoveerde tot doctor in de filosofie. Van 1925 tot 1954 was hij in Utrecht hoogleraar in de geschiedenis van Nederlands-Indië en sinds 1938 ook buitengewoon hoogleraar in de constitutionele geschiedenis van het Koninkrijk. Daarnaast was Gerretson een tijd lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal voor de Christelijk-Historische Unie. Politiek was hij een man van Rijkseenheid, en als zodanig een felle tegenstander van de regeringspolitiek ten aanzien van Indonesië en de Rijksdelen in de West. Maar ook in ander opzicht stelde hij zich tegenover het regeringsbeleid. Beroemd is bij voorbeeld zijn rede van 23 maart 1955, waarin hij een aanval deed op minister Cals vanwege diens instelling van een raad voor de kunst. Gerretson voelde daar niets voor. Hij zag het als een groot kwaad, dat de Overheid een actieve cultuurpolitiek zou gaan voeren. Het slot van zijn rede luidde aldus: 'De dichters zijn de vrijen bij uitstek. Hun zijn de eenzaamheid en de smart en de armoede en de verstoting geschonken als een eigen rijk. Tracht niet, overheid, door uw fooien en gunsten hen van dat rijk te vervreemden, hen te declasseren tot van staatswege vrijgestelde kleinburgers. Zij kunnen, zij mogen dat niet zijn! Zelfs de stoutste fantasie kan zich Sappho niet verbeelden als erepresidente van een koninklijk goedgekeurde en gesubsidieerde vrouwenvereniging tot bevordering van lesbische poëzie. Laat hen dan bid ik u, onberaden, buiten rade, ongemoeid op de gewijde vrijplaats, waarop God hen, op deze aarde, tussen de heiligen en de hoeren heeft gesteld: radeloos, redeloos, reddeloos (Deel I, blz. 475). Uit deze woorden proeft men de poëet Gerretson.

Daarmee is Gerretson voldoende gety­peerd. Hij was een historicus, een politicus en een dichter. Als historicus ging zijn belangstelling vooral uit naar het nationale verleden, naar de vrijheidsstrijd in de zestiende eeuw, naar het Oranje-huis, naar het negentiende eeuwse Reveil. Als politicus was hij een vereerder van Bilderdijk, Groen en Lohman. En als dichter hoort hij thuis bij de protestants-christelijke dichters. Zijn bundel Experimenten, dat in 1911 is uitgekomen, maar sinds dien telkens is aangevuld, is er de uitdrukking van. Het kwam uit onder het pseudoniem Geerten Gossaert. Over het wezen van het christelijke dichterschap zegt Gerretson, dat het zich afspeelt tussen de polen van zonde en genade (Deel I, blz. 644). Geen Wonder dat hij zich aangetrokken voelde tot Bilderdijk. Bij hem herkennen wij immers deze polen heel duidelijk. 'Bilderdijk is groot vooral in en door zijn gebreken', zegt hij. En het gedicht Eis daimona van Geerten Gossaert getuigt van-dezelfde diepten. Ook zijn de slotregels van zijn gedicht De verloren zoon karakteristiek voor zijn dichterschap:

'De dichter, met een wijle (voile) uit woorden saamgeweven

En rond zich als een waas van weemoed uitgespreid.

Verbergt, voor het gemeen (het gewone volk), de waarheid van zijn leven. Het smartelijk gelaat van eige'ellendigheid' hield.

Het eerste deel van de Verzamelde Werken van Carel Gerretson is helemaal gewijd aan zijn literaire opstellen. Men vindt er studies in over Plato en Lucretius, over Beets en Bilderdijk, over Boutens en Roland Holst, over Thompson en Vondel; en verder over de betekenis van de Friese taal, de politieke poëzie, het spellingsvraagstuk, het Grieks, en de prachtige voordrachten over Dichterschap en geloofservaring en over Christelijk dichterschap.

