Een overvloedige regen
Want er is het geruis van een overvloedige regen. (1 Koningen 18 vs. 41b)
Nee, er valt nog geen regen, er is alleen maar dat veelbelovende geruis. Zevenmaal stuurt Elia zijn knecht naar boven, of er misschien een wolk langs de blauwe lucht drijft. Tevergeefs. Het getal zeven is goed voor volkomenheid, de zaak is dan rond, de rust treedt in, na de arbeid. Zes dagen zult gij arbeiden. Bidden is arbeiden, zwaar werk verzetten. De zevende dag is de dag van de verhoring. De Heere antwoordt verrassenderwijze. Even bidden ! Dat is geen bezigheid, dat is ledigheid, waarop de duivel zich te slapen legt. Wij hebben het over gebedswerkzaamheden, inspannend uitputtend, maar niet zonder hoop. Hoop op God. Ondertussen komt de Geest onze zwakheden te hulp, anders hielden wij het niet vol. Hij is de Geest der gebeden, de Geest van Christus. Satan roept ons toe onze pogingen maar te staken. Houdt er toch mee op, zesmaal krijgt hij zijn kans. Zevenmaal. Dan zijn zijn kansen verkeken. Dan valt de verhoring als een rijpe vrucht in de schoot van het gebed.
Alles goed en wel, maar er is niets. Die jongen van Elia is ook te beklagen. Hij heeft met Elia meegeleefd, hij weet wat er aan de orde van de dag is: regen, hij begreep dat die op komst was. Nu is de dag bijna voorbij en er komt niets van. Daar zit de profeet, het hoofd tussen de knieën. Hij rent heen en weer. Niets. De spanning stijgt. Zal Elia plotseling opspringen en zeggen: ga maar mee, het was een vergissing, zouden die twee, als geslagen honden huiswaarts keren ? Maar .. .Ik zal regen geven op de aarde. En... Want er is een geruis van een overvloedige regen. Wat moet hij daarmee ? Jongens en meisjes, jullie zien toch ook wel uit naar wat de Heere heeft beloofd. En zien jullie er dan niets van, al vraag je er herhaaldelijk om. Moedeloos zou je ervan worden. Blijf toch maar in de buurt van Elia ! Je zult wonderen zien. Elia bidt zevenmaal. Geen wolkje, geen spoortje en geen streepje van een wolk. Ga weer! Want er is.
Er is en er is niets. Dat lijkt verdacht veel op wat vanmiddag duidelijk werd: er was geen stem en geen antwoord en geen opmerken. Niets, al deden de baaispriesters nog zo hun best. En hier ligt de bestrijding op de loer, hier grijnst de satan ons aan. De Heere is er net zo min als Baal. Het zal Elia nog net zo vergaan als de dienaren van Baal. Waar is nu uw God ? Dan gaat het niet meer om de regen, dan gaat het om God. Dat geruis is een wens, een waan. En de Heere is een leugen. De worsteling om het antwoord wordt een worsteling om de Heere. De duivel maakt de Heere verdacht: Hij hoort niet. Hij antwoordt niet. Elia, je bent met Hem niet beter af dan die anderen met Baal. Je hebt met hen de spot gedreven: roep harder, luider, hij is immers een God. Nu krijgt Elia de spot teruggespeeld: Hij is immers God. Hoe kan dat ons door de ziel snijden, als zou het om het even zijn, de Heere en Baal. Eerst Baal als een bedrieger aan de kaak gesteld en nu de Heere. Het beneemt de adem aan het gebed. Er valt een gat in het gebed, en daarin verdwijnt onze verwachting. Stilte, leegte. Wat vanmiddag beleden werd, dat moeten we tegen de avond terugnemen. En dat vuur dan ? Dat verteerde toch 't offer, dat is toch echt gebeurd. Ach, als dat vuur nu eens 'toevallig' was ?
Eindelijk. Een wolkje als eens mans hand. Het kan niet kleiner. Elia heft het hoofd op ! Gij heft mijn hoofd omhoog en doet me Uw gunst aanschouwen. De Heere is God ! De regen is in aantocht. Ga Achab waarschuwen: span de paarden voor de wagen. Stel uw vertrek niet uit. Straks stroomt de regen neer, overspoelt de weg, doorweekt de lemen boden, zodat de wagen in de modder vastloopt. Dat gevaar is niet denkbeeldig. Als de regen neergudst worden de wegen onbegaanbaar, vullen de beddingen zich en treden de beken buiten hun oevers. Haast u.
Die kleine wolk die je met je hand zou kunnen pakken, als een bloempje van de hemel plukken en in je handpalm verstoppen is even later een grote, grauwe wolk, die door de wind snel landinwaarts gedreven wordt. De lucht betrekt, de zon gaat schuil; in een oogwenk wordt de hemel van wolken en wind zwart. Het geruis wordt een gerommel. Reeds vallen de eerste droppels op de rulle grond en trekken er hun natte kringen. Dan klettert de regen neer; een steile wand van water. En er kwam een grote regen.
Veracht de dag der kleine dingen niet. Een kleine wolk is de voorbode van een overvloedige regen ! Bedenkt dat de Heere woord houdt en er werk van maakt. Is het eenmaal zover, dan zullen wij ons verwonderen over Zijn trouw. Het antwoord wordt als een wonder ontvangen en ervaren! De grond kan die plotselinge regen niet verwerken, plassen en poelen vanwege die^ regenval. Elia kan het nauwelijks verwerken. De man, die zo lange tijd zat, ineengedoken en in gebed verzonken springt op, loopt, voor Achabs wagen uit. Een rit, een ren van twee uren minstens. De hand des Heeren was over Elia. Een bovennatuurlijke kracht; de kracht van Israels God. Die de Heere verwachten zullen de kracht vernieuwen.
Naar Jizreël. Achab reed weg. Hij had de nederlaag geleden; zal hij zich overgeven ? Of pleegt hij nog verzet ? Elia heeft de overwinning behaald. Zal hij daarvan de vruchten plukken ? U weet het: straks klaagt Elia, als een verslagen man. Maar wat er verder volgt is van later zorg. Wij mogen de dag, op de avond prijzen. We, zien Elia voor Achab uitgaan, de heraut des Heeren, het vaandel van Zijn naam hoog boven hem geheven: De Heere is God. De aarde gonst: het regent. De mensen worden wakker, gaan naar buiten, vallen elkaar in de armen: het regent. En menigeen verheerlijkt de Heere, de God van Israël. Die alleen wonderen doet.
Wij gaan niet vergeestelijken; de naam des Heeren stond duidelijk genoeg in zijn geschiedenis geschreven en in het verbond krijgt het volk, het land, de grond, een plaats. Eén vergelijking dringt zich echter aan ons op: Pinksteren. In Jeruzalem waren er twaalf bijeen om te bidden dat het zou gaan regenen, naar Christus' belofte. Hij heeft die belofte van de Vader ontvangen. Hij stort de Heilige Geest uit. Een wolkbreuk. Het dorre land wordt tot staand water.
En nog daalt de regen van de Geest. Waar ? Wanneer ? Waar mensen de knie niet buigen voor Baal, maar het hoofd diep tussen de knieën steken, om tot de Heere te roepen en om te pleiten op Zijn Woord. Er is veel verdord, de droogte heerst als een oordeel. De Geest doet het herleven. Zo waar, iets van een wolk ! Kijk die wolk eens. Hij spelt ons de wederkomst van Christus. Wie het met de baals hield wordt weggevaagd. Verheugen zullen zich allen, die Hem verwachten tot zaligheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 oktober 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's