De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Amos moet zich legitimeren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Amos moet zich legitimeren

8 minuten leestijd

Zullen twee tesamen wandelen, tenzij dat zij bijeengekomen zijn? Amos 3 : 3.

Amos kreeg het volk zomaar niet mee. Integendeel. En toch wou de profeet dit zo graag, daar was het hem om te doen, daarvoor was hij naar het Noorderland gekomen. Neen hij vond het echt zo fijn niet, dat hij dit allemaal aan Israël vertellen moest. Hun zonden vertellen moest, waar God de Heere zo nauwkeurig aantekening van gehouden heeft. Het oordeel van God over hun zonden vertellen moest, dat vast en zeker komen zou, want God neemt het niet, kan het niet nemen, dat wij mensen Zijn geboden overtreden en aan Zijn inzettingen ons niet gelegen laten liggen. De Heere is te rein van ogen dan dat Hij het kwade aanschouwen kan. Niemand moet denken, dat God het kwaad, dat wij zo gemakkelijk bedrijven maar over zijn kant laat gaan, kan laten gaan. Hij komt er tegen in het geweer en laat het Israël en ons allemaal weten, dat het Hem ernst is, bloedige ernst is. En daar heeft juist Israël mee te maken, het volk met een roemruchte historie, waarin beschreven staat Gods heilvol handelen, dat getuigt van grondeloze barmhartigheid. Hij heeft het zo goed voor met dit volk, dat een aparte plaats in Zijn hart heeft. De blijken hiervan hebben zij ondervonden. Hen zocht Hij op, toen ze in grote nood verkeerden in het land van Egypte, toen zij de ondergang nabij waren. Opgevoerd heeft Hij hen door Zijn sterke arm. Verkiezende liefde was het, dat Hij hen alleen uit alle geslachten van de aardbodem gekend heeft, bijzonder bemind heeft en daarom zo genadevol met hen gehandeld heeft. Zij hebben mogen ondervinden — en niet alleen bij die gelegenheid — Zijn vrije gunst, die eeuwig Hem bewogen heeft. Daarom komt Hij hun ongerechtigheden bezoeken. Daarom met hen afrekenen. Daarom Zijn oordelen voltrekken aan hen. Zij trekken verkeerde conclusies uit deze liefdevolle opstelling van de Heere, waarvan Hij al tot Abraham gesproken heeft. Zij denken, dat het nu wel wat lijden kan, dat zij ongestraft hun gang kunnen gaan. Maar juist deze verkiezende liefde en deze onderscheidende behandeling legt hun zware verplichtingen op, waarvan de Heere mag verwachten, dat zij deze graag en van harte aanvaarden en willen volbrengen. Ze hebben het echter volslagen bij 't verkeerde eind, als zij er van uitgaan, dat alles wel terecht komt en de dag des Heeren voor hen een dag van louter licht zal zijn, zodat zij met slaande trom en vliegend vaandel het hemelse Kanaan eenmaal in zullen trekken en de hemelse heerlijkheid zullen beërven. Het tegendeel wordt hun hier verkondigd. Hoort en betuigt in het huis van Jacob, spreekt de Heere, de God der heirscharen: dat Ik tendage als Ik Israels overtredingen over hem bezoeken zal, ook bezoeking zal doen over de altaren van Bethel; en de hoornen van het altaar zullen worden afgehouwen en ter aarde vallen. En Ik zal het winterhuis met het zomerhuis slaan; en de elpenbenen huizen zullen vergaan en de grote huizen een einde nemen, spreekt de Heere!

Maar dit nemen ze niet, de leiders van het volk, de priesters en de profeten. Ze spreken er ten overstaan van het volk hun misnoegen over uit. Het toppunt van brutaliteit om uitgerekend hier dit te komen vertellen. In Bethel notabene, waar het volk zijn vroomheid betoont in het brengen van de offeranden en het prijzen van de Heere door de godsdienstige liederen onder begeleiding van de muziekinstrumenten van het heiligdom aan te heffen en zo op verhoogde toon de lof des Heeren uit te zingen. Laat die man, die Amos, zo gauw mogelijk inrukken en terugkeren naar het land, waar hij thuis hoort, naar Juda en daar zijn profetisch woord ten gehore brengen. Zij hebben er hier niet in het minst behoefte aan. En bovendien, waar haalt hij het recht vandaan zo te spreken? Ieder kan zich wel verbeelden profeet te zijn en het zichzelf aanmatigen in de naam des Heeren een boodschap over te brengen. Laat hij zich eerst maar eens legitimeren tegenover hen. Waar haalt hij zijn volmacht vandaan, zijn bevoegdheid, om zo te spreken? Een grote teleurstelling voor de man Gods, die gekomen was met de beste bedoelingen. Die zo graag het volk meegekregen had door zijn boodschap. Hen zo graag bewogen had tot een ommekeer, tot een wederkeer naar de Heere toe, naar Zijn Woord en dienst toe. Want om de bekering van Israël gaat het hem, net zoals het de Heere hierom gaat. Amos weet zich in Zijn dienst. Maar hoe kan hij dit volk met zijn leidslieden hiervan overtuigen? Wij staan zo machteloos in ons verweer tegen al de aanvallen, die gedaan worden op het Woord des Heeren. Zo machteloos als het om bewijzen gaat van de waarheid van de Goddelijke boodschap. Elia kon het indertijd zelf ook niet, koning en volk overtuigen van de waarachtigheid van zijn boodschap, van zijn door God-gezonden-zijn om dit het volk te verkondigen, dat de baal niets is, alle eigenwillige godsdienst niets is, maar de Heere alleen werkelijk God is en Hij het alleen waard is om geloofd en gediend te worden. Ook Amos kan het niet. Waarmee kan hij zich dan legitimeren als een profeet van de Heere, als de mond van God? Hoe dan het waarmaken, dat hij in dienst van God staat? Alleen door er van te getuigen, dat hij aan Gods kant staat, van binnen in zijn hart door de Heere gegrepen is , overweldigd en daarom met de Heere meegaat, zodat zij samen zijn, samen wandelen, hetzelfde zeggen. En hiervan zal God de Heere Zelf de bewijzen leveren door Zijn overtuigende kracht in het hart van hen, die naar de boodschap willen, luisteren. Hebben zij dan niet de bazuin horen blazen ten teken dat het oorlog is. Dat zij te wapen geroepen worden tegen de vijand? Amos heeft het gehoord, aandacht geschonken aan de Goddelijke boodschap met heel zijn hart, zodat hij zijn eigen weg en bestaan opgegeven heeft en meeging met God. Amos is het met de Heere eens geworden, daarom wandelt hij samen met God op. Daarom verkondigt hij ook de boodschap van zijn God. Bij de Heere is hij gekomen, daarom is hij het eens met God geworden. Zullen twee tesamen wandelen, tenzij dat zij bijeengekomen zijn?