Hoe belangwekkend dat literaire deel ook is, toch meen ik dat de grootste waarde van deze uitgave ligt in de geschiedkundige delen. Tot op heden zijn deel II en III verschenen. Die waarde komt vooral daarin tot uitdrukking, dat Gerretson als zeer deskundig historicus zich bij voorkeur heeft beziggehouden met ons nationale verleden. Zijn liefde gaat vooral uit naar de betekenis van Prins Willem van Oranje en de Nederlandse vrijheidsstrijd. In dat opzicht zijn Gerretsons historische opstellen een onmisbare aanvulling op het werk van Groen van Prinsterer en van Fruin. Maar daarnaast ligt de grote waarde van de studie's van Gerretson in zijn belangstelling voor dat andere, weliswaar minder spectaculaire, maar daarom voor het heden zeker niet minder belangrijke tijdperk uit ons nationaal verleden, n.l. de negentiende eeuw. Wat een schat aan gegevens wordt ons hier geboden over een stuk vaderlandse geschiedenis, dat nog maar zo kort achter ons ligt, maar waarvan de memorie sterk aan het vervagen is en waarover eigenlijk nog geen gedegen studie's verschenen zijn. Zelf heb ik de importantie van Gerretsons opstellen in de praktijk ervaren, toen ik onlangs een lezing voorbereidde over de verhouding van Kohlbrugge en Kuyper. Zo schrijft Gerretson ook over het conflict Kuyper en Lohman. En hoeveel belangrijks komen wij niet te weten over Groen van Prinsterer!

Nog op één punt moet ik in verband met deze uitgave wijzen. Dat is de politieke stellingname van prof. Gerretson. Zoals gezegd was hij senator en lid van de Christelijk-Historische Unie. Maar daar was hij een zeer vreemde eend in de bijt! In een artikel in het Friesch Dagblad doet zijn politieke vriend H. Algra daar merkwaardige mededelingen over. Hij vertelt, dat Gerretson in de fractie-vergaderingen opmerkelijk doof kon zijn, en zich dan verontschuldigde, dat zijn gehoorapparaat het liet afweten. Zo kon hij ongestoord zijn eigen gang gaan. En ofschoon hij zich gaarne erop liet voorstaan, een volgeling van Groen van Prinsterer te zijn, was hij in feite meer een reactionaire Bilderdijkiaan dan een leerling van Groen! Daarbij speelde uiteraard zijn afkeer van de Indonesië-politiek van de regering een grote rol. Evenals Bilderdijk zat Gerretson vast in de romantische droom van het Nederlands verleden. De opstellen over Coen en Van Heutz in deze bundels leggen er getuigenis van af. Ook een opstel over De Ruyters heldendood is er een typerend voorbeeld van. Zo zou Groen nooit en tenimmer hebben kunnen schrijven! En hier raken we aan de zwakke kant van Gerretson als historicus. Er speelt te weinig geloof en te veel politiek in de kwalijke zin des woords doorheen. In dit verband mag ook niet verzwegen worden zijn nauwe, al te nauwe relatie tot het dagblad De Telegraaf en de Groot-Industrie. Zo iets compromitteert de gaafheid en zuiverheid van het christelijk getuigenis in de politiek!

Zoals gezegd, het duidelijkst blijkt dat uit Gerretsons houding tegenover de vrijheid en zelfstandigwording van Indonesië. Het zou komiek zijn, als het niet tegelijk zo tragisch was, dat de man die met zoveel verve opkomt voor het eigen recht der Friezen en der Vlamingen, die zo vervoerd weet te spreken over Prins Willem en ons nationaal verleden, — dat diezelfde man volkomen met zichzelf in tegenspraak komt als hij spreekt over Nederlands-Indië en over Hollands overheersing in Indië. Blind is Gerretson voor de eigen aard en de eigen rechten van de Indonesische volken. Dat daardoor de waarde van zijn historische opstellen ondermijnd wordt, is duidelijk.

Mijn conclusie kan daarom ook eigenlijk geen andere zijn, dan dat dr. Puchinger er beter aan had gedaan om een sterker zifting toe te passen en alleen die opstellen uit te geven, die echt historisch zijn en niet ideologisch gekleurd. Aan ideologische vertekening hebben wij in de twintigste eeuw, zowel van rechts als van links meer dan genoeg te slikken gekregen. Waar wezenlijke behoefte aan is, is historie, die het nabije en verre verleden zó belicht, dat daarbij het politieke vooroordeel en de heimelijke of openlijke politieke propaganda zoveel mogelijk geëlimineerd is. En dat is in het bijzonder in het jongere werk van Gerretson bepaald niet het geval!

's-Gravenhage


'Verzamelde Werken' van C. Gerretson, uitg. Bosch en Keuning te Baarn. Deel I, 659 blz., 1973, ƒ45, —; Deel II, 405 blz., 1974, ƒ37, 50 en Deel III, 434 blz., 1974, ƒ 39, 50. De delen vier, vijf en zes verschijnen in de loop van 1975 en 1976. Intekening is niet mogelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Prof. Gerretson als poëet, historicus en politicus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 september 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's