De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hier en Heden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hier en Heden

7 minuten leestijd

Toen ik vorige keer afbrak, peinsde ik voort. Onder de bedrijven door, die vele waren en zeer verscheiden. Een mens staat versteld over het uit-een van de besognes waar hij zich mee inlaat twee weken achtereen. Van het een naar het ander, van mens naar zaak, van groep naar individu, van ver verleden naar verwijderde toekomst, van profaan naar gewijd, van links naar rechts, van onder naar boven, van kerk naar wereld, van gemeen naar verheven, van hak naar tak. Het is een mallemolen. Maar allez, wij bepalen ons tot ons éne onderwerp.

Ik peinsde verder over eenheid en verscheidenheid. Over partijdigheid. Het grote euvel van gelijkelijk kerk en wereld is de ellende van de verdeeldheid van partijen. Dat is het directe gevolg van wat zij zondeval noemen. De mensheid viel uiteen. Het grote vat viel in scherven. Wij lezen terstond van vrouwezaad en slangezaad en van zonen Gods en dochters der mensen. Sindsdien gaat het proces in verschrikkelijke hevigheid voort. Eenheden vallen weer uiteen, nieuwe groeperingen ontstaan, binnen verbanden groeien vleugels, die weer afvallen. Tot op de huidige dag. Alle geschiedenis .is de eindeloze onenigheid van het éne menselijk geslacht. Alle pogingen tot herstel van eenheid te beginnen met Babels torenbouw mislukken keer op keer. Toch geven we de moed niet op. Wij blijven de verloren eenheid zoeken.

In deze chaos licht de hemelse heerlijkheid van het Verbond. In alle verbonden zijn twee delen of twee partijen. De God van het Verbond voegt samen wat tot in alle eeuwigheid hopeloos gescheiden moest blijven. Er zijn echter alom ook talloze valse verbonden, zoals er zoveel vals is wat schittert. Het blijft zodoende gecompliceerd.

En altijd ontstaan weer partijen. Telkens opnieuw kiezen wij partij. Dikwijls op grond van reeds eerder gedane keuzen. Ik grijp in het wilde weg een paar actualiteiten, die bij de hand zijn. Heel de wereld en niet in de achterban Nederland is, ontzet over de Spaanse furie. Men spreekt zich uit: pro, contra, of in allerhande gevarieerdheid daartussen in. Ook zijn er mensen, landen bovendien die geen partij kiezen doch op die manier toch weer een fractie vormen. Spontaan groeien eenheden, die dra weer overhoop liggen. Denk aan de liberalen, die mee optrokken naar het Domplein en dra het verwijt uitspraken dat eigenlijk voor hen geen plaats was in deze gelederen en dat de wijze waarop niet hun geest was. Roomskatholiek Nederland, zo niet heel ons land houdt de adem in van verwachting wie na kardinaal Alfrink de aartsbisschoppelijke zetel in Utrecht zal beklimmen. Bisschop Gijsen gaf in zijn Düsseldorfse redevoering een schot voor de boeg waar het in Nederland van dreunde. Ik ga er niet verder op in. Slechts constateer ik dat in veel sterkere mate dan wij ooit mogelijk achtten in de Una Catholica partijen zich vormen, die op to be or not to be manier elkaar bekampen. Nog één wat anders getint illustratief voorbeeld. Het CDA-gestuiptrek bewijst hoe hardnekkig het partijschap is en hoe tussen de sterren de eenheid. Van verdere waardeoordelen wil me wijselijk onthouden. Je moet wel van hoge huize zijn en Hegel heten om daar perspectieven in te ontdekken. Via thesen en antithesen bereiken we synthesen. En dan begint het lieve leventje opnieuw. Tot hoelang?

Het meest onverteerbaar is wel dat binnen de kerk of op het erf van het verbond — o tegenstrijdigheid! — immer weer nieuwe parijen de kop opsteken en partijdigheid zich breed maakt. Evenals bij het slot van het vorige stukje kom ik weer terecht bij Paulus' brief aan de gemeente van de Corinthiërs. Scherp gesteld komt de toestand hier op neer, zoals de Apostel schrijft: Ieder van u zegt: Ik ben van Paulus, en ik ben van Apollos, en ik van Cefas, en ik van Christus. In één opzicht waren zij één ondanks alle verdeeldheid. Zij waren hoofd voor hoofd van iemand.

Bijzonder interesseert mij het allerlaatste, of de laatstaangeduiden. Sommigen beweerden: Ik ben van Christus. Ik bespaar u de uitvoerige uitleg. De geschiedenis van de exegese van teksten en tekstgedeelten is een kerkgeschiedenis op zichzelf.

