De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

9 minuten leestijd

De nieuwe theologie en de Schrift

In het rapport van de deputaten voor de oefening van het verband met de theologische faculteit van de Vrije Universiteit aan de Generale Synode van de Geref. kerken is onder meer opgemerkt dat een kloof is ontstaan tussen de nieuwere theologische ontwikkelingen aan de VU en de traditionele geloofsbeleving van vele gereformeerde kerkleden. Deputaten wijzen erop dat de nieuwere theologen in de Geref. kerken zich wel verbonden achten met het belijden van de kerk, maar dat hun uitdrukking van dit belijden vanwege de nieuwere ervarings-, cultuur-en denkmodellen waarvan zij zich bedienen, niet meer in te passen is in de kaders van de belijdenisgeschriften. 'Zij zeggen niet alleen dezelfde dingen anders, maar zeggen ook wezenlijk andere dingen'. Daardoor ontstaat de indruk, dat zij anders geloven en de band met het gereformeerd belijden losgelaten hebben.

Afgezien van de wat vage term 'nieuwere theologen' is de bedoeling wel duidelijk. De situatietekening zoals die door de deputaten gegeven wordt is eerlijk gesteld. Dat heeft Prof. dr. H. N. Ridderbos in zijn rubriek Van week tot week in het Geref. Weekblad (Kok, Kampen) van 31 oktober er toe gebracht op deze situatietekening dieper in te gaan.

Ridderbos meent dat de door deputaten gesignaleerde kloof niet alleen het gezag en de binding van de belijdenis raakt maar ook de visie op de Heilige Schrift.

Het is echter te vrezen, dat voor de hervinding van de eenheid en de overbrugging van 'de kloof', ook deze weg geen uitkomst meer biedt. Wat n.l. thans de eenheid van de kerk bedreigt is niet, dat zij (volgens sommigen) in haar belijden niet conform de Heilige Schrift zou zijn, maar juist, dat zij in de conformiteit met de Schrift haar eenheid tracht te bewaren. Immers — zo wordt thans met steeds grotere nadruk gesteld en ook boven bedoelde deputaten signaleren dit in hun rapport — ook de Schrift zelf bevat de openbaring van God slechts op indirecte wijze. Men bedoelt daarmee - dat hetgeen in de Schrift als heil verkondigd wordt slechts in de vorm van menselijke interpretaties (Mattheüs, Johannes, Paulus etc.) tot ons komt en dat die interpretaties denk-, ervarings-en cultuur-'modellen' veronderstellen, die niet meer de onze behoeven te zijn, of zelfs niet kunnen zijn en waaraan wij dus niet gebonden kunnen worden. Daarom kan het beroep van de belijdenis op de Schrift, ook al is dit beroep op zichzelf nog zo juist, geenszins uitsluitsel geven over wat in de kerk zal moeten gelden en haar eenheid zal bepalen. Want meer en meer blijkt, dat de kerk in haar belijdenis van het heil van interpretaties uitgaat, die wel bijbels zijn, maar niet meer passen in 'het kader' van ons denken.

De Schrift en de ervaring

Ridderbos noemt dan als voorbeeld de discussie rondom de verzoening. In de belijdenis der kerk wordt over de verzoening gesproken in termen als 'losprijs', 'zoenoffer', 'plaatsvervanging'. De nieuwere theologie zal niet kunnen ontkennen dat de belijdenis hierin de Schrift volgt. En vele van haar aanhangers geven dit ook toe, dat b.v. strict exegetisch de Schrift de plaatsvervanging leert, en Christus' sterven als losprijs ziet. Maar Ridderbos wijst erop, dat de nieuwe theologie, die weet dat iemand als Wiersinga zwak staat in zijn beroep op de Schrift, Wiersinga toch zal volgen in zijn bezwaar, omdat zij de bijbelse interpretatie van de verzoening in de belijdenis voor onze tijd niet meer relevant acht. Wij moeten, zegt men, bevrijding en verzoening vanuit een geheel andere ervaring anders 'vullen' dan Paulus en de andere apostelen deden. Wij kunnen niet meer in de bijbelse voorstellingen uitzeggen wat 'heil' is. Men denke b.v. aan het TV-gesprek tussen Kuitert en Schillebeeckx waar o.m. de stelling verdedigd is: De mens verandert, en zijn heilsvoorstellingen veranderen, dus verschuift ook de heilsverwachting en de betekenis van het heil in Jezus.

