De bruid genodigd
Hoor, o dochter, en zie, en neig uw oor; en vergeet uw volk en uws vaders huis. (Psalm 45 : 11)
De dichter is zijn lied begonnen met een lofzang op de Bruidegom. Nu richt hij zich tot de bruid: Hoor, o dochter, en zie, en neig uw oor ! Is dat niet wat vrijpostig, dat een hofdichter de aandacht van een buitenlandse prinses vraagt ? Dat hij haar gebiedt te horen en te zien, haar volk en haar familie te vergeten ? Nee, want de dichter spreekt niet voor zichzelf. Hij komt met het gezag van de Koning. Hij spreekt het Woord van de Koning.
Over deze wereld gaan gezanten van de Koning om mensen te roepen tot de bruiloft. Waar halen ze de moed vandaan ? Hebben ze daar wel het recht toe ? Jawel, dat is hun opdracht. De opdracht van Hem die de Koning der koningen is en de Heere der heren. Die heeft tot al Zijn gezanten gezegd: Dwingt ze in te komen opdat Mijn huis vol worde. De gezanten van de Koning komen niet om zich met uw zaken te bemoeien. Ze zijn gestuurd met het oog op de zaak van de Koning. En tot ieder die het horen wil zeggen ze: Hoor, en zie, en neig uw oor ! Hoor! Die roepstem komt elke dag, elke zondag tot ons. Hoort en uw ziel zal leven ! Door de poort van het oor zoekt de Koning toegang tot ons hart. Dat is een wonder! Want we hebben gezegd, en we zeggen het telkens wéér: Wij zullen naar U niet horen!
Hoe komt dat ? Doordat we geluisterd hebben naar de leugenaar van den beginne. Die heeft ons voorgespiegeld: Als u naar mij luistert, dan zult u als God wezen. Dat hebben we geloofd. En sinds dat rampzalige ogenblik zijn we doof geworden voor alle roepstemmen van de andere kant. Waarom kent ge Mijn spraak niet ? vroeg de Heere Jezus aan de joden. Omdat ge Mijn Woorden niet kunt boren.
En toch blijft de Koning roepen: Hoor. Sterker nog. Hij roept: Hoor, en neig uw oor. Hoe doen we dat, ons oor neigen ? Stelt u zich voor, u hoort iets, maar u verstaat het niet goed, u buigt zich een beetje voorover, of u komt met uw oor dichter bij de spreker. Want die andere geluiden dreigen het woord van de spreker te overstemmen.
De Koning zegt: U hoort nu zoveel geluiden, zoveel stemmen om u heen, kom eens wat dichterbij, luister eens naar wat Ik u te zeggen heb. Er is de Koning zoveel aan gelegen dat we naar Hem luisteren. Nu eens zetten Zijn gezanten hun stem uit, om ons wakker te schrikken. Dan weer komen ze dichterbij om ons fluisterend de bevelen van de Koning over te brengen. Op allerlei manieren willen ze onze aandacht trekken. Door de donder van de Wet en dooi* de muziek van het Evangelie. Maar ze zeggen niet alleen: Hoor! Ze zeggen ook: Zie! Zie Hem, die de Schoonste is van alle mensenkinderen. Zie Hem', de Koning in Zijn schoonheid. Zie op Hem, zie op Hem !
En dat is óók nodig. Want ons oog is ook van Hem afgekeerd. Ons oog heeft de verboden vrucht gezien. Ons oog heeft gezien dat die boom begeerlijk was om verstandig te maken, en we hebben gegeten. En nu hebben we alleen nog maar oog voor de dingen van deze aarde. Voor alles wat voorbijgaat. Voor alles wat geen waarde heeft. En daarom roept de Koning telkens: Zie ! Ik wil binnenkomen, niet alleen door de poort van uw oor. Ik vraag ook toegang door de poort van uw oog.
Hoor en zie en neig uw oor. En die uitnodiging klinkt zo vriendelijk. Hoor, o dochter, en zie. Dochter. Daar zit iets vertrouwelijks, iets aanmoedigends in. De Koning heeft ons welzijn op het oog. Als een kind niet wil luisteren, dan kan een vader hardhandig te werk gaan, grote woorden gebruiken. Maar hij kan ook dichtbij die jongen, dat meisje gaan zitten en zeggen: Mijn kind, luister eens... Dat doet de Heere. Hoor, o dochter. Gelooft u niet, dat Ik het beste met u voor heb ? Ik wil niet dat u verloren gaat. Ik wil dat u zalig wordt. Daar doe Ik alle mogelijke moeite voor. Hoor, o dochter !
Maar nu komt er iets, dat klinkt ineens niet zo vriendelijk meer: En vergeet uw volk en uws vaders huis. Natuurlijk, dat gebeurt in zekere zin bij ieder goed huwelijk. Vader en moeder verlaten. En het huis van bruidegom en bruid kan weleens vér verwijderd zijn van het ouderlijk huis.
Maar vergeten! Dat vraagt de Heere niet. Integendeel, als we getrouwd zijn hebben we onze ouders nóg te eren. Vraagt déze Koning dat dan wel ? Vergeet uw volk en uws vaders huis...? Jawel, deze Koning heeft gezegd: Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, kan Mijn discipel niet zijn. Als deze Koning in ons leven komt, dan eist Hij een radicale breuk met alles wat ons van Hem aftrekt. Hij wil ons helemaal — óf Hij wil helemaal niets van ons.
Zo heeft Abraham, toen Hij de stem van deze Koning had gehoord, zijn land en zijn volk verlaten. Zo heeft Ruth, op de grens van Moab, gekozen voor de öod van Israël en Zijn volk. Zo heeft Paulus geschreven: Dat van vroeger, dat acht ik schade en drek om de kennis van Christus. Hebt u al ontdekt Wie de Koning is ? Dan verliest alles buiten Hem z'n waarde. Dan is het ook geen offer, alles om Hem te moeten verlaten. Al had ik duizend werelden gehad — zei iemand die Hem vond — ik zou ze gegeven hebben voor één blik van Zijn ogen.
Zullen we het opzoeken in ons leven, alles wat tussen Hem en ons instaat ? Is er nog iets dat we kwijt moeten ? Kunnen we om Hem één begeerte laten, van één vriend afstand doen ?
Wien heb ik nevens U in de hemel? zei Asaf. Nevens U lust mij ook niets op de aarde.
Ridderkerk
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's