De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

13 minuten leestijd

Morgenlandzending

In 1922 werd in Straatsburg de Action Chrétienne en Orient (ACO) opgericht, een organisatie van vertegenwoordigers uit de Franse protestantse kerken die zich ten doel stelde zendingswerk in het Midden-Oosten, vooral in Syrië en Libanon te gaan doen. Vooral door de intensieve arbeid van dr. Paul Berron die veel contacten had gelegd in het Midden-Oosten is het hiertoe gekomen. Het was en is geen eenvoudige taak. Het Midden-Oosten biedt een verscheidenheid van rassen, culturen en religies. De christelijke kerken leven er in een moslimomgeving. En de verscheidenheid en verscheurdheid van het christendom treft men ook daar aan. Men ontmoet er nog vertegenwoordigers van de Nestoriaanse Kerk, een van de oudste 'scheurkerken' uit de geschiedenis, ontstaan na de grote oecumenische concilies van de vierde eeuw (o.a. Chalcedon 451, waar de leer aangaande de twee naturen van Christus werd geformuleerd). Voorts een aantal oosters-orthodoxe kerken, alsmede kerken die met Rome een verbintenis gesloten hebben. Daarnaast treffen we een aantal protestantse kerkjes aan.

In deze omgeving werkt de Morgenlandzending. Ook van Nederland uit wordt hieraan deelgenomen vanuit 5 verschillende kerkgenootschappen. Enkele bestuursleden hebben dit voorjaar een werkbezoek gebracht aan het arbeidsterrein van de Morgenlandzending. Ze bezochten onder meer de theologische hogeschool van de N.E.S.T. in Beiroet, waar prof. drs. C. G. Baart doceert, en namen kennis van het kerkelijk leven in Aleppo. Over deze ontmoeting schrijft ds. H. Binnekamp in het septembernummer van Morgenland:

'Volgens kenners van het Midden-Dosten is Aleppo één van de weinige grote steden, die zijn oosterse karakter heeft behouden. Het Viras voor ds. Brecheisen, ds. Pol en mij een boeiende ervaring om de 'soeks' te bezoeken. Het zijn kilometerslange nauwe straatjes, door gewelven overdekt, waarin de kooplui hun waar aanprijzen. Van alles kun je er vinden: groenten, tapijten, koperwerk, specerijen, leerwaren, etenswaren, enz. Fietsers en ezels kun je er tegenkomen, maar ander verkeer is uiteraard buitengesloten. In de nabije omgeving van de soeks is het oudste gedeelte van de stad met o.a. de Citadel. Bijna het hele leven van de bewoners speelt zich op straat af. Hier zie je een jongen van een jaar of 6 met schelle stem vis te koop aanbieden, even verder staat een boer, die kippen of schapen verkoopt. Om de dorst te lessen kunt u bij de waterverkoper terecht. Allemaal uit dezelfde beker, maar dat is voor de oosterling geen bezwaar. Naast dit oude gedeelte is veel industrie aan de rand van de stad. Er is een fraai universiteitsgebouw, dat in het nieuwe gedeelte van de stad torenhoog boven de rest uitsteekt.

Het was een belevenis om het warme, sprankelende leven van deze geloofsgemeenschap mee te maken. De jeugd is sterk betrokken bij allerlei activiteiten zoals zondagsschool en jeugdwerk. Ds. Apartian is onvermoeid in de weer om aan deze gemeente leiding te geven. Zijn vrouw staat hem daarbij krachtig terzijde. Hierbij zullen we niet vergeten de hartelijke gastvrijheid en activiteit van madame Tartar te vermelden. Haar huis is een echt toevluchtsoord en de tafelgemeenschap is in Aleppo geen holle frase. In het gastenboek kwamen we namen tegen van Syriërs, Libanezen, Egyptenaren en Europeanen. Broeder Jacques Mousa Oghlou heeft veel praktische kwahteiten en is bijzonder behulpzaam. Madame Tartar is erg dankbaar voor de hulp van Mouritza Tekeyan, die uit Koeweit afkomstig is en meehelpt in het zondagsschoolwerk en in de huishouding. In de samenkomsten viel ons de warme geloofsblijdschap bij jong en oud en de sterke gemeenschapsbeleving op. We konden uiteraard van de prediking in het Armeens nagenoeg niets verstaan, maar de naam Jezus Christus was duidelijk voor ons — meer dan een signaal het teken van geloofsverbondenheid met deze broeders en zusters. Zij weten, dat de moeilijkheden, waarvoor zij geplaatst worden: — het niet vrijgeven van de minibus; — het opvangen van mensen in nood, geestelijk, lichamelijk en maatschappelijk; — de zorg en verantwoordelijkheid om in Syrië gestalte te geven aan de roeping 'ambassadeurs van Christus' te zijn; alleen door het geloof oyerwonnen kunnen worden. Wij hebben beloofd hen in onze voorbede te gedenken. Bidt u mee ? '