Ridderbos haakt hier op in, en hij schrijft dan:

Onlangs is voor het IKOR — ik mag wel zeggen in grote make up — het nieuwe boek van prof. Schillebeeckx gepresenteerd, in welke uitzending ook door gereformeerde theologen grote en bewonderende instemming met dit boek is betuigd. Welnu, dit boek is vol van de bovengenoemde wijze van theologiseren. Schillebeeckx propageert hier wat hij noemt een 'kerygma-en dogma-kritische houding' ('kerygma' betekent de bijbelse verkondiging). Hiermee bedoelt hij niet de critiek van een ongelovige, maar die van een gelovige, die vanuit hetgeen hij van de 'aardse Jezus' meent te mogen verstaan de christelijke ('kerugmatische') en kerkelijke (dogmatische) voorstellingen van de heilsbetekenis (bijv. van Jezus' dood) wil toetsen, om dan te zien of wij voor onze christelijke verlossingsleer daaraan gebonden zouden zijn. In dit verband noemt Schillebeeckx ook met name 'voorstellingen' als 'losprijs', 'zoenoffer', 'plaatsvervanging' en dgl. Schillebeeckx ontkent geenszins, dat die voorstellingen bijbels zijn of in het bijbelse kerygma hun grond vinden. Maar ze behoeven, omdat de Bijbel zo over verzoening en verlossing spreekt, voor ons nog niet bindend te zijn. En als het over de opstanding gaat, distianceert hij zich nog veel verder en veel nadrukkelijker van wat er volgens de Bijbel in de 'opstanding' met Jezus gebeurd zou zijn; om zich terug te trekken op de opstandings-ervaring van de discipelen, die in de opstandingsverhalen later op een voor ons volstrekt niet meer te volgen wijze is geobjectiveerd en geïnterpreteerd.

Nu is het niet mijn bedoeling te zeggen of-te suggereren, dat wat in het boek van Schillebeeckx wordt gepropageerd, in onze kerken (reeds) gemeengoed zou zijn geworden. Ik denk, dat het tegendeel het geval is. Maar het behoeft ook echt niet alleen van Schillebeeckx te komen. De grondgedachte ervan, in hoe moderne vorm ook voorgedragen, is ook in geen enkel opzicht nieuw. Zij is deze, dat 'in Jezus geloven', 'door Hem gegrepen zijn', etc. nog niet betekent, dat men nu ook in 'de Christus der Schriften' zou moeten geloven, d.w.z. in Jezus zoals Hij ons in de Schrift wordt getekend en wordt verkondigd. Niet voor niets is daarom in de strijd over de betekenis van Jezus door de kerk steeds weer op de Christus der Schrifteji de nadruk gelegd. Ik hoor in een jaren geleden discussie over deze dingen prof. Van Ruler (op zijn paradoxale manier!) nog zeggen, dat als hij dan toch tussen 'Jezus' en 'de Schrift' zou moeten kiezen, hij aan de laatste de voorkeur zou moeten geven. Niets nieuws dus onder de zon. Nieuw is wèl, dat wij in onze kerken met deze onverbindend-verklaring van de Christus, zoals Hij in de Schriften wordt verkondigd, nimmer op deze directe wijze geconfronteerd zijn geworden. Daarom is de eenheid van de kerk als eenheid-in-Christus wel degelijk en op een zeer ingrijpende wijze in het geding. Met in die zin alsof niet allen meer van zulk een eenheld-in-Christus als voorwaarde voor kerkelijke eenheid zouden willen weten en daarvan ook geen belijdenis zouden willen doen; maar wèl aldus; dat de kerk van vandaag in haar belijden van die eenheid, zich zou moeten beperken tot een zeer algemeen 'kader' of 'raam' van belijden en niet zou moeten trachten de inhoud of vulling van dit raam te willen vastleggen, ook al zou dit geschieden met aan de Schrift ontleende 'voorstellingen' of 'interpretaties' van het heil.

