Over de adiaphora
Pastorale overwegingen
4
Zorgvuldig pastoraat
Men mag verwachten, dat volwassen kinderen Gods zonder voor elk geval vaste regels te geven toch leren onderscheiden vanuit de Schrift bij het licht van de Heilige Geest tussen principiële en niet-principiële zaken. Mogelijk zullen mensen in bepaalde situaties met name aan predikanten raad vragen. Het is altijd goed met elkaar contact te hebben, nadat men echter eerst met de Heere heeft gesproken in het gebed. Vergeten we ook het wijze woord van Luther niet: twijfel je in een bepaalde zaak, doe het dan niet! Het is niet geraden tegen het geweten in te gaan. Al is ook het geweten bezoedeld door de zonde. Maar door verzoenende en vernieuwende genade functioneert ook dat in beginsel weer.
Moeilijker ligt het met kinderen. Niet altijd overzien ze alles. Ze staan in een snel veranderende wereld met terugdringing van de bijbelse boodschap en invloed. Zo gemakkelijk worden allerlei dingen tot middelmatige verklaard. Uiteraard biedt de catechese stof en gelegenheid tot nader gesprek. Passen we ervoor op uit te gaan van de stelling: hoever kan ik mee en toch nog net een christen blijven? Passen we ook op voor een vroom wettisch stelsel van: raak niet, smaak niet, roer niet aan!
Soms moet men in een situatie tegenover een zelfde zaak nu eens ja dan weer neen zeggen. Calvijn (Institutie III-19-12) wijst erop dat Paulus Timotheus wel wilde besnijden maar Titus daarentegen persé niet. Hij besluit met de prachtige opmerking: 'een vroom mens moet bedenken, dat hem daarom de uitwendige vrijheid is toegestaan, opdat hij tot alle plichten der liefde des te bekwamer zou zijn'.
Er zij bijbels onderscheid
De vermaning is van toepassing om dezer wereld niet gelijkvormig te worden. Dat betekent niet, dat we krampachtig er op uit zijn een zichtbare en zelfs heel opvallende scheiding tussen gelovigen-ongelovigen zelf te scheppen. Zeker, wie een vriend der wereld wil zijn, wordt een vijand Gods gesteld. Maar... vijanden krijgt men met een echt godvruchtig leven vanzelf wel, die behoeven we niet te maken en te zoeken. Daarom moet men het gevaar van wereldgelijkvormigheid ook niet in bepaalde uiterlijke dingen laten opgaan. Dat lijkt erg vroom maar het kan heel goddeloos zijn. Een armzalige dekking van eigen gebrek aan ware vreze Gods en aan een leven van vrije genade. Heel de levenshouding en - ontplooiing zij erdoor beheerst.
Men zou de stelling kunnen wagen: de Kerk mag alles, — zij kan nooit anders als Kerk de ere Gods beogen. De wereld mag niets, — zij kan als wereld nooit anders dan tegen Gods geboden ingaan. Ik bedoel maar: wat is het beginsel, vanwaar men uitgaat en wat is het doel dat men beoogt? En het kwaad zit ook niet zozeer in allerlei stoffelijke dingen als wel in het gebruik ervan door de mens, die kwaad is van nature.
Reeds in de dagen van Christus leefde een geslacht dat de mug uitzijgt en de kemel doorzwelgt.
Ik herinner me een begrafenis, geleid door wijlen ds. Lamens. Op een aanmerking van een familielid, dat hij tot zijn spijt van de dominee geen woord van afkeuring over de t.v. op de begrafenis had gehoord, antwoordde de pastor snedig: 'vriend, heb je al eens last gehad van die knop binnen? Die kan ik maar niet omgedraaid krijgen'. Dat schrijf ik nu maar, zonder aan te nemen, dat iemand zal menen daarmee deze door mij vergoelijkt te zien. U weet zeker beter. Maar het bedroeft mij, dat velen niet verder komen dan dat toestel en nimmer de blik naar binnen sloegen bij het ontdekkend licht des Geestes. Hoe staan we in en tegenover ons huwelijks en gezinsleven, het geld, de welvaart, de politiek, het geroddel, en zoveel meer.
De grote regel
Destijds heeft dr. Kuyper gezegd: is er wel één terrein, waarvan Christus niet zegt dat is Mijn? De tijd is wel voorbij, dat men sprak: Wij, Calvinisten... wij, Gereformeerden, ... alles opeisend voor Koning Jezus. Er wordt heel wat tonen lager gezongen. De Kerk is een verdwijnende minderheid. Jawel, maar nog altijd is er een volk in de wereld, dat door genade gelooft, hoopt en liefheeft. En is het niet zo bij de christen, dat het gehele leven, en daarbij behoort de dan ook ingenomen positie ten opzichte van de middelmatige dingen, dient te beantwoorden aan Gods wil, Christus toebehoort en beheerst wordt door de Heilige Geest? Als dat werkelijk levenspraktijk is verdwijnen er heel wat problemen. De noodzaak wordt tot begeerte, moeten tot mogen: al wat gij doet... doet het alles ter ere Gods.
Katwijk aan Zee
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 november 1975
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's