God en het lijden
1
De aanleiding
Het is al weer enkele maanden geleden dat deze nieuwe publicatie van dr. Wiersinga*) op de boekenmarkt verscheen. De schrijver van een veelomstreden dissertatie over de verzoening — waarover ook in de Geref. synode het laatste woord nog niet gezegd is — aarzelt niet om de door hem ingeslagen weg verder te bewandelen. Want zo mogen we deze studie over het lijden wel beschouwen. Wiersinga trekt hierin een aantal lijnen uit zijn dissertatie door.
Op de omslag van dit boek lees ik: 'Het lijden is als benauwende vraag niet weg te denken of weg te praten uit onze samenleving'. Dat is volkomen waar. Men kan natuurlijk zeggen dat elke tijd geworsteld heeft met de vragen van schuld en lot, lijden en beproeving, maar zeker in onze tijd worden we dagelijks met dit probleem geconfronteerd. De tweede wereldoorlog bracht afschuwelijk veel lijden over millioenen mensen. De naam 'Auschwitz' is een huiveringwekkende aanduiding voor een afgrond van lijden. En na 1945 is het voortgegaan: Afrika, Vietnam, het Midden-Oosten, Zuid-Amerika enz. En niet alleen is er het lijden in de grote wereldsamenleving. Te denken is ook aan de vele verkeersslachtoffers, aan het lijden in ziekenhuizen en inrichtingen.
Wie ervaring heeft met huisbezoek weet dat in vele gevallen de vraag ter sprake komt: Hoe kan God het toelaten? Waarom dit lijden?
Wie zich dus waagt aan een studie over dit intens-zware onderwerp is bepaald niet met een studeerkameraangelegenheid bezig. Drie redenen brachten Wiersinga dan ook tot het schrijven van zijn boek: De direkte konfrontatie met ongeneselijke ziekte en overlijden in zijn naaste omgeving; de uitdaging van theologen als Moltmann en Sölle die het lijden opnieuw aan de orde stelden en tenslotte de kerkelijke discussie over de noodzaak en de wijze van de verzoening door Christus. Als lezers denkt de auteur zich niet zozeer de theologen als wel de velen binnen en buiten de kerken die de vraag naar de zin van het lijden als probleem ervaren. Het boek is dan ook glashelder en in begrijpelijke taal geschreven. Wat men ook voor bezwaren tegen de visie van Wiersinga aan kan voeren — en ik meen dat dat er vele en zeer ernstige zijn — de auteur brengt zijn lezers onder de indruk van het gewicht van de vragen en snijdt ons de pas af naar een goedkope verklaring. Zijn boek dwingt tot meedenken. Ook als men, zoals ondergetekende, de weg die de auteur gaat, als onbegaanbaar afwijst, zal men toch zijn ogen niet mogen sluiten voor de realiteit waar we ten aanzien van het lijden mee geconfronteerd worden. Daarom alleen al verdient dit boek onze aandacht. En juist een kritische lezing moet ons er toe dringen eigen positie kritisch te bekijken. Want vertekeningen en karikaturen liggen hier als een levensgroot gevaar voor ons. Om maar één ding te noemen. Hoe gemakkelijk dreigen we niet te vei-vallen in een of andere vorm van fatalisme dat wel vroom schijnt, maar in wezen heidensstoïcijns is.
En — om niet meer te noemen — hoe licht verdringen we de vraag van het lijden. Dreigen we juist in onze tijd niet gewend te raken, wat afgestompt en ongevoelig te worden voor de verschrikking van geweld, terreur, leed en verdriet, waar we via krant en TV dagelijks mee geconfronteerd worden. De beelden kunnen nog zo schokkend zijn, wie lijdt er onder? Met opzet stel ik dit voorop. Als ik straks kritisch inga op Wiersinga's visie, betekent dit niet dat ik ook maar enigermate de indruk zou willen wekden de vragen in een handomdraai te kunnen oplossen. Integendeel, zo ergens de theologische bezinning meer een stamelen dan een spreken is, dan hier! Elke redelijk-doorzichtig te maken verklaring dient bij voorbaat gewantrouwd te worden.
Reactie
Wiersinga wijst er in hoofdstuk 1 op dat we het lijden niet mogen wegdringen of wegpraten. Willen we het lijden waarlijk verwerken en willen we iets zeggen dat zin heeft, dan zullen we het lijden moeten wegen. En wie werkelijk het lijden weegt zal in botsing komen, zo zegt Wiersinga, met het antwoord dat eeuwenlang gegeven is n.l. dat lijden en beproeving uit Gods hand tot ons komen, dat God het lijden als straf gewild heeft. Het gevolg van een dergelijke visie is een houding van berusting en aanvaarding, een voorzienigheidsgeloof dat verlamt en lijdelijk maakt. Wiersinga's boek is een groot protest tegen een dergelijke visie en een dito houding. Er zit in zijn boek een geweldig stuk reactie op traditionele antwoorden. Ik geef enkele citaten: 'Het is geen luxe om het beeld van een God achter-en-boven-het lijden stuk te slaan, en God weer te ontdekken op de plaats waar Hij in het evangelie blijkt te staan: aan déze kant van het lijden, bij en tussen de lijdenden' (blz. 21). 'Het inzicht in Gods sympathie met het lijden van de wereld vraagt om een herziening van de leer van Gods 'voorzienigheid'. We kunnen moeilijk staande houden dat Hij lijdt onder lijden dat Hijzelf zendt', (blz. 64). God zendt het lijden niet — God staat aan de kant van het lijden, dat zou men de teneur van Wiersinga's boek kunnen noemen. In plaats van de almachtige God die alle dingen leidt en bestuurt hebben we God te verkondigen als de 'weerloze overmacht' zegt Wiersinga op blz. 58 met een beroep op Berkhof.
