De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het zwaard van Damocles?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het zwaard van Damocles?

Financiële perikelen

5 minuten leestijd

Meer en meer wordt het duidelijk, dat de gemeenten binnen de Hervormde Kerk in toenemende mate voor financiële problemen komen te staan, deels door de toenemende ontkerkelijking, deels door de voortschrijdende inflatie. Op allerlei terreinen dient zich de financiële problematiek aan.

Predikantspensioenen

De uitkeringen aan emeriti-predikanten worden betaald uit het kerkelijk pensioenfonds en wel voor een deel uit de premies, die voor de thans dienstdoende predikanten worden betaald. Maar als het aantal dienstdoende predikanten vermindert (het aantal predikantsplaatsen loopt immers terug), dan komt er minder geld binnen in de kas van het pensioenfonds en komt het pensioenfonds in de gevarenzone. De groep van de emeriti-predikanten gaat hier vroeg of laat de nadelige gevolgen van ondervinden. In een pakket voorstellen, dat dezer dagen door de Pensioenraad werd gegeven, komt wat betreft de generale regelingen waarin zaken als deze worden beschreven, een bepahng voor, die als volgt luidt: 'De pensioenraad is, met inachtneming van het bepaalde in ord. 13-45-3 en onder goedkeuring van het breed moderamen van de generale synode, bevoegd de in deze generale regeling voorziene pensioenen te verminderen voorzover en zolang de voor financiering daarvan benodigde gelden ontbreken'. Kort gezegd: op de pensioenen voor de emeriti kan zonodig worden bekort. Het 'zolang' als nodig is kan wel eens heel lang zijn. Dreigt hier niet het gevaar dat de financiële nood van de kerk de groep emeriti-predikanten allereerst en allermeest gaat duperen ? Terecht heeft prof. dr. G. P. van Itterzon er in het Hervormd Weekblad voor gepleit, dat als de pensioenraad geen geld voor de uitkeringen (genoeg) heeft, de kerk ervoor zal moeten zorgen. Dat is zij aan haar dienaren verplicht. Moet dan inderdaad het hele kerkelijke budget niet eens grondig op de helling ? Ligt hier niet een prioriteit voor de synodale agenda ?

Predikantsplaatsen bedreigd

Door de financiële lastenverzwaring en in bepaalde gevallen ook inkomstenvermindering komen meer en meer ook predikantsplaatsen in de gevarenzone. Met name de kleine (re) gemeenten krijgen het moeilijk. Hier speelt bepaald ook een rol de toenemende lastenverzwaring ten behoeve van het algemeen kerkewerk en van de pensioenpremies. De aanslagen die 'van hogerhand' worden opgelegd stijgen onrustbarend en met een hoger percentage dan de andere uitgaven. Iemand nam de moeite in een zevental éénmansgemeenten — kerkelijk trouw meelevend — een peiling te houden omtrent deze uitgaven. Die cijfers zijn verontrustend. Ik geef de totale uitgaven voor de kas predikantstraktementen en de pensioenpremies en het quotum voor deze zeven gemeenten hier weer voor de jaren 1971 t/m 1975, waaruit men zien kan hoe met name de laatste twee jaren de stijgingen zeer groot zijn. (Zie staatje onderaan)

Men ziet, in al deze gevallen zijn de genoemde uitgaven verdubbeld of méér dan verdubbeld, met name door de sterke stijgingen in de pensioenpremies en de bijdragen voor het algemeen kerkewerk. Uiteraard stegen ook de inkomsten van de gemeenten, maar over de jaren 1971 t/m 1974, waarover ik de getallen kreeg met percentages variërend tussen 25 tot 30% (in één gemeente 50%). In ieder geval wordt het percentage van de uitgaven voor het algemeen kerkewerk (ten opzichte van het totale budget) élk jaar groter.

De percentages liggen tussen 20 en 30% van het gemeentelijk budget, maar gezien de sterke stijgingen over 1974 en 1975 komen deze percentages ongetwijfeld hoger te liggen.

Ik weet, dat dit een steekproef is in slechts enkele gemeenten. Misschien zijn er gunstiger voorbeelden te noemen maar ongetwijfeld ook ongunstiger. Het is te begrijpen, dat meer en meer de gedachte postvat, dat dit vast moet gaan lopen. Predikantsplaatsen lopen gevaar. Wat zal dit gaan betekenen voor éénmansgemeenten?

De pensioenraad stelt thans ook voor de predikanten een deel van hun pensioenpremie zelf te laten betalen (uit de structurele verbetering van de salarissen die voor de komende jaren gepland was), om de gemeenten niet nog meer te belasten. Maar gezegd wordt, dat nog niet bekeken kan worden of deze maatregelen ook na 1980 voldoende zullen blijken te zijn. Immers: 'de inflatie, het toenemend aantal emeriti en het dalende aantal bijdragende gemeenten maakt, dat de pensioenraad in de komende tijd voor ernstige problemen komt te staan. Wij dienen met elkaar naar wegen te zoeken om de pensioenen der predikanten zo goed mogelijk te regelen. Daartoe dienen mede de hierboven genoemde voorstellen', aldus de pensioenraad.

Dit alles overziende is er alle reden voor een grondige bezinning op de structuur van onze kerk met de daaruit voortvloeiende kosten voor de gemeenten.

Want het schip der kerk zou anders wel eens op de financiële problemen kunnen stukbreken. Hier hangt het zwaard van Damocles boven de gemeenten.

Maar er is ook alle reden om in de gemeenten mee te leven met het werk van de kerkvoogdijen, die zich voor grote problemen gesteld zien. Het gaat om de voortgang van de eredienst. Daarom is kerkvoogdelijk beheer niet een op zichzelf staande zaak. Met name in de zogenaamd niet-aangepaste gemeenten (zelfstandige kerkvoogdijen) mag er wel een goed wederzijds contact zijn tussen kerkeraad en kerkvoogdij, opdat men beseft samen te staan voor de ene zaak van de gemeente. We behoeven niet overdreven bezorgd te zijn, want een gemeente die lééft gééft. Maar reden tot zorg is er wel. En die zorgen mogen wel door kerkeraad én kerkvoogdij samen worden gedragen.

gemeente A (1600 doopleden):

gemeente B (831 doopleden):

gemeente C ( 929 doopleden):

gemeente D ( 845 doopleden):

gemeente E ( 730 doopleden):

gemeente F ( 602 doopleden):

gemeente G ( 547 doopleden):

1971   10.024    7.734     8.351     7.352     7.425    6.775   6.324

1972 10.883     8.384     9.063    8.022    8.117     7.435    6.891

1973   13.554    10.549    11.190    10.060  10.163   9.340    8.663

1974   15.827   12.395    14.381     11.919   11.799    10.708       10.165

1975   23.291    14.947   16.592   14.080  14.576    13.234    12.415

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Het zwaard van Damocles?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 september 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's