De laatste weken zijn in Libanon de spanningen tussen christenen en moslims opgelopen. Beiroet is het terrein van allerlei ongeregeldheden. En de problematiek tussen Israël en de Arabische wereld laat natuurlijk ook de christenen niet onberoerd. Laten we deze broeders en zusters in onze voorbede, onze aandacht en onze gaven niet vergeten. De Morgenlandzending dient een bescheiden, maar belangrijk stukje zendingswerk.

Gezin in de waagschaal

Onder deze titel schrijft ds. J. P. v. Roon in het orgaan van de confessionele vereniging, het Hervormd Weekblad (van 2 oktober) een artikel naar aanleiding van de gezinsweek (19—26 oktober) en de publikatie die in dat verband verschenen is van de interkerkelijke gezinsweekcommissie. Men kan natuurlijk zich afvragen : Is een aparte 'gezinsweek' nodig ? Een feit is, dat het gezin in onze tijd in de waagschaal verkeert, en dat bijbelse bezinning broodnodig is. Zal het gezin in de toekomst weer een vluchtheuvel zijn voor ouders en kinderen ? Zijn onze gezinnen geestelijk weerbaar om de tijdgeest te kunnen weerstaan ? Dat zijn vragen die onze aandacht vergen. Ds. Van Roon komt echter tot de conclusie dat het boekje van de gezinsweekcommissie ons goeddeels in de kou laat staan als het gaat om bijbelse voorlichting:

Nu is het ook geen wonder, dat je uitgerekend dat mist. Immers ds. R. Zuurmond, die volgens het opschrift van zijn hoofdstuk 'Bijbelse notities' moet geven, schrijft op pagina 58: 'Samenvattend moeten wij zeggen, dat de Bijbel géén handboek is voor de christelijke moraal en dat het zelfs uiterst twijfelachtig is of wij wel over een bijbelse moraal mogen spreken. Wat concrete daad is hangt helemaal af van de omstandigheden'. En dan op pagina 60: 'Absolute uitspraken over het huwelijk en het gezin kunnen we dus in de Bijbel niet verwachten. Tevergeefs zal men bijvoorbeeld zoeken naar bindende uitspraken over het monogame huwelijk. De Bijbel kent evenzeer het polygame huwelijk (aartsvaders, koningen). In een samenleving met een groot vrouwenoverschot zal dat zelfs de voorkeur verdienen'. En dan nog op pagina 62: 'Op de vraag wat zegt de Bijbel over huwelijk en gezin luidt het antwoord: heel weinig en zeker niet hoe het eigenlijk hoort'. Als je dit alles leest, nou dan kunnen we de Bijbel dus wel dicht laten. Maar je vraagt je toch wel in gemoede af hoe een interkerkelijke commissie zulk schrijven kan uitgeven onder haar verantwoordelijkheid. Het heeft professor dr. W. H. Velema in een bespreking in 'De Waarheidsvriend' de verzuchting doen uiten: 'Het valt mij moeilijk over de publikatie voor dit jaar, verschenen onder de titel 'Gezin in de waagschaal', positief te schrijven. Ik heb de indruk overgehouden bij het lezen en herlezen van dit geschrift, dat het eerder een ondermijning dan een bijbelse stimulering van het gezinsleven bevat'. Behoudens een paar 'meer gematigde opstellen, met mooie opmerkingen in dit boekje' (zoals prof. Velema zich uitdrukt) is het positieve van het genoemde boekje, dat inderdaad duidelijk wordt wat de titel aangeeft, namelijk dat het gezin in de waagschaal zit. En dit geldt vooral het huwelijk: dat staat tegenwoordig op de tocht; wordt gediskwalificeerd als 'het halen en hebben van een boterbriefje', het is in discussie en in diskrediet.