Consequenties

In het slot van zijn artikel wijst Ridderbos er dan op, dat wanneer de door deputaten gegeven situatie-tekening juist is, dit voor het kerkelijk belijden verstrekkende consequenties heeft. We menen dat dit niet alleen voor de Geref. kerken geldt, waarop Ridderbos in eerste instantie doelt, maar voor alle kerken. Wanneer het erom gaat 'Christus vandaag te belijden' (Nairobi), is de visie op de Christus der Schriften van ingrijpende betekenis. Ridderbos schrijft in dit verband:

Want het is duidelijk, dat, als ik mij niet verkijk, het thans niet enkel meer gaat over de oude belijdenis-formulieren en de traditionele vormgeving daarvan. Daar is -om het zo te zeggen — best iets aan te doen. Het gaat veeleer om de mogelijkheid van een kerkelijke, d.i. voor allen geldende belijdenis als zodanig, als homo-logia, als het naspreken van hetgeen ons van Godswege gezegd is.

Want als ook van dit laatste geldt, dat het slechts in een veelheid van menselijke interpretaties tot ons is gekomen, die telkens weer aan nieuwe (kerygma-) critiek onderworpen moeten worden, om na te gaan of zij voor ons nog wel bindende kracht hebben, nu dan zal de belijdende stem van de kerk wel zeer zwak en zeer ijl moeten worden als zij haar 'eenheid-in-Christus' nog tot uitdrukking wil brengen.

Het beklemmende en in zekere zin critieke van de situatie is niet, dat deze opvattingen in de kerk in haar geheel al zoveel aanhang vinden — dat doen zij niet, al mogen zij in bepaalde kringen in opmars zijn — maar dat de kerk er duidelijk verlegen mee is. Steeds groter is het getal dergenen, voor wie dergelijke zaken volstrekt onbegrijpelijk en daarom ook onbelangrijk zijn, waarop zij slechts emotioneel reageren. Zie de ingezonden stukken in sommige bladen. Dat maakt de situatie niet eenvoudiger. Van degenen, die de situatie wel doorzien is een deel bezig de kerk te verlaten; een ander deel weigert kerkelijk (en daarom meestal ook theologisch) een been te verzetten, uit vrees, dat er iets zal 'gebeuren'; en nog een ander deel is koortsachtig in de weer om alle kolen en geiten te sparen, een poging, die bezig is in haar mislukking aan de dag te treden, getuige het bovengenoemde deputatenrapport. Let wel, ik heb daarover geen leedvermaak, ik weet er eerder van mee te praten.

Het is niet onmogelijk te midden van deze verwarring ook woorden van rust en troost te vinden én te spreken. Want de macht van de waarheid en van het Woord van God is er ook nog en wordt tot eer van zijn heilige naam ook nog iedere dag openbaar. Laat ons dit niet vergeten. Maar de menselijke verantwoordelijkheid, hoe moeilijk dikwijls ook te kennen en (vooral ook) na te komen, is nog een andere zaak. In ieder geval vereist zij een zo goed mogelijk inzicht in hetgeen er eigenlijk aan de hand is en waarover wij praten. Want met enkel machtsspreuken is het niet gedaan, ook al zou men de weg, waarin de oplossing alleen te zoeken is, nog zo duidelijk voor zich zien.

Hoe ziet men de Schrift? Alleen als bundel menselijke en feilbare geloofsinterpretaties, of als woord dat van Godswege met gezag tot ons gesproken is? De verlegenheid waar Ridderbos op doelt is een ernstige zaak. Want deze verlegenheid zal zich niet alleen uitwerken ten aanzien van synode-uitspraken, maar kan zo verlammend werken. Alleen een kerk die zich gebonden weet aan hetgeen van Godswege tot ons gezegd is (en dat is wat anders dan een aantal menselijke interpretaties van de eerste getuigen) zal met gezag en overtuiging kunnen spreken en handelen in de chaos van onze tijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 november 1975

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's