In deze legitimatie ligt eigenlijk alles verklaard. Bijeengekomen, bij God gekomen. Dit is wel de heel nare en bedroevende situatie, waarin wij mensen verkeren, dat we helemaal niet met God opwandelen. Integendeel, we zijn van elkaar afgeraakt en onze wegen gaan hoe langer hoe verder uiteen. Van God afgelvallen en de duivel toegevallen, hiermee is ons hele bestaan wel zeer duidelijk getypeerd. Maar dit is dan ook onze zeer grote nood en diepe ellende. Van God af. God kwijt, zonder God in deze wereld, dan zijn we de bron van alle geluk en heil, van ons welzijn, kwijt. Dan hebben we God tegen, wiens oordeel niet af te wenden is vanwege al onze overtredingen. En daar maakt Amos zich juist nu zo druk om, dat we dit in gaan zien, hiervan opschrikken en daarom wederkeren van onze eigen weg af, onze boze weg van God-verlating, om met God in het reine te komen en met Hem verder op te wandelen, gelijk Henoch wandelde met God. Hebben zij dan de leeuw niet horen brullen? Amos heeft de Heere horen spreken en daarom profeteert hij. Om dat horen, dat innerlijk horen, gaat het nu juist. Dat hebben ook wij nodig, dat Gods stem binnendringt in ons hart. Wij zijn er van nature op uit onszelf te handhaven door alleen maar te luisteren naar onze stem van ons eigen verstand, van ons eigen inzicht, van onze eigen vroomheid en eigengerechtigheid. De doorbrekende kracht van Gods stem hebben wij nodig, zodat we opschrikken van Zijn Woord, tot inkeer komen, niet verder durven op onze eigen weg en voor de Heere vallen, in alle ootmoed met smeking en geween Zijn aangezicht zoeken. De kracht van Gods omkerende genade hebben wij nodig, opdat we een en al aandacht voor de Heere krijgen en door Zijn onweerstaanbare kracht worden meegenomen op Zijn weg. Dan komen we aan Gods kant. Dan wordt alle eigenwilligheid tot zonde. Dan zullen we opstaan en tot de Vader van alle barmhartigheid gaan met boetvaardigheid en een hartelijk belijden van het kwaad, dat we hebben bedreven. Dan zullen we vluchten in de Heere, die trouwe houdt. Zijn Verbond houdt en in Christus Jezus zondaren aanneemt, al hun ongerechtigheden vergeeft en Zijn heil doet kennen in het kind mogen worden van de hemelse Ontfermer. Dan met Hem als een Vader wandelen en genieten van al Zijn liefdevolle verzorging en bewarende goedheid en verkwikkende genade. Dan met de Heere meegaan om als een kind in alle aanhankelijkheid voor de hemelse Vader te leven. Hem lief te hebben en te dienen. Dan aan Gods kant in de afweer van alle zonde en in het ijveren om ons te oefenen in alle Godzaligheid. Van Hem getuigen en de Heere aanprijzen en voor Hem te zoeken te winnen allen, die nog afdwalen en Zijn dienst niet onderhouden. Wat een zalig leven zo met de Heere op te wandelen en zo de toekomst van de Heere Jezus, de Middelaar en Zaligmaker, tegemoet te gaan. Zo worden we het door Gods Geest met al Zijn woorden eens en houden we de Heere voor waarachtig, op wie we ons in alle omstandigheden vol vertrouwen verlaten. Zo zullen we door Zijn Geest innerlijk overtuigd zijn van de waarachtigheid van al Zijn woorden!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Amos moet zich legitimeren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's