Zo vinden we het in allerlei uitingen. Wat dat betreft past deze verminderde waardering of zelfs geen waardering van het huwelijk helemaal in het gedragspatroon van onze tijd: wél de lusten willen, maar niet de lasten, wél van rechten willen weten, maar niet van plichten. Ook bij de overheid en in het overheidsbeleid is er een tendens naar het onderwaarderen van het huwelijk door andere vormen van samenwonen en samenleven gelijk te stellen met het huwelijks-samenleven. Zo is onlangs nog gepubliceerd wat de plannen zijn: ieder heeft recht op zelfstandig wonen, ook waar samengewoond wordt — gehuwd of niet. Hier wordt in het boekje ook op aangestuurd. Op pagina 10 lezen we: 'Wanneer men zich buigt over de vraag naar de toekomst en de waarde van het gezin, dan zal men ook zich bezig moeten houden met andere samenlevingsvormen, die niet alleen voorkomen in lezingen en artikelen, maar ook in de werkelijkheid van vandaag en niet eens in zo'n geringe mate. Het is zelfs te verwachten, dat binnen niet al te lange tijd ook voor andere samenlevingsvormen dan het gezin, door de overheid een juridisch kader zal worden geschapen en op bepaalde punten (zoals huisvesting, belastingen, erfrecht) andere samenlevingsvormen gelijkgesteld zullen worden met het gezin'. En dat wordt dan gemotiveerd door een zin als deze (op pagina 17): 'M.a.w. de vrienden-en vriendinnenparen. Ook dat is een volwaardige samenlevingsvorm. Voor hen zullen dezelfde mogelijkheden geschapen moeten worden in materiële zin en in onze houding als voor twee gehuwde mensen'. Deze opvattingen worden de kerk ingedragen door dit gezinsweek-boekje: ja zij léven blijkbaar al in de kerk, getuige dat dit boekje door een interkerkelijke commissie wordt uitgegeven. En ook het volgende citaat van pagina 14 liegt er niet om, waar — nadat gesteld is dat huwelijk en gezin de meest voorkomende en ook meest gewaardeerde samenlevingsvorm is (geweest) — te lezen staat: 'Nu is op dit gebied veel in beweging. Tot het midden van de zestiger jaren waren seksualiteit, liefde, huwelijk en voortplanting innig met elkaar vervlochten. De voortplanting hebben we inmiddels ontkoppeld, althans in principe is deze ontkoppeling mogelijk. De andere drie zijn (nog) niet in ontkoppeling geraakt. Voor liefde en seksualiteit zonder huwelijk is nog weinig ruimte, gezien de verhitte discussie rondom b.v. voor-echtelijk geslachtsverkeer en homofilie'. Let in deze zinnen vooral op dat woordje 'nog niet'. Dat wijst op een ontwikkeling, die in een bepaalde richting gestuurd en gestuwd wordt! En je vraagt je weer af: moet dat namens de kerken gezegd worden ? Worden zó niet de poten van de stoel, waarop het gezin zit en waarop het huwelijk stoelt, afgezaagd ?

Trouwens ook de hele verhouding man— vrouw komt in dit boekje op de helling. Ds. Van Roon citeert een aantal uitspraken uit een artikel van Mink Rijsdijk waarin een emancipatiedrang naar voren komt die zelfs het luisteren naar de Schrift niet meer op kan brengen. Bijbelse uitspraken worden dan in karikaturaal daglicht gesteld:

'In welke periode van de westerse geschiedenis men ook duikt, de man is altijd de kroon der schepping geweest, het wettig hoofd van het gezin. De vrouw was primair een wezen, dat kinderen moest voortbrengen. De voortplanting van het menselijk geslacht was erg belangrijk. Dat hield in, dat de vrouw het zorgende, zogende moederdier bleef' (pagina 33). 'De mens is van nature behoudend. Zo worden tradities dogma's. De man was het hoofd van het gezin, de vrouw moest onderdanig zijn. Dat zei Paulus immers ook al (pagina 35). Wat een bijbelgebruik ! En dan nog een citaat: 'De gedachte, eeuwen en eeuwen opgefokt, dat de man de baas is, kan niet zomaar worden afgeschud. Als de man ontdekt — en dat is de hoogste tijd — dat hij ten onrechte de titel als gezinshoofd draagt, zijn superioriteitsgevoel aflegt, wordt hij méér mens. Als de vrouw ontdekt — en dat wordt ook tijd — dat zij ten onrechte maar een vrouw werd genoemd, haar minderwaardigheidsgevoel ten opzichte van de man aflegt, wordt zij méér mens. De eindeloze dienstbaarheid, het korset waarin zij door opvoeding, maatschappij en kerk geperst zat, moet de brandstapel op. In een bevrijd gezin is de moeder niet meer dienstbaar dan de vader; samen — en dan bij voorkeur ook in overleg met de kinderen — zal men een werkverdeling moeten maken' (pagina's 36, 37). De laatste zinnen zijn geciteerd uit een hoofdstuk geschreven door Mink van Rijsdijk onder het opschrift: rolverdeling in het gezin. En bij het lezen en op je laten inwerken van die regels en dat hele hoofdstuk vraag je je toch wel af: waar blijft nu de Bijbel ? Paulus wordt wel terloops genoemd, tenminste zijn naam; doch Paulus heeft heel wat anders gezegd over de man-vrouwrelatie. Wordt de man-vrouwrelatie in Paulus' brieven niet transparant tot op de verhouding Christus : Gemeente ? En het hoofd-zijn van de man is waarachtig wel wat anders dan de baas zijn, zoals in dit hoofdstuk gesuggereerd wordt. Ook dit hoofd-zijn laat Paulus een afschaduwing zijn van Christus, die Hoofd van de gemeente is. Hij is niet de baas van de gemeente, maar juist als Hoofd heeft Hij Zijn gemeente gediend mét het offer van zichzelf, en daarin kwam Zijn liefde openbaar. Dit alles noemt Paulus dan een groot geheimenis, een mysterie. Zo kunnen we het lezen in Efese 5.

In aansluiting daarop wordt in het huwelijksformulier, dat in het dienstboek voor de Hervormde Kerk is opgenomen, gewezen op de wederzijdse verantwoordehjkheid van man en vrouw. 'Gij zult weten hoe de een zich jegens de ander naar Gods Woord schuldig is te gedragen. Gij man zult uw vrouw liefhebben gelijk Christus de gemeente heeft liefgehad. Zoals Christus het Hoofd is van Zijn gemeente en zich voor haar heeft overgegeven om haar te heiligen, zijt gij het hoofd van uw vrouw en zult gij haar in gevende en sparende liefde dienen, leiden en beschermen, opdat gij samen recht voor het Aangezicht des Heeren moogt staan. Gij vrouw zult weten, dat God u aan uw man verbonden heeft gelijk de gemeente aan Christus verbonden is. Zoals de gemeente haar Heer liefheeft en gehoorzaam volgt, zo zult gij uw man liefhebben en volgen in alle dingen, die recht en billijk zijn. In vertrouwen op God zult gij aan uw gezin goede zorg besteden en het bewaren in de vreze des Heren, opdat allen, die aan uw hoede worden toevertrouwd. God daarvoor zullen danken en verheerlijken'.

Kijk, van deze klanken lees ik zo weinig in het boekje van de gezinsweekcommissie. Maar ja, wat wil je ? Op pagina 84 staat: 'De Bijbel is zó sterk vanuit mannelijk standpunt geschreven, dat de niet gelijkwaardige verhouding tussen Christus en Zijn gemeente als voorbeeld voor de verhouding tussen man en vrouw wordt gebruikt'. Dan vraag je je in alle ernst af: hoe kun je met iemand, die zó over de Bijbel denkt nog samen zinnig verder praten over de aan de orde zijnde' zaken ? Waar is-Gods Woord, waar is God zelf dan gebleven ?

Terecht wijst Van Roon erop dat in dit boekje de situatie normatief is, en dat het gezag van de Schrift moet wijken voor de veranderde norm of de normloosheid. Een m.i. trieste doorwerking van de secularisatie in een interkerkelijke publikatie. Er zouden geen absoluut geldende zedelijke normen zijn voor alle tijden. Alles wordt opgezogen in de stroom van de verandering en het relativisme. De mens als partner (gelijkwaardig ? ? ) maakt binnen het verbond uit wat gedaan moet worden. Hier wreekt zich een onbijbels verbondsdenken, waarin geen plaats is voor de souvereiniteit van God, die het eerste en het laatste Woord heeft. Bezinning op het gezin nodig en geboden ? Maar dan met een andere en betere gids !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 oktober 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's