Geen lijden als vergelding
Vandaar dat in deze visie het vergeldingsdogma het keer op keer moet ontgelden. Dit denken stamt uit de antieke kultuur van de grieken en romeinen en heeft in de theologie een grote rol gespeeld zegt Wiersinga in hoofdstuk 2. De gehele Anselmiaanse verzoeningsleer (Christus die de straf betaalt, voldoet aan Gods gerechtigheid) is op dit stramien geborduurd. En daarom moeten we teruggaan achter de geloofsleer met haar axioma van vergelding. Terug tot de bronnen van de joods-christelijke boodschap, de boeken van Oud en Nieuw Testament. Wiersinga geeft op blz. 30 een nogal merkwaardige omschrijving van de Bijbel: 'In deze bibliotheek van boeken (de 'bijbel') hebben we te maken met zeer gevarieerde getuigenissen van ervaringen van enkelingen en gemeenschappen met God en met elkaar'. In de Bijbel zijn 'lagen' te onderscheiden. Er is een algemeen antiek-oosterse 'laag'. Daarnaast de 'laag' van nieuwe geloofsinzichten. We willen hierbij 2 opmerkingen maken:
a. De Bijbel wordt op die manier een product, neerslag van geloofservaringen.
b. Via een schiftingsproces tussen verschillende 'lagen' kan Wiersinga schrapwat niet in zijn schema past.
Wiersinga kan er niet omheen te zeggen dat de gedachte van straf en vergelding ook in de Schrift voorkomt: de wijsheidsboeken. Genesis 3 en 4 (zondeval en straf); een woord als Gen. 9 : 6: wie het bloed van een mens vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden'; de voorschriften in Israels wet; de heilige oorlog (Jericho!) zijn evenzovele voorbeelden. Maar dat alles is kultureel bepaald. Israel deelt die overtuigingen met andere volken. En dan schrijft de auteur op blz. 32: Vanwege deze 'tijdgebonden' kulturele bepaaldheid is er echter evenmin reden deze visie op evenwichtsherstel als een goed verstaan van Jahwe's bedoeling te verdedigen of zelfs over te nemen'. Gen. 3 en zoveel andere teksten vallen dus gewoon af in dit kritische schiftingsproces. Jahwe schept ketens van heil. Dat is de specifieke Israëlitische visie. Hij lijdt mee met de lijdenden. En de profeten dromen van een toekomst waarin God en mens beiden weer tot hun recht komen en het verbond van hen samen weer in volle glorie zal funktioneren (blz. 33). Gerechtigheid is dus in Wiersinga's visie synoniem met heil. En wat het N.T. betreft, Wiersinga geeft toe dat Paulus in Rom. 5 : 12 de koppeling van dood en straf, lijden en vergelding kent. Maar dat is rabbijnse theologie. Dat is niets nieuws. Het nieuwe zou zijn dat Paulus Gods gerechtigheid niet ziet als vergeldend maar als heilscheppend verkondigt. Tussen haakjes: eze gedachte heeft Wiersinga ook in zijn proefschrift verdedigd. De exegetische kritiek van Ridderbos op Wiersinga's uitleg van Romeinen 3 legt hij dus zonder meer naast zich neer.
Vanwaar deze andere visie?
Geen verzoening of berusting dus met het lijden. Geen aanvaarding uit Gods hand. Waarom wil Wiersinga dit niet aanvaarden? Op blz. 95 zegt hij: Dit antwoord kunnen we om twee redenen niet meer geven.
Allereerst is er de ervaring van de eigen tijd en leefwereld. De schokkende ervaringen hebben het geloof aan Gods vergelding en het vertrouwen in zijn voorzienig bestel onmogelijk gemaakt. De moderne mens kan dit niet meer aanvaarden.
En de tweede reden is: een anders luisteren naar de getuigenissen van de Bijbel. 'Wij kunnen daarom niet meer volstaan met een bloemlezing van bijbelteksten tot de vorming en ondersteuning van een harmonisch Godsbeeld. We leren weer ontdekken, wegen en selecteren wat in die velerlei voorstellingen en getuigenissen van de bijbelschrijvers het waarlijk nieuwe, het echt betrouwbare en het veelbelovende Godsbeeld is' (cursivering van mij, A. N.) (blz. 95). Dus via een historisch-kritische uitleg, via een schiftingsproces tussen wat naar Wiersinga's visie achterhaald is en wat van belang is, wordt deze nieuwe visie uit de Schrift geput. De Schriftgegevens gaan ook bij Wiersinga door de filter van het eigentijdse denken en door een m.i. willekeurige uitlegmethode, waarbij onderscheiden wordt tussen de verschillende lagen. Maar met welk recht? Met welk recht wordt b.v. Genesis 3 weggeexegetiseerd? Dat wordt niet duidelijk. Bij een dergelijke wijze van Bijbellezen kan men de Schrift alles laten zeggen wat men zelf wil. Dat dit alles ingrijpende consequenties heeft hopen we in een volgend artikel te laten zien.
Utrecht
*) Dr. H. Wiersinga, Verzoening met het lijden? 116 biz. Prijs ƒ 10, —, Uitgeverij Ten Have Baarn 1975.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's