De Statenvertalers maken 't weliswaar gemakkelijk. Zij beweren in hun aantekening op de kant dat het hier gaat om eenvoudige en oprechte christenen die geen partijnamen van leraars hebben willen aannemen en daaraan welgedaan hebben. Hoe zelden, heb ik soms moeite met een kanttekening. Niemand zou daar meer begrip voor hebben dan de auteurs zelf. Zij hebben geen altoosdurende instemming over de gans de linie begeerd. Ik ben het eeris met een exegeet die zegt van dit twaalfde vers van 1 Cor. 1: 'Gramma­tisch staan alle vier (partijen) volkomen op één lijn, ze moeten ook op dezelfde wijze verklaard worden'.

Psychologisch is de uitleg van de Kanttekenaren niet bijster acceptabel. Indien het werkelijk betrof de oprechte christenen, zouden zij zichzelf dan zo makkelijk benoemen en onderscheiden met de uitspraak: Ik ben van Christus? Bovendien maakt Paulus hier geen verschil.

Ook zegt hij niet onmiddellijk daarop dat die vierde groep de ware christenen zijn in de gemeente, die hij deswege prijzen moet. Tenslotte is het een hardnekkig iets dat in de loop van geschillen en partijstrijd zich gedurig een aantal mensen werpt met de zelfbewuste bewering dat heel de rest dwaalt en niets te beduiden heeft, doch dat zij exclusief de waren en oprechten zijn. De Schrift stelt snedig: Niet die zichzelf prijst, is beproefd.

In de praktijk doen wij zoveel onverklaarbare ervaringen op. Die onmiddellijk naast elkaar staan voelen zich onuitsprekelijk vreemd van elkaar. Bij anderen, die volgens geijkte indelingen mijlen van ons verwijderd zich hebben opgesteld, merken wij soms een eigenaardige maar wel diepgaande verwantschap. Wij stuiten op onbegrijpelijk samengaan van personen en groeperingen en eveneens op Iraadselachtig gescheiden zijn van wat ten diepste bijeenhoort. Er bestaan blijkbaar nog andere criteria dan die van eenstemmigheid in leer, gemeenschappelijkheid in praktijk en uniformiteit in beleving.

De vraag rijst of onze maatstaven, die veelal ontleend zijn aan een gelijkluidend brokje levensstijl, gemeenschap van cultuur of samenvallend taalgebruik, wel volledig doorslaggevend zijn. Twee zouden het eens kunnen zijn over de waarheid dat het slechts weinigen zijn die zalig worden. Wanneer het echter aankomt op het aanwijzen van die weinigen volgens inzicht van elk van de twee, zou kunnen blijken dat de verdeling over onderscheiddene modaliteiten heel en heel anders uitviel. Ik wil daarmee zeggen dat ons oordeel beduidend bescheidener moet uitvallen. Wij moeten veel meer terug achter het woord: De Heere kent die de Zijnen zijn. Wat minder zeker van onszelf en wat meer zeker van de Heere Jezus heeft te maken met de zekerheid van het geloof. Vergeten mag niet dat bij het uiteindelijk oordeel van levenden en doden het criterium geldt niet van orthodoxie maar van geloofsvrucht. Zie Mattheus 25; dezer dagen heftig in discussie. Juist de hardnekkige vermetelheid en zelfverzekerde stelligheid van die vierde groep, die zegt: Ik ben van Christus maakt de zaak soms zo onuitsprekelijk moeilijk en verdrietig. Sommigen menen hun uil een valk en hun christen-zijn het ware te zijn. De Apostel komt er op het eind op terug en hij komt er uit. Nadat hij de vier partijen en hun vier identiteiten in leuzen verwoord heeft getekend, zegt hij aan het slot van zijn uiteenzetting het volgende: U zegt ik ben van die en van die en van die en van die, maar zo ligt het niet. Wel veel en veel minder krampachtig. Niemand roeme op mensen. Wij kunnen blijkbaar, zo gaat dat eenmaal onder mensen, slechts van één zijn, doch iets anders is dat alles van u kan zijn. Paulus, Apollos en Cefas zijn van u. De vierde partij is hier vanzelfsprekend weggevallen. Doch gij zijt, doch dan in de ware oprechte zin, van Christus en Christus is Gods. De gemeente stroomt samen uit alle geslacht, en taal, en volk, en natie. Gods criteria zijn hoger dan onze criteria.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Hier en Heden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's