Over de adiaphora
Pastorale overwegingen
3
Maar ook geen bandeloosheid
Wijzen we een enghartig wetticisme af, waarbij het trouwens gaat om de eigengerechtigheid van de mens en niet om de eer van God, toch dreigt een andere klip voor het levensschip van het geloof. Al gauw is de mens ook geneigd bepaalde dingen niet zo belangrijk te achten en zichzelf een (al te) grote mate van vrijheid te verlenen. Zijn alle dingen die men zelfs als 'middelmatig' beschouwt, dat ook werkelijk? Kunnen onbelangrijk lijkende dingen vaak toch niet verstrekkende gevolgen hebben? Zijn schijnbaar onbeduidende handelingen soms niet uiting van een bepaalde neiging? Men komt gemakkelijk op een zeer hellend vlak. Van het een komt men in het ander. Als 'dit' toch echt geen kwaad is, dan is 'dat' het ook niet. Zo kan langzamerhand heel wat onttrokken worden aan de bestemming om Gods eer te dienen. Het gevaar dreigt, dat men bij de erkenning van het koningschap van de Heere Jezus over ons leven al vast te voren een bepaald terrein afbakent en zegt: en daarover beslis ik zelf als koninkje. Maar het gaat veel meer om de gezindheid van het hart, dat tot een bepaalde levensstijl voert dan om pijnlijk nauwgezette inachtneming van zekere regels. Die gezindheid van het hart, beheerst door de vreze des Heeren doet ook waken tegen een soort vrijheid, die alles naar eigen goeddunken beslist.
Stelde Söe het voorbeeld van een wandelaar, later noemt hij het voorbeeld van een ingenieur, die bezig is met de bouw van een brug. Daarbij vraagt die man ook niet bij elke technische kwestie: wat wil God? Maar hij poogt zo goed mogelijk met het inzicht, dat God hem gaf te handelen. We hebben de talenten van God ontvangen wel te ontplooien. Soms zal het nodig zijn ook de technische middelen en methodieken, die worden gevolgd, te toetsen aan de Schrift.
Onze vrije tijd(sbesteding)
Hoe langer hoe meer wordt het hebben en benutten van 'vrije tijd' een probleem. Sommigen zien daar reeds een oordeel in. Vroeger was er geen sprake van. Toen werkte men hard, en het zag er heel wat beter uit. Tegenwoordig met al die leeglopers, nietsnutten, de terugdringing van het aantal uren of dagen van arbeid komen we hoe langer hoe meer in het verval en de chaos terecht.
Toch bedenke men wel, dat het levenstempo heel wat hoger ligt dan vroeger. Stuk voor stuk hebben we allen rust, adempauze, ontspanning, verkwikking nodig. Natuurlijk komt ook hierbij een louter zakelijke overweging aan de orde hoe we de vrije tijd zo goed mogelijk gebruiken. Hoe is de waarschuwing op zijn plaats om bij voorbeeld de vakantietijd niet zo te gebruiken, dat we afgemat, jakkerend van het een naar het ander, thuiskomen. Lichamelijke en geestelijke ontspanning is zo nodig.
In onze vrije tijd kunnen we soms voor een ander wat zijn. We kunnen ons verdiepen in lectuur, die dient tot geestelijke verrijking en ons afstand doet nemen tot onze werk(situattie) en onze problemen. Er zij aandacht voor ons gezin. Weten onze kinderen nog, dat ze een vader en moeder hebben? Het tijdelijk verkeren in een andere omgeving, het ontspannen wandelen in een mooie, soms betoverende schone streek, kan medicijn zijn voor een vermoeide geest.
Zorgde de Heere Jezus niet voor rust voor Zijn jongeren, die niet eens meer tijd hadden om te eten? Hoe menigmaal stak Hij niet af met de Zijnen van de wal, de zee op? Zeker, ook een stuk beproeving was daarin gelegen, maar ogenblikken van rust, stilte, overdenking zijn kostbaar.
Sterke en zwakke gelovigen
Bij onze houding tegenover middelmatige dingen, moeten we wel bedenken, dat we ook verantwoordelijk zijn voor elkaar. Het kan voorkomen, dat we in een onbelangrijke zaak zelf geen kwaad kunnen zien, maar deze toch nalaten uit liefde voor de ander. Een beroemd voorbeeld daarvan toont Paulus, wanneer hij het heeft over het eten van vlees, aan de afgoden geofferd. Er waren er toen in Rome en in Korinthe, die redeneerden: een afgod is niets, en vlees is een gave van God, ik mag en dat eten met dankzegging. Anderen meenden dat men door vlees te kopen en te eten eigenlijk de afgodendienst steunde. Paulus wijst er dan op dat aan de ene kant degenen, die in vrijheid er gebruik van maken de 'bezwaarden' niet moeten veroordelen, maar omgekeerd ook niet. Men moet een medegelovige niet tot iets verleiden, wat hij met zijn geweten niet in overeenstemming kan brengen. We moeten elkaar uit liefde ontzien en niet nodeloos in het nauw brengen Aan de ene kant ziet men af van gebruiken, waarmee men, ook al ziet men er zelf geen kwaad in de ander treft. Anderzijds schikke men zich in niet-principiële zaken.
Katwijk aan Zee
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 november 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's